Generatie van 15 en 16 maal oud-oud-grootouders met Mathieu de Canteleu en zijn zoon Anseau die sneuvelde bij de slag van Azincourt en achter neven, hoofdrolspelers tijdens de honderd jarige oorlog en bij het ontstaan van de Nederlanden.

Een van onze voorouders, Anseau de Canteleu is gesneuveld tijdens de slag om Azincourt. Heel veel (achter)neven van ons hebben deelgenomen en /of zijn gesneuveld tijdens die slag. Onze bloedverwanten hebben een groot aandeel gehad in de honderd jarige oorlog, hieronder beschreven.




SEIGNEUR MATHIEU DE CANTELEU (Koos' Edelgrootvader) werd geboren in 1331, in Canteleux, Pas de Calais, France, als kind van ENGUERAND De Canteleu II en Blanche de OCCOCHES, zoals getoond in stamboom 93. Mathieu werd Seigneur de Canteleux et de Warlincourt-les-Pas, Ecuyer. Hij is gestorven in 1382, ongeveer 51 jaar oud.

Mathieu De Canteleu werd in 1331 geboren in een periode van grote onrust en verandering. De vroege veertiende eeuw in Frankrijk werd gekenmerkt door politieke instabiliteit, economische tegenspoed en sociale onrust. Zijn geboorteplaats, Canteleux, Pas de Calais, gelegen in het graafschap Artois, werd getroffen door de aanhoudende spanningen tussen de Franse kroon en de Engelse monarchie, wat uiteindelijk zou leiden tot het uitbreken van de Honderdjarige Oorlog in 1337. Dit conflict kwam voort uit geschillen over het recht op de Franse troon en over territoriale controle.

In 1358 trouwde Mathieu met Jeanne de Saint Venant, in lijn met de gebruiken van die tijd voor de adel om allianties te sluiten en hun landgoederen te versterken door middel van huwelijken. Hun vereniging vond plaats in een fase waarin de Zwarte Dood onlangs Europa had geteisterd (1347-1351), waardoor de bevolking drastisch was afgenomen en de maatschappelijke structuren waren veranderd. Tegen de tijd dat hij trouwde was de eerste golf van de pandemie voorbij, maar de gevolgen ervan voor de Europese samenleving waren diepgaand, waardoor de demografie, de arbeidsverhoudingen en het gezinsleven opnieuw vorm kregen.

Als Seigneur de Canteleux en de Warlincourt-les-Pas, Ecuyer, had Mathieu verantwoordelijkheden die typerend waren voor het feodale systeem dat de middeleeuwse Franse samenleving structureerde. Hij zou de taak hebben gekregen om zijn land te beheren, gerechtigheid te verlenen en militaire dienst te verlenen als er een beroep op hem werd gedaan. Gedurende deze tijd evolueerde ook het concept van ridderlijkheid, wat het gedrag en de plichten van ridders en edellieden zoals Mathieu beïnvloedde.

Mathieu's dood in 1382 kwam op een moment dat Frankrijk nog steeds verwikkeld was in de Honderdjarige Oorlog. De Slag bij Crécy in 1346, niet ver van de plaats waar hij later zou sterven, was eerder in de oorlog een cruciaal moment geweest, dat de effectiviteit van de Engelse handboog aantoonde en een verschuiving in de middeleeuwse oorlogsvoering aankondigde. Tegen de tijd dat Mathieu overleed, had de oorlog verschillende verschuivingen in momentum gekend, maar hij zou tot 1453 blijven woeden en vorm geven aan het landschap waarin zijn nakomelingen leefden.



JEANNE DE CANTELEU (Koos' Edelgrootmoeder) werd geboren in Saint-Venant, FR als kind van Jean de Saint Venant II en Isabelle de Saint venant, zoals getoond in stamboom 94. Jeanne werd dame de Douvrin. Zij is gestorven in 1397.

Mathieu De Canteleu, ongeveer 27 jaar oud, huwde Jeanne de Canteleu in 1358. Zij kregen twee zonen:

Anseau De Canteleu in 1366

Jacques De Canteleu in 1390


De Slag bij Azincourt (door de Engelsen Agincourt genoemd) werd geleverd op 25 oktober 1415 tijdens de Honderdjarige Oorlog tussen het leger van koning Hendrik V van Engeland en dat van Karel VI van Frankrijk. Het Engelse leger triomfeerde over de zwaar geharnaste Franse cavalerie. Deze laatste gleed uit in de modder en leed zware verliezen in de storm van pijlen die op hen neerregende. Op 13 augustus 1415 landde Hendriks leger van 8000 boogschutters en 2000 man cavalerie bij Harfleur. Het belegeren van deze stad kostte Hendrik een derde van zijn leger. Hierna trok hij op 7 oktober richting de stad Calais, die hij zo snel mogelijk via de kust wilde bereiken. Zijn zoektocht om een veilige oversteekplaats over de Somme, de Kwinte en de Ternaas te vinden bracht hem op de hoogvlakte van Azincourt. Tussen de bossen van Azincourt en Tramecourt stuitte hij op 24 oktober op het Franse leger, dat hem de weg versperde, ruim 20.000 man sterk. Bovendien was het Engelse leger hongerig, vermoeid en werd het door dysenterie geteisterd. De slag werd uitgevochten in een open doorgang tussen de twee genoemde bossen. De nacht van de 24ste rustten beide legers, maar de Engelsen genoten slechts weinig beschutting tegen de zware regen. Vroeg op de morgen van de 25e stelde Hendrik zijn leger op (ongeveer 1000 bereden cavalerie, 6000 boogschutters, en een paar duizend man overig voetvolk). De Engelse linkerflank stond onder aanvoering van Camoys, de rechterflank onder de hertog van York, en het centrum onder Hendrik zelf. Hierbij vormde elke groep zijn eigen kleine leger, met de (afgestegen) cavalerie in het midden, boogschutters op de flanken en vooruitgeschoven groepjes boogschutters. De Fransen stelden zich op in drie rijen, met flinke tussenruimte. Hoewel ze drie tot viermaal zo talrijk waren als de Engelsen, verhinderde het terrein hen hiervan ten volle gebruik te maken. Door de zware regenval was de grond uitermate modderig, waardoor zij ook hun artillerie niet in stelling konden brengen. Hun kruisboogschutters bevonden zich achter de ridders en andere cavalerie. Gedurende de eerste drie uur na zonsopgang bleef het rustig. Toen Hendrik merkte dat de Fransen niet van zins waren aan te vallen, beval hij zijn leger verder in de doorgang tussen de bossen op te rukken. De Engelse boogschutters groeven de staken uit (verdedigingsmiddel tegen riddercharges) en openden het treffen met salvo's pijlen. De Franse ridders, ongedisciplineerd en zorgeloos ondanks de lessen van Crécy en Poitiers, werden op deze wijze snel tot actie geprikkeld, en hun cavalerie steeg te paard voor een charge, alleen om in verwarring teruggedreven te worden. De Franse maarschalk leidde de voorste lijn, afgestegen, met hun zware harnassen door de modder naar de Engelse linie. Ondanks de modder en de Engelse pijlen bereikten zij de Engelse linie, waar ze in handgemeen raakten met de Engelse afgestegen cavalerie. De dunne Engelse verdedigingslinie werd teruggedreven, en koning Hendrik zelf bijna tegen de grond gewerkt. De Engelse boogschutters kozen dit moment om door gaten in de nu vormeloze Franse linie te dringen. De zwaar bepantserde Fransen waren in hun bewegingsvrijheid gehinderd door hun grote aantal en het smalle slagveld. Ze werden vooruitgeduwd door hun medestrijders uit de tweede linie die zo snel mogelijk aan de slag wilden deelnemen. Ze hadden geen antwoord op de licht bepantserde en beweeglijke Engelse soldaten en werden gedood of gevangengenomen.Volgens sommige bronnen volgde de derde Franse lijn het voorbeeld van de eerste twee, volgens anderen bleef deze lijn op de plaats stand houden. De slotscène werd gevormd door een aanval van een groep Fransen die eerder waren weggevlucht. Koning Hendrik, bang dat zijn grote groep gevangenen zou kunnen ontsnappen, gaf opdracht deze te doden. Een deel van de Franse gevangenen werd levend verbrand in een hut waar ze toevlucht hadden gezocht. De slachting stopte toen de aanvallers vertrokken.De Engelsen zouden 12 cavaleristen (inclusief de hertog van York Eduard van Norwich, kleinzoon van Eduard III van Engeland) en ongeveer 100 man infanterie verloren hebben. Zoals in die tijd gebruikelijk werd het lichaam van de gesneuvelde hertog gekookt om zo zijn gebeente naar Engeland mee te kunnen nemen. De Fransen verloren 5000 edelen, inclusief de connétable van Frankrijk Karel I van Albret, een maarschalk, 3 hertogen (onder wie Anton van Bourgondië, hertog van Brabant en Limburg), 5 graven en 90 baronnen (onder andere Jan van Alençon, Filips van Nevers) en de Hollandse huurling Jan van Brederode; 1000 anderen werden gevangengenomen, onder wie hertog Karel van Orléans. In de literatuur wordt deze slag uitvoerig beschreven in :William Shakespeare: "Henry the Fifth". Hella S. Haasse: "Het woud der verwachting". Bernard Cornwell: "Azincourt". Christopher Hibbert, Agincourt. 





Tijdens de honderd jarige oorlog was ook de volgende neef, Jan zonder vrees, belangrijk en valt er heel veel over zijn leven te melden.. Twee van zijn broers sneuvelden ook in Azincourt.

HERTOG JAN VAN BOURGONDIË I (Koos' 5 maal achter-neef, 16 gen. verwijderd) werd geboren op 28 mei 1371, in Dijon, Côte-D'or, Bourgogne-Franche-Comté, France, als kind van Philips van Bourgondië II en Margaretha van Male.  Hij is gestorven op 10 september 1419, 48 jaar oud, in Montereau-Fault-Yonne, Seine-Et-Marne, Île-De-France, France.

Jan zonder Vrees, of Jan I van Bourgondië (Dijon, 28 mei 1371 – Montereau-Fault-Yonne, 10 september 1419), hertog van Bourgondië, graaf van Vlaanderen, Artesië en Charolais, paltsgraaf van Bourgondië, heer van Mâcon, Chalon, Mechelen en verscheidene andere plaatsen, was een prins uit het huis Valois-Bourgondië. Als hertog van Bourgondië consolideerde Jan de grondslagen van wat zou uitgroeien tot de Bourgondische staat, waarmee hij de politiek voortzette waar zijn vader Filips de Stoute reeds mee was begonnen. In het hart van het koninkrijk Frankrijk genoot hij niet dezelfde hoofdrol op het toneel die zijn vader had gespeeld in de kroonraad als oom van de koning. Jan was slechts de neef van Karel VI van Frankrijk, die sinds 1392 periodieke aanvallen van krankzinnigheid kende en wiens hof was uitgegroeid tot een plaats van intriges tussen de prinsen in het rijk. In 1407 liet Jan zonder Vrees zijn neef, tevens zijn grootste rivaal, Lodewijk I van Orléans (de jongere broer van de koning) ombrengen; Jan had de koninklijke financiën nodig om zijn prinsdom verder uit te bouwen en zijn belangen botsten met die van de hertog van Orléans. Door de moord op zijn neef stortte de hertog van Bourgondië Frankrijk in een burgeroorlog tussen de Bourguignons en de Armagnacs. Die laatsten wensten de moord op de hertog van Orléans te wreken. Beide partijen bevochten elkaar om de hoofdstad Parijs en het regentschap. Deze burgeroorlog deed − samen met de geheime onderhandelingen van Jan met Hendrik V van Engeland − de Honderdjarige Oorlog weer losbarsten. Ondanks de zoveelste verzoeningspoging tegenover de Armagnacs, in een poging het Engelse offensief het hoofd te bieden, werd Jan zonder Vrees in 1419 op zijn beurt vermoord. 

Jan werd op 28 mei 1371 geboren in het paleis van de hertogen van Bourgondië in Dijon als oudste zoon van hertog Filips II van Bourgondië, bijgenaamd de Stoute, en Margaretha van Male. Hij was van vaders kant de kleinzoon van koning Jan II van Frankrijk, bijgenaamd "de Goede" (1319-1364). Als oudste zoon, in directe lijn afstammend van de hertog van Bourgondië, een jongere tak van het huis Valois, was hij door eerstgeboorterecht voorbestemd de apanage van het hertogdom Bourgondië te erven. Dat was in 1363 in volledige eigendom toegekend aan zijn vader door koning Jan de Goede. In 1378 werd Boudewijn II van Nieppe de leermeester van de zevenjarige Jan. Jan was de oudere broer van Anton van Bourgondië (1384-1415) en Filips van Nevers (1389-1415), die beiden op 25 oktober 1415 sneuvelden in de strijd van de Franse cavalerie tegen de Engelsen in de slag bij Azincourt. Jan werd in 1384 aangesteld als graaf van Nevers (een erfland van zijn moeder) en zou dit graafschap in 1404 aan zijn broer Filips overdragen, toen hij van zijn vader het hertogdom Bourgondië erfde. Op 12 april 1385 vond het zogenaamde Dubbelhuwelijk van Kamerijk plaats, waarbij de 13-jarige Jan, net benoemd als graaf van Nevers, trouwde met Margaretha van Beieren, terwijl zijn 10-jarige zus Margaretha tezelfdertijd in de echt werd verbonden met Willem van Oostervant. Toen koning Sigismund van Hongarije, die zich bedreigd zag door de opmars van de Ottomanen, om hulp vroeg, zouden de prinsen van het westen een leger bijeenbrengen om hem te hulp te komen. Jan trok met dit leger mee in plaats van zijn vader en voerde het Franse contingent aan, waarbij hij er niet in slaagde de onstuimigheid daarvan te temperen. Aan deze veldtocht kwam in september 1396 een einde door de nederlaag bij Nicopolis, waar de kruisridders werden overwonnen door sultan Bayezid I. Het was tijdens deze slag dat Jan zijn bijnaam "zonder Vrees" kreeg. Na de slag moest Jan urenlang toekijken hoe zijn leger werd onthoofd, terwijl zijn soldaten naakt en in groepjes van vier of vijf aantraden. Door op zijn knieën te vallen voor de sultan kon hij zijn vriend Boucicaut redden. Met een dertigtal waardevolle ridders werd Jan barrevoets naar Bursa afgevoerd. Zijn vader moest 100 000 florijnen lenen bij zijn raadsman Dino Rapondi om het losgeld te kunnen betalen. Jan was pas in februari 1399 terug in Frankrijk. Filips de Stoute stierf op 27 april 1404. Jan zonder Vrees bracht op 23 mei van dat jaar hulde aan koning Karel VI van Frankrijk voor het hertogdom Bourgogne in apanage en deed op 17 juni 1404 zijn intrede te Dijon. Hij garandeerde toen aan de stadsbewoners het behoud van de privileges die ze hadden genoten onder zijn vader. Kort daarop vierde Jan zonder Vrees het huwelijk van zijn dochter Margaretha met de Dauphin Lodewijk van Guyenne, en vervolgens dat van zijn oudste zoon Filips met Michelle van Valois, een dochter van koning Karel VI. Hierdoor wist hij de gunst van koningin Isabella van Beieren te verwerven die hem beloofde zijn belangen te zullen verdedigen. Nadat de Sint Elisabethsvloed (1404) in het graafschap Vlaanderen een groot stuk land onder water had gezet, werd op bevel van Jan de Graaf Jansdijk verder uitgewerkt. Sinds 1392 leed koning Karel VI aan min of meer lange aanvallen van waanzin. Een ordonnantie uit 1403 voorzag echter dat, in het geval van verhindering van de soeverein om zijn ambt uit te oefenen, het bestuur van het koninkrijk zou worden uitgeoefend door de kroonraad, voorgezeten door koningin Isabella van Beieren. De koningin werd bijgestaan door de overige leden van de kroonraad: hertog Jan van Berry en hertog Lodewijk II van Bourbon en ze kon ook vertrouwen op de steun van haar twee neven, Lodewijk I van Orléans, de broer van de koning, en Jan zonder Vrees. Die twee laatsten zouden in de kroonraad lijnrecht tegenover elkaar komen te staan. De dominante figuur in de kroonraad was echter Lodewijk I van Orléans. Terwijl de spanningen tussen Frankrijk en Engeland weer toenamen, werd er onder het volk steeds meer kritiek geuit op het gezamenlijk bestuur van de koningin met de hertog van Orléans. Dat beschuldigde hen er in het bijzonder van dat ze van de oorlog profiteerden om nieuwe en uitzonderlijk hoge belastingen te kunnen heffen. De poging in februari 1405 om een nieuwe taille (belasting) te heffen om de oorlog mee te financieren werd fel bekritiseerd door Jan zonder Vrees, die weigerde zijn onderdanen hier aan te onderwerpen. In weerwil daarvan werd de nieuwe belasting met instemming van de hertog van Bretagne op 5 maart goedgekeurd . Op 21 maart 1405 overleed Margaretha van Male, de moeder van Jan zonder Vrees. Die erfde van haar de graafschappen Vlaanderen en Artesië en het paltsgraafschap Bourgondië, waardoor hij even machtig werd als zijn vader voor hem. Jan begaf zich vervolgens naar de rijke Vlaamse steden, waarvan hij nu de nieuwe heer was. Hij stelde de bevolking gerust over de nieuwe belasting, die de hertog van Orléans wilde heffen, door opnieuw te bevestigen dat zijn onderdanen die niet moesten betalen. Hij beloofde eveneens dat geen enkel oorlog de handelsrelatie van Vlaanderen met Engeland zou opschorten. Een heropleving van het conflict tussen Frankrijk en Engeland zou Vlaanderen kunnen ruïneren, omdat de lakennijverheid afhankelijk was van de import van Engelse wol. De verdediging van de Vlaamse economische belangen werd zo een van zijn prioriteiten. Hij slaagde er ook in Grevelingen te heroveren. Zijn wens om een leger te lichten om Calais te heroveren op de Engelsen (als vergelding voor de Engelse aanvallen in Vlaanderen) vond echter geen gehoor in de naaste omgeving van de hertog van Orléans. In beslag genomen door het regelen van de opvolging in Bourgondië en Vlaanderen, verliet Jan zonder Vrees Parijs. Als gevolg hiervan zou de vrijgevigheid uit de koninklijke schatkist aan de nieuwe hertog van Bourgondië afnemen ten voordele van de hertog van Orléans. Hoewel deze inkomsten voorheen hoogstens 59% van de hertogelijke financiën uitmaakten, zouden ze vanaf 1406 niet meer dan 24% bedragen. De uitgaven voor het goed functioneren van de Bourgondische gebieden bleven echter toenemen. Deze situatie verplichtte de hertog zijn eigen belastingen te verhogen, wat twee nadelen had: het verlies van de door zijn vader opgebouwde populariteit en nieuwe spanningen in het turbulente Vlaanderen. Zijn afwezigheid en het feit dat hij niet meer dan een neef van de koning was (in tegenstelling tot zijn vader, die een oom was) verzwakte zijn positie aan het hof. Tezelfdertijd was Lodewijk I van Orléans met de aankoop van talrijke lenen in het oosten begonnen (de graafschappen Soissons en Porcien in 1391 en het hertogdom Luxemburg in 1402) om de Bourgondische machtsuitbreiding dwars te zitten. De spanningen, die er eerder al waren tussen oom (Filips de Stoute) en zijn neef, namen nog toe tussen de twee neven. Jan zonder Vrees werd niettemin door de verzamelde prinsen van zijn bloed uitgenodigd voor een vergadering. Eerder was hij al geïnformeerd over de onvrede onder het volk en over de meer en meer penibele situatie van het koninkrijk, dat ten prooi aan een eventuele aanval van een buitenlandse macht zou kunnen vallen. Hij besloot een leger op de been te brengen om de controle over de hoofdstad Parijs over te nemen. Hij vertrok op 16 augustus uit Arras, vergezeld door achthonderd ridders, en kwam aan bij het Louvre. In reactie hierop namen Lodewijk I van Orléans en de koningin de wijk naar het kasteel van Pouilly-le-Fort, nabij Melun. Ze lieten een bevel achter om de dauphin, Lodewijk van Guyenne, en zijn broers daar de volgende dag ook naartoe te brengen. Jan zonder Vrees slaagde er echter in dat konvooi te onderscheppen en stelde de dauphin voor om hem terug naar Parijs te brengen. Hij werd hier door de hertogen van Berry en Bourbon op het ogenblik van zijn terugkeer naar de hoofdstad in gesteund en riep een grote vergadering bijeen, waarin de dauphin op 26 augustus plaats zou nemen. In een aan de dauphin gerichte toespraak bevestigde hij zo opnieuw zijn loyaliteit (en ook die van zijn broers) aan het koninkrijk Frankrijk en aan zijn soeverein. Ook zette hij in deze toespraak zijn angsten uiteen over de uitoefening van de macht in het algemeen en de door corruptie ontstane bedreigingen in het bijzonder, het slechte beheer van het kroondomein, dat in onbruik raakte, en de fiscale druk die zwaar op de Kerk drukte. Hij besloot zijn toespraak met de bewering dat het Franse volk haar ondergang tegemoet zou gaan als een dergelijke politiek werd voortgezet. Ook moest de toenemende dreiging van de Engelsen worden bestreden met een aanzienlijk leger. Zo niet, dan zou de koning een eventuele nederlaag kunnen worden aangewreven. Hij stelde de vergadering verder gerust door uit te leggen dat hij met instemming van de dauphin handelde en dat zijn eigen leger alleen was bedoeld om Parijs te verdedigen tegen de vijanden van de koning in zijn koninkrijk. Toen hij het nieuws vernam, kon Lodewijk I van Orléans het de koningin en hem aangedane affront niet accepteren. Het koninkrijk Frankrijk bevond zich nu op de rand van een burgeroorlog, hetgeen de burgerij en magistraat van Parijs verontrustte. Terwijl Jan talrijke versterkingen in Parijs ontving, waaronder in het bijzonder achthonderd soldaten onder aanvoering van de hertog van Limburg en zesduizend mannen onder Jan III van Beieren, bracht Lodewijk eveneens in naam van de koning een leger op de been. Hoewel de stad Parijs altijd toegewijd was aan de zaak van de hertog van Bourgondië hoopten haar inwoners, de bourgeoisie voorop, desalniettemin op een verzoening tussen de twee rivalen. Ondanks meerdere pogingen hun relatie te normaliseren, bleef Lodewijk I van Orléans troepen verzamelen. Vervolgens begon hij in september geduldig met een blokkade van de hoofdstad. In het kader van deze strijd om invloed koos elke kamp een particulier symbool. Het devies van de hertog van Orléans, "Je l'ennuie", wat in die tijd betekende "ik inviteer, ik daag uit", vergezelde de knoestige stokken, die zijn embleem vormden. Dit zond een helder dreigement uit naar zijn vijanden. Jan zonder Vrees op zijn beurt koos als embleem een schaaf en luisterde dat op met het Vlaamse devies "Ich (h)oud!" (hetgeen zoveel betekende als "aangenomen!"). In een van de torens van het oude herenhuis van de hertog van Bourgondië in Parijs kan men boven een glas-in-loodraam twee gebeeldhouwde schaven zien. Men treft in verscheidene miniaturen Jan zonder Vrees aan, afgebeeld met schaven die op zijn kleding waren aangebracht . Karel VI, die voor een tijd bij zijn volle verstand was, slaagde er in een onderhandelingsproces op gang te brengen en elke gewapende strijd tussen beide prinsen te voorkomen. Jan I van Bourgondië, die Parijs in handen had, steunde op de professoren van de universiteit, aan wie hij "hervorming" van het koninkrijk had beloofd. Zij werden sindsdien onvoorwaardelijke steunpilaren van zijn politiek. Niettemin dreven de ontstane kosten door het onderhouden van zijn leger hem tot een compromis. Op 17 oktober 1405 werd na meer dan acht dagen van onderhandelen ten slotte vrede gesloten tussen beide hertogen. De hertog van Orléans legde vervolgens een eed af om zich te houden aan de beslissingen van de raad van de koning en stemde ermee in dat men met de remonstranties (bezwaren), voorgelegd door de hertog van Bourgondië, rekening had moeten houden. De twee hertogen voerden vervolgens een intense propagandastrijd. Daartoe werden de grote en goede steden van het koninkrijk aangeschreven, waarbij ieder trachtte hun visie op de gebeurtenissen van 1405 bevestigd te zien worden. Hun ogenschijnlijk goede verstandhouding verborg in werkelijkheid een verlangen om hun invloed te versterken. Jan zonder Vrees schoof zichzelf naar voren als verdediger van de belangen van het volk, terwijl hij geen belastingen hief in zijn gebieden. Men moet ook zeggen dat negen tiende van de inkomsten van de broer van de koning volledig afkomstig waren uit de koninklijke schatkist. Daarbovenop kwamen nog hun verschillende visies op het Westers Schisma, dat het christelijke westen toen verdeelde. Te zeer in beslag genomen door het bestuur van het koninkrijk liet de hertog van Orléans de religieuze vragen liver over aan het Parlement en de universiteit. De Gallicaanse kerk was de macht van de koning en de privileges van de clerus gunstig gezind. Op 27 januari 1406 werd de koninklijke raad door een ordonnantie gereorganiseerd. Daarbij werd de entourage van de koning voor wat betreft het beheer van de zaken van het koninkrijk en de opvolging van de hertog van Bourgondië in het geheel van verantwoordelijkheden, die voorheen aan zijn vader waren toegekend, bevestigd. Hiervan profiteerde Lodewijk I van Orléans, die met steun van de andere prinsen van den bloede, Jan van Berry, Lodewijk II van Bourbon en Lodewijk II van Anjou, overging tot een zuivering van de Bourgondische raadsmannen. Hierdoor werd de invloed van Jan zonder Vrees nog meer teruggedrongen. Jan, die bezorgd was zijn positie in de raad te verliezen, besloot daarop zijn neef Lodewijk van Orléans te laten vermoorden. Rond die tijd kwam ook Buonaccorso Pitti naar het Franse hof om zich bij de koning te beklagen over het gedrag van zijn hertog Jan zonder Vrees, die Florentijnse ambassadeurs had laten opsluiten. In 1407 werd hertog Lodewijk I van Orléans op bevel van Jan zonder Vrees vermoord. In de avond van 23 november 1407 werd Lodewijk, die net de stadswoning van de koningin had verlaten, tijdens een door Jan zonder Vrees georganiseerde verraderlijke overval vermoord. Hoewel de moordenaars valstrikken achterlieten ten einde eventuele achtervolgers te vertragen, waren er meerdere aanwijzingen die de onderzoekers naar het Hôtel d'Artois, de Parijse residentie van de hertog van Bourgondië, leidden. Die besloot hen vervolgens voor te zijn. Op 26 november, tijdens een bijeenkomst van de koninklijke raad, bekende hij zijn misdaad aan zijn neef, de hertog van Anjou, en zijn oom, de hertog van Berry (die hij toeschreef aan een "interventie van de duivel"), waarop deze laatste hem aanraadde te vluchten. Dat deed hij de volgende dag ook door met enkele vertrouwelingen naar Vlaanderen te vertrekken. Het volk van Parijs prees zich gelukkig met de verdwijning van de hertog van Orléans, wiens naam synoniem was geworden met belastingen. Het bevestigde opnieuw haar steun aan hertog Jan van Bourgondië. Desalniettemin eiste Valentina Visconti, de weduwe van de hertog van Orléans, van de koning dat er werd afgerekend met de moordenaar van haar echtgenoot. Er kwam op 21 december 1407 een plechtige parlementszitting (lit de justice) te Parijs bijeen zonder tot een veroordeling te komen. Het proces ging als een nachtkaars uit door het onverwachte overlijden van de weduwe op 4 december 1408. Jan zonder Vrees voerde zijn verdediging om zijn misdaad te rechtvaardigen door een beroep te doen op de theoloog Jean Petit (diens apologie van de tirannicide werd echter na zijn dood op het concilie van Konstanz tussen 1414 en 1418 veroordeeld). In 1408 stuurden de aanhangers van de overleden hertog van Orléans een huurmoordernaar naar het Hof ten Walle, de residentie van de graven van Vlaanderen in Gent. Daar probeerde de huurmoordenaar, Hanneken Mennon, om Jan zonder Vrees en zijn echtgenote te liquideren met een kruisboog. Die aanslag werd echter tijdig verhinderd en de huurling werd opgesloten in kasteel Singelberg in het Land van Beveren. In september 1409 werd de huurling daar terechtgesteld wegens majesteitsschennis. In 1409 zou Jan met het zogenaamde Calfvel de macht van de Brugse ambachten, die tegen hem in opstand waren gekomen, inperken. In datzelfde jaar vond ook het beleg van Vellexon plaats. In 1410 verzocht Karel van Orléans, zoon van de vermoorde hertog, zijn schoonvader Bernard VII van Armagnac, graaf van Armagnac, hem te helpen wraak te nemen. Die laatste nam de leiding op zich van de volgelingen van de hertog van Orléans, die sindsdien bekend zouden staan onder de naam Armagnacs, en die de strijd zouden aangaan met de aanhangers van de hertog van Bourgondië, de Bourguignons. Zo barstte de burgeroorlog tussen de Armagnacs en Bourguignons los, die koning Karel VI vanwege van zijn mentale toestand niet had kunnen voorkomen. In 1411 maakte Jan zonder Vrees zich dus met medeweten van koningin Isabella van Beieren meester van de koninklijke autoriteit en slaagde hij er in november 1411 in de Armagnacs uit de Regentschapsraad weg te werken. In het voorjaar van 1413 wist hij met de opstand van de Cabochiens zelfs de Armagnacs tijdelijk uit Parijs te verjagen. Maar de vrede van Atrecht (4 september 1414), gewild door koning Karel VI en onderhandeld tussen zijn zoon, de dauphin Lodewijk van Guyenne, en Jan zonder Vrees, bracht de elkaar bestrijdende Armagnacs en Bourguignons met de ruggen tegen elkaar, met het verbod om hun onderscheidende tekens en emblemen te afficheren. Jan zonder Vrees, ontdaan van zijn macht, verliet Parijs, dat gedomineerd zou blijven door de Armagnacs die trouw bleven aan de koning van Frankrijk. In 1416, profiterend van de dood van hertog Jan I van Berry, maakte Jan zonder Vrees zich ten nadele van diens weduwe, Johanna II van Auvergne die met Georges de La Trémoille was hertrouwd, meester van het graafschap Boulogne. Op 29 april 1417 sloot hij te Konstanz een alliantie met keizer Sigismund. In 1417, terwijl koning Karel VI leed onder zware crises van dementie, waren de Armagnacs nog steeds aan de macht in Parijs. Zij waren bondgenoten van de nieuwe dauphin Karel van Frankrijk. In april 1417 zou Karel zijn twee oudere broers, die voortijdig waren gestorven, op veertienjarige leeftijd opvolgen als kroonprins, waarop hij in Parijs werd benoemd tot luitenant-generaal van het koninkrijk met de bedoeling deel te nemen aan de Regentschapsraad, voorgezeten door koningin Isabella van Beieren. De nieuwe dauphin Karel en zijn bondgenoten, de Armagnacs, meenden dat koningin Isabella van Beieren werd beïnvloed door Jan zonder Vrees en dat zij vijandig was aan hun zaak. Zij verwijderden haar van de macht door haar, in april 1417, naar Tours te sturen en onder goede bewaking te stellen. De koningin hield een bittere herinnering over aan dit alles en zou zich later wreken op haar zoon. Jan zonder Vrees sloot zich bij haar aan en zette samen met haar te Troyes een bestuur op dat gericht was tegen dat van de Armagnacs. Hij besloot Parijs te overmeesteren en de macht te grijpen door de nieuwe dauphin uit te schakelen. Op 29 mei 1418 drongen de Bourgondische troepen, bondgenoten van de huurmoordenaar Capeluche, midden in de nacht Parijs binnen en zouden graaf Bernard VII van Armagnac en een groot aantal van de Armagnacs uitmoorden. Zij bedreigden het leven van de dauphin van Frankrijk, die in het Hôtel Saint-Pol in Parijs verbleef. Hij werd gered door officieren van de Armaganacs, die trouw aan de kroon van Frankrijk waren, en zou de wijk nemen naar Bourges, hoofdstad van zijn hertogdom Berry, om er de weerstand te organiseren tegen de Engelsen en de Bourguignons. Jan zonder Vrees controleerde sedertdien de macht in Parijs. Hij nam vervolgens het initiatief om aan de dauphin, die was gevlucht naar Bourges, voor te stellen het verzet op te geven en terug te keren naar de hoofdstad, teneinde zich onder de voogdij van zijn ouders, koning Karel VI en koningin Isabella van Beieren, te plaatsen. Om zijn doelen te bereiken, organiseerde hij drie ontmoetingen: 1/ Op 16 september 1418 ontmoette hij koningin Isabella van Beieren te Saint-Maur-des-Fossés, in afwezigheid van Karel VI en de dauphin, om de vredesverdrag van Saint-Maur uit te broeden. De dauphin werd door Jan zonder Vrees impliciet beschuldigd, onder het voorwendsel van een pardon en door middel van een slinkse spitsvondigheid, van medeplichtigheid aan de misdaden waaraan de Armagnacs schuldig waren, en in het bijzonder de moord op zijn twee oudere broers. Hoewel het hier gaat om verdenkingen geformuleerd door Jan zonder Vrees, bedoeld om te worden toegevoegd als bewijs, weigerden de dauphin en zijn Raad, voornamelijk op aansturen van Jean Louvet, president van de Provence, categorisch - en terecht!- om het verdrag goed te keuren dat hun tevergeefs te Bourges door de hertog van Bretagne, co-ondertekenaar van de geïncrimineerde tekst, werd voorgelegd. 2/ Op 8 juli 1419 ontmoette Jan zonder Vrees de dauphin te Pouilly-le-Fort in afwezigheid van koning Karel VI en koningin Isabella van Beieren om hem een vredesverdrag en een alliantie tegen de Engelsen voor te stellen. Dit verdrag, bekend onder de naam vredesverdrag van Ponceau, werd geratificeerd door de dauphin van Frankrijk en zijn raadsheren. Maar, het moest worden bekrachtigd door een bijkomend verdrag, terwijl Jan zonder Vrees het verlaten van de door de Bourguignons ingenomen versterkte plaatsen en de opleving van de vijandigheden tegen de Engelsen ten uitvoer bracht. 3/ Op 10 september 1419 vond een ontmoeting plaats in Montereau met de bedoeling om het verdrag van Ponceau te consolideren. De dauphin verweet Jan zonder Vrees de voorwaarden daarvan niet te hebben gerespecteerd, waarop de stemming grimmiger werd en de ontmoeting tragisch eindigde met de moord op Jan zonder Vrees. Jan zonder Vrees werd op 10 september 1419 vermoord tijdens zijn onderhoud met de dauphin te Montereau-Fault-Yonne. Jean de Thoisy, bisschop van Doornik, kreeg de ondankbare taak om het bericht van overlijden over te brengen aan graaf Filips van Charolais. Als opvolger van Jan zonder Vrees zou de nieuwe hertog van Bourgondië, die de naam Filips de Goede zou krijgen, zich wreken op de dauphin van Frankrijk door een alliantie aan te gaan met de Engelsen en het verdrag van Troyes af te sluiten, waardoor de dauphin werd onterfd van de troon van Frankrijk in het voordeel van koning Hendrik V van Engeland. Het lijk van Jan zonder Vrees werd in 1420 overgebracht van Auxerre naar Avallon door Claude de Chastellux, die het vervolgens overdroeg aan Guillaume de La Tournelle die was belast met het traject tot aan Dijon. Zijn graftombe, die zich bevond in het kartuizerklooster van Champmol, bevindt zich nu in het Paleis van de hertogen van Bourgondië te Dijon. Zijn zoon Philips de goede bracht op 23 september 1408 bracht de opstandige Luikse burgerij en ambachtslui een verpletterende nederlaag toe in de slag bij Othée, waarna hij een alliantie wist te sluiten met de hertogen van Luxemburg en Lotharingen, waardoor hij het stichten van een Bourgondische staat kon voortzetten. Hij zette het werk van zijn vader echter voort zonder grote gebiedsuitbreiding. Een deel van de landen van het Huis werden daarnaast toebedeeld aan zijn broers Anton van Brabant en Filips van Nevers. Net als zijn vader Filips de Stoute werd Jan zonder Vrees begraven in de Chartreuse de Champmol. Filips de Goede, zoon en erfgenaam van Jan zonder Vrees, zou zich bezighouden met het voor hem laten optrekken van een monumentale graftombe, waardig aan zijn rang van prins van het koninkrijk en naar het voorbeeld van die van Filips de Stoute. De opdracht hiervoor werd gegeven aan Claus van de Werve. In die tijd was dat de officiële beeldhouwer van de hertogen van Bourgondië, die de graftombe van Filips de Stoute had afgewerkt. Het werk duurde voort en na de dood van Claus van de Werve in 1439 werd het toevertrouwd aan zijn opvolger Juan de la Huerta. Het werd afgewerkt door een derde beeldhouwer, Antoine Le Moiturier. De graftombe van Jan zonder Vrees was gebaseerd op die van zijn vader. Hij bestaat dus ook uit een gisant op een zwarte tegel met op de sokkel een stoet van rouwenden uit albast (kinderkoor, klerken, familieleden, officieren en huispersoneel, gedrapeerd in rouwmantels) onder booggewelven, gevormd door een afwisseling van dubbele traveeën en driehoekige niches. Jan zonder Vrees deelt zijn tombe met zijn echtgenote, Margaretha van Beieren. Twee engelen ondersteunen de kist van de hertog, twee engelen-wapendragers bevinden zich aan het hoofd van de echtelieden, terwijl twee leeuwen aan hun voeten liggen. De kwaliteit is vergelijkbaar met die van Filips de Stoute: een groot aantal van de rouwenden zijn zelfs exacte kopieën van die op diens tombe. Later, na de reconstructie van de graftombes, zijn de rouwenden door elkaar geraakt. Dat maakt het moeilijk om een stilistische vergelijking te maken. Verplaatst naar Saint-Bénigne in 1792, is de graftombe vandaag, net als die van Filips de Stoute, tentoongesteld in het Musée des Beaux-Arts de Dijon. In 2012-2013 waren de rouwenden in bruikleen gegeven aan enkele prestigieuze musea, waar ze als afzonderlijke beeldhouwwerken werden tentoongesteld, zoals in het Musée National du Moyen Âge in Parijs. Het jaar 1385 zag de voltrekking van een dubbele politiek-familiare alliantie tussen het Huis Valois-Bourgondië (Filips de Stoute) en dat van Beieren-Straubing (Albrecht van Beieren). Albrecht heerste over de aangrenzende graafschappen Henegouwen, Holland, Zeeland en Friesland. Op 11 april 1385 trouwde Willem van Oostervant, de toekomstige graaf Willem IV van Henegouwen met Margaretha van Bourgondië. Dit huwelijk, de vrucht van de politiek tussen deze twee families met gebieden in de Lage Landen, werd op dezelfde dag gehouden als dat van de toekomstige hertog Jan I van Bourgondië met Margaretha van Beieren (Straubing), respectievelijk broer en zus van het eerste koppel. Uit deze verbintenis werden één zoon en zeven dochters geboren:

 Margaretha (1393-1441), in 1404 getrouwd met (1) hertog Lodewijk van Guyenne, dauphin (opvolger van Karel VI van Frankrijk), en vervolgens in 1423 (2) met de toekomstige hertog Arthur III van Bretagne

Marie (1394-1463) in 1415 getrouwd met Adolf I van Kleef

Filips (1396-1467), volgde zijn vader op als hertog van Bourgondië; gehuwd in 1409 met Michelle van Valois (1395-1422), dochter van Karel VI van Frankrijk, in 1424 met Bonne van Artesië (1396-1425); in 1430 met Isabella van Portugal (1397-1472), nichtje van de Engelse regent Jan van Bedford

Catherine (1400-1414), verloofd in 1410 met Lodewijk III van Anjou

Jeanne (ca. 1401-1412)

Isabelle (ca. 1403-1412), in 1406 getrouwd met Olivier van Châtillon, graaf van Penthièvre

Anna (1404-1432) in 1423 getrouwd met hertog Jan van Bedford.

Agnes (1407-1476) in 1425 getrouwd met, Karel I van Bourbon, hertog van Bourbon en Auvergne

Hij liet ook vier buitenechtelijke kinderen na:bij Agnes de Croy, dochter van Jan I van Croÿ, de volgende kinderen: 

Jan VI van Bourgondië (- 27 april 1480), bisschop van Kamerijk

bij Margaretha van Borsele de volgende kinderen: Gwijde van Bourgondië, Heer van Kruybeke (gestorven tijdens het beleg van Calais in 1436), getrouwd met Johanna, buitenechtelijke dochter van * Albrecht van Beieren

Antoon van Bourgondië 

Johannieter ridder

Filipotte van Bourgondië, getrouwd met Antoine van Rochebaron, baron van Berze-le-Chatel.

Jan huwde zijn achter-achternicht, Margaretha van Beieren.



Hieronder een achter nicht die een belangrijke rol speelde. In het bijzonder na de slag om Azincourt. Zij was ook een van de eersten die Jeanne 'd Arc steunden.



YOLANDE VAN ARAGON (Koos' 6 maal achter-nicht, 16 gen. verwijderd) werd geboren op 11 juli 1384, in Zaragoza, als kind van Johan van Aragon II en Yolande van Bar. Zij is gestorven op 14 november 1442, 58 jaar oud, in Saumur.

Yolande van Aragón (Zaragoza, 11 augustus 1384 — Saumur, 14 november 1442) was een dochter van Johan I van Aragón en Yolande van Bar. Zij speelde een belangrijke rol in de Franse politiek in de eerste helft van de vijftiende eeuw. Als enige overlevende kind van haar vader had ze een claim op de troon van Aragón. De kroon ging bij haar vaders dood echter naar diens jongere broer Martinus I van Aragón, omdat in Aragón de claims van mannelijke verwanten als superieur werden gezien aan die van naastere vrouwelijke verwanten. Zij trouwde in 1400 met Lodewijk II van Anjou. Zowel het Huis Aragón als dat van Anjou hadden claims op de tronen van Sicilië en Napels en het huwelijk was bedoeld om het conflict op te lossen. Yolandes man was vaak van huis om te vechten voor zijn claim op Napels. Yolande verbleef met haar hof in Angers en Saumur. Met Lodewijk had zij zes kinderen. Na de Slag bij Azincourt in 1415 werd Anjou bedreigd door de Engelse troepen. Lodewijk liet zijn vrouw en kinderen hierop vertrekken naar de Provence. Met hen mee ging ook prins Karel, die na de dood van zijn twee oudere broers dauphin werd. Karels moeder Isabella van Beieren, die inmiddels banden met de Engelsen had, gebood haar zoon weer aan het hof te komen. Yolande wierp zich nu op als zijn beschermster en zou als antwoord hierop gegeven hebben, wij hebben hem niet gevoed en liefgehad opdat u hem als zijn broers laat sterven, gek laat worden als zijn vader, of om hem Engels te laten worden als u. Ik hou hem bij mij. Kom en neem hem weg, als u durft. Bij de dood van haar man in 1417, was hun oudste zoon Lodewijk nog te jong om het gezag op te nemen en werd Yolande regentes van Anjou, Maine en Provence. In 1419 had zij een audiëntie bij Karel VI, de mentaal instabiele vader van de dauphin, die zij overhaalde om de dauphin tot 'luitenant-generaal van het Koninkrijk' te benoemen. Dit om Isabella's claim als regentes van Frankrijk te ondermijnen. Bij het Verdrag van Troyes in 1420 werd besloten dat Hendrik V van Engeland de opvolger werd van Karel VI in Frankrijk. Het Franse koningspaar Karel VI en Isabella onterfden hiermee hun zoon van de kroon. De dauphin zou een bastaard zijn en de enige steun waar hij in deze periode nog op kon rekenen was die van het Huis Anjou en van Armagnac. Karel VI was tevens omringd door adviseurs van Anjou. Onverwachts stierven op enkele maanden tijd Hendrik V en Karel VI (1422). Hierdoor werd Hendriks nog geen jaar oude zoon Hendrik VI koning van Engeland. In hetzelfde jaar trouwde de dauphin met een van Yolandes dochters, Maria. Yolande zorgde ervoor dat hertog Jan V van Bretagne zijn bondgenootschap met Engeland verbrak en dat een familielid van de hertog, de latere Arthur III van Bretagne, connétable van Frankrijk werd. In 1427 trachtte Jan van Bedford, de Engelse regent van Frankrijk, Anjou in te nemen. Yolande smeedde hierop huwelijks-overeenkomsten met verschillende adellijke huizen, waardoor dit tot niets kwam. Yolande was een van de eersten die Jeanne d'Arc steunde en had de leiding over een van de examineringen van Jeanne. Zij liet enkele van Karels adviseurs van het hof verwijderen met steun van de connétable. Tevens had zij een netwerk van knappe vrouwen die voor haar spioneerden. Haar oudste zoon Lodewijk stierf in 1434. Haar tweede zoon René volgde hem op als hertog van Anjou. Kinderen van Yolande van Aragón

Lodewijk III van Anjou (1403-1434), hertog van Anjou, koning van Napels

Maria (1404-1463), echtgenote van koning Karel VII van Frankrijk

René I van Anjou (1408-1480) - hertog van Anjou, hertog van Lotharingen (door huwelijk), titelvoerend koning van Sicilië en Napels

Yolande (1412-1440), echtgenote van hertog Frans I van Bretagne

Karel IV van Maine (1414-1472), graaf van Maine.

Een rozensoort, de 'Yolande d'Aragon', is naar Yolande vernoemd. Deze roos heeft lilaroze bloemblaadjes.In de film The Messenger: The Story of Joan of Arc uit 1999 wordt Yolande gespeeld door Faye Dunaway.

Yolande huwde haar neef, 1 gen. verwijderd, Lodewijk van Anjou II.


De volgende achter neef was belangrijk door zijn moedig optreden tijdens de Frans (huis Valois) Engelse (huis Plantagenet) Honderdjarige Oorlog over de troon van Frankrijk en belangrijk omdat hij de basis legde voor de verenigde nederlanden




HERTOG PHILIPS VAN BOURGONDIË II (Koos' 4 maal achter-neef, 17 gen. verwijderd) werd geboren op 15 januari 1342, in Pontoise, Val-D'oise, Île-De-France, France, als kind van Jan van Frankrijk II en Bonne van Luxemburg. Philips werd „de stoute” genoemd. Hij is gestorven op 27 april 1404, 62 jaar oud, in Halle, Provincie Vlaams-Brabant, Flanders, Belgium.

Filips II de Stoute (Frans: Philippe II le Hardi) (Pontoise, 17 januari 1342 — Halle, 27 april 1404) was hertog van Bourgondië en graaf-gemaal van Vlaanderen, Artois en het vrij graafschap Bourgondië. Als vierde en jongste zoon van koning Jan II van Frankrijk en Bonne van Luxemburg, werd hij de stamvader van de Bourgondische hertogelijke dynastie, een zijtak van het huis Valois. Hij was landsheer van zo veel gebieden dat hij zonder concurrentie de eerste pair aan het Franse hof was. Door zijn huwelijk met Margaretha van Male legde hij de basis voor de Bourgondisch-Nederlandse staat, die onder zijn opvolgers tot de vereniging van de Nederlanden zou leiden en de macht van de Franse koning naar de kroon zou steken. Zijn bijnaam "de Stoute" moet begrepen worden als stoutmoedig, dapper, en slaat dus niet op ondeugendheid. Reeds als kind onderscheidde Filips zich door zijn heldhaftig karakter. Zijn bijnaam dankte hij aan zijn moedig optreden tijdens de Frans (huis Valois) Engelse (huis Plantagenet) Honderdjarige Oorlog over de troon van Frankrijk. De bijnaam kan volgens verschillende kroniekschrijvers toegeschreven worden aan Filips' moedige gedrag tijdens de Slag bij Poitiers. Hij zou zijn vader Jan II, de koning van Frankrijk, daarin op gevaar van eigen leven hebben bijgestaan. Tijdens deze veldslag in 1356 stond hij als 14-jarige knaap aan de zijde van zijn vader en wist hem door zijn alertheid en raadgevingen van zijn kunnen te overtuigen. Niettemin moest het Franse leger het onderspit delven en werd Filips samen met zijn vader krijgsgevangen gemaakt door de Engelsen. Toen hij hoorde hoe een Engelse edelman zich laatdunkend uitliet over de koning van Frankrijk, verkocht hij deze spontaan een slag in het gezicht. Hoewel deze beweringen van kroniekschrijvers niet zonder meer kunnen aanvaard worden, nemen ook hedendaagse historici ze vaak over. Vader en zoon verbleven verder als gevangenen van koning Eduard III te Londen, totdat in 1360 het Verdrag van Brétigny werd ondertekend. De periode van de Bourgondische hertogen uit het Franse koningsgeslacht Valois ving aan toen Jan II in 1361 het hertogdom Bourgondië erfde. Het welvarende Bourgondië werd in die dagen zwaar op de proef gesteld: een pestepidemie decimeerde de bevolking en velde ook de kinderloze hertog Filips van Rouvres, een jongen van amper vijftien. Zijn nauwste nog levende verwant was de Franse koning. Deze was er als de kippen bij om in Dijon zijn erfenis op te eisen. Als jongste zoon van Jan II van Frankrijk kwam Filips niet in aanmerking voor de troonopvolging in Frankrijk. Toch kreeg hij in 1363, als bedanking voor Filips steun in de Slag bij Poitiers, van zijn vader het hertogdom Bourgondië (met hoofdstad Dijon). Die gift was nogal uitzonderlijk, omdat ze geen apanage was, en dus niet terugkwam bij een gebrek aan mannelijke erfgenamen. Het was in volle eigendom geschonken aan zijn jongste zoon, die daarmee dus zijn eigen dynastie begon. Jaren later, in 1477 na het overlijden van Karel de Stoute bij de Slag bij Nancy, probeerde Lodewijk XI Bourgondië weer toe te voegen aan het Franse koninkrijk onder de claim dat het wel een 'apanage' was geweest, en het hertogdom dus terug kwam aan de Franse koning. Dit aangezien Maria van Bourgondië als vrouw was uitgesloten als erfgenaam. Vanaf zijn aanstelling te Dijon koesterde Filips de ambitie om zijn gebied uit te breiden. Zijn oog viel op het aangrenzende graafschap Bourgondië (met hoofdstad Besançon), later gekend als het Franche-Comté. Sinds de opdeling van het rijk van Karel de Grote behoorde het Comté (= graafschap) tot het Heilige Roomse Rijk, maar Filips beschouwde het als le complément obligé van het hertogdom Bourgondië. Om zijn doel te bereiken paste hij een beproefde strategie toe: de huwelijkspolitiek. Het Comté behoorde toe aan Margaretha van Frankrijk (1310-1382), afkomstig uit het in mannelijke lijn uitgestorven koningsgeslacht Capet. Margaretha erfde als groottante het andere deel van de erfenis van Filips van Rouvres. Zoon Lodewijk van Male, graaf van Vlaanderen (1346-1384) en later enige dochter Margaretha van Male zou het erven. Margaretha zelf was nog verloofd geweest met de jonge hertog Filips van Rouvres. Filips trad in 1369 te Gent op luisterrijke wijze in het huwelijk met Margaretha van Male. Dat er aan de grootse Bourgondische feestelijkheden een stevig prijskaartje hing, kon Filips niet deren: via zijn echtgenote was hij nu erfgenaam van het rijke Vlaanderen, in die dagen het welvarendste gebied in Europa. Ook Lodewijk van Male was tevreden: de transactie had zijn schatkist immers honderdduizend pond zwaarder gemaakt. Het huwelijk vond plaats op 19 juni in de Sint-Baafskerk. Filips de Stoute maakte van de gelegenheid gebruik om contacten te leggen met de elite van de belangrijkste steden in Vlaanderen. Zo bezocht hij Rijsel (Lille), Ieper, Brugge, Damme en Sluis. Tijdgenoten beweren dat Filips niet echt aantrekkelijk was. Wel straalde hij energie en vitaliteit uit. Hij was groot en atletisch gebouwd, donker van huid, met felle, beweeglijke ogen. Hij vertoonde een typische trek van de Valois, een grote neus en zijn onderkaak sprong enigszins vooruit. Hij reed heel graag te paard, reisde in drie dagen van Dijon naar Parijs, en vandaar weer naar Vlaanderen en als hij niet op reis was ging hij jagen. De avonden bracht hij vaak door met balspel (‘jeu de paume’) of dobbelen. Hij maakte graag indruk met zijn uiterlijk, zijn kleding en zijn manier van leven. Een gouden ketting met een adelaar en een leeuw die zijn lijfspreuk En Loyauté droegen, gevat in parels en edelstenen, behoorde tot zijn geliefde juwelen. Hij ging graag mooi gekleed, veranderde vaak van kleding en verzorgde zijn lichaam. Hij baadde elke avond met geparfumeerd water, in die tijd echt uitzonderlijk. Hij hield van zijn echtgenote Margaretha en verwende haar met geschenkjes, juwelen en bosjes bloemen (margrieten). Hun ineengestrengelde initialen “P & M” liet hij overal aanbrengen, op wandkleden, tot zelfs op het beeldhouwwerk van Dijon en Champmol. Ook hield de praalzuchtige Filips van feesten en lekker eten, het begin van het spreekwoordelijke “Bourgondische” hofleven. Hij bouwde zich te Dijon een groot paleis waar hij, omringd door Vlaamse schilders en beeldhouwers, er een luxueuze hofhouding op nahield. Zijn bibliotheek is vermaard om zijn kostbare handschriften. Op 28 mei 1371 werd te Dijon de eerste zoon van Filips de Stoute en Margaretha van Male geboren: 

Jan zonder Vrees, getrouwd met Margaretha van Beieren (Dubbelhuwelijk van Kamerijk) in 1385. Nog zeven kinderen zouden volgen: vier dochters 

Margaretha (1374-1441), getrouwd met Willem VI van Holland in 1385 (Dubbelhuwelijk van Kamerijk)

Catharina (1378-1425), getrouwd met hertog Leopold IV van Habsburg in 1393

Bonne (1379-1398), verloofd met Jan I van Bourbon

Maria (1386-1422), 1401 getrouwd met Amadeus VIII van Savoye

en drie zonen: 

Karel (1372-1373)

Anton (1384-1415), gesneuveld in de Slag bij Azincourt

Filips (1389-1415), gesneuveld in de Slag bij Azincourt

Filips gunde zijn kinderen weinig vrijheid. Hij bekommerde zich om hun opvoeding en regelde hun huwelijken. Zelfs de erfprins Jan diende zich op officiële aangelegenheden aan vooraf gedicteerde regels en uitspraken te houden. Heel zijn leven bleef Filips de Stoute uitkijken naar kansen om zijn macht en invloed uit te breiden, zo mogelijk tot in Parijs. Die gelegenheid bood zich aan toen zijn broer koning Karel V in 1380 overleed en opgevolgd werd door zijn zoontje Karel VI, een kind van twaalf, later bijgenaamd de Waanzinnige. Van 1380 tot 1388 was Filips de leidende figuur in de voogdijraad die het bestuur over Frankrijk uitoefende tijdens de minderjarigheid van zijn neefje. Gedurende deze periode verbleef hij haast uitsluitend te Parijs: het beheer van zijn eigen gebieden liet hij over aan Margaretha. Naast Filips zaten in deze raad ook zijn broers Jan van Berry en Lodewijk I van Anjou. Van deze bevoorrechte positie maakte Filips gebruik om de koning ertoe te bewegen het Franse leger in te zetten in de Slag bij Westrozebeke (29 november 1382), om de Gentse opstand onder leiding van Filips van Artevelde tegen zijn schoonvader graaf Lodewijk van Male neer te slaan en op die manier zijn Vlaamse erfenis veilig te stellen, zonder dat het hem een cent kostte. De dichte Vlaamse mist stak het Franse leger een handje toe om de Witte Kaproenen een lesje te leren. Kortrijk werd met de grond gelijk gemaakt. Pas in 1385, toen hij reeds graaf van Vlaanderen was na de dood van Lodewijk in 1384, versloeg Filips Gent definitief. Maar Karel VI bleef geen kind: in 1388 bedankte de jonge koning zijn drie ooms voor de bewezen diensten en ging voortaan zonder hun wijze raad regeren. Een woedende Filips snauwde zijn neef cynisch toe: De koning is jong! De tijd zal komen dat degenen die hem raad geven, berouw zullen hebben van hun beslissing - en dat geldt ook voor de koning! Vier jaar later zou hij gelijk krijgen. Toen Lodewijk van Male in 1384 overleed, werd Filips ook graaf van Vlaanderen (met inbegrip van het markgraafschap Antwerpen en de stad Mechelen) alsook van het graafschap Artesië, Nevers en Rethel. Op de Franche-Comté had hij al eerder zijn hand weten te leggen. Daarmee was de basis gelegd voor een machtige bufferstaat tussen Frankrijk en het Heilig Roomse Rijk: een Bourgondisch rijk dat zich uitstrekte van Midden-Frankrijk tot de Noordzee. Dat bleek onder andere in 1396, toen zijn zoon Jan zonder Vrees deelnam aan de “Kruistocht van Nikópolis” tegen de Osmaanse Turken die het koninkrijk Hongarije bedreigden. De kruistocht werd een fiasco: Jan werd gevangengenomen op 25 september, en de hertog van Bourgondië moest losgeld neertellen om zijn zoon weer vrij te krijgen. De Turken meenden zelfs dat zij de “zoon van de koning van Vlaanderen” gegijzeld hielden. Filips probeerde op verscheidene manieren zijn gezag nog uit te breiden naar de aangrenzende gewesten. In 1385, tijdens het Dubbelhuwelijk van Kamerijk, werd het huwelijk gesloten van zijn kinderen Margaretha en Jan met respectievelijk graaf Willem VI van Holland en Margaretha van Beieren, die de kinderen waren van Albrecht van Beieren (1389-1404), graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen. In 1390 wist hij bovendien de kinderloze hertogin Johanna van Brabant (1355-1406) ertoe te bewegen het hertogdom Brabant en Limburg af te staan aan haar nicht (en Filips echtgenote) Margaretha van Male. De Staten van Brabant namen met deze overeenkomst geen genoegen, maar moesten uiteindelijk wel aanvaarden dat Filips' tweede zoon Anton van Bourgondië als opvolger van Johanna werd aangesteld. In hetzelfde jaar kocht Filips ook nog het graafschap Charolais. Een tweede kans om zich met het koninklijke gezag te Parijs te gaan bemoeien kreeg hij onverwacht in 1392, vier jaar later, toen koning Karel VI ten prooi viel aan een geestesziekte. Wederom nam Filips de Stoute het regentschap over Frankrijk op zich. Intussen zorgde hij er voor, in zijn hoedanigheid van graaf van Vlaanderen, dat hij Engeland, dat nog altijd met Frankrijk in de Honderdjarige Oorlog verwikkeld was, niet al te zeer van zich vervreemdde. Vlaanderen was met zijn wolproductie economisch erg afhankelijk van Engeland. In 1396 wist Filips een overeenkomst te sluiten waarbij vrij handelsverkeer tussen Engeland en Vlaanderen werd toegestaan. Binnen zijn eigen gewesten liet Filips de plaatselijke bestuursinstellingen bestaan - dit tot grote vreugde van de Vlaamse steden - maar maakte ze ondergeschikt aan door hem ingestelde, centrale regeringsorganen. In 1385 benoemde hij voor het dagelijks bestuur over zijn gebieden een kanselier, Johannes Canard (ca. 1350-1407), die werd bijgestaan door een hofraad. Kanselier Canard bleef in functie tot 1405 en fungeerde als Filips' rechterhand. In 1386 richtte de hertog van Bourgondië in Rijsel (voor de noordelijke gebieden) en in Dijon (voor de zuidelijke gebieden) een Rekenkamer in voor de financiële administratie, evenals een Raadkamer, een soort hof van beroep dat vonnissen van de plaatselijke rechtbanken kon vernietigen. Intussen werd Filips de Stoute, hertog van Bourgondië, een dagje ouder. Zijn opvolging was verzekerd en zijn persoonlijk bezit voortdurend gegroeid. In het besef dat zijn taak in het ondermaanse spoedig ten einde zou lopen, begon hij schikkingen te treffen voor zijn begrafenis. In 1383 gebood hij de bouw van het Kartuizersklooster van Champmol (bij Dijon), waar hij een koninklijk mausoleum voor zichzelf en zijn geslacht voorzag. Dit schitterende geheel werd door de beste kunstenaars uit die tijd gerealiseerd. In Brussel was ook zijn tante, hertogin Johanna van Brabant, een oude vrouw geworden. Zij verzocht haar erfgenaam Anton onverwijld naar Brabant af te reizen om de laatste administratieve formaliteiten voor haar opvolging te regelen. Filips de Stoute wilde persoonlijk assisteren en vertrok samen met zijn drie zonen naar Brussel, waar ze aankwamen op 16 april 1404. Nog dezelfde avond organiseerde de hertog een “Bourgondisch” feestmaal waarop alle edellieden van de Nederlanden waren uitgenodigd. Een kwalijke griep woedde echter in Brabant en ook de vermoeide Filips de Stoute raakte besmet. De hertog voelde zich verzwakken en wilde zo snel mogelijk vertrekken: als hij toch moet sterven, dan liever in Dijon. Een reiswagen met ligbed werd klaargemaakt en op zaterdag 26 april vertrok het gezelschap uit Brussel. Boeren uit de buurt werkten de hele nacht door om zo veel mogelijk hindernissen uit de weg te ruimen voor de zieke hertog. Filips moest uiteraard voorbij Halle, waar hij het vermaarde Mariabeeld voor het herstel van zijn gezondheid wilde aanbidden. Maar zijn toestand ging snel achteruit en in de ochtend van zondag 27 april gaf hij de geest. Justus Lipsius schreef, zonder bronvermelding, dat hij stierf “in de Burcht, waar hij ook vroeger meer dan eens had verbleven”, maar voegde er volledigheidshalve ook aan toe dat hij bij de kroniekschrijver Jean Froissart vond dat het in de herberg “Het Hert” gebeurde, vlak tegenover de kerk. Het plotse overlijden van Filips de Stoute bracht het reisgezelschap enigszins in verlegenheid. De hertog bleek namelijk niet genoeg geld bij zich te hebben om de lopende onkosten te betalen. Zijn zonen moesten tafelzilver verpanden en zijn weduwe Margareta legde beschaamd haar beurs, sleutelbos en gordel neer op de lijkkist, een symbolisch gebaar waarmee zij afstand deed van haar rechten op zijn aardse bezittingen. De Halse middenstanders verkozen wijselijk eieren voor hun geld. Uiteindelijk waren de kartuizers van Herne bereid een habijt te bezorgen, waarin Filips begraven wenste te worden. Na zijn dood werd zijn lichaam naar Brussel overgebracht waar men zijn lichaam gedurende enkele weken voorbereidde en het balsemde. Vervolgens werd het lichaam van Filips de Stoute, stichter van de Bourgondische Valois dynastie en een van de machtigste vorsten van Frankrijk, begraven in de crypte van het kartuizersklooster van Champmol. Tot de Franse Revolutie zou hij daar rusten in de weelderige tombe die hij had besteld bij Claus Sluter, tot heden gerekend tot een der mooiste verwezenlijkingen van de Bourgondische kunst. Zijn gebalsemde hart werd bijgezet in de Basiliek van Saint-Denis bij Parijs en zijn ingewanden werden begraven in de crypte van de Sint-Martinusbasiliek te Halle. Sinds 1827 is het praalgraf overgebracht naar het Paleis van de hertogen van Bourgondië, waar het Museum voor Schone Kunsten huist.

Philips huwde zijn achter-achternicht, Margaretha van Male.


Hieronder Lodewijk van Anjou, ook belangrijk uit de tijd van Azincourt. Hij zelf miste die slag door ziekte.



GRAAF LODEWIJK VAN ANJOU II (Koos' 5 maal achter-neef, 17 gen. verwijderd) werd geboren op 5 september 1377, in Toulouse, Languedoc, Haute-Garonne, France, als kind van Lodewijk van Anjou II en Maria van Blois. Hij is gestorven op 29 april 1417, 39 jaar oud, in Anges.

Lodewijk II van Anjou (Toulouse, 5 oktober 1377 — Angers, 29 april 1417) was van 1384 tot aan zijn dood hertog van Anjou en graaf van Provence, Piëmont en Maine, van 1384 tot 1389 en van 1399 tot aan zijn dood titulair koning van Napels en van 1389 tot 1399 tegenkoning van Napels. Hij behoorde tot het huis Anjou. Lodewijk II was de zoon van hertog Lodewijk I van Anjou en Maria van Blois, dochter van hertogen Karel en Johanna van Bretagne. Na het overlijden van zijn vader in 1384 werd hij hertog van Anjou en graaf van Provence, Piëmont en Maine en werd hij ook titulair koning van Napels, het koninkrijk dat in handen was van zijn rivaal Karel III van Durazzo. Na de dood van zijn vader revolteerden vele steden in de Provence. Zijn moeder stuurde daarop een leger en reisde van stad naar stad om steun te winnen voor haar zoon. Uiteindelijk werd hij in 1387 erkend als graaf van Provence. In 1409 stichtte hij in Aix-en-Provence een universiteit. In 1386 stierf Karel III van Durazzo. Hij werd als koning van Napels opgevolgd door zijn minderjarige zoon Ladislaus, die al snel uit Napels werd verdreven. Op 1 november 1389 werd Lodewijk II in Avignon door tegenpaus Clemens VII tot koning van Napels gekroond en in 1390 nam hij bezit van Napels. In 1399 kon zijn rivaal Ladislaus hem uit Napels verdrijven. In 1409 bevrijdde Lodewijk Rome van Ladislaus' bezetting. In 1410 viel hij als bondgenoot van tegenpaus Johannes XXIII Ladislaus aan en in 1411 versloeg hij hem in de Slag bij Roccasecca. Lodewijk verloor echter zijn steun in Napels en diende zich terug te trekken. Hij bleef het koninkrijk Napels wel claimen tot aan zijn dood. In 1400 huwde Lodewijk II in Arles met zijn nicht Yolande (1384-1443), dochter van koning Johan I van Aragón. Dit gaf hem de mogelijkheid om de troon van Aragón in Yolandes recht te bemachtigen. Aanvankelijk verloofde hij zijn zoon Lodewijk III met Catharina, dochter van hertog Jan zonder Vrees van Bourgondië. Toen Jan zonder Vrees in 1413 de Opstand van de Cabochiens opzette tegen de Franse dauphin Lodewijk van Guyenne, verbrak Lodewijk de verloving en vervoegde hij zich bij de Armagnacs, de tegenstanders van Jan zonder Vrees. Dit veroorzaakte grote vijandigheid van de hertog van Bourgondië. In 1415 was Lodewijk door een blaasinfectie niet aanwezig bij de Slag bij Azincourt tussen Frankrijk en Engeland. Na de overweldigende Engelse overwinning ontvluchtte hij Parijs en vervoegde hij zijn echtgenote en kinderen in Angers. In april 1417 stierf hij op 39-jarige leeftijd in het Kasteel van Angers, waar hij tevens werd begraven.

Lodewijk en Yolande hadden vijf kinderen die hun jeugd overleefden: 

Lodewijk III (1403-1434), hertog van Anjou

Maria (1404-1463), huwde in 1422 met koning Karel VII van Frankrijk

René (1409-1480), hertog van Anjou en koning van Napels

Yolande (1412-1440), huwde in 1428 met hertog Filips I van Brabant en in 1431 met hertog Frans I van Bretagne

Karel IV (1414-1472), graaf van Maine.

Lodewijk huwde zijn nicht, 1 gen. verwijderd, Yolande van Aragon ongeveer 15 jaar oud, in 1400. 



Catheterina van Valois, de vrouw van Hendrik V, geregeld na de slag bij azincourt



CATHERINA VAN VALOIS (Koos' 6 maal achter-nicht, 19 gen. verwijderd) werd geboren op 27 oktober 1401, in Parijs, Île-de-France, Frankrijk, als kind van Karel van Frankrijk VI en Isabella van Beieren. Zij is gestorven op 3 januari 1437, 35 jaar oud, in London, England.

Catherina had twee geregistreerde relaties. Zij huwde met Hendrik van Engeland V (haar achter-achterneef, 1 gen. verwijderd,). Zij werd ook een partner van Owen Tudor.

Catharina van Valois (Parijs, 27 oktober 1401 — Londen, 3 januari 1437) was de dochter van Karel VI van Frankrijk. In 1420 werd ze uitgehuwelijkt aan Hendrik V van Engeland als gevolg van het Verdrag van Troyes, een regeling na de Slag bij Azincourt (1415). Na de plotselinge dood van Hendrik V in 1422 werd Catharina verbannen uit het hof. De regenten hielden haar weg van haar negen maanden oude zoontje, die als Hendrik VI zijn vader was opgevolgd. Ze troostte zich bij Owen Tudor, een Welshe hofmeester die later de stichter van het huis Tudor zou gaan worden. Hoewel Catharina officieel verboden werd om opnieuw te trouwen was de Engelse overheid niet geïnteresseerd in het opleggen van deze regel aan haar en waarschijnlijk is ze in het geheim getrouwd met Owen Tudor, van wie ze minstens vier kinderen kreeg. Hun dochter stierf jong en zoon Owen werd monnik. De andere twee zonen, Edmund en Jasper Tudor, zouden een grote rol spelen in de toekomst van de Engelse monarchie. Catherine stierf, 35 jaar oud, in het kraambed op 3 januari 1437 in Londen, en werd begraven in de abdij van Westminster. Haar man Owen Tudor leefde tot in 1461, toen hij werd geëxecuteerd door de Yorkisten na de Slag van Mortimer's Cross. Hun zoon Edmund zou de vader van de toekomstige koning Hendrik VII van Engeland worden.


Hieronder de gesneuvelden bij de slag om Azincourt



SEIGNEUR ANSEAU DE CANTELEU (Koos' Edelvader) werd geboren tussen 9 januari 1360 en 8 januari 1371 als kind van Mathieu De Canteleu en Jeanne de Canteleu, zoals getoond in stamboom 88. Anseau werd „Agnieulx” genoemd. Anseau werd Ecuyer (stalmeester) seigneur de Warlincourt. Hij is gestorven (Gesneuveld) op 25 oktober 1415, ongeveer 49 jaar oud, in Azincourt, Pas-de-Calais, Nord-Pas-de-Calais, France. Anseau werd begraven in Doullens, FR.

Anseau De Canteleu werd geboren in een periode van langdurige conflicten die bekend staat als de Honderdjarige Oorlog (1337-1453), waarin Engeland en Frankrijk streden om de suprematie over Franse gebieden. Zijn geboorte, tussen 9 januari 1360 en 8 januari 1371, viel samen met fasen van relatieve vrede na het Verdrag van Brétigny in 1360. Dit verdrag werd echter al snel ontrafeld, wat leidde tot voortdurende vijandelijkheden. Het sociale weefsel van Frankrijk tijdens zijn vroege jaren zou gekenmerkt zijn geweest door militaire mobilisatie, feodale verplichtingen en de ridderlijke code die adel en oorlogvoering definieerde.

Als lid van de kleine adel positioneerde Anseau's familieachtergrond hem binnen de complexe web-offeudale relaties. Zijn vader Mathieu en moeder Jeanne maakten deel uit van een samenleving waarin grondbezit status en macht verleende. Als schildknaap en later Seigneur de Warlincourt zou Anseau zijn opgeleid in krijgsvaardigheden, landgoedbeheer en ridderdeugden, waardoor hij werd voorbereid op zijn rol in de voortdurende oorlog en het lokale bestuur.

Anseau trouwde rond het einde van de 14e eeuw met Jeanne Du Fe, een tijd waarin dynastieke huwelijken de allianties versterkten en territoriale aanspraken veiligstelden. Hun zoon Pierre, geboren in 1393, arriveerde in een tijd waarin Frankrijk te maken kreeg met interne conflicten en externe bedreigingen, onder meer vanuit Engeland en Bourgondië. Deze periode was ook getuige van de geleidelijke verschuiving van traditionele feodale heffingen naar meer geprofessionaliseerde legers.

Anseau's leven bereikte zijn hoogtepunt tijdens de Slag bij Agincourt op 25 oktober 1415, een van de belangrijkste Engelse overwinningen in de Honderdjarige Oorlog. De strijd werd gekenmerkt door het verwoestende gebruik van de Engelse handboog tegen Franse ridders, wat een transformatie in de middeleeuwse oorlogsvoering betekende. Anseau, vechtend voor de Fransen, viel op deze dag, als gevolg van de hoge oorlogskosten die werden gedragen door de adel die hun troepen de strijd in leidde. Zijn dood op 55-jarige leeftijd vond plaats te midden van een conflict dat decennialang de Europese geschiedenis zou blijven bepalen.


VISCOUNT OF AMIENS BOUDEWIJN DE AILLY (Koos' Achterneef, 18 gen. verwijderd) werd geboren in 1355, in Ailly-le-Haut-Clocher, Somme, Hauts-de-France, France, als kind van Robert DE AILLY III en Marguerite de Picquigny. Hij is gestorven (gesneuveld tijdens de slag om Azincourt) op 25 oktober 1415, ongeveer 60 jaar oud, in Azincourt, Pas De Calais, Nord-Pas De Calais, France. Chambellan du Roi, Conseiller du Duc de Bourgogne et du Roi Charles VI.

Boudewijn huwde zijn achter-achter-achternicht, 1 gen. verwijderd, Jeanne DE RAINEVAL, in 1387. Zij kregen twee kinderen:

Raoul DE AILLY III in 1385

Jeanne de Ailly


AUGUSTIN DE THEROUANNE (Koos' 4 maal achter-neef, 15 gen. verwijderd) werd geboren in 1379, in Thérouanne, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France, als kind van Enguerrand DE THEROUANNE en Beatrice DE WISSOCQ. Hij is gestorven op 25 oktober 1415, ongeveer 36 jaar oud, in Azincourt, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France.

Chevalier Seigneur de thérouanne et de Dohem.

Augustin huwde zijn achter-achter-achternicht, Blandine de THEROUANNE.


ROBERT DE BELLOY (Koos' Neef, 16 gen. verwijderd) werd geboren in 1370, in - Belloy-sur-Somme, als kind van Arnulphe de BELLOY en Edith DE DOMART. Robert werd ecuyer, sieur de belloy st léonard, yvrench et vieulaines. Hij is gestorven op 3 november 1415, ongeveer 45 jaar oud, in azincourt,  Pas-de-Calais.


BAUDOIN DE ROLLANCOURT III (Koos' Achterneef, 16 gen. verwijderd) werd geboren in 1378, in Rollancourt, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France, als kind van Pierre de Rollancourt en Marie Jeanne De Rollancourt. Hij is gestorven op 3 november 1415, ongeveer 37 jaar oud, in Azincourt, Pas-de-Calais, Hauts-de-France, France.

Escuyer, Sgr de Rollancourt, Chevalier (1405).


ALEAUME DE GAPENNES (Koos' Achter-achterneef, 16 gen. verwijderd) werd geboren in 1364, in Gapennes, Somme, Hauts-De-France, France, als kind van Guillaume de Gapennes II en Helene de GAPENNES. Hij is gestorven op 3 november 1415, ongeveer 51 jaar oud, in Azincourt, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France.

Aleaume huwde zijn achter-achter-achternicht, 1 gen. verwijderd, Madeleine De Gapennes


GERARD DE RECOURT (Koos' Achter-achterneef, 16 gen. verwijderd) werd geboren in 1355, in Récourt, Pas-de-Calais, France, als kind van Francois de Recourt en Beatrice-Eleonore de RECOURT. Hij is gestorven op 25 oktober 1415, ongeveer 60 jaar oud, in Azincourt, Pas-de-Calais, France.

 Titel: Seigneur de Sarton, de Barastre, de Recourt, de la Comté et de Camblain, Châtelain de Lens.

gerard huwde zijn achter-achternicht, 1 gen. verwijderd, Françoise Marguerite de Recourt.


HENRI DE FEBVIN (Koos' Achter-achter-achterneef, 16 gen. verwijderd) werd geboren in 1371 als kind van Achille DE FEBVIN. Hij is gestorven (slag bij Azincourt) op 11 november 1415, ongeveer 44 jaar oud, in Azincourt, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France.


ANTHOINE DE THEROUANNE (Koos' Achter-achter-achterneef, 16 gen. verwijderd) werd geboren in 1361, in Thérouanne, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France, als kind van Alexandre DE THEROUANNE en Clotilde DE SELLES. Hij is gestorven na 3 november 1415, ouder dan 54 jaar, in Azincourt, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France. Escuyer ,Seigneur de Thérouanne ,de Delettes et de Dohem.


PHILIPPE DE AUXY (Koos' 4 maal achter-neef, 16 gen. verwijderd) werd geboren in 1389, in Auxi-Le-Chateau, France, als kind van David de Auxy en Marguerite DE LA TREMOILLE. Hij is gestorven (gesneuveld bij de slag om Azincourt) op 3 november 1415, ongeveer 26 jaar oud, in Azincourt, Nord-Pas-De-Calais, France. Escuyer , Sire d'Auxy, Sgr de Dampierre et d'Escouys , Bailli d'Amiens, Chambellan du Roy.


ANTON VAN BOURGONDIË (Koos' 5 maal achter-neef, 16 gen. verwijderd) werd geboren in augustus 1384 als kind van Philips van Bourgondië II en Margaretha van Male. Hij is gestorven op 25 oktober 1415, 31 jaar oud, in Azincourt, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France.

Anton huwde zijn achter-achter-achternicht, 1 gen. verwijderd, Johanna van St Pol.


GRAAF PHILIP VAN NEVERS (Koos' 5 maal achter-neef, 16 gen. verwijderd) werd geboren in oktober 1389, in Villaines En Duesmois, als kind van Philips van Bourgondië II en Margaretha van Male. Hij is gestorven (In oorlog, slag van Azincourt) op 25 oktober 1415, 26 jaar oud, in Azincourt, Pas-de-Calais, Nord-Pas-de-Calais, France.

Philip huwde 2 maal. Hij huwde met Isabella van Coucy (zijn achter-achternicht, 1 gen. verwijderd,) en Bonne van Artesie (zijn nicht, 1 gen. verwijderd,).

Filips van Nevers (oktober 1389, Villaines-en-Duesmois – 25 oktober 1415, Slag bij Azincourt), vanaf 1404 graaf van Nevers en vanaf 1406 graaf van Rethel, was de jongste zoon van Filips de Stoute, hertog van Bourgondië, en Margaretha van Male, gravin van Vlaanderen, Nevers en Rethel. Als jongste zoon had Filips weinig uitzicht op een eigen leen, maar in 1404 kreeg hij van zijn oudste broer Jan zonder Vrees, toen deze hun vader opvolgde als hertog van Bourgondië, het graafschap Nevers als apanage, en twee jaar later (1406) schonk ook zijn broer Anton hem zijn graafschap Rethel, toen deze hertog van Brabant werd. Hij zou zijn broer Jan zonder Vrees steunen in zijn conflict met Lodewijk I van Orléans, maar weigeren deel te nemen aan de onderhandelingen met Hendrik V van Engeland.[2] Hij nam op 25 oktober 1415 aan het hoofd van 1200 van zijn mannen deel aan de Slag bij Azincourt, waarin hij zou sneuvelen. Zijn lichaam, dat provisoir werd begraven in de kathedraal van Thérouanne, werd nadien overgebracht naar de Cisterciënzerabdijkerk van Notre-Dame d'Élan, gelegen in het graafschap Rethel Filips zou op 9 april 1409 te Soissons met Isabella van Coucy, hertogin van Soissons (-1411), trouwen, dochter van Engelram VII van Coucy, graaf van Soissons, en Isabella van Lotharingen, met wie hij twee jonggestorven kinderen had: 

Filips, geboren in 1410 en gestorven tussen 1411 en 1415

Margaretha, geboren in 1411 en gestorven tussen 1411 en 1412

Hij hertrouwde op 20 juni 1413 in Beaumont-en-Artois met Bonne van Artesië (1396-1425) en had bij haar twee zonen: 

Karel (1414-1464), graaf van Nevers en RethelJan (1415-1491), graaf van Étampes, Nevers, Rethel en Eu.

Jan van Bourgondië in 1415


FRANCOIS DE BERNAVILLE (Koos' Edelvader) werd geboren rond 1371, in Bernaville, Somme, Picardie, France, als kind van Hugues de Bernaville III en Beatrice de Picquigny, zoals getoond in stamboom 90. Francois werd Escuyer, Sgr de Bernaville et de Fienvillers, Chevalier Adobé en 1396. Hij is gestorven (In oorlog) rond 1415, 44 jaren oud, in Azincourt, Pas-de-Calais, France.


FRANCOIS DE RECOURT (Koos' Achterneef, 17 gen. verwijderd) werd geboren rond 1338, in Récourt, Pas-de-Calais, France, als kind van Jean de Recourt en Marguerite de BRIMEU. Francois werd Chevalier, seigneur de Recourt, de La Comté et de Camblain, chatelain de Lens, Marquis de Licques. Hij is gestorven (gesneuveld) op 25 oktober 1415, ongeveer 77 jaar oud, in Azincourt, 62069, Pas-de-Calais, Nord-Pas-de-Calais, France.

Francois huwde zijn 5 maal achter-nicht, 2 gen. verwijderd, Beatrice-Eleonore de RECOURT.


WALLERAND DE BOFFLES (Koos' Achter-achterneef, 17 gen. verwijderd) werd geboren in 1358, in Boffles, Pas-de-Calais, France, als kind van Wauthier de BOFFLES en Alice DE DOMQUEUR. Hij is gestorven op 3 november 1415, ongeveer 57 jaar oud, in Azincourt, Pas-de-Calais, Nord-Pas-de-Calais, France.

Wallerand huwde zijn achter-achter-achternicht, Berthe de BOFFLES.


WALERAN DE RAINEVAL (Koos' Achter-achter-achterneef, 17 gen. verwijderd) werd geboren tussen 1355 en 1360, in France, als kind van Raoul de Raineval II en Philipotte de Luxembourg. Hij is gestorven op 25 oktober 1415, ongeveer 57 jaar oud, in Azincourt, Pas-de-Calais, Nord-Pas-de-Calais, France.


JEAN DE RAINEVAL (Koos' Achter-achter-achterneef, 17 gen. verwijderd) werd geboren als kind van Raoul de Raineval II en Marguerite de Picquigny. Hij is gestorven op 25 oktober 1415 in Azincourt, Pas-de-Calais, Nord-Pas-de-Calais, France.


AUBERT DE RAINEVAL (Koos' Achter-achter-achterneef, 17 gen. verwijderd) werd geboren als kind van Raoul de Raineval II en Marguerite de Picquigny. Hij is gestorven op 25 oktober 1415 in Azincourt, Pas-de-Calais, Nord-Pas-de-Calais, France.

DAVID DE AUXY (Koos' Achter-achter-achterneef, 17 gen. verwijderd) werd geboren in 1357, in Auxi-Le-Chateau, France, als kind van Jean de Auxy III en Catherine DE MELUN. Hij is gestorven (gesneuveld tijdens de slag om Azincourt) op 25 oktober 1415, ongeveer 58 jaar oud, in Azincourt, Pas-de-Calais, France.


WALLES TRISTAN DE SENLIS-EN-ARTOIS (Koos' Achter-achter-achterneef, 17 gen. verwijderd) werd geboren in 1370, in Senlis, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France, als kind van Hector DE SENLIS EN ARTOIS en Jossine de Grigny. Gestorven op 3 november 1415, ongeveer 45 jaar oud, in Azincourt, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France. Seigneur de Senlis en Artois et de Verchin.

Walles huwde zijn 6 maal achter-nicht, Jacquemine DE WISSOCQ.


JEHAN DE GRIGNY (Koos' Achter-achter-achterneef, 17 gen. verwijderd) werd geboren in 1391, in Grigny, France, als kind van Charles DE GRIGNY en Louise DE BOUFFLERS. Hij is gestorven in 1431, ongeveer 40 jaar oud.

Deelgenomen aan de slag bij Azincourt met zijn broers

Jehan was de vader van een dochter:

Jehanne DE GRIGNY in 1419


MATHIEU DE HUMIERES IV (Koos' 4 maal achter-neef, 17 gen. verwijderd) werd geboren in 1375, in Humières, Pas-de-Calais, Nord-Pas-de-Calais, France, als kind van Philippe de Humieres en Jeanne de HUMIERES. Mathieu werd Escuyer, Sire d'Humières, Chevalier à titre posthume (12/1415). Hij is gestorven op 25 oktober 1415, ongeveer 40 jaar oud, in Azincourt, Nord-Pas-de-Calais, France.


EDOUARD VAN BAR III (Koos' 5 maal achter-neef, 17 gen. verwijderd) werd geboren in juni 1377, in Bar, France, als kind van Robert van Bar I en Maria van Frankrijk. Edouard werd Duke of Bar. Hij is gestorven op 25 oktober 1415, 38 jaar oud, in bataille d'Azincourt, Azincourt, Nord-Pas-de-Calais, France.

JEAN VAN BAR (Koos' 5 maal achter-neef, 17 gen. verwijderd) werd geboren in 1380, in Of Bar-Le-Duc, France, als kind van Robert van Bar I en Maria van Frankrijk. Jean werd Seigneur de Puisaye. Hij is gestorven op 25 oktober 1415, ongeveer 35 jaar oud, in Azincourt, France.


PIERRE DE HAVERSKERQUE II (Koos' Neef, 18 gen. verwijderd) werd geboren in 1350 als kind van Pierre de HAVERSKERQUE en Jehanne de Haverskerque. Pierre werd „Turkey” genoemd. Hij is gestorven (gesneuveld tijdens de slag bij Azincourt) op 25 oktober 1415, ongeveer 65 jaar oud, in Azincourt, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France. Chambellan le Louis d'Orléans & de Charles V.

Pierre huwde zijn achternicht, 1 gen. verwijderd, Jeanne DE LALAING


JACQUES DE AILLY (Koos' Achterneef, 18 gen. verwijderd) werd geboren in 1351, in Ailly-Le-Haut-Clocher, Somme, Hauts-De-France, France, als kind van Robert DE AILLY III en Marguerite de Picquigny. Hij is gestorven in 1415, in Azincourt, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France.

Seigneur Baron de Picquigny; Seigneur de Varennes; Vidame d'Amiens; Vicomte de Fauquembergues du chef de son epouse; Chambellan du Roi.


ENGUERAND DE AUXY (Koos' Achter-achterneef, 18 gen. verwijderd) werd geboren in 1345 als kind van Hugues DE AUXY en Isabelle DE MARIGNY. Hij is gestorven (gesneuveld tijdens de slag bij Azincourt) op 25 oktober 1415, ongeveer 70 jaar oud, in Azincourt, Nord-Pas-De-Calais, France. Sgr de Dompierre de Tortefontaine et du Ponchel.


ROBERT DE WAVRIN VI (Koos' Achter-achterneef, 18 gen. verwijderd) werd geboren in 1380 als kind van Robert de Wavrin V en Marguerite van Vlaanderen. Hij is gestorven op 25 november 1415, ongeveer 35 jaar oud, in Bataille d'Azincourt, Azincourt, Pas-de-Calais, Nord-Pas-de-Calais, France.


RENANT CREQUY (Koos' Achter-achter-achterneef, 18 gen. verwijderd) werd geboren in 1369, in Créquy, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France, als kind van Johan van Crequy III en Jeanne DE HAVERSKERQUE. Hij is gestorven (gesneuveld tijdens de slag bij Azincourt) op 25 oktober 1415, ongeveer 46 jaar oud, in Azincourt, Nord-Pas-De-Calais, France.

ESCUYER, SIRE DE CREQUY, SEIGNEUR DE CONTES, ADOUBE CHEVALIER EN 1396.


JOHAN VAN CREQUY IV (Koos' Achter-achter-achterneef, 18 gen. verwijderd) werd geboren in 1370, in Fressin, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France, als kind van Johan van Crequy III en Jeanne DE HAVERSKERQUE. Hij is gestorven (gesneuveld bij de slag van Azincourt) op 25 oktober 1415, ongeveer 45 jaar oud, in Azincourt, Pas De Calais, Nord-Pas De Calais, France.

Seigneur de Créquy, de Canaples et de Fressin, Chambellan du roi Charles VI.

Johan huwde zijn achter-achter-achternicht, 1 gen. verwijderd, Johanna van Roye. Zij kregen een dochter:

Johanna van Crequy


ANDRIEU DE CREQUY (Koos' Achter-achter-achterneef, 18 gen. verwijderd) werd geboren in 1376 als kind van Johan

 an Crequy III en Jeanne DE HAVERSKERQUE. Hij is gestorven (gesneuveld tijdens de slag bij Azincourt) op 25 oktober 1415, ongeveer 39 jaar oud, in Azincourt, Nord-Pas-De-Calais, France. Escuyer, Seigneur de Créquy.


JEAN DE ACHEUX-EN-AMIENOIS III (Koos' Achter-achter-achterneef, 18 gen. verwijderd) werd geboren in 1359, in Acheux-En-Amiénois, Somme, Hauts-De-France, France, als kind van Jean de Acheux-en-Amienois II en Marguerite de Acheux-en-Amienois. Hij is gestorven op 3 november 1415, ongeveer 56 jaar oud, in Azincourt, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France.


HENRI DE ACHEUX-EN-AMIENOIS III (Koos' Achter-achter-achterneef, 18 gen. verwijderd) werd geboren in 1362, in Acheux-En-Amiénois, Somme, Hauts-De-France, France, als kind van Jean de Acheux-en-Amienois II en Marguerite de Acheux-en-Amienois. Hij is gestorven op 7 november 1415, ongeveer 53 jaar oud, in Azincourt, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France.


CHARLES DE ACHEUX-EN-AMIÈNOIS (Koos' Achter-achter-achterneef, 18 gen. verwijderd) werd geboren in 1366, in Acheux-En-Amiénois, Somme, Hauts-De-France, France, als kind van Jean de Acheux-en-Amienois II en Marguerite de Acheux-en-Amienois. Hij is gestorven op 3 november 1415, ongeveer 49 jaar oud, in Azincourt, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France.


PHILIPPE DE HUMIERES (Koos' Achter-achter-achterneef, 18 gen. verwijderd) werd geboren rond 1365, in Humières, Nord-Pas-de-Calais, France, als kind van Mathieu de HUMIERES III en Jeanne De AZINCOURT. Philippe werd Escuyer,  Seigneur d' Humières. Hij is gestorven op 25 oktober 1415, ongeveer 50 jaar oud, in Battle of Agincourt, Azincourt, Pas de Calais, Nord Pas de Calais, France.


ALEAUME DE BOUFFLERS II (Koos' Achter-achter-achterneef, 18 gen. verwijderd) werd geboren in 1361, in Boufflers, France, als kind van Jehan DE BOUFFLERS en Catherine DE BOUBERS. Hij is gestorven op 25 oktober 1415, ongeveer 54 jaar oud, in Azincourt, Nord-Pas-de-Calais, France.

Chevalier, Seigneur de Boufflers, de Canteraine et de Brailly.

Aleaume huwde zijn achter-achter-achternicht, Catherine de BOUFFLERS ongeveer 14 jaar oud, op 29 mei 1397 in Bernieulles, Pas-De-Calais, France. Zij kregen vijf kinderen:

Nicaise DE BOUFFLERS in 1398

Philippe DE BOUFFLERS in 1399

Pierre de BOUFFLERS in 1404

Beatrix de SAINS in 1405

Jeanne de BLINGEL in 1408


ENGUERRAND DE BOUFFLERS (Koos' Achter-achter-achterneef, 18 gen. verwijderd) werd geboren in 1367 als kind van Jehan DE BOUFFLERS en Catherine DE BOUBERS. Hij is gestorven op 25 oktober 1415, ongeveer 48 jaar oud, in Azincourt, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France.


MICHEL VAN BELLE (Koos' 5 maal achter-neef, 18 gen. verwijderd) werd geboren in 1379, in Bailleul, Nord, Hauts-De-France, France, als kind van Michel van Belle en Jeanne de Beaufort. Hij is gestorven op 21 november 1415, ongeveer 36 jaar oud, in Azincourt, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France.

Michel huwde zijn achter-achternicht, 2 gen. verwijderd, Gersende DE AUBIGNY EN ARTOIS.


GRAAF JOHN VAN ALENCON I (Koos' 7 maal achter-neef, 18 gen. verwijderd) werd geboren in 1385 als kind van Peter van Alencon II en Marie van Chamaillard. John werd hertog van Alençon. Hij is gestorven (gesneuveld bij de slag bij Azincourt) op 25 oktober 1415, ongeveer 30 jaar oud, in Azincourt, Pas De Calais, Nord-Pas De Calais, France.

John huwde zijn achter-achternicht, 2 gen. verwijderd, Marie van Bretagne. Zij kregen een zoon:

Jean de Valois in 1409


JAN VAN BREDERODE (Koos' 8 maal achter-neef, 18 gen. verwijderd) werd geboren in 1372 als kind van Reinoud van Brederode I en Jolanda van Gennep van der Eem. Hij is gestorven op 25 oktober 1415, ongeveer 43 jaar oud, in Azincourt, Pas-de-Calais, France.

Jan huwde zijn 4 maal achter-nicht, Johanna Brederode


ROBERT DE WAVRIN V (Koos' Achterneef, 19 gen. verwijderd) werd geboren rond 1355 als kind van Robert de Wavrin en Marie de WAVRIN. Hij is gestorven (gesneuveld tijdens de slag bijn Azincourt) op 25 oktober 1415, ongeveer 60 jaar oud, in Bataille d'Azincourt, Azincourt, Pas-de-Calais, Nord-Pas-de-Calais, France.

Robert huwde 2 maal. Hij huwde met Jeanne de Gaucourt en Marguerite van Vlaanderen.


OTHON DE WIGNACOURT I (Koos' Achter-achterneef, 19 gen. verwijderd) werd geboren in 1355, in Vignacourt, Somme, Picardie, France, als kind van Jean DE WIGNACOURT II en Yolande DE PICQUIGNY. Hij is gestorven op 25 oktober 1415, ongeveer 60 jaar oud, in Azincourt, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France. Seigneur de Ligny - Escuyer, Seigneur de Wignacourt, Chevalier (11/1415).


MATHIEU DE HUMIERES III (Koos' Achter-achterneef, 19 gen. verwijderd) werd geboren in 1339, in Humières, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France, als kind van Mathieu DE HUMIERES II en Jeanne de HUMIERES. Mathieu werd Chevalier, Seigneur d' Humières en de Villeman. Hij is gestorven op 25 oktober 1415, ongeveer 76 jaar oud, in Azincourt, Nord-Pas-De-Calais, France.

Mathieu huwde zijn achter-achter-achternicht, 1 gen. verwijderd, Jeanne De AZINCOURT.

JEAN DE HUMIERES (Koos' Achter-achterneef, 19 gen. verwijderd) werd geboren als kind van Mathieu DE HUMIERES II en Jeanne de HUMIERES. Hij is gestorven op 25 oktober 1415 in Azincourt, Nord-Pas-De-Calais, France.


JEAN DE LA VIEFVILLE (Koos' 4 maal achter-neef, 19 gen. verwijderd) werd geboren in 1380 als kind van Sohier DE LA VIEFVILLE en Jeanne DE MOREUIL. Hij is gestorven in 1415, ongeveer 35 jaar oud, in Azincourt, Pas-de-Calais, Nord-Pas-de-Calais, Fran.


SIMON VAN HALEWIJN (Koos' Echtgenoot van 4 maal achter-nicht, 19 gen. verwijderd, ) werd geboren rond 1351, in Wambrechies, Nord, Hauts-De-France, France, als kind van Roland VAN HALEWIJN en Margaretha VAN BRUGGE. Hij is gestorven (gesneuveld) rond 25 oktober 1415, ongeveer 64 jaar oud, in Azincourt, Pas-de-Calais, Nord-Pas-de-Calais, Fran.

Simon VAN HALEWIJN, ongeveer 28 jaar oud, huwde Alixe van Belle2417, ongeveer 15 jaar oud, in 1379. Zij kregen een zoon:

Jehan van Halewijn II in 1380


WALLERAND VAN BELLE (Koos' 4 maal achter-neef, 19 gen. verwijderd) werd geboren rond 1366, in Bailleul, Nord, Hauts-De-France, France, als kind van Wauthier van Belle en Margaretha van Halewijn. Hij is gestorven op 3 november 1415, ongeveer 49 jaar oud, in Azincourt, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France.


RICHARD DE AUBIGNY EN ARTOIS (Koos' 4 maal achter-neef, 19 gen. verwijderd) werd geboren in 1377, in Aubigny-En-Artois, Pas De Calais, Nord-Pas De Calais, France, als kind van Louis DE AUBIGNY EN ARTOIS en Berthe DE HAVERSKERQUE. Hij is gestorven op 25 oktober 1415, ongeveer 38 jaar oud, in Azincourt, Pas De Calais, Nord-Pas De Calais, France. Seigneur d'Aubigny et d'Agnières, Chevalier (1403).


ROBERT DE AUBIGNY EN ARTOIS (Koos' 4 maal achter-neef, 19 gen. verwijderd) werd geboren in 1379, in Aubigny-En-Artois, Pas De Calais, Nord-Pas De Calais, France, als kind van Louis DE AUBIGNY EN ARTOIS en Berthe DE HAVERSKERQUE. Hij is gestorven op 25 oktober 1415, ongeveer 36 jaar oud, in Azincourt, Pas De Calais, Nord-Pas De Calais, France. Seigneur d'Aubigny et de Tincques.


THIBAUD DE HEILLY (Koos' Echtgenoot van 4 maal achter-nicht, 19 gen. verwijderd, ) werd geboren in 1386, in Heilly, Somme, Picardie, France. Hij is gestorven op 25 oktober 1415, ongeveer 29 jaar oud, in Azincourt, Pas-de-Calais, Nord-Pas-de-Calais, France. Seigneur de Heilly et de Ribemont.

Thibaud de Heilly, ongeveer 21 jaar oud, huwde Marthe de Aubigny en Artois, ongeveer 15 jaar oud, op 12 juni 1408 in Aubigny - En - Artois, Pas De Calais, France. Zij kregen drie kinderen:

Jehanne DE HEILLY in 1411

Pierre DE HEILLY in 1412

Louise DE HEILLY in 1415


JAN VAN GISTEL VII (Koos' 6 maal achter-neef, 19 gen. verwijderd) werd geboren in 1380 als kind van Jean van Gistel VI en Jeanne Marie de Chatillon. Hij is gestorven (gesneuveld) op 25 oktober 1415, ongeveer 35 jaar oud, in Azincourt, Pas-de-Calais, Nord-Pas-de-Calais, France.

seigneur d'Oisterweirt.

Jan huwde zijn 4 maal achter-nicht, 2 gen. verwijderd, Isabelle van BETHUNE.


LODEWIJK VAN GISTEL (Koos' 6 maal achter-neef, 19 gen. verwijderd) werd geboren als kind van Jean van Gistel VI en Jeanne Marie de Chatillon. Hij is gestorven op 25 oktober 1415 in Azincourt, Pas-de-Calais, Nord-Pas-de-Calais, France. seigneur de Ghistelles 


ROBERT VAN BAR MARLE SOISSONS (Koos' 6 maal achter-neef, 19 gen. verwijderd) werd geboren in 1387, in Le Duc, Meuse, France, als kind van Hendrik van Bar I en Maria van Coucy. Hij is gestorven (slag van Azincourt) op 25 oktober 1415, ongeveer 28 jaar oud, in Azincourt, Pas-de-Calais, France.

Robert van Bar (1390 - 25 oktober 1415) was heer van Marle tussen 1397 en 1413, graaf van Marle tussen 1413 en 1415 en graaf van Soissons tussen 1412 en 1415. Hij was het enige kind van Hendrik van Bar en Marie I de Coucy, Gravin van Soissons. Zijn overgrootvader was Edward III. Omdat zijn vader de oudste zoon was van Robert I van Bar, claimde Robert het hertogdom Bar. Hij deed pas afstand van zijn vorderingen na een grote financiële compensatie en de verhoging van Marle naar een provincie. In 1412 werd hij tevens graaf van Soissons. Robert was een van de vele Franse slachtoffers tijdens de oorlog. Slag bij Agincourt. Robert trouwde in 1409 met Jeanne de Béthune, burggravin van Meaux (d. 1450), dochter van Robert VIII de Béthune, burggraaf van Meaux. Ze kregen één kind en een dochter: Jeanne de Bar, Gravin van Marle en Soissons, Dame d'Oisy, burggravin van Meaux suo jure (1415 - 14 mei 1462), trouwde met Louis de Luxembourg, Graaf van Saint-Pol, van Brienne, de Ligny en Conversano, met wie ze zeven kinderen kreeg.

Robert huwde zijn achternicht, 1 gen. verwijderd, Johanna van Bethune, ongeveer 19 jaar oud, in 1414.

Zij kregen een dochter:

Jeanne van Bar in 1415


JEAN VAN GISTEL VI (Koos' 5 maal achter-neef, 20 gen. verwijderd) werd geboren in 1350 als kind van Jean van Gistel IV en Isabelle DE RHODE. Jean werd Capitaine général de Flandre. Hij is gestorven op 25 oktober 1415, ongeveer 65 jaar oud, in Azincourt, Pas-De-Calais, Nord-Pas-De-Calais, France.

Jean huwde 2 maal. Hij huwde met Margriet van Reighersvliete en Jeanne Marie de Chatillon.

Seigneur de Ghistelles, Conseiller et Chambellan de la Comtesse de Flandres


GUILLAUME DE MELUN IV (Koos' 4 maal achter-neef, 21 gen. verwijderd) werd geboren in 1350 als kind van Jean de MELUN en Johanna de Bec Crespin. Guillaume werd Grand Bouteiller de France. Hij is gestorven op 25 oktober 1415, ongeveer 65 jaar oud, in Azincourt, Pas-de-Calais, Nord-Pas-de-Calais, Fran. Vicomte de Melun, Seigneur de Montreuil-Bellay, Comte de Tancarville.



Reacties

Populaire posts van deze blog

Generatie van 8 maal oud-oud-grootouders met Jan Gerritsz van der Gracht en Claes de Canteleu, Guilielmus Gerardus van Arnhem, Koning jacobus van Engeland I, Willem V van Oranje

Generatie van 7 maal oud-oud-grootouders, Gerrit Jansz van der Gracht en Susanne de Canteleu, Godefridus van Arnhem, Koning Karel I van Engeland en koning Willem der nederlanden