Generatie van 32 maal oud-oud-grootouders, graaf Gerulf I van Friesland, Ermengarde der Franken, Keizer Karel II, Ermentrudis van Orleans, Koning Lotharius van Lotharingen en de Deense zoon van koning Harald Klak, Godfred Haraldsson

 Hieronder een aantal beroemde voorouders. Deze waren verantwoordelijk voor het ontstaan van de landen Italië, Frankrijk en Duitsland. In 843 werd door het verdrag van Verdun het Frankische rijk verdeeld in die landen.



GRAAF GERULF VAN FRIESLAND I (Koos' Vorgrootvader) werd geboren als kind van Dirk van Rijnland van Friesland en Geva van Aquitanië, zoals getoond in stamboom 1462. Gerulf werd „de oudere” genoemd. Hij is gestorven na 865.

Gerulf I (de Oudere)Graaf in Friesland en Kennemerland. Overleden na 865. Hij was de eerste graaf van Friesland met deze naam en een voorouder van de graven van Holland . Aanvankelijk onteigend omdat hij zich verzette tegen keizer Lodewijk de Vrome , kreeg Gerulf zijn land terug in 839. Gerulf was mogelijk de zoon van graaf Dirk van Rijnland. In de tijd van keizer Lodewijk de Vrome was hij graaf van Friesland als vazal van Lodewijk , en reeve van de Friezen tussen Vlie en de rivier de Weser . Al in het begin van zijn regering had Lodewijk, in een daad van genade, aan de Friezen teruggegeven wat ze eerder hadden verloren in hun opstanden tegen zijn vader. Deze daad maakte de keizer populair onder de Friezen, maar verzwakte de positie van de graaf ten opzichte van de bevolking. Later veroorzaakte Lodewijk ‘zwakke beleid tegen de Noormannen nog meer ergernis in Friesland. In 826 stond hij een door de graaf van Friesland te beschermen deel van Friesland af aan de Deense pretendent Harald Klak (onze voorvader 32 generaties). Harald kreeg het land Rüstringen op de linkeroever van de Weser om te schuilen voor vijandige aanvallen van zijn verwanten. Dit hinderde echter aanzienlijk de macht van de graven van Friesland. Aangenomen wordt dat Gerulf zich in die tijd bij de oppositie tegen de keizer voegde. Een document van de keizer dat op 8 juli 839 in Kreuznach is opgesteld, bewijst dat er in Friesland een opstand tegen de keizer was. Tijdens het conflict tussen Louis en zijn zonen nam graaf Gerulf vermoedelijk actief deel aan de beweging tegen Louis, hij verloor op zijn minst zijn leengoederen en zijn eigen landgoederen werden geconfisqueerd. Op 8 mei 839, na de verzoening tussen Lodewijk en zijn zoon Lotharius , werden de privé-eigendommen van Gerulf aan hem teruggegeven. Het Kreuznach-document vermeldt bezittingen van Gerulf in en rond Leeuwarden en tussen Vlie en Lonbach.Aangenomen wordt dat Gerulf familie was van de oprichters van Corvey Abbey . Bovendien is hij mogelijk getrouwd met een dochter van Wala of Corbie. Mogelijke kinderen: 

Gerulf II (de Jonge) Graaf van West-Frisia ± 825 – ± 896

Gerhard Graaf van Friesland ± 828-….

Gunthard I van Friesland ± 830-873

Radboud van Neder-Friesland Graaf van Friesland ±831-874.




ERMENGARDE DER FRANKEN (Koos' Vorgrootmoeder) werd geboren in 855 als kind van Lodewijk van Lotharingen II en Engelberga van Parma, zoals getoond in stamboom 1467. Zij is gestorven rond 896, ongeveer 41 jaar oud.

Ermengarde der Franken (geboren ca. 855 – overleden 896, voor 2 juni) was een dochter van Lodewijk II en van Engelberga van Parma. Zij huwde in 876 met Bosso van Bourgondië en schonk hem volgende kinderen: 

Engelberga, gehuwd met Karloman van Frankrijk (866-884) en met Willem I van Aquitanië(-918)

Willa (ca. 865 – voor 924)

Irmgard (877-), gehuwd met Manasses (ca. 870 – na 925), graaf van Dijon

Lodewijk de Blinde (880-923). 

Ermengarde der Franken, ook bekend als Ermengarde van Italië, (circa 852/855 - Vienne, 2 juni 896) was van 879 tot 887 koningin van Bourgondië en Italië. Ze behoorde tot de Karolingen-dynastie.

Ermengarde was een dochter van koning Lodewijk II van Italië uit diens huwelijk met Engelberga van Parma. Toen haar vader in 869 met de Byzantijnse keizer Basileios I een bondgenootschap sloot tegen de Saracenen in Zuid-Italië, werd overwogen Ermengarde uit te huwelijken aan de Byzantijnse kroonprins Constantijn, plannen die uiteindelijk niet tot stand kwamen.

Tussen mei en juni 876 huwde ze met Boso (844-887), graaf van Vienne die na de dood van haar vader in 875 de West-Frankische koning Karel de Kale vertegenwoordigde in Italië.

In mei 878 vingen Ermengarde en Boso in Arles paus Johannes VII op, die op de vlucht was geslagen voor de Saracenen. Na het overlijden van de West-Frankische koning Lodewijk de Stamelaar riep Boso zichzelf in oktober 879 uit tot koning van Provence en Bourgondië. Vervolgens hielp Ermengarde met succes de stad Vienne verdedigen tegen de belegeringstroepen van Boso's neven Karel III de Dikke, Lodewijk III en Karloman II, die aangevoerd werden door Boso's broer Richard I van Bourgondië en de machtsgreep van Boso in de Provence wilden tegenhouden. In augustus 881 liet Karel de Kale, inmiddels tot keizer van het Karolingische Rijk gekroond, Vienne opnieuw belegeren. Ditmaal werd de stad wel ingenomen en vervolgens geplunderd en platgebrand, terwijl Ermengarde en haar kinderen gedwongen werden om met haar schoonbroer Richard I van Bourgondië mee te gaan naar Autun en Boso naar de Provence vluchtte. In 884 sloten Boso en Karel de Kale vrede en huldigde Boso de keizer als leenheer van zijn gebieden.

Na de dood van haar echtgenoot in januari 887 werd haar minderjarige zoon Lodewijk de Blinde de nieuwe koning van Provence. Vervolgens verkoos de Provençaalse adel Ermengarde tot regentes, met de steun van haar schoonbroer Richard I van Bourgondië. In mei reisden Ermengarde en Lodewijk de Blinde naar het hof van Karel de Kale, die haar jonge zoon erkende als koning. Karel adopteerde Lodewijk en stelde zowel moeder als zoon onder zijn bescherming. In mei 889 trok ze opnieuw naar het hof van Karels opvolger Arnulf van Karinthië, om hem te huldigen als leenheer van de Provence.

Ermengarde van Provence stierf in juli 896 en werd bijgezet in de Sint-Mauritskathedraal van Vienne.

Ermengarde en haar echtgenoot Boso kregen volgende kinderen:

Engelberga, huwde eerst met koning Karloman II van Frankrijk en daarna met hertog Willem I van Aquitanië

Irmgard (877 - na 924), huwde met graaf Manasses van Dijon

Lodewijk de Blinde (880-923), koning van Provence






KEIZER KAREL II (Koos' Vorgrootvader) werd geboren op 13 juni 823, in Frankfurt am Main, als kind van Lodewijk en Irmingard van Haspengouw, zoals getoond in stamboom 1472. Karel werd „De Kale” genoemd. Van 840 tot 877, in de leeftijd van ongeveer 17 jaar, werd hij Koning van West Francia. Van 875 tot 877, in de leeftijd van ongeveer 52 jaar, werd hij Koning van Italië. Van 875 tot 877, in de leeftijd van ongeveer 52 jaar, werd hij Koning van Provence. Van 875 tot 877, in de leeftijd van ongeveer 52 jaar, werd Karel Keizer van het Roomse Rijk. Hij is gestorven (vergiftigd?) op 6 oktober 877, 54 jaar oud, in Col du mont Cenis. Hij werd begraven in Abdij kerk van St Denis.

Karel huwde 2 maal. Hij huwde met Ermentrudis van Orleans en Richildis van Metz (zijn indirecte relatie).

Karel de Kale (Frans: Charles le Chauve) (Frankfurt am Main, 13 juni 823 – Avrieux, Savoye, 6 oktober 877), koning van West-Francië (840/843-877), tot keizer gekroond van het Heilige Roomse Rijk (875-877) als Karel II, met de grenzen van zijn land vastgesteld door het Verdrag van Verdun in 843, was de jongste zoon van keizer Lodewijk de Vrome en zijn tweede vrouw Judith van Beieren, en dus kleinzoon van Karel de Grote.

Karel werd geboren als jongste zoon van keizer Lodewijk de Vrome, de enige uit diens tweede huwelijk met Judith van Beieren. Karel werd opgevoed in het klooster van Reichenau door Walahfrid Strabo, een bekende intellectueel van zijn tijd.

In 817 had Lodewijk zijn rijk al verdeeld tussen de drie zoons uit zijn eerste huwelijk door de Ordinatio Imperii. Judith zette zich uit alle macht in om ook haar zoon Karel een erfdeel te geven, en werd daarbij gesteund door een invloedrijke factie van hovelingen. In die periode kreeg Karel zijn bijnaam "de Kale", wat in deze context "zonder bezit" betekent. In 829 had Judith succes en kreeg Karel, Allemannië toegewezen. Dit was een inbreuk op het evenwicht van de Ordinatio Imperii, wat leidde tot onvrede bij zijn halfbroers – vooral bij Lotharius I, die het meest werd benadeeld door de nieuwe verdeling.

De halfbroers van Karel en andere tegenstanders van Judith, Karel en hun factie aan het hof, hebben voortdurend geruchten verspreid dat Karel het kind zou zijn uit overspel van Judith met Bernhard van Septimanië. Bernhard was de leider van Judiths factie aan het hof.

In 832 waren de spanningen zo hoog opgelopen dat Pepijn I van Aquitanië, de tweede zoon van keizer Lodewijk de Vrome, in opstand kwam tegen zijn vader. Lodewijk ontnam Pepijn zijn koninkrijk en gaf het aan Karel. Nu kwamen Lotharius en Lodewijk de Duitser, de broers van Pepijn, ook in opstand. In 834 was Lodewijk de Vrome gedwongen om de situatie van voor 832 te herstellen. In 837 vroeg Lodewijk de Vrome de landdag van Crémieux om Karel als koning tussen Friesland en de Seine te erkennen, wat leidde tot een nieuwe opstand. Na de dood van Pepijn in 838 werd Karel in 839 op de landdag van Worms tot koning van West-Francië benoemd.

Na de dood van Lodewijk de Vrome in 840 brandde de strijd om de verdeling van het rijk echt los. Lotharius en de zoon van Pepijn, Pepijn II van Aquitanië vielen Karel aan, die een bondgenootschap met Lodewijk de Duitser sloot. Op 25 juni 841 versloegen Karel en Lodewijk hun tegenstanders bij Fontenoy. Lotharius moest zich terugtrekken op Aken maar moest later ook die stad opgeven. Op 14 februari 842 bevestigden Karel en Lodewijk hun verbond te Straatsburg met de Eed van Straatsburg. Karel werd datzelfde jaar in Aken tot koning van West-Francië benoemd.

Op 11 augustus 843 sloten Karel, Lodewijk en Lotharius het Verdrag van Verdun. Dat bevestigde Karel als geheel zelfstandige koning van West-Francië.

In november 843 sloot Karel met de adel en de geestelijkheid van West-Francië het verdrag van Coulaines, waarin de rechten en plichten van de drie partijen ten opzichte van elkaar werden vastgelegd. Dit document wordt beschouwd als een eerste "grondwet" van feodaal Europa. Later zou hij met het in 864 uitgevaardigde Edict van Pîtres een aantal belangrijke sociaal-economische hervormingen doorvoeren. Zo werd de lijfeigenschap ten gevolge van schuld beperkt, het muntwezen hervormd en het op eigen gezag bouwen van vestingen verboden. Ter bescherming tegen de Vikingen werden in alle riviersteden versterkte bruggen gebouwd. Door alle eigenaren van paarden te verplichten militaire diensten te leveren legde hij de kiem voor de ridderstand. Karel, die in een klooster was opgevoed, vestigde zijn bestuur op de geestelijkheid.

Bernhard van Septimanië werd in 844 op bevel van Karel geëxecuteerd omdat hij tijdens de burgeroorlog uiteindelijk de kant van Pepijn II had gekozen. Bretagne kon de onafhankelijkheid van West-Francië behouden doordat de hertogen Nominoë (845) en Erispoë (851) Karel wisten te verslaan. In 848 slaagde Karel erin Aquitanië weer in te palmen toen Pepijn II werd afgezet en gevangengenomen.

Op uitnodiging van Aquitaanse edelen stuurde Lodewijk de Duitser in 854 zijn zoon Lodewijk III de Jonge met een leger, om koning te worden in Aquitanië. Lodewijk III bereikte zonder tegenstand Limoges. Toen Karel als tegenzet Pepijn II van Aquitanië uit zijn gevangenschap vrijliet , wist deze in Aquitanië een grote aanhang te mobiliseren en moest Lodewijk zich terugtrekken.

De regering van Karel werd geplaagd door plundertochten van Vikingen. Karel was meerdere malen gedwongen om een dreigende inval met grote geldbedragen af te kopen. In de ogen van veel leidende edelen was dit een gebrek aan daadkracht. In 858 bracht dit een grote groep edelen onder Robert de Sterke ertoe om een beroep op Lodewijk de Duitser te doen. Die was er namelijk wel in geslaagd om zijn koninkrijk te vrijwaren van de Vikingen. Lodewijk wist Karel te verslaan bij Brienne. Lodewijk trok met zijn leger naar Orléans en werd daar gehuldigd door de meeste edelen van Aquitanië, Bretagne en Neustrië. Karel vluchtte naar Bourgondië. De bisschoppen eisten echter dat Lodewijk zich zou terugtrekken en om hen tegemoet te komen, zond hij een deel van zijn leger terug naar Oost-Francië. Toen het daarna bij Soissons tot een confrontatie tussen Karel en Lodewijk kwam, zag Lodewijk dat Karel een overmacht had en trok hij zich terug. Ook hierna bleven de plundertochten van de Vikingen aanhouden.

Zes jaar later is het hoogtepunt van zijn macht: annexatie van de Karolingische deelrijken Bourgondië en Italië en de keizerskroon in Rome

De decennia na de dood van Lotharius I (855) werden gedomineerd door het onvermogen van zijn zoons, Lodewijk van Italië, Lotharius II en Karel van Provence om in Midden-Francië een duurzame staat te vestigen, en door hun onvermogen om wettige mannelijke nakomelingen te produceren. Uiteindelijk leidde dit ertoe dat Karel en Lodewijk de Duitser het gehele Middenrijk onder elkaar verdeelden. Vooral het opportunisme dat Karel daarbij aan de dag legde, zorgde ervoor dat Karel en Lodewijk regelmatig met elkaar in conflict kwamen:

859 Lotharius II gaf de gebieden ten zuiden van de Jura, die werden gedomineerd door de opstandige hertog Hugbert, aan Lodewijk de Duitser. Toen Lodewijk probeerde om Hugbert te onderwerpen, ging Karel Hugbert steunen.

863 na het kinderloos overlijden van Karel van Provence probeerde Karel de Kale om diens koninkrijk te annexeren. Dit mislukte door het verzet onder leiding van Girard II van Roussillon en dreiging van Lodewijk de Duitser. Uiteindelijk erfde Lotharius II het grootste deel van het koninkrijk van Karel van Provence, zijn tweede broer, Lodewijk van Italië kreeg de rest. Karel de Kale en Lodewijk de Duitser sloten in Koblenz een verdrag om hun geschillen bij te leggen.

Karel en Lodewijk saboteerden eendrachtig de pogingen van Lotharius II om van zijn kinderloze echtgenote te scheiden en te trouwen met zijn minnares om haar kinderen te echten. In 868 sloten Karel en Lodewijk een verdrag over de verdeling van zijn koninkrijk, indien Lotharius II inderdaad zonder kinderen zou komen te overlijden.

869 na het overlijden van Lotharius II annexeerde Karel diens gehele koninkrijk omdat Lodewijk ziek was en zijn leger door oorlogen aan zijn oostelijke grenzen was gebonden.

870 onder dreiging van oorlog stemde Karel op 22 januari toe in het verdrag van Meerssen waarbij alsnog een verdeling van Lotharingen en het koninkrijk van Karel van Provence, dat Lotharius II had geërfd, werd geregeld. De grens liep van langs de Maas, Ourthe en Moezel in Lotharingen en in het zuiden langs de Saône en de Rhône (hoewel Karel ook de graafschappen Besançon, Lyon en Vienne, op de oostelijke oevers van deze rivieren kreeg). Karel steunde bijzonder op de lokale sterke man, Boso van Provence, een niet-Karolinger, voor zijn plaatselijk Karolingisch bestuur.

875 na het overlijden van Lodewijk II van Italië bood de Italiaanse adel Karel de koningstitel aan, ondanks de afspraken die Lodewijk van Italië met Lodewijk de Duitser had gemaakt dat diens zoon Karloman zijn erfgenaam zou zijn. Op 25 december werd Karel in Rome door paus Johannes VIII tot keizer van het Roomse Rijk gekroond.

876 Karel werd in Pavia uitgeroepen tot koning van Italië. Lodewijk de Duitser viel met zijn leger West-Francië binnen. Karel haastte zich terug en liet het bestuur van Italië over aan de vicekoning Boso van Provence, op wie hij opnieuw steunde. Na het overlijden van Lodewijk probeerde Karel door een snelle veldtocht Oost-Francië te veroveren, maar hij werd op 8 oktober verslagen bij Andernach, een oversteekplaats van de Rijn.

Karel de Kale vaardigde in 864 het Edict van Pîtres uit. Met dit edict realiseerde Karel een groot aantal sociale en monetaire hervormingen. Zo werd de lijfeigenschap wegens het niet kunnen aflossen van een lening, beperkt tot zeven jaar en werd het muntwezen ingrijpend hervormd. In het vervolg zou de koning het alleenrecht hebben op het slaan van munten. Het edict somde ook de erkende munthuizen op, zoals Quentovic, Rouen, Reims en Parijs. Het bevatte tevens maatregelen die het bouwen van privévestingen moesten tegengaan.

Op verzoek van de paus keerde Karel terug naar Italië om de dreiging van de Saracenen het hoofd te bieden. Hij wist dat hij bij zijn vertrek West-Francië in de zwakke handen van zijn zoon Lodewijk de Stamelaar achterliet, daarom verklaarde hij voor de periode van zijn afwezigheid alle titels en functies erfelijk. Zo hoopte hij tijdens zijn afwezigheid twisten tussen edelen te voorkomen als er edelen bij de veldtocht in Italië om het leven zouden komen. Achteraf gezien was dit een belangrijke stap in de ontwikkeling van het feodale stelsel. Karels eigen edelen (ook Boso, zijn onderkoning in Italië) verzetten zich tegen de veldtocht en tegelijk trok Karloman van Beieren ook naar Italië. Onder deze omstandigheden besloot Karel om terug te keren, maar hij overleed bij het overtrekken van de Col du Mont-Cenis aan een plotselinge ziekte. Zowel zijn joodse lijfarts als zijn tweede echtgenote werden ervan verdacht Karel te hebben vergiftigd.

Het lukte niet om zijn lichaam terug naar Parijs te brengen, omdat de dragers de stank van zijn rottende lichaam niet konden verdragen, ook niet toen het in een met leer gevoerd vat werd gestopt. Karel werd met vat en al begraven in Nantua. Later werd hij herbegraven in Saint-Denis.

Karel trouwde op 13 december 842 met Ermentrudis van Orléans. Nadat haar broer Willem in 866 in conflict met Karel was gedood, verliet zij Karel en trad in een klooster. Zij hadden de volgende kinderen:

Judith (ca. 844-na 879, was eerst gehuwd met twee Engelse koningen (Æthelwulf en Æthelbald van Wessex) en leefde als weduwe aan het hof van haar vader. Werd daar in 861 (ze was dus nog geen 20 jaar oud) geschaakt door Boudewijn I van Vlaanderen. Karel wendde al zijn invloed aan om te voorkomen dat ze ergens onderdak zouden krijgen. Uiteindelijk vluchtten Judith en Boudewijn naar Rome, waarna de paus een verzoening wist te bemiddelen.

Lodewijk II van West-Francië (846-879).

Karel het Kind (ca. 847 – Buzzancais, 29 september 866) begraven te Bourges. 855 gekozen tot koning van Aquitanië, trouwde 862 tegen de zin van zijn vader met de weduwe van de graaf van Bourges. Verloor daarom zijn titel maar kreeg die terug nadat het huwelijk was geannuleerd. Kreeg ernstig hersenletsel en overleed daaraan na twee jaar.

Carloman de Blinde (847 – Echternach, ca. 876), in 854 ingetreden in de geestelijke stand. Werd in 860 abt van de Sint-Medardusabdij te Soissons. Nam deel aan een samenzwering tegen zijn vader in 870, verloor zijn abdijen en moest vluchten. In 873 door West-Frankische bisschoppen uit de kerk gezet en daarna werden op bevel van Karel zijn ogen uitgestoken. Hij werd opgesloten in de abdij van Corbie maar ontsnapte naar zijn oom Lodewijk de Duitser, die hem abt van de abdij van Echternach maakte.

Lotharius ( – Auxerre, 865), vanaf zijn geboorte verlamd, abt van Moutiers-Saint-Jean en later van de abdij van Sint-Germanus van Auxerre.

Hildegardis, (856 – ?, jong gestorven)

Ermentrudis, ( – na 877) abdis van Hasnon en Oostervant.

Gisela.

Rothrudis ( – na 889), abdis van Sainte-Radégonde te Poitiers en van Andlau.

Op 12 oktober 869 (vijf dagen na het overlijden van zijn eerste vrouw) trouwde Karel met Richildis, dochter van Bivinus van Metz. Het huwelijk werd op 22 juni 870 te Aken bevestigd. Ze kregen de volgende kinderen:

Rothildis (871-929), in 890 gehuwd met Rogier van Maine, verwerft de abdijen van Notre-Dame en Sint-Jan te Laon en de Abdij van Chelles. Trok zich in 922 terug in Chelles. Toen ze deze abdij moest afstaan op bevel van Karel de Eenvoudige was dat de aanleiding voor een opstand onder Robert van Bourgondië (vader van een schoonzoon van Rothildis), die in plaats van Karel koning werd.

tweeling: Drogo en Pepijn, (ca. 873) allebei ongeveer een jaar oud overleden, begraven in de Sint-Amandsabdij te Atrecht

zoon (23 maart 875), kort na zijn doop overleden

Karel (10 oktober 876 – voor 7 april 877), begraven te Saint-Denis

ERMENTRUDIS VAN ORLEANS (Koos' Vorgrootmoeder) werd geboren rond 830, in Orleans, Frankrijk, als kind van Odo van Orleans en Engeltrude van Parijs, zoals getoond in stamboom 1474. Zij is gestorven op 6 oktober 869, ongeveer 39 jaar oud, in Abdij van Hasnon. Zij werd begraven in kathedraal van st denis.

Ermentrudis van Orléans (ca. 830 - abdij van Hasnon, 6 oktober 869) was een dochter van Odo van Orléans en Engeltrude van Parijs, dochter van Leuthard I van Parijs en Grimhilde. Zij trouwde op 13 december 842 te Quierzy op 12-jarige leeftijd met de toen 19-jarige Karel de Kale. Nadat haar broer Willem in 866 in conflict met Karel was gedood, verliet zij Karel en trok zich terug in de abdij van Hasnon. Zij was beroemd om haar borduurwerk. Ze ligt begraven in de Kathedraal van Saint-Denis 

Nakomelingen

Judith (ca. 844-na 870), werd in 856 uitgehuwelijkt aan de bijna 60-jarige Ethelwulf van Wessex en na diens dood in 856 gedwongen te huwen met diens zoon Ethelbald. In 860. wederom weduwe, leefde ze terug aan het hof van haar vader. Werd daar in 861 (ze was dus nog geen 20 jaar oud) geschaakt door Boudewijn I van Vlaanderen. Karel wendde al zijn invloed aan om te voorkomen dat ze ergens onderdak zouden krijgen. Uiteindelijk vluchtten Judith en Boudewijn naar Rome, waarna de paus een verzoening wist te bemiddelen.

Lodewijk II van West-Francië (846-879).

Karel (ca. 847 - Buzzancais, 29 september 866) begraven te Bourges. 855 gekozen tot koning van Aquitanië, trouwde 862 tegen de zin van zijn vader met de weduwe van de graaf van Bourges. Verloor daarom zijn titel maar kreeg die terug nadat het huwelijk was geannuleerd. Kreeg ernstig hersenletsel en overleed daaraan na twee jaar.

Carloman de Blinde (847 - Echternach, ca. 877), in 854 ingetreden in de geestelijke stand. abt van de Sint-Medardus te Soissons in 860. Nam deel aan een samenzwering tegen zijn vader in 870, verloor zijn abdijen en moest vluchten. In 873 door West-Frankische bisschoppen uit de kerk gezet en daarna werden op bevel van Karel zijn ogen uitgestoken. Hij werd opgesloten in de abdij van Corbie maar ontsnapte naar zijn oom Lodewijk de Duitser, die hem abt van de abdij van Echternach maakte.

Lotharius ( - Auxerre, 865), vanaf zijn geboorte verlamd, abt van Moutiers-Saint-Jean en later van de Abdij van Sint-Germanus van Auxerre.

Hildegardis.

Ermentrudis, ( - na 877) abdis van Hasnon in de Oosterbant.Gisela.Rothrudis ( - na 889), abdis van Sainte-Radégonde te Poitiers en van Andlau.

Karel Onbekend II, 19 jaar oud, huwde Ermentrudis van Orleans, ongeveer 12 jaar oud, op 13 december 842 in Quierzy, en zij waren gescheiden in 866, 43 jaar jaar oud en respectievelijk 36 jaar jaar oud. Zij kregen vier kinderen:

Judith van Vlaanderen in 844

Lodewijk Onbekend II in 846

Lucretia der Franken in 850

Gisela






KONING LOTHARIUS VAN LOTHARINGEN I (Koos' Vorgrootvader) werd geboren in 795, in Altdorf, Duitsland, als kind van Lodewijk en Irmingard van Haspengouw, zoals getoond in stamboom 1472. Lotharius werd Koning der Franken. Hij is gestorven in 855, ongeveer 60 jaar oud, in Prum. Hij werd begraven in Abdij van Prüm.

Lotharius I (Aquitanië, 795 - Prüm, 29 september 855) was de oudste zoon van Lodewijk de Vrome en Ermengarde van Haspengouw, en Rooms-keizer van 817 tot 855. Tot 840 regeerde hij samen met zijn vader. Hij was koning van Italië van 818 tot 855 en koning van Midden-Francië van 840 tot 855. Hij probeerde om als keizer het oppergezag over het gehele Frankische Rijk te behouden maar moest na de dood van zijn vader uiteindelijk instemmen in een deling met zijn broers. De regio Lotharingen is naar hem genoemd. In 815 werd Lotharius benoemd tot gouverneur van Beieren. Bij de Ordinatio Imperii van 817 werd hij benoemd tot medekeizer van zijn vader en eerste erfgenaam. Onder het keizerlijk gezag werden zijn broers Pepijn en Lodewijk benoemd tot koningen van Aquitanië en Beieren. Hun neef Bernhard was al koning van Italië. Na de mislukte opstand van Bernhard in 818 werd Lotharius ook koning van Italië. Hij hervormde het bestuur in zijn koninkrijk en werd in 823 opnieuw gekroond door paus Paschalis I. In 824 verklaarde Lotharius dat hij als keizer boven de paus stond. Na de dood van Ermengarde van Haspengouw, de moeder van Lotharius in 818, was Lodewijk de Vrome op aandrang van zijn hofhouding hertrouwd in 819 met Judith van Beieren. Op haar aandringen wees Lodewijk hun zoon Karel geboren in 823 in 829 ook een eigen gebied toe. Lotharius en zijn broers zagen hierin een inbreuk op de Ordinatio Imperii en zagen hierin bovendien een teken van de toenemende macht van Judith en haar gunstelingen in het hof. Opgestookt door hun ooms en neven die allemaal grieven hadden tegen hun vader Lodewijk en door een aantal ontevreden edelen, besloten ze om een greep naar de macht te doen:

831 Nadat Lodewijk de Duitser en Pepijn hun vader gevangen hebben genomen, trekt Lotharius met een groot leger naar het noorden en roept een rijksdag bijeen in Nijmegen. Maar Lodewijk de Vrome heeft Pepijn en Lodewijk de Duitser een groter deel in de erfenis beloofd en ook de lokale edelen zijn trouw aan Lodewijk de Vrome. Op de Rijksdag moeten de zoons hun vader weer als koning erkennen. Lotharius wordt begenadigd maar houdt alleen Italië over, en gaat daar in ballingschap.

832 Na conflicten met Lodewijk de Duitser en Pepijn, benoemt Lodewijk de Vrome Karel de Kale tot koning van Aquitanië en wijst de rest van het keizerrijk aan Lotharius toe.

833 Lotharius kiest voor een machtsgreep en marcheert naar het noorden. De legers van Lodewijk de Vrome aan de ene kant en de drie opstandige broers aan de andere kant, ontmoeten elkaar bij Colmar. Er wordt dagenlang onderhandeld maar ondertussen hebben de broers, met hulp van de paus, een deel van het leger van Lodewijk omgekocht of overgehaald om hun kant te kiezen. Lodewijk beveelt zijn resterende troepen niet meer te vechten en wordt gevangengenomen. Uit boosheid over het gedrag van Lotharius en de vernederingen die de broers Lodewijk de Vrome laten ondergaan, kiezen steeds meer edelen in Neustrië en Austrasië de kant van Lodewijk de Vrome. Lotharius wordt gedwongen om zich terug te trekken op Bourgondië.

834 Lotharius wil in onderhandelingen met zijn broers de situatie van de Ordinatio Imperii herstellen, waarbij hij als keizer dus boven zijn broers zal staan. Pepijn en Lodewijk zijn hier niet van gediend; zij willen de hun in 831 toegezegde koninkrijken behouden en als zelfstandige koningen regeren. Lotharius moet zich in Blois onderwerpen, Pepijn en Lodewijk verdrijven Lotharius naar Italië en maken hun vader weer keizer.

835 De belangrijkste partijgangers van Lotharius verliezen bij de synode van Diedenhoven hun functies of overlijden in Italië tijdens een epidemie.

838 Pepijn sterft

839 Lotharius kiest door bemiddeling van Judith nu de kant van Lodewijk de Vrome

840 Lotharius erkent Karel als koning van Aquitanië. Het keizerrijk wordt ruwweg verdeeld in een oostelijk deel (met Italië) voor Lotharius, en een westelijk deel voor Karel. Lodewijk de Duitser houdt alleen de macht in Beieren. Lodewijk de Vrome zendt op zijn sterfbed de keizerlijke tekenen van waardigheid aan Lotharius, die daarna het keizerschap over het hele rijk opeist.

841 Karel en Lodewijk sluiten een bondgenootschap tegen Lotharius (eed van Straatsburg). Lotharius verbindt zich met zijn neef Pepijn II van Aquitanië, die ondanks het koningschap van Karel de feitelijke machthebber in Aquitanië is. Op 25 juni worden Lotharius en Pepijn echter verslagen bij Fontenay in Bourgondië. Lotharius vlucht naar Aken en onderneemt van daaruit rooftochten maar moet ook Aken opgeven. Lotharius verbindt zich daarop met de Saksische boeren maar hun verzet wordt door Lodewijk en de Saksische adel onderdrukt. Uiteindelijk trekt Lotharius zich terug op Lyon. In dit jaar geeft hij Walcheren in leen aan de Vikingen om zo nieuwe bondgenoten te werven, dit leidt tot een langdurige aanwezigheid van de Vikingen in Friesland.

842 begin van onderhandelingen (door delegaties) bij Mâcon op een eiland in de Saône

843 vredesverdrag: het Verdrag van Verdun. Deze deling betekent het einde van het Frankische Rijk en legt de basis voor het ontstaan van Frankrijk, Duitsland en Italië. Ook de kortstondige hereniging onder Karel de Dikke kon deze ontwikkeling niet tegenhouden. Bij het verdrag van Verdun heeft Lotharius zijn broers op bijna alle punten moeten toegeven. Maar aan de andere kant had hij nog wel de keizerstitel en alle gebieden die daarmee verband hadden zoals de hoofdstad Aken, de dalen van de Maas en de Moezel waar de bezittingen van zijn voorouders lagen, en Italië met de controle over de paus en de associatie met het oude Rome. In 844 benoemt hij zijn zoon Lodewijk tot koning van Italië en in 850 maakt hij hem medekeizer. In het noorden is hij gedwongen om meer gebieden aan de Vikingen in leen te geven. In 855 roept hij zijn zoons bij zich in de Abdij van Prüm en verdeelt zijn rijk onder hen:

Lodewijk krijgt Italië

Karel het grootste deel van Bourgondië en de Provence: de oorsprong van het koninkrijk Provence.

Lotharius II het noordelijke deel van Bourgondië en de rest van het Middenrijk, dat later naar hem Lotharingen zal worden genoemd. Daarna wordt Lotharius monnik in de abdij en sterft 6 dagen later. Het graf van Lotharius is in 1860 ontdekt in de Abdij van Prüm. Prüm lag toen in het koninkrijk Pruisen en met financiële steun van koning Wilhelm I werd een nieuwe graftombe voor Lotharius gebouwd waarin hij nu nog begraven is.

Lotharius was 15 november 821 in de palts van Thionville getrouwd met Irmgard (circa 800-851), de dochter van zijn trouwe medestander Hugo van Tours. Zij kregen de volgende kinderen:

Lodewijk

Hiltrude (geb. ca. 826)

onbekende dochter (mogelijk Ermengarde) (geb. ca. 830), geschaakt door Giselbert I van Maasgouw die in 846 met haar trouwde in Aquitanië

Berta (ca. 830). Jong weduwe van een onbekende echtgenoot, daarna abdis van Avenay tot 852, mogelijk daarna abdis van Faremoutiers tot 877

Gisela (ca. 830 - 860), 851 abdis van San Salvatore te Brescia

Lotharius II

Rotrude, getrouwd met Lambert III van Nantes

Karel van Provence

Naast zijn huwelijk had hij ten minste een bijvrouw, Doda. Lotharius en Doda hadden een zoon Karloman (geb. 853). Na de dood van Irmgard weigerde Lotharius opnieuw te trouwen.





GODFRED HARALDSSON (Koos' Vorgrootvader) werd geboren als kind van Harald Klak, zoals getoond binnen stamboom 1395. Hij leeft niet meer.

Godfred Haraldson (eerste helft negende eeuw) was de zoon van de Deense koning Harald Klak. In 826 werd hij samen met zijn ouders in Mainz gedoopt, waarbij kroonprins Lotharius I de peetoom van Godfred was. Na zijn doop bleef hij in het gevolg van Lotharius, maar na 840 werden ze het oneens en Godfred keerde terug naar Denemarken. In het jaar 850 deed Godfred samen met zijn neef Rorik een overval op Dorestad. Rorik nam dit in bezit, terwijl Godfred verder voer, Vlaanderen en Artesië plunderde, en naar Denemarken terugkeerde om te overwinteren. In 851 plunderde Godfried opnieuw Friesland en de Rijnmonding, voer de Schelde op om daar Gent aan te vallen, en misschien ook de abdij van Drongen. In 852 werd zijn vader, Harald Klakk, die met het graafschap Riustringen in Oost-Frisia beleend was, gedood door Oost-Frankische edelen en verdedigers van de grens met Denemarken, maar zijn heer Lotharius ondernam niets. Dat is waarschijnlijk de reden dat Godfred, die wist te ontkomen, zijn eed van trouw aan Lotharius opzegde en naar zijn vaderland Denemarken vluchtte. Na overwintering in Denemarken keerde hij opnieuw terug, viel Frisia aan met een grote vloot in 852, keerde terug en voer 9 oktober 852 de Seine op, tot bij Pont-de-l'Arche. Karel de Kale trok op naar de noormannen en had hulp van het leger van Godfreds peetoom Lotharius, maar de Vikingen hadden zich verschanst op een eiland in de Seine bij Les Andelys. Het Frankische landleger had geen boten. Nadat de patstelling de hele winter geduurd had, mocht Godfried in de lente van 853 vertrekken, waarschijnlijk met een som geld. Karel de Kale schonk hem bovendien een verblijf in zijn West-Frankische rijk. Het is aannemelijk dat dit het eiland Walcheren was, wat de Denen zich al in 837 hadden eigengemaakt. In 854 was er een aanval op Riustringen, vermoedelijk wilde Godfried het gebied van zijn vader heroveren. Er brak ook dat jaar in Denemarken een opstand uit, waarbij koning Horik I gedood werd en Horik junior op de Deense troon werd gezet. Omdat Lotharius dit gebied wilde laten besturen door zijn zoon Lotharius II, trokken de Vikingen naar Denemarken om daar de macht te grijpen na de dood van Horik I. De troonpretendenten Rorik en Godfried keerden echter onverrichter zake terug. In 855 bevond Godfred zich bij zijn neef Rorik (waarschijnlijk de dux van Frisia), in Dorestad, als vazallen van Lotharius II. Godfred bleef in Frisia achter toen Rorik, na Deense plunderingen van Dorestat en de Betuwe in 857, de opdracht kreeg om naar de Deense grens te varen om de aanvallen te voorkomen. Dat is het laatste wat men in de bronnen van deze Godfried verneemt, en hij is waarschijnlijk kort daarna gestorven.





Reacties

Populaire posts van deze blog

Generatie van 8 maal oud-oud-grootouders met Jan Gerritsz van der Gracht en Claes de Canteleu, Guilielmus Gerardus van Arnhem, Koning jacobus van Engeland I, Willem V van Oranje

Generatie van 15 en 16 maal oud-oud-grootouders met Mathieu de Canteleu en zijn zoon Anseau die sneuvelde bij de slag van Azincourt en achter neven, hoofdrolspelers tijdens de honderd jarige oorlog en bij het ontstaan van de Nederlanden.

Generatie van 7 maal oud-oud-grootouders, Gerrit Jansz van der Gracht en Susanne de Canteleu, Godefridus van Arnhem, Koning Karel I van Engeland en koning Willem der nederlanden