43 maal oud-oud grootouders, Koning Bisinus van Thüringen en koning Hengest van Kent, Koning Chilperic van Bourgondië II en Childerik Meroving der Franken I, weer bijzondere voorvaderen uit het verleden

 



Generatie van 43 maal oud-oud-grootouders


KING BISINUS OF THURINGEN (Koos' Vorstamoudvader) werd geboren in Thuringen (D). Hij leeft niet meer.

Noot: Bisinus (soms afgekort tot Bisin) was de koning van Thüringen in de 5e eeuw na Christus of rond 500. Hij is de vroegste historisch bewezen heerser van de Thüringen. Bijna niets meer over hem kan met zekerheid worden gezegd, inclusief of alle variaties op zijn naam in de bronnen verwijzen naar een of twee verschillende personen. Zijn naam is gegeven als Bysinus, Bessinus of Bissinus in Frankische bronnen, en als Pissa, Pisen, Fisud of Fisut in Lombardische bronnen.


MENIA (Koos' Vorstamoudmoeder) werd geboren in 455. Zij is gestorven rond 500, ongeveer 45 jaar oud.

Noot: Menia (fl. C. 500) was de koningin van de Thüringers door huwelijk en de vroegst genoemde voorouder van de Gausische dynastie van de Longobarden. Na haar dood werd ze een legendarisch figuur, sterk geassocieerd met goud en rijkdom.

Slechts één andere persoon is bekend onder de naam Menia, van een 9e-eeuws veelluik van de abdij van Saint-Remi. In oorsprong is het waarschijnlijk een Germaanse naam, die halsband, ring of ketting betekent, en bij uitbreiding schat. Menia en Fenia, uit het huwelijk van de legendarische IJslandse Grottasöngr Menia, wordt alleen vermeld in de Historia Langobardorum codicis Gothani. Volgens die bron was zij de vrouw van koning Pissa, gewoonlijk geïdentificeerd als Bisinus, koning van de Verenigde Staten vanThüringen. Dezelfde bron en de andere Lombardische kronieken maken van Bisinus de vader van Raicunda, de eerste vrouw van Wacho, koning van de Longobarden. Mogelijk was zij de dochter van Menia. Frankische bronnen, zoals Venantius Fortunatus, maken Bisinus de vader van de drie broers die in de jaren 520 over Thüringen regeerden: Hermanafrid, Bertachar (vader van Sint Radegund) en Baderic. Ze worden soms beschouwd als zonen van Menia, of anders als zonen van Basina, die door de Frankische historicus Gregorius van Tours een echtgenote van Bisinus wordt genoemd. Veel geleerden wijzen dit echter af

Het huwelijk van Bisinus met Basina was a-historisch, waardoor Menia zijn enige bekende vrouw bleef. Door een relatie met een naamloze man van de Gausiaanse familie – een Gausus, misschien een Geat, volgens de Historia Langobardorum – ze was de moeder van Audoin, koning van de Longobarden uit 546. Ze had ook een dochter van wie de latere hertogen van Friuli afstamden. Audoin was op zijn beurt de vader van Alboin, die de Longobarden naar Italië leidde. Als voorouder van Lombardische royalty, Menia lijkt de mondelinge traditie te zijn binnengegaan en van daaruit verschillende Germaanse epische tradities, zoals de IJslandse Poëtische Edda. Ze is een goudslijpende reuzin in Grottasöngr en in Sigurðarkviða hin skamma haar naam maakt deel uit van een kenning (Meni góð, "Menia's goederen") die goud betekent. Ze is ook te zien in de Byzantijnse traditie. In het Griekse leven van Sint Pankratios van Taormina is zij de vrouw van de Lombard Rhemaldos die de moeder is van Tauros en trouwt vervolgens met hem. Ze leert alchemie en verandert onedele metalen in goud. De gehele legenda wordt gebruikt om uit te leggen hoe de stad Taormina (Tauromenia) haar naam kreeg.

Bisinus of Thuringen huwde Menia. Zij kregen een zoon:

Baderich of Thuringen in 480



KING HENGEST OF KENT (Koos' Vorstamoudvader) werd geboren in 414. Hij is gestorven in 488, ongeveer 74 jaar oud.

Noot: Hengest van Kent, geboren 455 – overleden 488. Eerste koning van Kent. Zoon van Vithgial (volgens de mythe: zoon van Uitta, zoon van Uecta, zoon van Wodan).Hengest en zijn broer Horsa zouden de Saksische invasie in Engeland omstreeks het midden van de 5e eeuw hebben geleid. Hun geschiedenis wordt uitvoerig verhaald door Galfredus van Monmouth in zijn Historia regum Brittanniae (Geschiedenis van de koningen van Brittannië, ca. 1136). Volgens Galfredus waren Hengest en Horsa de aanvoerders van een groep mannen die in drie grote schepen in Kent zijn geland ten tijde van de regering van koning Vortigern. Zij verklaren dat zij door het lot zijn aangewezen om hun vaderland Saksen te verlaten wegens dreigende overbevolking en zij bieden de koning hun diensten aan. Bij de verdediging van het land tegen de Picten maken zij zich verdienstelijk. Als beloning vraagt Hengest om een stuk land, zo groot als door een stierehuid kan worden begrensd. De koning staat dit toe, waarop Hengest uit een huid een zo dunne reep snijdt dat hij daarmee een aanzienlijk terrein weet af te bakenen. Hij bouwt daarop een kasteel, laat zijn familie overkomen en nodigt de koning uit voor een bezoek. Deze raakt onder de indruk van de schoonheid van Hengests dochter Ronwen en vraagt haar ten huwelijk. Hengest krijgt in ruil daarvoor het hertogdom Kent.Wanneer echter steeds meer Saksen naar Engeland oversteken, ontstaan er spanningen en komt het tot vier veldslagen. Tijdens de tweede veldslag doden Horsa en Catigern, een zoon uit een eerder huwelijk van Vortigern, elkaar. Dan grijpt een andere zoon van Vortigern de macht, waarop de Saksen het land moeten verlaten. Ronwen vergiftigt deze opstandige zoon echter en Hengest kan terugkeren, waarna hij als koning over Kent heeft geregeerd.


Hengest was de vader van twee zonen:

Hartwaker van Saksen in 450

Oisc of Kent in 470



KONING CHILPERIC VAN BOURGONDIË II (Koos' Vorstamoudvader) werd geboren in 440 als kind van Gondiac van Bourgondië, zoals getoond binnen stamboom 1616. Hij is gestorven in 493, ongeveer 53 jaar oud.

Noot: Chilperik II (ca. 440 – 493) was koning van de Bourgondiërs. Hij was een zoon van Gundioc en had drie broers Gundobad, Godegisel en Gundomar. Chilperik was getrouwd met Caratene en had twee dochters, onder wie Clothilde die later met de Frankische koning Chlodovech trouwde. In 463 maakte Gundioc een verdeling van zijn koninkrijk waarbij elk van zijn zoons een eigen deel verkreeg waarin hij als medekoning regeerde. Na de dood van Gundioc in 473 bleef deze verdeling bestaan. Alleen Gundobad viel buiten de verdeling, omdat deze in Italië verbleef en daar opgeklommen was tot de hoogste militaire rang van magister militum van het westelijke Romeinse leger. In 474 werd Gundobad door keizer Nepos uit zijn functies ontheven en keerde terug naar Gallië. Hij was het niet eens met de verdeling en er ontstond een machtsstrijd. Chilperik was koning in Valence en moest zich onderwerpen aan de Romeinen. In ruil daarvoor kreeg hij de titel van magister militium voor het gebied tussen Genève en Lyon. In 475 gaf hij onderdak aan Ecidicus Avitus, een zeer rijke Gallo-Romeinse edelman die een aantal jaren Auvergne had verdedigd tegen de Visigoten, en was gevlucht nadat de keizer Auvergne aan de Visigoten had afgestaan in ruil voor hun terugtrekking uit Provence.In 486 slaagde Gundobad erin Gundomar te verslaan en nam diens gebied in bezit. Toen richtte hij zijn aandacht op het koninkrijk van Chilperik. In 493 wordt Chilperik verslagen en gedood. Caratene wordt verdronken, door haar met een steen om haar nek in het water te werpen. De twee dochters van Chilperik konden vluchten. Eén dochter trad toe tot het klooster en de andere, Clothilde, ging naar het hof van haar enig overblijvende oom Godegisel in Genève. Zij werd door haar oom uitgehuwelijkt aan Chlodovech (Clovis I), koning van de Franken.



CHILDERIK MEROVING DER FRANKEN I (Koos' Vorstamoudvader) werd geboren in 436 als kind van Merovech der Franken en Veronica van Westfalen, zoals getoond in stamboom 1630. Hij is gestorven tussen 481 en 482, ongeveer 46 jaar oud.

Noot: Childerik I (ca. 436 – 481/482) was een koning (rex foederatus) van de Salische Franken en een legeraanvoerder (dux) van de Romeinse provincie Belgica Secunda. Hij volgde zijn vader Merovech op als heerser van het gebied en breidde het uit tot aan de Seine, alvorens weer terrein in te leveren aan Syagrius. Childerik diende vermoedelijk als generaal onder de Romeinse keizer Majorianus en in die hoedanigheid ook onder de Gallo-Romeinse heersers Aegidius en diens opvolger Paulus. Zijn graf, in 1653 teruggevonden te Doornik (België), was ongekend rijk. Hij was de laatste niet-christelijke koning van de Franken: zijn zoon en opvolger Clovis zou zich bekeren. Childerik verkreeg het leiderschap in 457/458, wat daarom wordt beschouwd als het stervensjaar van zijn vermoedelijke vader Merovech. De geschiedschrijver Gregorius van Tours vermeldt dat Childerik op een zeker moment door zijn volk zou zijn verstoten omdat hij zich zo vaak vergreep aan vrije en adellijke vrouwen dat dit niet meer aanvaard werd. Aegidius, de magister militum, zou hem hebben verdreven en vervolgens tot koning zijn verkozen. Childerik zou acht jaar in ballingschap in Thüringen hebben geleefd. Tijdens dit verblijf aan het hof van koning Bisinus zou hij koningin Basina hebben verleid. Ze vergezelde hem toen hij na acht jaar terugkeerde. Het is niet duidelijk of het verhaal over de verbanning meer is dan een legende. Childerik vocht enkele malen aan de zijde van de Romeinen, onder meer met Aegidius tegen de Visigoten bij Orléans in 463 en met comes Paulus tegen de Saksen in de Slag bij Angers in 469. Deze Saksen hadden zich aan de monding van de Loire gevestigd. De leider van deze Saksen heette Adovacrius. Volgens de overlevering sloot hij later een verdrag met Odoaker, de militaire leider van Italië, die in 476 de laatste West-Romeinse keizer afzette, tegen de Alemannen die Italië waren binnengevallen. Na de dood van Aegidius had Childerik te maken met diens zoon Syagrius. Vermoedelijk rond 476/477 breidde Childerik zijn gebied uit naar de Seine en Parijs, ten koste van het Gallo-Romeinse Rijk van Syagrius. Er zijn aanwijzingen dat deze na een tiental jaar terugsloeg en ervoor verantwoordelijk was dat de macht van Childerik geleidelijk afbrokkelde, en wel zodanig dat deze bij zijn dood weinig meer bezat dan het gebied rond en ten noorden van Doornik. Childerik had vier kinderen met Basina: zijn zoon Chlodovech en zijn dochters Lantechilde, Audofleda (gehuwd met Theodorik de Grote) en Abboflede. Hij stierf in 481 en werd opgevolgd door Chlodovech. Zijn graf werd op 27 mei 1653 intact gevonden op dertig meter van de Sint-Brixiuskerk te Doornik. De doofstomme steenhouwer Adrien Quinquin, bezig met de funderingen van een nieuw armenhuis, was op een goudschat gebotst en had met zijn kreten de hele buurt doen toelopen. Het zou later beloningen vergen om de verdonkeremaande schatten te doen restitueren.Het gevonden graf is het enige uit de tijd van de Grote Volksverhuizing dat met zekerheid aan een historisch persoon is toegeschreven en gedateerd. Het bevatte 21 paardenoffers, een complete wapenrusting (zwaard, messen, werpbijl, lans, schild), een muntschat, talrijke juwelen (typisch uit met granaat ingelegd goud) en een gouden stierenkop. De paardenoffers en andere tekenen wijzen erop dat hij niet christelijk begraven was, maar naar Germaans gebruik, echter zonder daarbinnen verdere precisering toe te laten. De zegelring met zijn naam toont een frontaal portret op halve lengte. Dat was typisch voor Romeinse dignitarissen, maar niet de personalisering die blijkt uit het lange haar, dat was voorbehouden aan Merovingische vorsten en prinsen. De lans in zijn rechterhand rust autoritair op zijn schouder. Hij is gekleed in een kuras met erboven een generaalsmantel (paludamentum). Een fibula die dergelijke mantels sloot, is in de schat teruggevonden. De meer dan honderd gouden munten, de meest recente geslagen door keizer Zeno van Byzantium, wijzen erop dat hij beschouwd werd als foedus met verantwoordelijkheid over de provincie Belgica Secunda. Zijn wapens waren dan weer typisch Frankisch: een lang zwaard, een kleine scramasax en een lans. Het geheel drukt zijn Germaans-Romeinse dualiteit uit. De uitzonderlijke rijkdom van de grafgiften was hoogst ongebruikelijk. Mogelijk spiegelde Childerik zich aan de Oost-Germaanse gewoonten die hij had leren kennen aan het hof van koning Bisin.De vondst gaf aanleiding tot wat beschouwd wordt als het eerste wetenschappelijke verslag van een archeologische opgraving.[6] In opdracht van Leopold Willem van Oostenrijk kreeg historicus-lijfarts Jean-Jacques Chifflet toegang tot de vondsten. Hij beschreef ze nauwkeurig en liet er kopergravures van maken. Later werden ze onderzocht door abbé Cochet. Na Leopolds dood kwam de Childerikschat in Wenen terecht. De Habsburgers schonken haar in 1665 aan koning Lodewijk XIV van Frankrijk. Die was volgens de overlevering maar matig onder de indruk en bracht ze onder in het Cabinet des Médailles van het Louvre. Daarna verhuisden ze naar de keizerlijke bibliotheek. In de nacht van 5 op 6 november 1831 werd bij een inbraak in de bibliotheek 80 kg buit ontvreemd, waaronder grote delen van de schat van Childerik. Toen de bende werd opgepakt, bleken de massief-gouden stukken te zijn omgesmolten, maar de met stenen ingelegde juwelen werden gerecupereerd. Ze waren aan de Pont Marie te water gelaten in leren zakken. De gouden bijen die op de mantel van Childerik waren gestikt, inspireerden Napoleon voor de symboliek van zijn keizerrijk. Ze boden koninklijke associaties en tegelijk afstand van de Fleur-de-lys van de Bourbons.Bij nieuwe opgravingen in de jaren 80 bleek dat het graf zich bevond in een eigentijdse necropool. De grafheuvel van Childerik was ruim twintig meter in doorsnede.Het bewaarde deel van de grafgiften, waaronder Childeriks zegelring, bevindt zich in de schatkamer van de Franse munt. In Wenen bevinden zich replica's die vóór de schenking van de schat gemaakt waren. Ze zijn op hun beurt gekopieerd voor het Römisch-Germanisches Zentralmuseum in Mainz. De beste versie van de zegelring is in het bezit van het Musée Dobrée in Nantes.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Generatie van 8 maal oud-oud-grootouders met Jan Gerritsz van der Gracht en Claes de Canteleu, Guilielmus Gerardus van Arnhem, Koning jacobus van Engeland I, Willem V van Oranje

Generatie van 15 en 16 maal oud-oud-grootouders met Mathieu de Canteleu en zijn zoon Anseau die sneuvelde bij de slag van Azincourt en achter neven, hoofdrolspelers tijdens de honderd jarige oorlog en bij het ontstaan van de Nederlanden.

Generatie van 7 maal oud-oud-grootouders, Gerrit Jansz van der Gracht en Susanne de Canteleu, Godefridus van Arnhem, Koning Karel I van Engeland en koning Willem der nederlanden