Generatie van 33 maal oud-oud-grootouders, Graaf Koenraad van Auxerre I, Engelberga van Parma en Keizer Lodewijk de Vrome

 




GRAAF KOENRAAD VAN AUXERRE I (Koos' Vorovergrootvader) werd geboren in 800, in Auxerre, Yonne, Bourgogne, France, als kind van Welf van Altdorf en Egilwitch, zoals getoond in stamboom 1504. Hij is gestorven op 16 februari 863, ongeveer 62 jaar oud, in Auxerre, Yonne, Bourgogne, France.

Koenraad I van Auxerre (800 – 16 februari 863) was via zijn zuster Judith een zwager van Lodewijk de Vrome en oom van Karel de Kale. Via zijn zuster Imma was hij de zwager van Lodewijk de Duitser. Koenraad is de stamvader van de Bourgondische tak van de Welfen. Koenraad was een zoon van graaf Welf van Altdorf en daarmee kleinzoon van Rothard van de Argengau. Zijn moeder was Eigilwich die in 826 abdis werd van de Abdij van Chelles. Eigilwich was dochter van de Saksische edelman Isanbarth en zijn vrouw Theodrada. Theodrada was dochter van Bernard en werd in 810 abdis van Notre Dame te Soissons. Koenraad was een belangrijke vertrouweling van Lodewijk de Vrome. Oorspronkelijk was hij graaf van de Argengau. Hij verwierf grote bezittingen in Zwaben. In 830 was hij ook hertog van Alemannië en voogd van de Abdij van Sankt Gallen, en werd in dat jaar (als aanhanger van de keizer) gedwongen om in het klooster te treden tijdens de eerste opstand tegen Lodewijk de Vrome. In 833-834 deelde hij de gevangenschap van keizer Lodewijk. In 839 wordt hij vermeld als graaf van de Argengau, Alpgau, Rheingau, Eritgau en Zürichgau. Hij was ook lekenabt van de Abdij van Sint-Germanus van Auxerre. In 842 was Koenraad namens Karel de Kale en Lodewijk de Duitser een van de drie onderhandelaars in de onderhandelingen voor het verdrag van Verdun. In 844 werd hij ook graaf van de Linzgau. Daarmee bestuurde hij vrijwel het gehele gebied rondom het Bodenmeer. In 849 werd hij graaf van Parijs (onder Karel de Kale dus), Koenraad bleef echter een belangrijke adviseur van Lodewijk de Duitser. Toen Karel en Lodewijk in 859 echter met elkaar in conflict kwamen, moest Koenraad een keuze maken en koos het kamp van Karel. Hij verloor zijn bezittingen in Alemannië en Beieren maar kreeg van Karel het graafschap Auxerre. Dit vormde later de basis voor de Bourgondische bezittingen van de Welfen.

Koenraad was getrouwd met Adelheid van Tours, dochter van Hugo van Tours en Ava van Morvois (ca. 820 - 866). Zij hadden de volgende kinderen: 

Welf (ca. 825 - voor 879), graaf van de Linzgau, Argengau en Alpgau als opvolger van zijn vader toen die graaf van Parijs werd, maar verloor zijn titels toen hij in 859 de keuze van zijn vader volgde. Werd gecompenseerd met de functie van lekenabt van de Abdij van Sainte-Colombe te Sens en de Abdij van Saint-Riquier. Hij was getrouwd met Willa van Buchau, erfdochter van Ato van Hegau. 

Koenraad II

Hugo, maakt een indrukwekkende carrière en werd o.a. graaf van Tours en Auxerre, bisschop van Keulen, markies van Neustrië en lekenabt van meerdere abdijen

Rudolf

Judith (?), getrouwd met Udo, graaf van de Lahngouw, zoon van Gebhard, graaf van de Lahngouw en kleinzoon van Odo van Orléans en Engeltrude van Parijs. 

Adelheid zou zijn hertrouwd met Robert I van Francië. 

Koneraad van Auxerre I huwde Adelheid van Tours. Zij kregen twee zonen:

Koenraad van Bourgondië II in r835

Welf de Auxerre in r835






ENGELBERGA VAN PARMA (Koos' Vorovergrootmoeder) werd geboren in 835 als kind van Adelchis van Spoleto I, zoals getoond in stamboom 1505. Zij is gestorven na 896, ouder dan 61 jaar.

Engelberga van Parma (ca. 835 — 896/901) was vermoedelijk een dochter van Adelchis I van Parma, en daarmee dan kleindochter van Suppo I van Spoleto. Zij was gehuwd met keizer Lodewijk II van Italië. Engelberga had grote invloed op haar man en zij en haar familieleden ontvingen grote schenkingen van Lodewijk, wat tot tegenstand onder de adel leidde. Engelberga heeft zich voortdurend bijzonder druk gemaakt om de bevestiging van haar bezittingen en de bescherming daarvan. Tijdgenoten zagen hierin vooral hebzucht. Vermoedelijk zag Engelberga dit echter als haar weduweverzekering, omdat zij geen zoons had, lag er voor haar namelijk geen beschermde positie als koningin-moeder in het verschiet. Er is een theorie dat Lodewijk en Engelberga helemaal niet zijn getrouwd. Dan zou Engelberga de minnares van Lodewijk zijn geweest die met het verstrijken van de jaren feitelijk de positie van koningin kreeg. Dit verklaart mede de weerstand van de adel tegen haar persoon en de twaalf schenkingen (ongebruikelijk veel) die pas vanaf tien jaar na het begin van hun relatie plaatsvinden (en niet al bij het huwelijk, wat gebruikelijk was). Ook verklaart het waarom Engelberga geen enkele maal zelf is gekroond en pas in 861 als echtgenote van de koning wordt betiteld. Engelberga vervulde herhaaldelijk de rol van bemiddelaar tussen Lodewijk, haar zwager Lotharius II en de paus. In 868 werd ze lekenabdis van San Salvatore in Brescia. In 871 nam ze de regering waar terwijl Lodewijk op veldtocht was in Zuid-Italië. Haar aanmatigende optreden in die rol zou later dat jaar mede aanleiding zijn geweest tot de gevangenneming van Lodewijk en haarzelf door haar neef Adelchis van Benevento. In 872 probeerden enkele edelen om Engelberga door een andere vrouw te vervangen, zodat Lodewijk nog mannelijke kinderen zou kunnen krijgen. In reactie daarop begon Engelberga onderhandelingen met Lodewijk de Duitser die er uiteindelijk toe zouden leiden dat Lodewijk Karloman van Beieren (zoon van Lodewijk de Duitser) als opvolger aanwees. In 873 nam Engelberga de regering in Zuid-Italië waar namens Lodewijk. Na de dood van Lodewijk koos de Italiaanse adel Karel de Kale als koning. Die benoemde Boso V van Arles tot gouverneur van Italië. Boso ontvoerde Engelberga en haar dochter Ermengarde, en trouwde met Ermengarde. In 879 steunde ze Boso toen die zichzelf uitriep tot koning van Provence. Daarop werd ze door Karel de Dikke naar Zwaben verbannen. In 882 werd Boso verslagen en kreeg Engelberga haar persoonlijke bezittingen in Italië terug, waar ze ging wonen. In 896 stichtte ze het klooster van San Sisto in Piacenza en werd daar abdis. Engelberga en Lodewijk hadden twee dochters:

Gisela (dochter van Engelberga), (ca. 850 – voor 28 april 868), in 861 benoemd tot abdis van San Salvatore te Brescia

Ermengarde, gehuwd met Boso van Provence.




KEIZER LODEWIJK (Koos' Vorovergrootvader) werd geboren op 11 april 778, in Chasseneuil bij Poitiers, als kind van Karel der Karolingen en Hildegarde, zoals getoond in stamboom 1491. Lodewijk werd „de Vrome” genoemd. Van 814 tot 829, in de leeftijd van ongeveer 36 jaar, werd hij Hertog van Beieren. Van 814 tot 840, in de leeftijd van ongeveer 36 jaar, werd hij Koning van het Frankische Rijk. Van 816 tot 840, in de leeftijd van ongeveer 38 jaar, werd hij Keizer van het Roomse Rijk. Lodewijk is gestorven (Ziekte) op 20 juni 840, 62 jaar oud, in Ingelheim am Rhein. Hij werd begraven in Abdij van St Arnulph, Metz. Lodewijk huwde 2 maal. Hij huwde met Irmingard van Haspengouw en Judith van Altdorf.

Lodewijk de Vrome (Chasseneuil bij Poitiers, 11 april 778 – Ingelheim am Rhein, 20 juni 840), ook wel de Eerlijke en de Joviale, was de koning van Aquitanië vanaf 781. Hij was ook koning der Franken en medekeizer (als Lodewijk I) met zijn vader, Karel de Grote, vanaf 813. Als de enige overlevende volwassen zoon van Karel de Grote en Hildegard, werd hij de enige heerser der Franken na het overlijden van zijn vader in 814, een positie die hij bekleedde tot zijn overlijden, met uitzondering van de periode 833-834, waarin hij was afgezet. Tijdens zijn bewind in Aquitanië werd Lodewijk belast met de verdediging van de zuidwestelijke grens van het rijk. Hij veroverde Barcelona op de moslims in 801 en liet de Frankische autoriteit gelden over Pamplona en de Basken ten zuiden van de Pyreneeën in 812. Als keizer nam hij zijn volwassen zonen - Lotharius I, Karel de Kale en Lodewijk de Duitser - op in de regering en zocht naar een geschikte verdeling van het rijk tussen hen. Het eerste decennium van zijn bewind werd gekenmerkt door tragedies en vernederingen, met name de brutale behandeling van zijn neef Bernhard van Italië.

Bij het streven naar 'gematigdheid' deed Lodewijk de Vrome ook regelmatig boete.

Tijdens zijn bewind in Aquitanië werd Lodewijk belast met de verdediging van de zuidwestelijke grens van het rijk. Hij veroverde Barcelona op de Omajjaden prins Abd al-Rahman I in 801 en liet de Frankische autoriteit gelden over Pamplona en de Basken ten zuiden van de Pyreneeën in 812. Als keizer nam hij zijn volwassen zonen - Lotharius I, Karel de Kale en Lodewijk de Duitser - op in de regering en zocht naar een geschikte verdeling van het rijk tussen hen. Het eerste decennium van zijn bewind werd gekenmerkt door tragedies en vernederingen, met name de brutale behandeling van zijn neef Bernhard van Italië. In de jaren 830 werd zijn rijk verscheurd door een burgeroorlog tussen zijn zonen, verergerd door pogingen van Lodewijk om zijn zoon Karel de Kale op te nemen in zijn opvolgingsplannen. Hoewel zijn bewind eindigde op een hoogtepunt, met de orde grotendeels hersteld, werd het gevolgd door drie jaar burgeroorlog. Lodewijk wordt over het algemeen door onderzoekers in vergelijking met zijn vader als de mindere beschouwd, maar hij werd dan ook geconfronteerd met heel andere problemen.

Terwijl Karel de Grote in Noord-Spanje op veldtocht was, beviel zijn vrouw Hildegard, hetzij op 11 april, in juni of augustus 778 in de palts van Chasseneuil bij Poitiers van een tweeling. Na Karels terugkeer werden ze als Lodewijk en Lothar gedoopt. De Karolingische koningsnamen Karel, Karloman en Pepijn waren al aan Karels eerder geboren zonen vergeven, zodat er besloten werd terug te grijpen op de namen van de belangrijkste Merovingische koningen Chlodowech I, oftewel Clovis, en Chlotarius I. De kleine Lothar overleed al in 779, maar Lodewijk overleefde.

Ten tijde van de geboorte van Lodewijk begon Karel de Grote een politiek van decentralisatie van bestuur en militair bevel vorm te geven. Doel daarvan was om in alle strategische grensgebieden een permanent aanwezige macht te hebben, onafhankelijk van de verblijfplaats van Karel zelf. Hiertoe creëerde Karel koninkrijken voor zijn zoons, die daar moesten gaan wonen en het bestuur en het militaire bevel op zich moesten nemen. Lodewijk, drie jaar oud, werd in 781 koning van Aquitanië en daarmee belast met de confrontatie met de Omajjaden van Andalusië, onder regentschap van een hofhouding van ervaren hovelingen, bestuurders en bevelhebbers, die zijn taken voor hem waarnamen.

Lodewijk ontving als kind goed onderwijs, hij sprak vloeiend Latijn en beheerste ook Grieks. Hij werd verder opgevoed volgens de gebruiken en wetten van Aquitanië.

In 797 verwierf Lodewijk Barcelona nadat de Arabische gouverneur van die stad ten gunste van de Abbasiden tegen de Omajjaden in opstand was gekomen en toen zijn opstand mislukte de stad liever aan de Franken overdroeg. In 799 ging Barcelona verloren maar in 800 leidde Lodewijk met Willem met de Hoorn en zijn zoon Bera, een leger van Aquitaniërs, Basken, Visigoten (uit Septimanië en de Provence) en belegerde Barcelona, de stad viel uiteindelijk in 801. Hiermee ontstond de Spaanse Mark.

In 806 regelde Karel de Grote zijn erfenis. Volgens deze verdeling zou Karel de Jongere vermoedelijk koning worden boven zijn broers en kreeg hij de kern van het rijk, Pepijn kreeg Italië en gedeelten van Zuid-Duitsland en Lodewijk kreeg Aquitanië, Septimanië en een gedeelte van Bourgondië.

In 812 bedwong Lodewijk een Baskische opstand. Hij ging voor zijn vader minstens een keer op campagne tegen Benevento in Zuid-Italië.

In zijn eerste huwelijk (795) was Lodewijk getrouwd met Irmingard van Haspengouw. Ze hadden een goed huwelijk en Irmingard had een grote invloed op haar man. Zij kreeg de volgende kinderen:

Lotharius (± 795-855), koning van Italië, volgde zijn vader op als keizer en werd koning van het Middenrijk

Pepijn (± 797-838), koning van Aquitanië; hij overleed voordat het Frankische Rijk in 843 bij het Verdrag van Verdun in drie delen werd verdeeld

Rotrude (± 800-?), gehuwd met Gerard van Auvergne

Bertha, van wie het geboortejaar onbekend gebleven is

Hildegarde, (± 802/804 - 857), tweede echtgenote van Gerard van Auvergne, abdis van Notre Dame en Saint Jean te Laon, steunt Lotharius tegen Karel de Kale

Lodewijk (± 806-876), koning van Beieren en na 843 van het Oost-Frankische Rijk.

Na het overlijden van Irmingard op 3 oktober 818 is Lodewijk op aandrang van zijn edelen hertrouwd. Na een soort schoonheidswedstrijd trouwde hij 1 februari 819 te Aken met Judith van Beieren. Zij kregen de volgende kinderen:

Gisela (ca. 820 - 874), getrouwd met Eberhard van Friuli

Karel de Kale (13 juni 823 - 6 oktober 877), koning van het West-Frankische Rijk

een onbekende dochter.


Bij zijn minnares Theodelinde van Sens had hij de volgende kinderen:

Alpais, (ca. 794 - 852), getrouwd met Bego van Toulouse

Arnulf, (geb. 794), graaf van Sens en bondgenoot van Lotharius.


Door het overlijden van zijn beide oudere broers, Pepijn en Karel de Jongere, was Lodewijk de enige overgebleven erfgenaam. Op 11 september 813 kwamen de rijksgroten te Aken bijeen en waren zij getuige van de feestelijke verheffing van de zoon van Karel de Grote tot mederegent en exclusieve erfgenaam van het Rijk, met de daaraan verbonden konings- en keizerstitels. In 814 werd Lodewijk koning van de Franken als opvolger van zijn vader. Hij regeerde bijna het gehele rijk zelf, alleen Italië had met Bernhard van Italië, een zoon van Pepijn, nog een eigen koning.

Het beleid van Lodewijk werd sterk bepaald door de invloed van zijn hovelingen (waaronder veel van zijn vertrouwelingen uit Aquitanië) en zijn echtgenotes. Hij begon een intensieve periode van wetgeving en staatkundige en kerkelijke hervorming. Lodewijk verplichtte alle kloosters de leefregels van Benedictus te volgen en hij moderniseerde de rechtspraak. Hij stuurde al zijn ongetrouwde (half)zusters naar het klooster om zo machtsvorming rondom toekomstige zwagers bij voorbaat te voorkomen. Zijn onwettige halfbroers liet hij met rust maar zijn neven (behalve Bernhard) dwong hij ook om in het klooster te treden, hoewel die juist bijzonder trouw waren geweest. Zijn belangrijkste raadslieden waren graaf Bernhard van Septimanië en Ebbo, de zoon van zijn min en dus een soort broer, die in 816 aartsbisschop van Reims werd. Hij hield ook ministers van zijn vader zoals Elisachar (abt van St Maximin te Trier) en Hildebold (aartsbisschop van Keulen) aan. In 815 maakte hij zijn zoons, Lotharius en Pepijn respectievelijk gouverneur van Beieren en gouverneur van Aquitanië. In 816 ten slotte werd Lodewijk door paus Stephanus, te Reims, tot keizer van het Westen gekroond.

Opstanden en conflicten

Conflicten tussen Lodewijk en zijn zoons, en tussen de zoons onderling, worden hieronder apart behandeld.

815: een opstand van de hertog van Gascogne, maar die werd verslagen en vervangen door Lupus III Centullus van Gascogne, die in 818 op zijn beurt zou worden vervangen

816: een opstand van de Sorben en de Obodriten wordt voor een paar jaar onderdrukt.

817: Vikingen plunderden langs de Elbe

818: onderwerping van Bretagne. Vikingen plunderden langs de Loire

820: campagne tegen de Arabieren in Spanje loopt op niets uit omdat de verantwoordelijke edelen (o.a. Hugo van Tours) de expeditie vertragen. Vikingen plunderden in Vlaanderen.

822: Lodewijk ondertekende het Pactum cum Pashali pontiff, met Paus Paschalis I, die de onafhankelijkheid verkreeg van de Kerkelijke Staat.

827-829: Lodewijk steunt opstandige Slavische stammen in het Eerste Bulgaarse Rijk, maar krijgt lik op stuk. (zie Omoertag).

827: Moren belegerden Barcelona

832: Moren hielden plundertochten tot bij Marseille en in het Rhônedal


Tijdens een kerkelijke feestdag in 817 in Aken, stortte een houten loopbrug tussen het paleis en de kerk in. Ook Lodewijk was op die loopbrug aanwezig maar bleef ongedeerd, hoewel er veel slachtoffers vielen. Deze gebeurtenis was voor Lodewijk een van de redenen om zijn opvolging te regelen. In het document Ordinatio Imperii benoemde hij zijn oudste zoon Lotharius tot eerste erfgenaam en medekeizer en zijn andere zoons Pepijn (Aquitanië, Gascogne, Toulouse, Carcassonne, Autun, Avallon, Nevers) en Lodewijk (Beieren en aanliggende marken) en hun neef Bernhard (Italië) tot onder-koningen. Hij probeerde hiermee te bereiken dat de eenheid van zijn rijk na zijn eventueel overlijden zou worden bewaard en dat zo een burgeroorlog zou kunnen worden voorkomen. Eigenlijk heeft Lodewijk door het benoemen van koningen in grensgebieden met sterke tegenstanders teruggegrepen op de staatsinrichting van Karel de Grote:

Pepijn tegen de Omajjaden van Andalusië

Bernhard tegen de Aghlabiden en het Byzantijnse Rijk in Italië

Lodewijk tegen het Bulgaarse Rijk en andere volken uit Oost-Europa

Opstand van Bernhard

Bernhard vond dat zijn positie door de Ordinatio Imperii was verzwakt en was bang dat hij uiteindelijk in een ondergeschikte positie ten opzichte van de zoons van Lodewijk zou worden gedwongen. Aan zijn hof werden wilde plannen gemaakt over een onafhankelijk koninkrijk en hij stuurde troepen om de Alpenpassen te bezetten. Lodewijk trok met zijn leger naar Chalon-sur-Saône en nodigde Bernhard uit hem daar te bezoeken. Toen bleek dat een aantal van zijn belangrijke edelen een opstand niet zouden steunen, had Bernhard geen keuze dan te gaan en zich uiteindelijk over te geven. Hij werd ter dood veroordeeld, maar daarna begenadigd. Wel werden zijn ogen uitgestoken. Nadat deze straf in Aken onoordeelkundig was uitgevoerd, overleed Bernhard alsnog na twee dagen ondragelijk lijden. Bisschop Theodulf van Orléans, een van de grootste geleerden van het rijk, werd van medeplichtigheid beschuldigd en opgesloten in een klooster, waar hij niet lang daarna onder verdachte omstandigheden overleed. Het lot van Bernhard en Theodulf bezorgde Lodewijk een groot schuldgevoel, dat hem de rest van zijn leven zou belasten. Hij zou de dood van zijn vrouw in 818 zien als een straf van God, hoewel er ook geruchten waren dat Ermengarde zelf de hand in de dood van Bernhard had gehad.

Als reactie op de opstand van Bernhard dwong Lodewijk zijn halfbroers om toe te treden tot de geestelijkheid. In 822 deed Lodewijk voor zijn hof en voor de paus een publieke schuldbekentenis, waar hij de verantwoordelijkheid voor het overlijden van Bernhard op zich nam. Hij beleed daarbij ook een aantal andere zonden. Dit was niet goed voor zijn imago bij de edelen. Hij liet zijn neven toen weer uit het klooster en gaf ze weer functies aan het hof.

Crisis (829 - 835)

Op aandringen van zijn tweede echtgenote, Judith, benoemde Lodewijk in 829 hun zoon Karel tot hertog (niet koning, dus formeel geen inbreuk op de Ordinatio Imperii) van Allemannië (Elzas, Zwaben, Raetië en een deel van Bourgondië). Dit ging natuurlijk ten koste van het erfdeel van Lotharius. Op aandrang van Wala van Corbie, een achteroom van Lodewijk de Vrome, die weer uit het klooster was gelaten, en andere edelen die waren verdrongen door gunstelingen van Judith, begonnen de broers Lotharius, Pepijn en Lodewijk een opstand tegen hun vader en vooral ook tegen de invloed, die Judith op Lodewijk had. Ebbo en Hildwin steunden de opstand net als een aantal bisschoppen. Bernhard van Septimanië, de belangrijkste hoveling en een bondgenoot van Judith, werd beschuldigd van overspel met Judith - hij zou misschien zelfs de vader van Karel zijn.

In 830 overtuigde Wala Pepijn van het gevaar van Bernhard van Septimanië. Pepijn trok met een leger naar Parijs en ontmoette met zijn leger zijn broer Lodewijk de Duitser even ten noorden van Parijs. Hun vader, Lodewijk de Vrome, keerde terug van weer een campagne tegen Bretagne (juist begonnen om door een externe vijand te bestrijden de eenheid te bewaren) en ging naar Compiègne. Daar werd hij door Pepijn gevangengenomen. Judith werd in Poitiers gevangengezet en Bernhard van Septimanië vluchtte naar Barcelona. De oudste broer en eerste erfgenaam, Lotharius, trok in 831 met een groot leger naar het noorden en riep in Nijmegen een rijksdag bijeen. Lodewijk de Vrome had Pepijn en Lodewijk de Duitser echter een groter deel in de erfenis beloofd dan Lotharius aanbood en ook de lokale edelen bleven trouw aan Lodewijk de Vrome. Op de rijksdag moesten de zoons hun vader weer als koning erkennen. Lotharius werd begenadigd, maar werd wel naar Italië verbannen. Judith moest een eed zweren dat zij onschuldig was. Wala en andere belangrijke edelen en geestelijken die achter de opstand zaten, werden verbannen. Het gebied van Pepijn werd uitgebreid tot aan de Somme. Het gebied van Lodewijk de Duitser werd uitgebreid tot aan de Rijn. Karel kreeg het tussenliggende gebied van de Moezel tot aan de Provence. Lotharius hield alleen Italië over.


In 832 werd Pepijn aan het hof ontboden, waar hij kil werd ontvangen, als gevolg waarvan hij het hof zonder toestemming van zijn vader verliet. Lodewijk de Vrome was bang voor een opstand en stuurde een leger naar Aquitanië. Ondertussen trok Lodewijk de Duitser Zwaben (wat volgens de regeling van 831 binnen zijn gebied viel) binnen met Slavische bondgenoten. Lodewijk de Vrome onderwierp Lodewijk de Duitser bij Augsburg en Pepijn bij Limoges. Hij was zo boos dat hij Pepijn en Lodewijk al hun gebieden ontnam. Vervolgens benoemde hij Karel tot koning van Aquitanië en wees de rest van het keizerrijk aan Lotharius toe. Lotharius koos echter voor een machtsgreep, verbond zich met Pepijn en Lodewijk de Duitser en marcheerde in 833 naar het noorden. De legers van Lodewijk de Vrome aan de ene kant en de drie opstandige broers aan de andere kant, ontmoetten elkaar bij Colmar. Er werd dagenlang onderhandeld maar ondertussen hadden de broers, met hulp van de paus, een deel van het leger van Lodewijk omgekocht of overgehaald om hun kant te kiezen. Lodewijk beval zijn resterende troepen uiteindelijk om niet meer te vechten om een kansloos bloedbad te voorkomen, en werd gevangengenomen en opgesloten in de Sint-Medardusabdij te Soissons. De plaats van de veldslag, die niet doorging, ging de geschiedenis in als het Lügenfeld (niet van leugen, maar van lueg - hinderlaag - die de drie zoons hier tegen hun vader gespannen hadden door zijn soldaten om te kopen). Karel de Kale werd opgesloten in de Abdij van Prüm en Judith in Tortona. Lodewijk de Vrome werd door een synode (onder voorzitterschap van Ebbo) in Soissons afgezet en moest te Compiègne een openbare schuldbekentenis doen. Hij werd in Reims symbolisch van de drempel van de kerk verbannen.


Lodewijk de Duitser (inmiddels getrouwd met Emma, een zuster van Judith) begon onder invloed van zijn familie en schoonfamilie weer toenadering tot Lodewijk de Vrome te zoeken. Uit boosheid over het gedrag van Lotharius en de vernedering van Lodewijk de Vrome kozen ook steeds meer edelen in Neustrië en Austrasië de kant van Lodewijk de Vrome. Lotharius werd gedwongen om zich terug te trekken op Bourgondië. In 834 wilde Lotharius de situatie van de Ordinatio Imperii van 817 herstellen, waarbij hij als keizer dus boven zijn broers zou staan. Pepijn en Lodewijk waren hier niet van gediend, want zij wilden vasthouden aan de verdeling van 831 (zonder Karel) en als zelfstandige koningen regeren, zij verdreven Lotharius naar Italië en maakten hun vader weer keizer. In 835 verloren de belangrijkste partijgangers van Lotharius tijdens de synode van Diedenhoven hun ambten en een aantal van hen overleed tijdens een epidemie in Italië.

De crisis was voorbij, maar Lodewijk zou de rest van zijn regering voortdurend in conflict blijven met zijn zoons.

De laatste jaren van het bewind van Lodewijk werden gekenmerkt door steeds wisselende allianties met zijn zonen, waarbij die geregeld titels en gebieden kregen en weer kwijtraakten. Ook in deze jaren vonden gewapende confrontaties met zijn zoons plaats. De aanvallen van de Vikingen werden heftiger.

836 - Vikingen plunderden Antwerpen en Utrecht.

837 - Vikingen veroverden Nijmegen, maar werden door Lodewijk de Vrome verjaagd. Karel werd tot koning van Alemannië en Bourgondië gekroond. Dit ging vooral ten koste van Lodewijk de Duitser, die prompt in opstand kwam. Lodewijk de Vrome gaf in reactie alle gebieden van Lodewijk de Duitser behalve Beieren aan Karel.

838 - Vrede met de Vikingen. Lodewijk de Vrome beval de bouw van een Noordzee-vloot en stelde gezanten aan voor Friesland, daaronder Rorik. Na het overlijden van Pepijn benoemde Lodewijk Karel ook tot koning van Aquitanië, maar de edelen kozen Pepijns zoon: Pepijn II. Lodewijk dreigde met een aanval.

839 - Lodewijk de Duitser viel Zwaben binnen, Pepijn II trok naar de Loire. De Vikingen vielen Friesland binnen en plunderden Dorestad. Lotharius koos door bemiddeling van Judith nu de kant van Lodewijk de Vrome. Pepijn II werd verslagen en onterfd.

840 - Karel werd erkend als koning van Aquitanië. Lodewijk dreef Lodewijk de Duitser terug tot aan de Oostmark. Het keizerrijk werd door Lodewijk opnieuw verdeeld: Karel kreeg Neustrië en Aquitanië, Lodewijk de Duitser kreeg Beieren en de rest van het rijk was voor Lotharius.

Op 20 juni 840 overleed Lodewijk na een ziekte in de palts van Ingelheim, op een eiland in de Rijn. Lodewijk ligt begraven in de abdij van St Arnulph te Metz. Na drie jaar spanning en strijd zouden zijn zoons uiteindelijk zelf bepalen hoe het rijk werd verdeeld.

De gebruikelijke munteenheid was de denarius, ook wel penning genoemd. Op de voorkant staat meestal een kruis, op de achterkant een tempeltje. De zilveren denarius was al tijdens de Romeinse Republiek, vanaf 223 v.Chr., in gebruik. De ondergang van het West-Romeinse Rijk in 476 betekende ook het verdwijnen van de denarius. De vader van Lodewijk, Karel de Grote herintroduceerde de penning. De muntslag van Lodewijk de Vrome vond onder andere plaats in Utrecht en Dorestad. Kenmerkend voor Lodewijk de Vrome is het randschrift "XPISTIANA RELIGIO".

De eetcultuur aan de hoven stond in het teken van overdadig eten. Lodewijk de Vrome wilde zijn overmatig eetgedrag omzetten naar meer 'gematigdheid'. Zijn dagelijks dieet bestond uit: 'een kraanvogel, drie schouderstukken, een kaproen en drie kippen'. Ondanks zijn pogingen om minder te eten, slaagde hij er niet in. Vandaar dat hij overging naar een vastencultuur. Deze was gebaseerd op 'gematigdheid'. Als symbool om deze bescheidenheid weer te geven, koos men een 'eland'. Een eland heeft een grote overbeet. Hierdoor graast hij heel beheerst en in kleine stukjes, terwijl hij achteruit wandelt. Deze kalme en beheerste eetwijze vond een perfecte aansluiting bij de 'deugdelijkheid' van Lodewijk de Vrome.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Generatie van 8 maal oud-oud-grootouders met Jan Gerritsz van der Gracht en Claes de Canteleu, Guilielmus Gerardus van Arnhem, Koning jacobus van Engeland I, Willem V van Oranje

Generatie van 15 en 16 maal oud-oud-grootouders met Mathieu de Canteleu en zijn zoon Anseau die sneuvelde bij de slag van Azincourt en achter neven, hoofdrolspelers tijdens de honderd jarige oorlog en bij het ontstaan van de Nederlanden.

Generatie van 7 maal oud-oud-grootouders, Gerrit Jansz van der Gracht en Susanne de Canteleu, Godefridus van Arnhem, Koning Karel I van Engeland en koning Willem der nederlanden