Generatie van 33 maal oud-oud-grootouders 2, graaf Odo van Orleans, koning lotharius van Lotharingen II, Waldrada, Gerard van Auvergne en keizerin Judith van Altdorf


 


GRAAF ODO VAN ORLEANS (Koos' Vorovergrootvader) werd geboren in juni 780 als kind van Hadrianus van Orleans en Walrada van Hornbach, zoals getoond in stamboom 1478. Odo werd Graaf van de Lahngouw. Hij is gestorven (In oorlog) in 834, ongeveer 54 jaar oud, in bij de grens van Bretagne.

Odo van Orléans, ook Udo, (ca. 780 - juni 834) was een vooraanstaande hoveling van Karel de Grote en Lodewijk de Vrome. Odo was zoon van Hadrianus van Orléans (zoon van Gerold van Vintzgouw) en Waldrada van Hornbach.

Zijn vader was zwager van Karel en daardoor was Odo een volle neef van Lodewijk, via diens moeder. Hij had dus uitstekende connecties en was daarbij ongevaarlijk omdat hij geen aanspraken op de troon had, de ideale combinatie voor een carrière aan het hof. Hij was een trouwe aanhanger van Lodewijk de Vrome en een gunsteling van diens tweede vrouw Judith van Beieren. In 810 was hij keizerlijk gezant naar Oost-Saksen en werd gevangengenomen door de Wilzen (een Slavische stam). Een jaar later maakte hij deel uit van delegatie die vrede sloot met de Denen. In 821 werd hij benoemd tot graaf van de Lahngouw. In 826 werd hij opperschenker van de palts te Ingelheim. Een jaar later werd hij graaf van Orléans als opvolger van Matfried, die samen met Hugo van Tours was afgezet wegens lafheid.

Odo werd een bondgenoot van Bernhard van Septimanië. In mei 830 werd Odo verslagen door de opstandige Pepijn I van Aquitanië. Door Lotharius I werd hij verbannen naar Italië. Matfried werd hersteld als graaf van Orléans. In oktober van datzelfde jaar wist Lodewijk de Vrome de macht terug te winnen en herstelde hij Odo in zijn ambt. In zijn poging om zijn macht te doen gelden krijgt hij te maken met veel verzet over zijn politiek ten aanzien van kerkelijke bezittingen. In 834 gaf Odo leiding aan een veldtocht van de strijdkrachten uit Neustrië die trouw waren aan Lodewijk, tegen de aanhangers van Lotharius: Matfried en Lambert van Nantes. Bij de grens met Bretagne wordt Odo bij een verrassingsaanval verslagen. Zelf komt hij om het leven en met hem sneuvelen zijn broer Willem, Wido van Maine en Theodo, abt van St Martin te Tours en keizerlijk kanselier. Odo wordt als schuldige aan deze nederlaag beschouwd. Odo was getrouwd met Engeltrude, dochter van Leuthard I van Parijs en Grimhilde. Zij kregen de volgende kinderen: Irmintrudis, eerste vrouw van Karel de Kale

Willem, in 866 gedood in Bourgondië

Gebhard.





KONING LOTHARIUS VAN LOTHARINGEN II (Koos' Vorovergrootvader) werd geboren in 835 als kind van Lotharius van Lotharingen I en Ermengarde van Tours, zoals getoond in stamboom 1436. Hij is gestorven op 8 augustus 869, ongeveer 34 jaar oud.

Lotharius II (ca. 835 - bij Piacenza, 8 augustus 869) was koning van het koninkrijk Lotharingen. In 855 verdeelde keizer Lotharius I zijn rijk onder zijn drie zoons. Lotharius was de tweede zoon en had dus geen recht op de keizerskroon van zijn vader. Er ging een hooglopende twist aan de deling vooraf omdat Lotharius' oudere broer Lodewijk die Italië kreeg, ook gebieden ten noorden van de Alpen wilde krijgen, terwijl Lotharius vond dat de minderjarige en ziekelijke jongste broer Karel van Provence geen eigen koninkrijk moest krijgen. Lotharius kreeg steun van Lodewijk de Duitser en Karel kreeg steun van Karel de Kale, waarna de verdeling werd bezegeld. De verdeling staat bekend als het Verdrag van Prüm. Na de verdeling trouwde Lotharius met Theutberga, dochter van Boso van Arles die grote bezittingen had in het westen van Zwitserland, wat strategisch was ten opzichte van zowel Italië als Bourgondië. In 856 bevestigden de drie broers de verdeling in Orbe. De hele regering van Lotharius werd gedomineerd door één onderwerp: zijn kinderloze huwelijk met Theutberga.

Lotharius had wel kinderen, bij zijn minnares Waldrada met wie hij al voor 855 een erkende relatie had (maar geen kerkelijk huwelijk), maar die waren buitenechtelijk en konden dus niet het koninkrijk van Lotharius erven. Lotharius probeerde dit op te lossen door van Theutberga te scheiden en met Waldrada te trouwen en haar kinderen te echten.

Dit was mogelijk omdat Waldrada stamde uit Rijnlandse adel. Deze poging bracht hem echter in open oorlog metTheutberga's broer Hugbert (Bosoniden), Lotharius eigen hertog van de gebieden ten zuiden van de Jura (gebergte).

Ook Lodewijk de Duitser en Karel de Kale werkten Lotharius tegen omdat zij hoopten te profiteren als hij zonder wettige erfgenamen zou komen te overlijden. De kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders die de scheiding van Theutberga en het huwelijk met Waldrada konden toestaan of verbieden, werden volledig door de verschillende politieke belangen gemanipuleerd. Door al deze verwikkelingen was Lotharius niet in staat om zijn koninkrijk effectief tegen de plunderingen door Vikingen te verdedigen, waaronder de bekende plunderingen van Dorestad. 

Een overzicht van de gebeurtenissen: 

857: Lotharius wil scheiden van Theutberga en verstoot haar. Hij komt daardoor in conflict met Hugbert.

858: Lotharius probeert twee problemen tegelijk op te lossen en beschuldigt Theutberga en Hugbert ervan vroeger incest te hebben gehad, waarna Theutberga door een abortus onvruchtbaar zou zijn geworden. Theutberga doorstaat echter een waterproef en bewijst daarmee haar onschuld in deze zaak. Een veldtocht van Lotharius tegen Hugbert mislukt. Lotharius onderkent dat de meest zuidelijke delen van zijn rijk daardoor onbestuurbaar zijn en geeft Moûtiers en Belley aan zijn broer Karel, in ruil voor steun.

859: Lotharius geeft het hertogdom van Hugbert aan Lodewijk de Duitser of aan zijn broer Lodewijk (bronnen zijn hierover onduidelijk). Zijn broer Karel benoemt Lotharius tot zijn erfgenaam.

860: Theutberga wordt opgesloten in een klooster maar weet te ontsnappen en vlucht naar Karel de Kale.

862: met toestemming van zijn "eigen" bisschoppen (de bisschoppen van Keulen en Trier zijn naaste verwanten van Waldrada) scheidt hij van Theutberga. Als argument voert hij aan dat zijn relatie met Waldrada al voor 855 een wettige basis had, op grond van het gewoonterecht, en dat zijn huwelijk met Theutberga daardoor bigaam en dus ongeldig is. Lotharius trouwt met Waldrada en zij wordt tot koningin gekroond.

863: na de dood van zijn broer Karel erft Lotharius slechts het kleine noordelijk deel van diens koninkrijk tot aan Vienne. De rest van Karels koninkrijk komt in bezit van zijn broer Lodewijk. Een synode in Metz bevestigt Lotharius' scheiding en huwelijk met Waldrada. De paus veroordeelt Lotharius handelen echter en excommuniceert Waldrada en de bisschoppen die de scheiding steunden. Zelfs een belegering van Rome door Lotharius' broer Lodewijk doet de paus niet van gedachten veranderen. Lotharius neemt wraak op Karel de Kale, de man achter het verzet van de paus, door Karels weggelopen dochter Judith onderdak te bieden.

865: onder dreiging met excommunicatie neemt Lotharius Theutberga weer terug als vrouw. Die geeft op haar beurt te kennen dat ze wil scheiden maar de paus geeft daarvoor geen toestemming.

866: de paus heft de excommunicatie van Waldrada op.

869: Lotharius reist in het voorjaar naar Rome om zijn zaak te bepleiten bij de nieuwe paus, Hadrianus II. Die zegt toe de kwestie opnieuw in overweging te zullen nemen. De paus stond toe dat Lotharius van Theutberga zou mogen scheiden en daardoor zou zijn verhouding met zijn concubine Waldrada en de kinderen die ze hadden, kunnen worden erkend.[1] Lotharius sterft echter op de weg terug aan malaria, vierendertig jaar oud, samen met een groot deel van zijn gevolg. Zijn kinderen worden onwettig verklaard en Karel de Kale en Lodewijk de Duitser verdelen zijn koninkrijk bij het verdrag van Meerssen.

Lotharius was zoon van Lotharius I en Irmgard.

Lotharius had een buitenechtelijke relatie met Waldrada (ca. 840 - na 869). Waldrada werd uiteindelijk non in Remiremont. 

Lotharius en Waldrada hadden de volgende kinderen: 

Hugo (ca. 857 - na 895), hertog van de Elzas

Gisela (ca. 862 - 907), trouwde Godfried, hertog van Friesland

Bertha (ca. 863 - 8 maart 925), trouwde eerst Theobald van Arles, neef van Theutberga en zoon van Hugbert, en daarna Adalbert II van Toscane. Na diens dood regent van Toscane. Begraven in de Santa Maria, Lucca.

Ermengard (- ca. 897), non in Santa Giustina, Lucca.



WALDRADA (Koos' Vorovergrootmoeder) werd geboren in 840. Zij is gestorven na 869, ouder dan 29 jaar.

Waldrada (circa 840 - na 869) was de favoriete vrouw van de Karolingische koning Lotharius II. Waldrada en Lotharius waren echter niet voor de Kerk getrouwd. Waldrada stamde mogelijk uit een adellijke familie uit het Maas-Moesel gebied. Er zijn echter ook andere theorieën over haar afkomst. Het in 855 gesloten kerkelijk huwelijk van Lotharius met Theutberga bleef kinderloos. Vanaf 857 tot zijn dood in 869 probeerde Lotharius tevergeefs van Theutberga te scheiden om zo een kerkelijk geldig huwelijk met Waldrada aan te kunnen gaan. De scheiding werd met name door paus Nicolaas I geweigerd. Nicolaas I verklaarde een Frankisch concilie, dat zich voor de gevraagde scheiding had uitgesproken, ongeldig. Hij excommuniceerde de afgevaardigden en verklaarde de besluiten van het concilie nietig. Een belegering van Rome door de Karolingers deed hem niet op zijn beslissing terugkomen. 

Lotharius II en Waldrada hadden vier kinderen: 

Hugo (855/860 - 900), hertog van de Elzas

Gisela van Lotharingen (ca. 860/865 - 907), vrouw van Godfried de Noorman, daarna abdis van Nijvel en van Fosses

Bertha van Lotharingen (863-925), gravin van Arles en gravin van Toscane

Ermengarde (- 6 augustus na 895/898), non

In 865, onder dreiging met excommunicatie neemt Lotharius Teutberga weer terug als vrouw. Die geeft op haar beurt te kennen dat ze wil scheiden maar de paus geeft daarvoor geen toestemming. Een jaar later heft de paus de excommunicatie van Waldrada op.Lotharius reist in 869 naar Rome om zijn zaak te bepleiten bij de nieuwe paus. Die zegt toe de kwestie opnieuw in overweging te zullen nemen. Lotharius sterft echter op de weg terug aan malaria, samen met een groot deel van zijn gevolg. Zijn kinderen worden onwettig verklaard en Karel de Kale en Lodewijk de Duitser verdelen zijn koninkrijk bij het Verdrag van Meerssen. Na de dood van Lotharius trok Waldrada zich terug in de Abdij van Remiremont, waar zij ook werd begraven.




GERARD VAN AUVERGNE (Koos' Vorovergrootvader) werd geboren rond 795. Hij is gestorven (In oorlog, slag bij Fontenoy) op 25 juni 841, ongeveer 45 jaar oud, in Fontenoy.

Gerard van Auvergne (ca. 795 - Fontenoy, 25 juni 841) was een hoge Frankische edelman. Gerard was een lid van de keizerlijke entourage van keizer Lodewijk de Vrome en verbleef aan het hof. Hij was getrouwd met Rotrude, dochter van keizer Lodewijk de Vrome en Ermengarde van Haspengouw. Na Rotrudes overlijden hertrouwde hij met haar zuster Hildegarde. Gerard was graaf van Aquitanië en werd in 839 door keizer Lodewijk de Vrome benoemd tot graaf van Auvergne en Poitiers. Hij sneuvelde op 25 juni 841 in de Slag bij Fontenoy (841). Na zijn dood werd Hildegarde abdis van de Abdij van Onze Lieve Vrouwe en van Sint-Jan te Laon. 

Gerard en Rotrude hadden drie kinderen: 

Ranulf I van Aquitanië

Gerard, graaf van de Limousin, overleden voor 879.

dochter, getrouwd met Fulco van Limoges

Gerard en Hildegarde (zuster van Rotrude) hadden geen kinderen.


KEIZERIN JUDITH VAN ALTDORF (Koos' Vorovergrootmoeder) werd geboren in 805 als kind van Welf van Altdorf en Egilwitch, zoals getoond in stamboom 1504. Zij is gestorven op 19 april 843, ongeveer 37 jaar oud, in Tours, Indre-et-Loire, Centre-Val de Loire, France.

Judith van Beieren, ook Judith Welf of ook Judita van Aldorf (ca. 805 - Tours (Frankrijk), 19 april 843), was de tweede vrouw van Lodewijk de Vrome der Franken. Ze is begraven in de Basiliek van Sint-Maarten te Tours. Judith werd als tweede vrouw van Lodewijk gekozen na een soort schoonheidswedstrijd, maar haar belangrijke familieconnecties in Zwaben, Beieren en Saksen zullen ook een rol hebben gespeeld. Zij ontving bij haar huwelijk het klooster San Salvatore bij Brescia. Zij had een grote invloed op het beleid van Lodewijk en speelde steeds een belangrijke rol om de positie van haar zoon Karel te versterken en om hem van bondgenoten en troepen te voorzien. Zij begunstigde vooral de Saksische abdijen. Zo bezat de Abdij van Corvey nog 700 jaar lang een kostbaar kruis dat Judith had geschonken en werd er tot 1803 ieder jaar "Judithsbrood" uitgedeeld aan de armen. In februari 819 trouwde ze te Aken met Lodewijk de Vrome. Ze werd moeder van Gisela van Francië (820-5 juli 874) en Karel II de Kale van West-Francië. Haar zuster Emma trouwde in 827 met Lodewijk de Duitser (en werd zo dus tevens haar stiefschoondochter). Ze was de grootmoeder van Judith van West-Francië, naar haar genoemd en gehuwd met de eerste graaf van Vlaanderen, Boudewijn I.  Zij was dochter van graaf Welf van Altdorf, op zijn beurt zoon van Rothard van de Argengau(?). Haar moeder was Eigilwich, die in 826 abdis werd van de Abdij van Chelles. Eigilwich was dochter van de Saksische edelman Isanbarth en Theodrada, op haar beurt dochter van Bernard (Karolingen) en in 810 abdis van Notre Dame te Soissons geworden. Judith van Beieren staat in de geschiedenisboeken beschreven als heerszuchtig en wellustig en zelfs overspelig, maar hiervoor zijn geen bewijzen.

Lodewijk, 40 jaar oud, huwde Judith van Altdorf, ongeveer 13 jaar oud, in februari 819 in Aken, Duitsland. Zij kregen een dochter:

Gisela di Fruili in 819




Reacties

Populaire posts van deze blog

Generatie van 8 maal oud-oud-grootouders met Jan Gerritsz van der Gracht en Claes de Canteleu, Guilielmus Gerardus van Arnhem, Koning jacobus van Engeland I, Willem V van Oranje

Generatie van 15 en 16 maal oud-oud-grootouders met Mathieu de Canteleu en zijn zoon Anseau die sneuvelde bij de slag van Azincourt en achter neven, hoofdrolspelers tijdens de honderd jarige oorlog en bij het ontstaan van de Nederlanden.

Generatie van 7 maal oud-oud-grootouders, Gerrit Jansz van der Gracht en Susanne de Canteleu, Godefridus van Arnhem, Koning Karel I van Engeland en koning Willem der nederlanden