Generatie van 17 maal oud-oud-grootouders die ook een aandeel hadden in de slag bij Crecy. In dit overzicht al zo'n veertig voorvaders die zijn gesneuveld daar.

 In dit blog vele voorouders waaronder Enguerrand de Canteleu die hebben meegevochten en/of zijn gesneuveld bij de slag van Crecy.

Deze keer heb ik ook ooms en neven toegevoegd en een belangrijke achter neef Koning Edward III van Engeland, de veroorzaker van de honderdjarige oorlog en de man die met een uitspraak de orde van de kouseband heeft laten ontstaan.

Ook koning van Polen, Jan van Luxemburg die is gesneuveld.

In dit overzicht laat ik ook zo veel mogelijk de familiebanden zien. Als ik nog verder neven en nichten zou onderzoeken ben ik ervan overtuigd dat van diezelfde neven en nichten of omes en tantes een groot aantal ook voorouder is van ons.




ENGUERAND DE CANTELEU II (Koos' Edelovergrootvader) werd geboren rond 1299, in Canteleux, Pas-de-Calais, Nord-Pas-de-Calais, FRANCE, als kind van Enguerand De Canteleu en Clothilde de Canteleu, zoals getoond in stamboom 100. Hij is gestorven (In oorlog) op 26 augustus 1346, ongeveer 47 jaar oud, in Crécy-en-Ponthieu, Somme, Picardie, FRANCE. Enguerrand II de Canteleu  had een zus genaamd Isabeau. De familie was afkomstig uit Bonnières in Pas-de-Calais, Hauts-de-France, Frankrijk, hoewel sommige documenten vermelden Canteleux specifiek. Enguerrand II droeg de titel van Chevalier en was seigneur de Canteleu, du Tronquois et d'autres lieux. Enguerrand II de Canteleu werd in 1299 geboren in de kleine adel van Noord-Frankrijk, een periode die werd gekenmerkt door feodale fragmentatie en plaatselijke machtsstrijd. De wortels van zijn familie in Bonnières plaatsten hen in de omstreden regio Pas-de-Calais, waar regelmatig conflicten plaatsvonden tussen Franse en Vlaamse strijdkrachten, evenals interne geschillen tussen Franse heren. In een tijd waarin huwelijken vaak werden gearrangeerd om allianties veilig te stellen en rijkdom te consolideren, trouwde Enguerrand II in 1306 met Blanche d'Occoches. Uit hun huwelijk kwam een zoon voort, Mathieu, die zou zijn opgegroeid te midden van de riddercultuur die de aristocratie van middeleeuws Europa domineerde. Als Chevalier en heer de Canteleu, du Tronquois et d'autres lieux, had Enguerrand II verantwoordelijkheden die typisch waren voor een ridder van zijn tijd, waaronder militaire dienst, landbeheer en het handhaven van gerechtigheid binnen zijn domein. De titel weerspiegelde zowel zijn status als krijgerselite als zijn rol als plaatselijke heer in een periode waarin dergelijke figuren een sleutelrol speelden in het regionale bestuur. Enguerrand II sneuvelde in de Slag bij Crécy in 1346, een van de belangrijkste gevechten in de Honderdjarige Oorlog. Dit conflict markeerde een keerpunt in de militaire tactiek met de introductie van de Engelse handboog, wat leidde tot de verwoestende nederlaag van de Franse cavalerie, waarbij veel ridders zoals Enguerrand II omkwamen.

De slag bij Crécy was een veldslag tussen Engeland en Frankrijk in 1346. Het was een belangrijke veldslag tijdens de honderdjarige oorlog die in de 14e en 15e eeuw aan beide Europese mogendheden grote economische schade toebracht. De veldslag werd met overmacht gewonnen door de Engelsen die daarna hun veldtocht in het noorden van Frankrijk voortzetten richting Calais. Als de Engelsen de slag bij Crécy hadden verloren, had de honderdjarige oorlog waarschijnlijk veel minder lang geduurd. De honderdjarige oorlog ontstond toen de Franse koning Philip VI gebieden in het huidige Frankrijk, die eigendom van de Engelse koning Edward III waren, bij zijn persoonlijke bezittingen voegde. De Franse koning wilde zijn macht centraliseren en daardoor persoonlijk gaan heersen over vazalstaten als die van de Engelse Koning Edward III. Hoewel deze onenigheid over land en centralisatiepolitiek een belangrijke drijfveer was voor het conflict, werd de oorlog vooral gerechtvaardigd door de aanspraak die Edward zou maken op de Franse kroon. Edward III was namelijk net als Philip VI een afstammeling van de Franse koning Philip III. Edward III probeerde in 1345 een aanval te doen in de gebieden in Noord-Frankrijk en Vlaanderen. Het grootste deel van zijn leger kon de oversteek naar het Europese vasteland echter niet maken omdat de vloot in een storm terechtkwam en noodgedwongen terug moest keren naar de Engelse havens. Het Franse leger bood weerstand tegen de aanvallen die wél werden uitgevoerd. Vervolgens kwam de koning in onenigheid met het Britse parlement. De koning had meer geld nodig voor zijn campagne, maar de drie standen wilden niet méér belasting betalen. Het loon van de soldaten bestond daardoor voornamelijk uit oorlogsbuit. Edward stond voor een lastige gok: als de invasie van Noord Frankrijk mislukte, zou het geld opraken en konden de oorlogsplannen opgeborgen worden. Als de invasie lukte, kon dit het parlement overtuigen om meer te investeren in oorlogsvoering. Nadat de Engelse troepen waren geland in Normandië rukten zij in hoog tempo op richting Parijs. Vanaf daar werd richting Calais, in het noorden getrokken. Op 25 augustus bereikte de koning met zijn leger Crécy, een dorp net iets ten noorden van de Somme. Toen de Franse koning de plaats bereikte had hij de beschikking over een leger dat bestond uit circa 30.000 manschappen. Het was ongeveer drie keer zo groot als het Engelse leger. Het Franse leger was echter door de verschillende snelheden waarop de manschappen zich voortbewogen niet compleet en volkomen ongeorganiseerd. Toen Philip VI zijn boogschutters in de aanval stuurde hadden zij nog geen beschikking over de bescherming van hun zware schilden. Die waren nog onderweg. De Engelse boogschutters konden gebruik maken van een innovatief wapen: de longbow. Hiermee konden ze veel sneller schieten dan de Fransen met hun kruisbogen en richtten ze een bloedbad aan onder de boogschutters van koning Philip VI. Een aanval van de Franse cavalerie zorgde ervoor dat de nog levende kruisboogschutters werden vertrappeld. Na die eerste aanval bestormden de Franse troepen de Engelse linies nog een aantal keer, maar zonder resultaat. De Engelse linies hielden stand, ondanks het Franse numerieke overwicht. De slechte organisatie van de Franse legers en de voordelen die de longbow met zich meebracht zorgden uiteindelijk voor een verpletterende overwinning door de Engelsen. Over de precieze verliezen aan beide kanten zijn historici het niet eens, maar aan de Franse kant verloren naar schatting tien maal zoveel soldaten het leven als aan de Engelse kant. Na de slag bij Crécy werd de campagne van Edward III voortgezet naar Calais, dat veroverd werd in april 1347. Hierdoor kreeg Engeland een groot gebied met een aantal belangrijke steden in handen op het Europese vasteland. De grote oorlogsbuit werd gebruikt om de soldaten te betalen en maakte latere campagnes in Frankrijk mogelijk. De strijd tussen de Engelse en de Franse koning zou nog meer dan honderd jaar voortduren.



Hieronder is te zien dat de vrouw van Gauthier ook weer afstamt van belangrijke voorouders.




BLANCHE DE OCCOCHES (Koos' Edelovergrootmoeder) werd geboren in 1306, in Occoches, FR, als kind van Hughes de Occoches en Marguerite de Occoches, zoals getoond in stamboom 101. Blanche werd Dame d'Outrebois. Zij is gestorven in 1397, ongeveer 91 jaar oud, in Canteleux, France.

ENGUERAND De Canteleu II huwde Blanche de OCCOCHES. Zij kregen een zoon:

Mathieu De Canteleu in 1331.


Over de volgende voorouder zijn bezittingen bekend 

LAURENS DE POILLY (Koos' Edelovergrootvader) werd geboren in 1320. Hij is gestorven in 1390, ongeveer 70 jaar oud. De volgende informatie is ook geregistreerd over Laurens. Onroerend goed in 1378, ongeveer 58 jaar oud, in Abbeville.

Bezit in Abbeville in 1378 de chatellenie van Drucat, bestaande uit een kasteel, 369 blokken bouwland, 132 blokken houtbos, een visvijver van 3 blokken, 13 blokken van weiden die het kasteel raken, een molen en twee ovens.

Laurens was de vader van een zoon: Wulfran de Poilly in 1350


De volgende voorouders zijn gesneuveld tijdens de slag om Crecy.

GAUTHIER DE CONTY IV (Koos' Edelovergrootvader) werd geboren in 1302, in Conty, als kind van Francois DE CONTY en Henriette TYREL DE POIX, zoals getoond in stamboom 105. Hij is gestorven op 26 augustus 1346, ongeveer 44 jaar oud, in Crécy-En-Ponthieu, Somme, Hauts-De-France, France.


ARNAUD DE PICQUIGNY II (Koos' Edelovergrootvader) werd geboren in 1312, in Picquigny, SOMME, Hauts-de-France, FRANCE, als kind van Arnaud de PICQUIGNY I en Clemence de PICQUIGNY, zoals getoond in stamboom 108. Arnaud werd Escuyer, Sgr de Picquigny et de St Sauveur, Chevalier (in 1336). Hij is gestorven (In oorlog, Slag bij Crecy) op 26 augustus 1346, ongeveer 34 jaar oud, in Crécy-en-Ponthieu, SOMME, Hauts-de-France, FRANCE.


HUGUES HECTOR DE OCCOCHES (Koos' Edelovergrootvader) werd geboren in 1298, in Occoches, Somme, Picardie, France, als kind van Hughes de Occoches en Marguerite de Occoches, zoals getoond in stamboom 101. Hij is gestorven (In oorlog, gesneuveld slag van Crecy) op 26 augustus 1346, ongeveer 48 jaar oud, in Crécy-en-Ponthieu, Pas-de-Calais.


BERNARD DE AIRAINES (Koos' 17 maal oud-oud-oudoom) werd geboren in 1304, in Airaines, Somme, Hauts-De-France, France, als kind van Adrien DE AIRAINES II en Jeanne DE SENARPONT, zoals getoond in stamboom 106. Hij is gestorven (gesneuveld bij de slag van Crecy) op 26 augustus 1346, ongeveer 42 jaar oud, in Crécy-En-Ponthieu, Somme, Hauts-De-France, France. Sgr et Châtelain d'Airaines ,Chevalier (1329), escuyer.

Bernard huwde zijn achter-achter-achternicht, Blanche DE DOMQUEUR.


GILLES DE SARTON (Koos' Neef, 19 gen. verwijderd) werd geboren in 1312, in Sarton, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France, als kind van Gauthier de SARTON en FELICITE de Bailliencourt. Hij is gestorven op 3 september 1346, ongeveer 34 jaar oud, in Crécy-En-Ponthieu, Somme, Hauts-De-France, France.


ESCUYER HUGHES DE SARTON (Koos' Neef, 19 gen. verwijderd) werd geboren in 1318, in Sarton, Pas-de-Calais, Nord-Pas-de-Calais, France, als kind van Gauthier de SARTON en FELICITE de Bailliencourt. Hughes werd Escuyer; Seigneur de Sarton et de Marieux. Hij is gestorven (In oorlog) op 26 augustus 1346, ongeveer 28 jaar oud, in Battle of Crecy, Crecy-en-Ponthieu, Somme, Picardie, France, onder de kleuren van Philippe de Valois.

Hughes huwde zijn achter-achter-achternicht, 1 gen. verwijderd, Francoise de Sarto. Zij kregen twee kinderen:

GAUTHIER, Escuyer; Seigneur de Sarton de Sarton in 1344

Jacqueline de Sarton in 1346


GAUTHIER DE HESDIN (Koos' Neef, 19 gen. verwijderd) werd geboren in 1287, in Hesdin, Pas-De-Calais, Nord-Pas-De-Calais, France, als kind van Jean DE HESDIN en Elisabeth DE DOMART EN PONTHIEU. Hij is gestorven op 26 augustus 1346, ongeveer 59 jaar oud, in Crécy-En-Ponthieu, Somme, Picardie, France. Escuyer, Seigneur et Châtelain d'Hesdin, Seigneur de Marconne, Chevalier (1312).


HUGUES DE HESDIN III (Koos' Neef, 19 gen. verwijderd) werd geboren in 1295, in Hesdin, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France, als kind van Jean DE HESDIN en Elisabeth DE DOMART EN PONTHIEU. Hij is gestorven (slag bij Crecy) op 26 augustus 1346, ongeveer 51 jaar oud, in Crécy-En-Ponthieu, Somme, Hauts-De-France, France. Escuyer, Seigneur d'Hesdin et de Marconnelle, Chevalier (1321).

Hugues huwde zijn achter-achter-achternicht, Mathilde DE FRESNOY.



GILLES DE DOMQUEUR (Koos' Neef, 19 gen. verwijderd) werd geboren in 1298, in Domqueur, Somme, Hauts-De-France, France, als kind van Jean de Domqueur IV en Marthe DE DOMART. Hij is gestorven op 26 augustus 1346, ongeveer 48 jaar oud, in Crécy-En-Ponthieu, Somme, Picardie, France. Escuyer ,Sgr de Domqueur et de Mesnil, Chevalier (in 1324).

Gilles huwde zijn achternicht, 1 gen. verwijderd, Marie de DOMQUEUR.



SIMON DE DOMQUEUR (Koos' Neef, 19 gen. verwijderd) werd geboren in 1302, in Domqueur, Somme, Hauts-De-France, France, als kind van Jean de Domqueur IV en Marthe DE DOMART. Hij is gestorven (gesneuveld bij de slag van Crecy) op 26 augustus 1346, ongeveer 44 jaar oud, in Crécy-En-Ponthieu, Somme, Hauts-De-France, France. Escuyer, ,Sgr de Domqueur et de Mesnil ,Chevalier (1328).


ROBERT DE AIRAINES (Koos' Neef, 19 gen. verwijderd) werd geboren in 1302, in Airaines, Somme, Hauts-De-France, France, als kind van Guillaume de airaines en Jeanne DE PICQUIGNY. Hij is gestorven (gesneuveld tijdens de slag van Crecy) op 26 augustus 1346, ongeveer 44 jaar oud, in Crécy-En-Ponthieu, Somme, Hauts-De-France, France.

Robert huwde zijn achter-achternicht, Henriette DE SENARPONT.


FRANCOIS DE BERNATRE (Koos' Neef, 19 gen. verwijderd) werd geboren in 1291, in Bernâtre, Somme, Picardie, France, als kind van Antoine de Bernatre en Louise de BERNATRE. Hij is gestorven in 1346, ongeveer 55 jaar oud, in Crécy-En-Ponthieu, Somme, Picardie, France.


ROBERT DE PAS EN ARTOIS (Koos' Achterneef, 19 gen. verwijderd) werd geboren in 1296, in Pas-En-Artois, Pas-De-Calais, Nord-Pas-De-Calais, Frankrijk, als kind van Jacques DE PAS-EN-ARTOIS II en Segolene DE SAULTY. Hij is gestorven (gesneuveld) op 26 augustus 1346, ongeveer 50 jaar oud, in Crécy-En-Ponthieu, Somme, Picardie, Frankrijk.

Robert huwde zijn 4 maal achter-nicht, Leonore DE ENCRE.


ROBERT DE BERNIEULLES I (Koos' Achterneef, 19 gen. verwijderd) werd geboren in 1290, in Bernieulles, Pas-de-Calais, Nord-Pas-de-Calais, France, als kind van Jean DE BERNIEULLES en Madeleine De AUXY. Robert werd Chevalier, Seigneur de Bernieulles et Esrelles. Hij is gestorven op 26 augustus 1346, ongeveer 56 jaar oud, in Crécy-en-Ponthieu, Somme, Picardie, France.

Robert huwde zijn achter-achter-achternicht, Jeanne de BERNIEULLES.


JEAN DE AUXY II (Koos' Achterneef, 19 gen. verwijderd) werd geboren in 1312, in Auxi-Le-Château, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France, als kind van Jean DE AUXY I en Isabeau de Craon. Hij is gestorven op 26 augustus 1346, ongeveer 34 jaar oud, in Crécy-en-Ponthieu, Picardy, France.

Jean huwde zijn achter-achternicht, 1 gen. verwijderd, Marie de Encre.


PHILIPPE DE BUSSY (Koos' Achterneef, 19 gen. verwijderd) werd geboren in 1295, in Bussy-Lès-Poix, Somme, Hauts-De-France, France, als kind van Garnier de Bussy en Marguerite TYREL DE POIX. Hij is gestorven op 3 september 1346, ongeveer 51 jaar oud, in Crécy-En-Ponthieu, Somme, Hauts-De-France, France. Chevalier, co-seigneur de Bussy, seigneur de Chanay-en-Michaille, Thieulloye-l'Abbaye et de Fresnoy-au-Val.


JEAN DE EU (Koos' Achterneef, 19 gen. verwijderd) werd geboren in 1311, in Eu, Seine-Maritime, Normandie, France, als kind van Louis DE EU2718 en Henriette DE PICQUIGNY. Hij is gestorven op 19 september 1346, ongeveer 35 jaar oud, in Crécy-En-Ponthieu, Somme, Hauts-De-France, France.

Jean huwde zijn achter-achter-achternicht, Hermine DE RAMBURES.


HECTOR DE GRIGNY (Koos' Achterneef, 19 gen. verwijderd) werd geboren in 1328, in Grigny, Nord-Pas-De-Calais, France, als kind van Gaultier DE GRIGNY en Beatrix DE BRIMEU. Hector werd Chevalier Sire de Grigny Membre permanent au Conseil d'Artois. Hij is gestorven op 3 september 1346, ongeveer 18 jaar oud, in Crécy-En-Ponthieu, Somme, Hauts-De-France, France. Escuyer, chevalier et seigneur de grigny.

Hector huwde zijn achter-achternicht, 1 gen. verwijderd, Diane DE MONTCAVREL.


JEHAN DE ROLLANCOURT IV (Koos' Achter-achterneef, 19 gen. verwijderd) werd geboren in 1313, in Rollancourt, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France, als kind van Hughes De Rollancourt IV en Isabelle De Rollancourt. Jehan werd Escuyer Seigneur de Rollancourt Chevalier-Banneret en 1347. Hij is gestorven op 26 augustus 1346, ongeveer 33 jaar oud in Crécy-En-Ponthieu, Somme, Hauts-De-France, France.

Jehan huwde zijn achter-achternicht, Julie DE NEDONCHEL


GRAAF VAN VLAANDEREN I LODEWIJK VAN NEVERS II (Koos' Achter-achter-achterneef, 19 gen. verwijderd) werd geboren als kind van Lodewijk van Nevers I en Johanna van Rethel. Hij is gestorven (gesneuveld) op 26 augustus 1346 in Battle of Crecy, Crecy-en-Ponthieu, Somme, Picardie, France.

Lodewijk II van Nevers of Lodewijk I van Vlaanderen (Nevers, ± 1304 – Slag bij Crécy, 26 augustus 1346), ook Lodewijk van Crécy genoemd, was graaf van Vlaanderen en van Nevers (1322-1346), en graaf van Rethel (1328-1346). Zijn grootvader was Robrecht III van Bethune, de leeuw van Vlaanderen († 17 september 1322). Zijn vader, Lodewijk I van Nevers, was een zoon uit Roberts tweede huwelijk met Yolande van Bourgondië. Lodewijk I werd niet de volgende graaf van Vlaanderen omdat hij twee maanden vroeger dan zijn vader overleed. Zijn moeder was Johanna van Rethel. Kleinzoon Lodewijk II volgde dus zijn grootvader Robrecht op. Lodewijk als de nieuwe graaf, opgevoed aan het hof in Parijs, was voordien nog nooit in Vlaanderen geweest. Hij trouwde in 1317 als dertienjarige met Margaretha, de achtjarige dochter van koning Filips V. De stadsrechten van de steden voor de handelaren en ambachtslui waren hem vreemd. Zijn beleid was dan ook sterk Fransgezind. Daarmee deed hij afbreuk aan de politiek van zijn directe voorgangers. In hun alliantie met koninkrijk Engeland vonden die een waarborg voor hun onafhankelijkheid en bescherming tegen het Frans expansionisme. Engeland was de belangrijkste wol leverancier en handelspartner en daarmee de bron van de Vlaamse rijkdom. Lodewijks politiek kwam zo in conflict met de belangen van zijn onderdanen. Met steun van de Franse koning en van de steden Brugge en Gent kon hij weerstand bieden tegen zijn broer Robrecht van Kassel, die zijn rechten deed gelden op de grafelijke troon. In juni 1323 schonk graaf Lodewijk aan zijn oudoom Jan van Namen, heer van Sluis, de rechtsmacht over het water van Sluis en van het Zwin en kwam daarbij in botsing met Brugge. In november 1323 had de negentienjarige graaf te kampen met de opstand van Kust-Vlaanderen, een opstand van Vlaamse boeren uit de kuststreek aangevoerd door Nicolaas Zannekin, Zeger Janszoone en Willem de Deken, naar aanleiding van de heffing van grafelijke belastingen. Lodewijk moest toen noodgedwongen na 1 jaar regeren naar Frankrijk vluchten. Het Franse leger bracht echter de Vlamingen op 23 augustus 1328 een zware nederlaag toe in de slag bij Kassel. In de jaren tussen 1329 en 1331 vaardigde de graaf de mauvais privilèges uit voor de opstandige steden en kasselrijen. In oktober 1336 schaarde Lodewijk zich openlijk aan de zijde van Frankrijk bij het begin van de Honderdjarige Oorlog. Toen hij Engelse kooplieden gevangen zette, lieten de Engelse represailles niet op zich wachten: er volgde een verbod op de uitvoer van wol. De Vlaamse steden namen daarom onder leiding van Jacob van Artevelde later een meer Engels gezinde houding aan. Begin februari 1339 werd de weerstand tegen Lodewijk zo groot dat hij moest vluchten naar Sint-Omaars en in december 1339 verliet hij na 11 jaar voorgoed zijn graafschap, waar Simon de Mirabello ruwaard werd. Graaf Lodewijk van Nevers sneuvelde op 26 augustus 1346 in de Slag bij Crécy. Eerder al sneuvelden de graven Robrecht II van Jeruzalem en Boudewijn VII van Vlaanderen in dienst van Frankrijk tegen de Engelsen. Huwelijk en kind(eren)Hij huwde in 1317 met Margaretha, de jongste dochter van koning Filips V van Frankrijk en Johanna van Bourgogne en Artesië. Hij werd vader van één wettig kind: Lodewijk van Male (1330-1384). Zijn echtgenote zou in 1361 erfgename worden van het vrijgraafschap Bourgondië (Franche-Comté) en Artesië. Een natuurlijke dochter van de graaf, Elisabeth van Vlaanderen (1325-1366), huwde met Arnold van Rummen, een pretendent op de titel van graaf van Loon. Haar halfzuster Maria van Vlaanderen (1335-1365) huwde met Olivier de Jonge Van Poelvoorde de erfschenker van de graaf.

Lodewijk huwde zijn achter-achternicht, 1 gen. verwijderd, Margaretha van Frankrijk.


JEAN ROBERT DE WAVRIN (Koos' 18 maal oud-oud-oudoom) werd geboren in 1283, in Wavrin, als kind van Robert de Saint Venant I en Marie de Roye, zoals getoond in stamboom 115. Hij is gestorven op 11 september 1346, ongeveer 63 jaar oud, in Crécy-En-Ponthieu.


JEAN DE AUXY I (Koos' Neef, 20 gen. verwijderd) werd geboren in 1291, in Auxi-Le-Château, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France, als kind van Jean Philippe de Auxy en Catherine DE PICQUIGNY. Hij is gestorven (gesneuveld tijdens de slag om Crecy) op 26 augustus 1346, ongeveer 55 jaar oud, in Crécy-En-Ponthieu, Somme, Picardie, France. Chevalier ,Seigneur d'Auxy, de Vitz s/Authie et de Fontaines ,Sénéchal du Ponthieu.


JEAN TYREL DE POIX I (Koos' Neef, 20 gen. verwijderd) werd geboren rond 1277, in Poix-de-Picardie, Somme, Picardie, France, als kind van Guillaume TYREL DE POIX en Marguerite DE AZINCOURT. Hij is gestorven op 26 augustus 1346, ongeveer 69 jaar oud, in Crécy-En-Ponthieu, Somme, Hauts-De-France, France. Titel: Chevalier, Sgr et Prince de Poix, Sgr de Bomy, Vicomte d'Esquennes.

Jean huwde zijn achter-achter-achternicht, 2 gen. verwijderd, Jeanne De Moreuil.


BERNARD DE SENLIS-EN-ARTOIS III (Koos' Neef, 20 gen. verwijderd) werd geboren in 1284, in Senlis, Pas-De-Calais, Nord-Pas-De-Calais, France, als kind van Bernard DE SENLIS-EN-ARTOIS II en Henriette de Grigny. Hij is gestorven (gesneuveld tijdens de slag bij Crecy) op 26 augustus 1346, ongeveer 62 jaar oud, in Crécy-En-Ponthieu, Somme, Picardie, France. Seigneur de Senlis Radinghem et de Lugy,Escuyer.

Bernard huwde zijn 4 maal achter-nicht, Marthe DE RENTY.


BERNARD DE SENLIS-EN-ARTOIS III (Koos' Neef, 20 gen. verwijderd) werd geboren in 1284, in Senlis, Pas-De-Calais, Nord-Pas-De-Calais, France, als kind van Bernard DE SENLIS-EN-ARTOIS II en Henriette de Grigny. Hij is gestorven (gesneuveld tijdens de slag bij Crecy) op 26 augustus 1346, ongeveer 62 jaar oud, in Crécy-En-Ponthieu, Somme, Picardie, France. Seigneur de Senlis Radinghem et de Lugy, Escuyer.

Bernard huwde zijn 4 maal achter-nicht, Marthe DE RENTY.


FRANÇOIS DE GRIGNY IV (Koos' Neef, 20 gen. verwijderd) werd geboren in 1293, in Grigny, Pas-De-Calais, Nord-Pas-De-Calais, France, als kind van Auguste de Grigny II en Jeanne van Crequy. François werd Escuyer Sire et Chatelain de Grigny. Hij is gestorven op 26 augustus 1346, ongeveer 53 jaar oud, in Crécy-en-Ponthieu, SOMME, Picardie, FRANCE.


ANTHOINE DE PERONNE (Koos' Achterneef, 20 gen. verwijderd) werd geboren in 1298, in Péronne, SOMME, Picardie, FRANCE, als kind van Roger de Peronne II en Alixe de PERONNE. Hij is gestorven in 1346, ongeveer 48 jaar oud, in Crécy-en-Ponthieu, SOMME, Picardie, FRANCE.


ENGUERRAND DE MONTCAVREL III (Koos' Achterneef, 20 gen. verwijderd) werd geboren rond 1290, in Montcavrel, Pas-De-Calais, Nord-Pas-De-Calais, France, als kind van Enguerran DE MONTCAVREL II en Ide DE RAMBURES. Enguerrand werd Chevalier. Hij is gestorven op 26 augustus 1346, ongeveer 56 jaar oud, in Crécy-En-Ponthieu, Somme, Picardie, France. Hij werd begraven in abbaye de Valoire. Chevalier,Seigneur de Montcavrel.

Enguerrand huwde zijn 4 maal achter-nicht, 2 gen. verwijderd, Jeanne de Auxy, ongeveer 17 jaar oud, in 1325 in Auxi-Le-Château, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France. Zij kregen twee kinderen:

Gaulthier DE MONTCAVREL in 1326

Diane DE MONTCAVREL in 1332


JEAN DE VISMES (Koos' Achterneef, 20 gen. verwijderd) werd geboren in 1287, in Vismes, Somme, Hauts-De-France, France, als kind van Robert de Vismes en Clothilde DE AILLY. Hij is gestorven op 26 augustus 1346, ongeveer 59 jaar oud, in Battle Of Crecy, Crecy-En-Ponthieu, Somme, Picardie, France.


HENRI DE ACHEUX EN AMIENOIS II (Koos' Achterneef, 20 gen. verwijderd) werd geboren in 1296, in Acheux-en-Amiénois, Somme, Picardie, France, als kind van Pierre DE ACHEUX-EN-AMIENOIS III en Jeanne de ACHEUX en AMIENOIS. Henri werd Escuyer, Sgr d'Acheux et de Vauchelles les Authie, Chevalier (1322). Hij is gestorven op 26 augustus 1346, ongeveer 50 jaar oud, in Crécy-en-Ponthieu, Somme, Picardie, France


GILLES DE SOYECOURT I (Koos' Achterneef, 20 gen. verwijderd) werd geboren in 1289, in Soyécourt - Somme - Picardie - France, als kind van Huet De SOYECOURT en Beatrice DE HEILLY. Gilles werd Chevalier, seigneur de Soyécourt, Franvillers, Cuvilly, grand veneur de France. Hij werd échanson de France. Gilles is gestorven op 26 augustus 1346, ongeveer 57 jaar oud, in Crécy-en-Ponthieu, 80150, Somme-Picardie, France. Chevalier banneret, Seigneur de Mouy, de Hondainville, de Cuvilly, Seigneur de Soyécourt.


LOUIS DE HUMIERES (Koos' Achterneef, 20 gen. verwijderd) werd geboren in 1305, in Humières, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France, als kind van Robert DE HUMIERES II en Louise DE BLINGEL. Hij is gestorven op 3 september 1346, ongeveer 41 jaar oud, in Crécy-En-Ponthieu, Somme, Hauts-De-France, France. Bailli de Saint-Pol, Gouverneur du Ternois, Seigneur d'Humières et de Neulette, Chevalier.

Louis huwde zijn achter-achternicht, Francoise DE BOURS, ongeveer 16 jaar oud, in 1333 in Bours, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France. Zij kregen vier dochters:

Aldegonde DE HUMIERES in 1333

Louise DE HUMIERES in 1339

Marie DE HUMIERES in 1341

Madeleine DE HUMIERES in 1345


GUY DE NESLE II (Koos' Achterneef, 20 gen. verwijderd) werd geboren in 1292, in Nesle, SOMME, Picardie, FRANCE, als kind van Guy de NESLE I en Jeanne De Nesle. Hij is gestorven op 3 september 1346, ongeveer 54 jaar oud, in Crécy-En-Ponthieu, Somme, Hauts-De-France, France. Titel: Seigneur de Nesle.

Guy huwde zijn achter-achter-achternicht, 1 gen. verwijderd, Louise de NESLE, ongeveer 16 jaar oud, in 1325. Zij kregen twee kinderen:

Henriette de ROYE in 1326

Guillaume DE NESLE in 1335


GUILLAUME DE GAPENNES I (Koos' Achterneef, 20 gen. verwijderd) werd geboren in 1299, in Gapennes, Somme, Hauts-De-France, France, als kind van Henri DE GAPENNES en Henriette DE CRECY EN PONTHIEU. Hij is gestorven op 3 september 1346, ongeveer 47 jaar oud, in Crécy-En-Ponthieu, Somme, Hauts-De-France, France. Sgr de Gapennes ,Chevalier en 1325,Grd Maitre des Eaux et Forets du Ponthieu.

Guillaume huwde zijn 4 maal achter-nicht, 2 gen. verwijderd, Clothilde DE PONTHIEU.


ROBERT DE WARLUZEL (Koos' Achterneef, 20 gen. verwijderd) werd geboren in 1285, in Warluzel, Pas-De-Calais, Nord-Pas-De-Calais, France, als kind van Bernard DE WARLUZEL III en Jossine DE AUBIGNY EN ARTOIS. Hij is gestorven op 3 september 1346, ongeveer 61 jaar oud, in Crécy-En-Ponthieu, Somme, Picardie, France. Chevalier, sire de Warluzel, Berlencourt, 1/4 Coullemont, 1/2 Humbercourt,

Robert huwde zijn achter-achternicht, Berthe DE PAS EN ARTOIS, ongeveer 16 jaar oud, rond 1314 in Pas-En-Artois, Pas-De-Calais, Nord-Pas-De-Calais, France. Zij kregen een zoon:

Pierre 1 DE WARLUZEL in 1319


JACQUES DE OLLEHAIN (Koos' Achterneef, 20 gen. verwijderd) werd geboren in 1302, in Fresnicourt-Le-Dolmen, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France, als kind van Jacques de Ollehain en Jeanne DE SERVINS. Hij is gestorven op 3 september 1346, ongeveer 44 jaar oud, in Crécy-En-Ponthieu, Somme, Hauts-De-France, France.


HUGUES DE AILLY (Koos' Achter-achterneef, 20 gen. verwijderd) werd geboren in 1314, in Ailly-Le-Haut-Clocher, Somme, Hauts-De-France, France, als kind van Robert DE AILLY II en Guillemette DE COMINES. Hugues werd Seigneur de Bellancourt. Hij is gestorven op 26 augustus 1346, ongeveer 32 jaar oud, in Crécy-En-Ponthieu, Somme, Hauts-De-France, France.


GAUTHIER DE BOURS (Koos' Achter-achterneef, 20 gen. verwijderd) werd geboren in 1288, in Bours, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France, als kind van Wallerand DE BOURS en Marie DE TANGRY. Hij is gestorven op 26 augustus 1346, ongeveer 58 jaar oud, in Crécy-En-Ponthieu, Somme, Hauts-De-France, France.

Gauthier huwde zijn achternicht, Alixe de Bours.


ALBERT DE BRYAS (Koos' Achter-achterneef, 20 gen. verwijderd) werd geboren in 1300, in Brias, France, als kind van Jean de Bryas en Jacqueline de Bus. Albert werd Escuyer, Sgr de Bryas et de Valhuon, Chevalier (1326). Hij is gestorven op 26 augustus 1346, ongeveer 46 jaar oud, in Crécy-en-Ponthieu, Somme, Picardie, France.

Albert huwde zijn achter-achternicht, 1 gen. verwijderd, Louise de BRYAS, ongeveer 17 jaar oud, in 1335.


ALBERT DE WIGNACOURT (Koos' Achter-achterneef, 20 gen. verwijderd) werd geboren in 1292, in Vignacourt, Somme, Picardie, France, als kind van Adam DE WIGNACOURT en Ide DE THUNC. Hij is gestorven op 19 september 1346, ongeveer 54 jaar oud, in Crécy-En-Ponthieu, Somme, Hauts-De-France, France. Escuyer Sgr de Vignacourt et de Pernois.


FRANCOIS DE AZINCOURT (Koos' Achter-achterneef, 20 gen. verwijderd) werd geboren rond 1295, in Azincourt, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France, als kind van Charles DE AZINCOURT en Edwige DE THEROUANNE. Hij is gestorven op 28 augustus 1346, ongeveer 51 jaar oud, in Crécy-En-Ponthieu, Somme, Hauts-De-France, France. Ecuyer, Seigneur d'Azincourt.

Francois huwde zijn achter-achter-achternicht, Clotilde de Cavron, ongeveer 13 jaar oud, in 1315 in Cavron-Saint-Martin, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France. Zij kregen vijf kinderen:

Jeanne Catherine DE AZINCOURT in 1315

Catherine de Azincourt in 1328

Gilles de Azincourt in 1329

Jeanne De AZINCOURT in 1342

Marie de FIENNES


JEAN IV DE HARCOURT (Koos' 4 maal achter-neef, 17 gen. verwijderd) werd geboren rond 1307, in France, als kind van Jean DE HARCOURT en Alix van Brabant. Hij is gestorven op 26 augustus 1346, ongeveer 39 jaar oud, in Battle of Crécy, Somme, Ponthieu, France.

Jean was de vader van een zoon:

Jean DE HARCOURT in 1325



ANTOINE DE BLINGEL (Koos' Achter-achterneef, 20 gen. verwijderd) werd geboren in 1320, in Blingel, Pas-de-Calais, Nord-Pas-de-Calais, France, als kind van Louis van Blingel V en Adele DE BOUBERS-ABBEVILLE. Hij is gestorven op 26 augustus 1346, ongeveer 26 jaar oud, in Crécy-en-Ponthieu, Somme, Picardie, France. Seigneur de Blingel et d'Eclimeux.

Antoine huwde zijn achter-achternicht, Blandine DE BOURS, ongeveer 17 jaar oud, in 1341. Zij kregen een dochter:

Jeanne De Bryas1553 in 1343


AUGUSTE DE BLANGY (Koos' Achter-achter-achterneef, 20 gen. verwijderd) werd geboren in 1291, in Blangy-Sur-Ternoise, 62138, Pas-De-Calais, Nord-Pas-De-Calais, Frankrijk, als kind van Antoine DE BLANGY enHelene DE SERICOURT, hij is gestorven op 26 augustus 1346, ongeveer 55 jaar oud, in Crécy-En-Ponthieu, Somme, Picardie, Frankrijk.

Auguste huwde zijn achter-achternicht, Clotilde DE FRESNOY. Zij kregen een dochter:

Jeanne de HUMIERES in 1322



LAURENT DE SEMPY DE BERNIEULLES (Koos' Achter-achter-achterneef, 20 gen. verwijderd) werd geboren in 1288, in Sempy, Pas-de-Calais, Hauts-de-France, France, als kind van Robert DE SEMPY en Gabrielle DE TINGRY. Laurent werd Seigneur de Sempy, d'Aix-en-Issart et de Marles-sur-Canche. Hij is gestorven in 1346, ongeveer 58 jaar oud, in Crécy En Ponthieu, Somme, Hauts-de-France, France.


RUDOLF VAN LOTHARINGEN (Koos' 5 maal achter-neef, 20 gen. verwijderd) werd geboren in 1320 als kind van Ferry van Lotharingen IV en Elisabeth van Habsburg. Hij is gestorven (slag bij Crecy) in 1346, ongeveer 26 jaar oud, in Crecy-en-Ponthieu, 80, Picardie, France.

Rudolf huwde zijn 5 maal achter-nicht, Maria van Blois, ongeveer 11 jaar oud, in 1334. Zij kregen een zoon:

Jan van Lotharingen I in 1346



ROBERT DE LIGNIERES CHATELAIN (Koos' 19 maal oud-oud-oudoom) werd geboren in 1281, in Lignières-Châtelain, Picardie, Frankrijk, als kind van Gauthier De Lignieres-Chatelain II en Alixe DE FOUCARMONT, zoals getoond in stamboom 151. Hij is gestorven op 26 augustus 1346, ongeveer 65 jaar oud, in Crécy-En-Ponthieu, Somme, Picardie, Frankrijk.

Robert huwde zijn 4 maal achter-nicht, 1 gen. verwijderd, Mathilde DE CONTY. Zij kregen twee zonen:

Robert de LIGNIERES CHATELAIN II in 1321

Henri de LIGNIERES-CHATELAIN in 1325


ROBERT DE RAMBURES (Koos' Neef, 21 gen. verwijderd) werd geboren rond 1269, in Rambures, Somme, Picardie, Frankrijk, als kind van Jean DE RAMBURES en Adeline Lutgarde DE WALINCOURT. Hij is gestorvenop 26 augustus 1346, ongeveer 77 jaar oud, in Crécy-en-Ponthieu.

Robert huwde zijn nicht, 1 gen. verwijderd, Guillemette TYREL DE POIX2712.

Zij kregen twee dochters:

Louise de RAMBURES in 1312

Hermine DE RAMBURES in 1318


GHISLAIN DE BLINGEL (Koos' Neef, 21 gen. verwijderd) werd geboren rond 1294, in Blingel, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France, als kind van Jean De Blingel II en Michelle De Blingel. Hij is gestorven op 26 augustus 1346, ongeveer 52 jaar oud, in Crécy-En-Ponthieu, Somme, Hauts-De-France, France.

Ghislain huwde zijn 4 maal achter-nicht, Jeanne de BLINGEL.


ROBERT DE BOISLEUX (Koos' Achterneef, 21 gen. verwijderd) werd geboren in 1281, in Boisleux-Saint-Marc, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France, als kind van Jehan de Boisleux II en Gersende DE CAULAINCOURT. Hij is gestorven op 19 september 1346, ongeveer 65 jaar oud, in Crécy-En-Ponthieu, Somme, Hauts-De-France, France.


LOUIS VAN BLINGEL V (Koos' Achterneef, 21 gen. verwijderd) werd geboren in 1288, in Blingel, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France, als kind van Gauthier de Blingel en Philippa De AUXY. Hij is gestorven op 3 september 1346, ongeveer 58 jaar oud, in Crécy-En-Ponthieu, Somme, Hauts-De-France, France.


JEAN DE LA VIEFVILLE III (Koos' Achter-achterneef, 21 gen. verwijderd) werd geboren rond 1295, in Saint-Omer, Pas-De-Calais, Nord-Pas-De-Calais, France, als kind van Pierre DE VIEFVILLE en Jeanne DE RELY. Hij is gestorven op 26 augustus 1346, ongeveer 51 jaar oud, in Crécy-En-Ponthieu, Somme, Hauts-De-France, France.

Jean huwde zijn achter-achternicht, 1 gen. verwijderd, Antoinette DE MAILLY. Zij kregen een zoon:

Gauvin VIEFVILLE in 1338


ROBERT DE AUBIGNY EN ARTOIS (Koos' Echtgenoot van achternicht, 22 gen. verwijderd, ) werd geboren in 1285, in Aubigny En Artois, Pas-De-Calais, France. Hij is gestorven (gesneuveld) op 26 augustus 1346, ongeveer 61 jaar oud, in Crécy-En-Ponthieu, Somme, Picardy, France. Chevalier , Seigneur d'Aubigny et d'Agnères.

Robert DE AUBIGNY EN ARTOIS huwde Henriette DE MORTAGNE. Zij kregen twee zonen:

Jacques De Aubigny En Artois in 1315

Jehan De AUBIGNY EN ARTOIS in 1319


JEAN DE GHISTELLES (Koos' Echtgenoot van achter-achter-achternicht, 22 gen. verwijderd, ) werd geboren in 1286, in Ingelmünster, West-Vlaanderen, België, als kind van Jan van Gistel1 en Marguerite van Luxemburg. Jean werd Kamerheer van de hertog van Boergondië (Belgique), Chambellan de Flandres. Hij is gestorven op 26 augustus 1346, ongeveer 60 jaar oud, in Crécy-En-Ponthieu, Somme, Picardie, France.

Jean huwde drie maal. Hij huwde met Maria van Renesse, Joanna van Diksmuide van Beveren en Yolande vanOrleans. Chevalier, Seigneur de Ghistelles, Grand Chambellan des Flandres.

Jean DE GHISTELLES, ongeveer 51 jaar oud, huwde Maria van Renesse, ongeveer 50 jaar oud, op 10 november 1337. Zij kregen een zoon:

Jean van Gistel IV in r1315

Noot: Getrouwd met: Marie DE LUXEMBOURG.


JEAN DE PIERREPONT DE ROUCY V (Koos' Achter-achter-achterneef, 22 gen. verwijderd) werd geboren in 1285, in France, als kind van Jean de Pierrepont de Roucy IV en Jeanne de Dreux. Jean werd Comte de Roucy & Braine. Hij is gestorven op 26 augustus 1346, ongeveer 61 jaar oud, in Crécy-en-Ponthieu, Somme, Picardie, France.


GUILLAUME DE ABBEVILLE (Koos' Achter-achter-achterneef, 22 gen. verwijderd) werd geboren in 1295, in Abbeville, France, als kind van Jean DE ABBEVILLE en Marthe de CAYEUX. Guillaume werd Escuyer, Sgr d'Abbeville, de Port le Grand et de Grand Laviers. Hij is gestorven op 26 augustus 1346, ongeveer 51 jaar oud, in Crécy-en-Ponthieu, Somme, Picardie, France.

Guillaume huwde zijn 4 maal achter-nicht, Isabeau DE PICQUIGNY. Zij kregen een zoon:

Girard DE ABBEVILLE in 1332

KONING VAN POLEN JAN VAN LUXEMBURG (Koos' Achter-achter-achterneef, 22 gen. verwijderd) werd geboren op 12 augustus 1296 als kind van Hendrik van Luxemburg VII en Margaretha van Brabant. Jan werd „de blinde” genoemd. Hij is gestorven (gesneuveld) op 26 augustus 1346, 50 jaar oud, in slag bij Crecy. Jan huwde 2 maal. Hij huwde met Beatrix van Bourbon (zijn achternicht) en Elisabeth van Bohemen  (zijn 6 maal achter-nicht).

Jan van Luxemburg (Tsjechisch: Jan Lucemburský, Luxemburgs: Jang de Blannen, Frans: Jean de Luxembourg, Jean l’Aveugle; Luxemburg, 10 augustus 1296 - Slag bij Crécy, 26 augustus 1346), ook Jan van Bohemen, later Jan de Blinde genoemd, was koning van Bohemen van 1311 tot 1346, markgraaf van Moravië, graaf van Luxemburg en titulair koning van Polen van 1311 tot 1335. Hij gold als belichaming van het ridderideaal van zijn tijd. Hij was een beroemd toernooiheld en kon ook enige successen boeken op het vlak van de vermeerdering van zijn Hausmacht. Jan was de zoon van keizer Hendrik VII en Margaretha van Brabant. Reeds op jonge leeftijd begeleidde hij zijn vader en bracht enige tijd in Parijs door, waar hij ook studeerde. Nadat Hendrik VII in 1308 tot rooms-Duits koning werd verkozen, beleende hij Jan vervolgens met het graafschap Luxemburg. In 1309 nam een Boheemse adellijke factie, die tegen de toenmalige Boheemse koning Hendrik van Karinthië opponeerde, contact op met Hendrik VII. Hendrik reageerde, terwijl hij sinds begin 1310 onderhandelingen met de Boheemse oppositiegroepen voerde en op 30 augustus 1310 beleende hij de 14 jaar oude Jan met het koninkrijk Bohemen. Jan trouwde later op diezelfde dag nog in Speyer met de Boheemse prinses Elisabeth, een zus van Wenceslaus III, met wiens moord in 1306 kort daarvoor het oude heersershuis van de Přemysliden in mannelijke lijn was uitgestorven. In oktober 1310 trok Jan met een troepencontingent naar Bohemen, terwijl zijn vader Hendrik naar Italië opbrak, om daar de keizerskroon te verwerven. Jan, die door Hendrik ook tot Rijksvoogd was benoemd geworden, belegerde de toentertijd rijkste stad Kuttenberg, waarvan de verovering hem echter niet gelukte. Aldus richtte hij zich nu op het kleine stadje Kolín en werd opnieuw door Hendrik van Karinthië verslagen. Toen Jan uiteindelijk Praag binnentrok, waar hij op 7 februari 1311 werd gekroond, had hij nog niets veroverd. In zijn capitulatio caesarea moest hij de inheemse adel toestaan, dat ambten slechts door Bohemers en Moraviërs mochten worden bekleed. Daarin drukten zich het machtsgewin van de adel en de herontwikkeling van een Boheems nationaal gevoel uit. Voor Jan betekende het accepteren van de Boheemse kroon ook, dat hij aanspraak maakte op de tronen van Polen en Hongarije, die de laatste twee Přemysliden hadden ingenomen. 1313 was een ongeluksjaar voor Jan. De onderneming van zijn vader Hendrik VII, de Italiëveldtocht, eindigde in een familietragedie: zowel zijn vader als ook zijn moeder en een broer van zijn vader (Walram) kwamen tijdens de Italiëtocht om het leven. Drie jaar na het kinderhuwelijk van Speyer was het Huis Luxemburg bijna uitgestorven. Boudewijn van Luxemburg, aartsbisschop van Trier, was nu het nieuwe hoofd van het Huis Luxemburg. Jan was intussen 17 jaar oud en vader van een dochter. Tevergeefs trachtte hij nu, als opvolger van zijn vader, rooms-Duits koning te worden. Het lukte hem echter niet de Duitse keurvorsten aan zijn kant te krijgen, vooral ook omdat de keurvorsten voor het machtsevenwicht vreesden en liever een zwakkere kandidaat wensten te verkiezen. De verkiezing viel in 1314 tenslotte uit in het voordeel van de kandidaat van het Huis Wittelsbach, Lodewijk, en Jan moest zich hier bij neerleggen. Voortaan stonden het Huis Luxemburg en Wittelsbach samen tegen de Habsburger Frederik de Schone, die door een deel van de keurvorsten was verkozen. Daarbij was te merken dat menige keurstemmen (zoals die van Saksen) omstreden waren. Intussen zag Jan, "Koning vreemdeling" in Bohemen, zich gedwongen de Boheemse hoge adel meer aan de macht te doen deelnemen, wat tenslotte in een burgeroorlog eindigde. Om deze tot ontspanning te brengen, benoemde Jan de aartsbisschop van Mainz, Peter van Aspelt, tot generaal-kapitein van Bohemen. In 1317 had de hoge adel niet enkel met permanente oorlog gedreigd, maar ook met de verkiezing van een Habsburger. Als bondgenoot van het Huis Wittelsbach vocht Jan in 1322 mee in de Slag bij Mühldorf, waarin de Wittelsbachs-Luxemburgse alliantie zegevierde. Jan ontving hiervoor het Rijkspandschap Eger. Kort daarop kwam het echter tot een duidelijke afkoeling van de betrekkingen tussen Jan en Lodewijk. Jan wou nog in de strijd tussen Lodewijk en de paus bemiddelen, waarvoor hij als beloning hoopte op Noord-Italië als gebiedsuitbreiding en het delen in de heerschappij, doch hij slaagde er niet in deze plannen te verwezenlijken. In Bohemen kon Jan zijn macht niet werkelijk ontplooien, daar hij amper in het land was en zich in meerdere Europese conflicten mengde. Zo verzocht hij steeds weer zijn aanspraak op Polen door te drijven, terwijl hij in het conflict tussen de Duitse Orde en de Poolse koning Wladislaus de Korte aan de kant van de Orde optrad en in 1328/1329 (beleg van Medvėgalis), 1336/1337 en 1344/1345 aan veldtochten van de Orde tegen Litouwen deelnam. Enkele successen kon hij in Silezië boeken, waar tussen 1327 en 1335 meerdere hertogen Jan trouw zwoeren. Als reactie daarop sloten de Poolse en Hongaarse koning, die zich beiden door de aanspraken van Jan op hun respectievelijke tronen bedreigd voelden, een alliantie. Jan richtte zich ook steeds meer tot Frankrijk, nadat de traditioneel goede betrekkingen tussen het Huis  Luxemburg en het Franse koningshuis Capet in de voorgaande jaren een knauw hadden gekregen: keizer Hendrik VII had zich tegen de Franse expansiepolitiek in het westelijke grensgebied van het Rijk schrap gezet en ook tijdens Hendriks veldtocht naar Rome had de Franse koning Filips IV tegen de keizer geageerd. Nu normaliseerden zich echter de betrekkingen en Jan hield zich vaak meerdere weken per jaar aan het Parijse hof op, waar het toernooiwezen werd gecultiveerd. De in 1328 op de troon gekomen Filips VI ondersteunde Jan zelfs met troepen. In 1335 zette de Poolse koning Casimir III zich in om het conflict met Jan bij te leggen. De koningen troffen elkaar in Visegrád. Casimir erkende de Boheemse soevereiniteit over Silezië en verzaakte tegen een geldbetaling aan zijn aanspraken op de Boheemse kroon. Jan gaf op zijn beurt zijn aanspraak op de Poolse troon op en perkte zijn ondersteuning van de Duitse Orde in. Koning Jan en keizer Lodewijk de Beier ontmoetten elkaar in 1330. Lodewijk was reeds lang door de paus geëxcommuniceerd, maar besloot nu toch tot een Italië veldtocht over te gaan. Jan daarentegen, die een verstandige terughoudendheid behield tussen paus en keizer, was in de laatste jaren een machtige landsheer geworden en ageerde als een handige realpolitieker. Hij was zo min of meer de scheidsrechter en vredesrechter van Europa geworden. Jan behield de positie van de rooms-Duitse koning, totdat deze onfortuinlijk uit Italië terugkeerde. Jan scheen op het hoogtepunt van zijn succes te zijn en zo vatte hij een nieuw plan op: hij wou zelf naar Noord-Italië optrekken. In feite was een dergelijke Italiëveldtocht in het kader van een Hausmacht politiek juist ongebruikelijk: Jan plande een Luxemburgs heerschap complex in Noord-Italië op te richten. Jan trok in 1330 met slechts een klein leger van 400 kurassiers van Innsbruck naar Trient. De redenen voor deze tocht naar Italië zijn in het historische onderzoek omstreden: mogelijk wou hij de rechten van het Rijk beschermen en op de verzoeken van de gezanten uit Brescia ingaan. Deze baden hem om het beschermheerschap over hun stad op zich te nemen: Mastino della Scala, de heer van Verona, bedreigde namelijk hun stad. Mogelijk handelde Jan echter slechts uit avontuurlust. Het meest waarschijnlijke lijkt echter de oprichting van een nieuwe machtsbasis in Noord-Italië te zijn geweest, waarbij hij zich op zijn vader Hendrik VII kon beroepen, die ook naar Italië was gekomen, om weer de orde in het door oorlogen geteisterd land te herstellen. Juist Brescia, dat zich voorheen tegen zijn vader had verzet, opende nu voor Jan van Luxemburg zijn poorten. In amper drie maanden tijd stelden alle belangrijke steden van Lombardije zich onder zijn beschermheerschap. Deze heerschap moest hij tegen Filips VI verdedigen. In de paasdagen van 1331 trad zijn in 1316 geboren zoon en troonopvolger Karel op aan zijn zijde. Deze leerde algauw zijn vader tegen te spreken, maar ook zelfstandig te handelen. Hij was het, die als 17-jarige kroonprins, zonder ruggenspraak met zijn vader, de oorlog tegen Florence beval – al was deze weinig succesvol. Jan zorgde daarentegen ervoor dat hem de signoria over meerdere steden werd overgedragen en zelfs de machtige Visconti erkenden zijn formele soevereiniteit. Doch dit deed tegelijkertijd het mistrouwen van Lodewijk toenemen, die zijn Italische vertrouwenspersonen opdroeg slechts zijn Rijksvoogd Otto van Oostenrijk te gehoorzamen. Jan richtte nu zijn aandacht op de problemen in het westen. In 1332 sloot hij een verdrag met de Franse koning. Daarin verplichtte Jan zich tot bijstand in het geval van een oorlog (behalve wanneer de rooms-Duitse koning in het conflict was verwikkeld). Daarmee verbond Jan zich aan het Franse hof, doch verwachtte hij daardoor waarschijnlijk een soepele Hausmacht politiek, temeer omdat de Fransen Jan nu ook in Noord-Italië met een lichting bijstonden. Daar hadden meerdere machtige steden en de koning van Napels zich in een bondgenootschap aaneengesloten. Jan leed meerdere nederlagen en moest zich in oktober 1333, daar zijn zoon Karel weigerde de weinige overgebleven steunpunten verder te verdedigen, terugtrekken. De Italië politiek van Jan was daarmee mislukt, doch zorgde zijn optreden ten zuiden van de Alpen op zijn minst ervoor, dat Noord-Italië zich niet verder van het Rijk losmaakte – wat in ieder geval overeenstemde met de plannen van de paus. In 1335 verzaakte Jan tegen een financiële schadeloosstelling en de Silezische hertogdommen, die intussen van Bohemen leenafhankelijk waren geworden, aan de Poolse kroon. Tezelfdertijd barsten de toenemende spanningen tussen Jan en Lodewijk los. De keizer liet zijn aanspraak gelden op de Alpenlanden, die Jan op grond van het (evenwel niet voltrokken) huwelijk van zijn tweede zoon Jan Hendrik met Margaretha van Tirol voor zich opeiste. In 1336 braken de vijandigheden uit, doch kwam het noch in datzelfde jaar tot een vreedzame verzoening. Jan brak kort daarop op om op een Kruistocht tegen de Litouwers te gaan. Jan van Luxemburg, de grote ridder en toernooiheld, was in 1337 aan het rechteroog blind geworden. Deze oogziekte was een erfelijke aandoening in het Huis Luxemburg en slechts het verwijderen van het zieke oog kon een overslaan op het gezonde oog verhinderen. Ondanks een operatie door Guy de Chauliac verloor hij drie jaar later ook het linkeroog en werd hij voortaan de Blinde genoemd. Tijdens de kort daarop uitgebroken gevechtsacties tussen Engeland en Frankrijk (zie: Honderdjarige Oorlog) stond Jan aan de kant van Frankrijk, terwijl Lodewijk aan de kant van Engeland stond. Jan oefende in 1339 zelfs het commando in Gascogne uit – en dit met succes. Hierdoor opgeëist was hij echter niet bij de zogenaamde keurvereniging van Rhense aanwezig, op dewelke de keurvorsten hun aanspraak op de verkiezing van de rooms-Duitse koning benadrukten en pauselijke aanspraken afwezen. Onder Jan de Blinde kreeg de stad Luxemburg in 1340 een nieuwe stadsmuur. Ook verleende hij op 20 oktober 1340 de stad het recht tot het houden van een jaarmarkt in de tweede helft van augustus, die nog steeds elk jaar plaatsvindt (Schobermesse), maar tegenwoordig meer een kermis is geworden. De spanningen tussen het Huis Luxemburg en Lodewijk bleven bestaan, en ook in het Rijk nam de oppositie toe. Op 13 juli 1346 werd Karel, de oudste zoon van Jan, die steeds meer eigen initiatief toonde en daarmee vaak in tegenspraak met zijn vader kwam, tot nieuw rooms-Duits koning gekozen – hij zou het Rijk na de dood van Lodewijk al gauw onaangevochten regeren en uitgroeien tot een bekwaam keizer. Jan viel in 1346 in de Slag bij Crécy, waarin zijn zoon Karel onder onopgehelderde omstandigheden van het slagveld verdween. Volgens de overlevering zou de reeds volledig blinde Jan praktisch onbeschermd in het strijdgewoel gereden zijn en vervolgend gedood zijn. Volgens de legende naderde na de slag de toen 16-jarige prins van Wales, Eduard van Woodstock (ook bekend als de Zwarte Prins) zijn lijk. Hij zou het helmteken van Jan hebben genomen en tot het zijne hebben gemaakt. Deze episode kent historisch evenwel geen grond. Het helmteken in het wapenschild van de prins van Wales is in de vorm van drie struisvogelveren, terwijl Jans helmteken uit twee gierenvleugels bestond, en er is ook geen bewijs dat Jan het devies "Ich dien" zou hebben gevoerd. De dood van Jan liet een diepe indruk na op de Europese adel: Jan was tot op het eind zijn eed trouw gebleven en stierf als belichaming van het ideaal van het Europese ridderschap. De Engelsen gedachten de dode koning in een speciale rouwceremonie, die door de bisschop van Durham werd geleid. Overigens werd ook Jans politieke handelen door het moderne historische onderzoek meestal welwillender beoordeeld, dan dit in het verleden het geval was, omdat hij meestal vergeleken werd met zijn politiek succesvollere zoon en als onduldzame vader werd voorgesteld, die de kwaliteiten van Karel niet wist te erkennen. Jan werd voorlopig in het Luxemburgse klooster Altmünster bijgezet. Na de verwoesting van de Benedictijnerabdij in 1543 werd Jan vervolgens in het Luxemburgse klooster Neumünster bijgezet. In de troebelen van de Franse Revolutie kwam Jans gebeente in het bezit van de industriëlenfamilie Boch in Mettlach an der Saar. Daar rustte Jans gebeente volgens verslagen van de familie Boch in een zolderkamer. Pierre-Joseph Boch zou de stoffelijke resten van monniken hebben gekregen, om ze voor de Franse revolutionaire troepen te verbergen. Zijn zoon Jean-François Boch schonk in 1833 de stoffelijke restanten van Jan aan de Pruisische kroonprins Frederik Willem, tijdens diens reis door het Pruisische Rijnland. De kroonprins, die in Jan een voorouder zag, gaf de bouwmeester Karl Friedrich Schinkel de opdracht een grafkapel voor Jan de Blinde te ontwerpen. Van 1834 tot 1835 bouwde Schinkel aan de kapel in Kastel-Staadt op de plaats van de oude kluizenaarswoning Klause Kastel op een rots over het Saardal. Op Jans sterfdag in 1838 werd zijn gebeente daar in een zwarte marmeren sarcofaag bijgezet. De teraardebestelling in de kapel 1838 is in het sterfregister van de parochie van het jaar 1838 op pagina 202 neergeschreven. In 1945 werd Jan op initiatief van de staat Luxemburg uit de grafkapel in een overrompelingsactie opgegraven en naar Luxemburg (in de crypte onder de kathedraal) overgebracht. Jan van Luxemburg trouwde in 1310 in Speyer met Elisabeth I van Bohemen (1292–1330), dochter van Wenceslaus II, koning van Bohemen. Na haar dood huwde hij in 1334 in Vincennes Beatrix van Bourbon (1318-1383), de dochter van hertog Lodewijk I van Bourbon. Kinderen uit zijn eerste huwelijk

Margaretha van Luxemburg (1313-1341); ∞ 

Hendrik II, hertog van Neder-Beieren (1305–1339)

Bonne of Jutta (1315–1349); ∞ 1332 

Jan II, koning van Frankrijk

Karel IV (1316–1378), rooms-Duits keizer

Přemysl Ottokar van Luxemburg (1318–1320)

Anna van Luxemburg (1323-1338); ∞ 1327 

Ladislaus, zoon van koning Karel I van Hongarije, ∞ 1335 

Otto, hertog van Oostenrijk

Jan Hendrik (1322–1375), markgraaf van Moravië; ∞ 

Margaretha, gravin van Tirol

Kinderen uit zijn tweede huwelijk

Wenceslaus (1337–1383), eerst graaf, vervolgens hertog van Luxemburg

Buitenechtelijke kinderen: 

Nicolaus (1322–1358), patriarch van Aquileja.

Jan van Luxemburg huwde Beatrix van Bourbon. Zij kregen een zoon:

Wenceslaus van Luxemburg I in 1337


De volgenden hebben meegevochten in Crecy maar hebben het overleeft.

ROBERT DE NEDONCHEL I (Koos' Achterneef, 20 gen. verwijderd) werd geboren in 1296, in Nédonchel, Nord-Pas-De-Calais, France, als kind van Guy DE NEDONCHEL en Alix de Nedonchel. Robert werd Escuyer, Seigneur de Nédonchel, de Bugny et La Beuvrière, Chevalier(1346 à Crécy). Hij is gestorven in 1356, ongeveer 60 jaar oud.

Robert huwde zijn achter-achter-achternicht, MARIE de Nedonchel.


GAUTHIER DE NEDONCHEL (Koos' Achterneef, 20 gen. verwijderd) werd geboren in 1299, in Nedonchel, Pas-de-Calais, Nord-Pas-de-Calais, France, als kind van Guy DE NEDONCHEL en Alix de Nedonchel. Gauthier werd Escuyer, Seigneur de Nédonchel, de Bugny et La Beuvrière, Chevalier(1346 à Crécy). Hij is gestorven in 1356, ongeveer 57 jaar oud.

ROBERT DE BERNIEULLES II (Koos' Achter-achterneef, 18 gen. verwijderd) werd geboren in 1328, in Bernieulles, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France, als kind van Robert DE BERNIEULLES I en Jeanne de BERNIEULLES. Robert werd Chevalier adoubé en 1352, Seigneur de Bernieulles en nam deel aan de slag bij Crécy  26 Augustus 1346. Hij is gestorven in 1376, ongeveer 48 jaar oud, in Neuville-Sous-Montreuil, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France.

Robert huwde zijn achter-achternicht, Alix de BERNIEULES, ongeveer 18 jaar oud, in 1364. Zij kregen een zoon:

Robert de BERNIEULES III in 1361


GRAAF VAN VLAANDEREN LODEWIJK VAN MALE II (Koos' 4 maal achter-neef, 18 gen. verwijderd) werd geboren op 19 november 1330, in Brugge, West-Vlaanderen, Belgique, als kind van Lodewijk van Nevers II en Margaretha van Frankrijk. Hij is gestorven op 30 januari 1384, 53 jaar oud.

Lodewijk van Male (kasteel van Male, bij Brugge, 29 november 1330 – Sint-Omaars, 30 januari 1384), was graaf van Vlaanderen. Lodewijk was enig kind en opvolger van Lodewijk I uit het Huis Dampierre en van Margaretha van Frankrijk. Hij was als Lodewijk II, graaf van Vlaanderen, van Nevers en Rethel van 1346 tot zijn dood in 1384. Na de Slag bij Crécy (26 augustus 1346), waar hij als zestienjarige streed voor Filips VI van Frankrijk en waarin hij ernstige verwondingen opliep, terwijl zijn vader er sneuvelde, verbleef hij tot november 1346 op het kasteel van de hertog van Brabant in Tervuren. De weversgilden, die in de Vlaamse steden de feitelijke macht in handen hadden (Gentse opstand 1337-1349), dwongen hem als 17-jarige ertoe koning Eduard III van Engeland als suzerein te erkennen en zich te verloven met diens dochter Isabella. Dat gebeurde in Sint-Winoksbergen in maart 1347. Gesteund door de koning van Frankrijk, door paus Clemens VI en door hertog Jan III van Brabant, verbrak Lodewijk zijn verloving en vluchtte in april 1347 naar Frankrijk. Reeds op 1 juli 1347 had in Tervuren zijn verloving plaats met Margaretha, dochter van Jan III van Brabant, met wie hij kort daarna in het huwelijk trad in Vilvoorde. Zij kregen een dochter: Margaretha van Male (1350-1405).Nadat hij met Eduard III van Engeland tot een vergelijk was gekomen, kon hij in 1348 terugkeren naar Vlaanderen en zijn vader opvolgen. Hij begon aan het gewapenderhand vestigen van zijn gezag. Ondertussen bereikte de Zwarte Dood het graafschap en ontwrichtte de maatschappij. In 1350 kreeg hij meer krediet van de bevolking toen hij openlijk weigerde eer te betonen aan de nieuwe koning van Frankrijk Jan II van Frankrijk. In 1353 gaf hij de wettelijke toestemming (door middel van een octrooi) voor het bouwen van versterkingen voor de stad Kortrijk, waar toendertijd onder meer een dwangburcht stond, maar die waren er tegen 1382 nog altijd niet. In 1371, terwijl Lodewijk zich in het graafschap Nevers bevond, beviel een van zijn maîtresses van een tweeling. Zijn vrouw nam blijkbaar wraak door haar de neus te doen afsnijden, waaraan ze overleed. Na erover beraadslaagd te hebben met haar Brabantse familie, verbande hij zijn vrouw naar het kasteel van Château-Regnault, waar ze bleef tot aan haar dood. Haar dochter zorgde ervoor dat ze, na de dood van Lodewijk, naast hem in Rijsel werd begraven. Later ontstond de legende, die eeuwenlang werd overgeschreven, dat de gravin in een kerker in het kasteel van Male was ingemetseld en er was gestorven. Men beweerde zelfs dat men de kerker kon bezoeken waar ze in was opgesloten. Het was in 1430 dat een Brugse anonieme kroniekschrijver dit voor het eerst vertelde. In 1531 hernam Anthonis de Roovere dit in zijn Excellente Cronycke. Charles Custis schreef er nog omstandig over in 1765 in zijn Jaerboecken van Brugge. Pas in de twintigste eeuw is deze legende door de werkelijke feiten weerlegd. Na het overlijden van Jan III van Brabant in 1355 en onder het voorwendsel dat zijn schoonvader de Brabantse successie geregeld had zonder zijn goedkeuring, viel Lodewijk zijn zwager hertog Wenceslaus I van Luxemburg (echtgenoot van zijn schoonzuster Johanna van Brabant) aan en versloeg hem in Scheut (17 augustus 1356), in wat de Brabantse Successieoorlog genoemd wordt. Als gevolg van deze overwinning nam hij de steden Mechelen, Antwerpen, Leuven en Brussel in. Bij de Vrede van Aat (3 juni 1357) verwierf hij ook wettelijk de heerlijkheid Mechelen en de stad Antwerpen. Hij eigende zich door de wapenfeiten van 1356 ook de titel van hertog van Brabant toe, doch werd niet erkend in Brabant. In 1356 – ze was toen 6 jaar – huwelijkte haar vader Margaretha uit aan de tienjarige achterneef Filips van Rouvres, hertog van Bourgondië en graaf van Artesië en van de Franche-Comté. Nadat zijn dochter Margaretha in 1361 weduwe was geworden, kwam Lodewijk tot een overeenkomst met koning Eduard III van Engeland, dat zijn dochter zou huwen met diens vijfde zoon, Edmond, graaf van Cambridge. Deze huwelijksplannen wekten echter wantrouwen bij de hertog van Brabant, de graaf van Henegouwen en vooral bij koning Karel V van Frankrijk. Op aandringen van deze laatste uitte paus Urbanus V zijn bezwaren tegen deze verbintenis, wegens bloedverwantschap (in de vierde graad). In 1369 huwelijkte Lodewijk haar voor de tweede maal uit, en wel aan Filips de Stoute, hertog van Bourgondië, een jongere broer van de nieuwe koning Karel V van Frankrijk. Lodewijk kreeg de beloning die hij gevraagd had: de terugkeer naar Vlaanderen van de kanselarijen Rijsel, Dowaai en Orchies, die in 1312 bij het Verdrag van Pontoise aan Frankrijk waren afgestaan. Toen in 1379 de Gentse opstand uitbrak, werd Lodewijk in het defensief gedrongen. Zijn aanhangers in Brugge werden verslagen door Filips van Artevelde, in de Slag op het Beverhoutsveld (3 mei 1382). Hij riep de hulp in van Filips de Stoute en de overige regenten van de jonge Franse koning, Karel VI van Frankrijk en kon aldus de overwinning tijdens de Slag bij Westrozebeke behalen (27 november 1382), waarbij Artevelde sneuvelde. Lodewijk werd verwond in Saint-Omer, na een ruzie en steekpartij met Jan van Berry, broer van Filips de Stoute en Karel V. Hij overleed, pas 53 jaar oud, in de abdij van Sint-Bertinus en werd bijgezet in Rijsel. De rebellie van Gent duurde nog tot 8 december 1385, wanneer de Vrede van Doornik werd gesloten tussen de nieuwe graaf Filips de Stoute en een uitgeputte stad. In 1382, bij het overlijden van zijn moeder, Margaretha van Frankrijk, dochter van Filips V van Frankrijk, was Lodewijk graaf van Artesië en graaf van Bourgondië. Het graafschap Bourgondië (of Franche-Comté) lag ten oosten van het Franse hertogdom Bourgondië waarmee het niet verward mag worden. Ook deze graafschappen werden door Filips de Stoute geërfd. Lodewijks beleid kan men als realpolitik typeren. Het doel van zijn binnenlandse politiek was te voorkomen dat een machtige coalitie tegen hem zou tot stand komen. Zijn buitenlandse politiek werd eveneens bepaald door het voordeel dat hij uit bestaande constellaties kon halen. Hij nam geen deel aan de Honderdjarige Oorlog en wist daardoor steeds in de gunst van Engeland te blijven. Als graaf van Vlaanderen omringde hij zich met Vlaamse raadgevers, meestal juristen. In de instellingen die hij oprichtte of moderniseerde, onder meer de Audiëntie, wisten deze raadsheren uiterst behendig en zonder veel tegenstand de steden en de mindere wetten aan het grafelijk gezag te onderwerpen. Op deze wijze legde Lodewijk van Male de basis voor de centraliserende politiek van de Bourgondische hertogen. Hij was de laatste autonome graaf van Vlaanderen: zijn dochter en erfgename Margaretha van Male bracht door haar huwelijk met Filips de Stoute het graafschap Vlaanderen onder de feitelijke macht van de Bourgondische hertogen. Lodewijk van Male was geen toonbeeld van echtelijke trouw. Hij had talrijke buitenechtelijke kinderen. Historici vonden er minstens achttien. 

Lodewijk, genaamd de Haze, trouwde met een dochter van het Huis Landas. Hij sneuvelde op 28 september 1396 in Bulgarije tijdens de Slag bij Nicopolis, aangevoerd (en verloren) door de jonge hertog Jan zonder Vrees. 

Lodewijk van Vlaanderen genaamd de Fries, heer van Woestyne, gehuwd met Maria van Gistel, stichter van het Huis gezegd van Praet, sneuvelde tijdens dezelfde slag.

Jan van Vlaanderen genaamd Zonder Land, gehuwd met Wilhelmina van Nevele, stichter van het Huis gezegd van Drinkam, sneuvelde op dezelfde dag als zijn twee broers.

Margaretha van Vlaanderen trouwde met een heer de Wavrin. Bij haar huwelijk ontving ze van Lodewijk van Male een jaarrente van 700 pond parisis.

Margaretha van Vlaanderen werd abdis van de abdij van Petegem. Ze werd begiftigd met een pensioen van 75 pond.

Pieter van Vlaanderen, jong gestorven op 3 maart 1376, werd begraven bij de dominicanen in Gent.

Robrecht van Vlaanderen werd begiftigd met de heerlijkheden Elverdinge en Vlamertinge. Hij trouwde met Anastasia d'Oultre, burggravin van Ieper, waardoor hij zelf burggraaf van Ieper werd. Het huwelijk vond plaats in Ieper op 12 september 1419, in aanwezigheid van de graaf van Charolais, de latere hertog Filips de Goede, die op dat ogenblik nog in de onwetendheid was van het feit dat zijn vader, Jan zonder Vrees, twee dagen eerder was vermoord.

Victor van Vlaanderen werd door de graaf verwekt bij Margaretha Haelshuuts, de enige moeder van de bastaardkinderen die met naam bekend is. Hij werd heer van Ursel en van Wissegem en trouwde met Johanna van Gaver. Hij was admiraal van de vloot en kapitein van Biervliet. In 1400 was hij een van de aanvoerders van de vloot van Jan zonder Vrees en werd (tijdelijk) tot verbanning veroordeeld door de 'Vier Leden' van het graafschap Vlaanderen. Ook hij had twee bastaardkinderen en zijn moeder gaf hen donaties, respectievelijk in 1427 en 1441.

Margaretha van Vlaanderen († 1415), trouwde achtereenvolgens met Florent van Maldegem († 1374), Hector van Vuurhoute en Zeger van Gent.

Johanna van Vlaanderen ( na 1420) trouwde met Theodoric, heer van Hondschote.

Beatrijs van Vlaanderen trouwde met Robrecht de Maarschalk, kamerheer van de graaf van Vlaanderen. Hij was een van de getuigen bij de ondertekening van het testament van Lodewijk van Male.

Catharina van Vlaanderen, getrouwd in 1390, religieuze in het monasterium van Thieuloye bij Atrecht. 

Dit waren dus dertien bij name gekende bastaardkinderen. De gegevens die dateren uit 1384 en latere jaren tonen aan dat er nog meer waren, zonder dat hun naam gekend is gebleven. In dat jaar werd door jonkheer Nicolaas Bonin een inventaris opgemaakt van het meubilair dat zich in het kasteel van Gosnay bevond, op het ogenblik dat Lodewijk van Male in Saint-Omer overleden was. Hierin werd vermeld dat in het kasteel onder meer elf jonge bastaardkinderen van de graaf verbleven (vier jongens, zeven meisjes) die er onder de hoede stonden van Elisabeth de Lichtervelde. Een paar van hen kunnen de jongste onder de hierboven genoemde zijn, maar er waren er verschillende die andere waren en van wie de namen wellicht in sommige documenten zouden terug te vinden zijn. Lodewijk van Male bekommerde zich om de opvoeding en de uithuwelijking of plaatsing van zijn bastaardkinderen en vele onder hen brachten het tot de hoogste rang onder de Vlaamse edelen. Ook zijn wettige dochter en de hertogen van Bourgondië zorgden goed voor deze onechte familieleden, die van hun kant trouwe dienaars van de hertogen waren.

Lodewijk huwde zijn achternicht, 1 gen. verwijderd, Margaretha van Brabant.


Margaretha meost de politieke verantwoordelijkheid nemen nadat haar man was gesneuveld bij Crecy. Zij was de moeder van Lodewijk hierboven.

MARGARETHA VAN FRANKRIJK (Koos' 5 maal achter-nicht, 20 gen. verwijderd) werd geboren rond 1310 als kind van Philips van Bourgondië V en Johanna van Bourgondië II. Zij is gestorven op 9 mei 1382, ongeveer 71 jaar oud.

Margaretha van Frankrijk (ca. 1312 - 9 mei 1382) was een Franse prinses uit de dynastie van de Capetingen. Door haar huwelijk met graaf Lodewijk I van Vlaanderen was ze vanaf 1322 gravin van Vlaanderen en nam zij de regering na de dood van haar man in 1346 op zich als voogd van haar zoon Lodewijk van Male. Door de dood van haar kinderloze verwant Filips van Rouvres werd ze in 1361 bovendien gravin van Artesië en vrijgravin van Bourgondië. Margaretha kwam als tweede dochter van de latere Franse koning Filips V en paltsgravin Johanna II van Bourgondië, gravin van Artesië ter wereld. Overeenkomstig de afspraken van het verdrag van Parijs, trouwde Margaretha op 21 juli 1320 met Lodewijk I, de latere graaf van Vlaanderen, Nevers en Rethel. De verbintenis zou de pas gesloten vrede tussen Lodewijks grootvader, de Vlaamse graaf Robert III, en Margaretha's vader Filips bezegelen. Nadat haar man in 1346 in de slag bij Crécy was gevallen, nam zij de politieke verantwoordelijkheid voor zijn gebieden op zich en was de drijvende kracht achter het huwelijk van haar zoon Lodewijk met Margaretha van Brabant, dochter van hertog Jan III van Brabant. Nadat haar zoon mondig was geworden, zorgde ze voor een vasthouden aan de Frans-Vlaamse alliantie. Daarnaast was ze als bemiddelaarster tussen haar zoon en het opstandige Gent actief, doch kon de strijd tijdens haar leven niet bijleggen. Toen de kleinzoon van haar oudere zus Johanna, de Bourgondische vrijgraaf Filips van Rouvres, in 1361 kinderloos stierf, erfde ze het vrijgraafschap Bourgondië en het graafschap Artesië. In haar hoedanigheid als gravin van Artesië en Bourgondië had zij een groot aandeel in het in 1369 gesloten huwelijk tussen haar kleindochter Margaretha van Vlaanderen en de Bourgondische hertog Filips de Stoute. Na haar dood op 9 mei 1382 werd Margaretha van Frankrijk in de graftombe van de Franse koningen, de kathedraal van Saint-Denis in Parijs, ter aarde besteld.

Margaretha huwde haar achter-achterneef, 1 gen. verwijderd, Lodewijk van Nevers II.

Lodewijk van Male II in 1330

HEER ENGELRAM VAN COUCY VII (Koos' 4 maal achter-neef, 18 gen. verwijderd) werd geboren in 1340 als kind van Engelram van Coucy VI en Catharina van Habsburg. Hij is gestorven op 18 januari 1397, ongeveer 56 jaar oud, in Bursa, Turkije. Engelram huwde 2 maal. Hij huwde met Isabella van Engeland (zijn achter-achternicht, 1 gen. verwijderd,) en Isabella van Lotharingen (zijn achternicht, 1 gen. verwijderd,).

Engelram VII (ook Ingelram VII, Frans: Enguerrand VII de Coucy) (?, 1340 - Bursa (Turkije), 18 februari 1397) was de laatste heer van Coucy en schoonzoon van koning Eduard III van Engeland. In 1346 erfde Engelram VII de titel van heer van Coucy toen zijn vader, Engelram VI van Coucy tijdens de Slag bij Crécy sneuvelde. Zijn moeder, Catharina van Habsburg stierf in 1348 of 1349 door de pest. Coucy trok op vijftienjarige leeftijd voor het eerst ten strijde tegen Engeland. Op achttienjarige leeftijd was hij de aanvoerder van het adellijke leger dat met succes de Jacquerie neersloeg. In 1359 werd Engelram als gijzelaar naar Engeland gestuurd nadat de Engelsen koning Jan II van Frankrijk gevangen hadden genomen. Daar ontmoette hij koning Eduard III, en zijn dochter Isabella van Engeland. In 1363 gaf Eduard reeds al zijn bezittingen in Yorkshire, Lancashire, Westmoreland en Cumberland, die hij van zijn overgrootmoeder had geërfd, terug. Of Eduard dit deed om Engelram voor zich te winnen, of omdat hij hem aardig was gaan vinden , is niet duidelijk. In 1390 liet Engelram VII het bestaande kasteel in Villeneuve-lès-Soissons afbreken om er een kloostergemeenschap van broeders Celestijnen te stichten, die voor hem zouden bidden tijdens zijn op handen zijnde kruistocht. Hij liet een klooster, een kerk en een refectorium bouwen voor 12 religieuzen. Hij stierf echter vooraleer de abdij voltooid was. Zijn dochter Maria , verkocht het graafschap Soissons aan Lodewijk I van Orléans in 1404, met de vraag om het project van haar vader af te werken. In 1408 werd de Priorij van de Heilige Drievuldigheid in gebruik genomen voor achttien religieuzen. Tijdens zijn gijzelaarschap in Engeland maakte hij kennis met de dochter van koning Eduard III, Isabella van Engeland. Op 27 juli 1365 trouwde hij met Isabella in Engeland (Koos 4 maal achter-nicht, 21 gen. verwijderd). Naast een bruidsschat van 4000 Engelse ponden, ontving Engelram het graafschap Soissons, omdat de graaf van Soissons, Gwijde II van Blois, zijn losgeld niet kon betalen. Het graafschap werd verkocht aan Eduard III, die het daarna aan Engelram gaf. Op 11 mei 1366 deelde de kanselier Simon Langham de edelen en de burgers in het Parlement, in aanwezigheid van Eduard, mede "dat de koning zijn dochter ten huwelijk had geschonken aan de heer van Coucy die aanzienlijke landerijen in Engeland en elders bezat en omdat hij zo nauw met de vorst was verbonden, was het gepast dat de koning zijn naam en eer zou verheffen en vergroten en hem tot graaf zou verheffen." Later werd hij benoemd tot graaf van Bedford, en ontving hij de bijbehorende landerijen. Om de eer te voltooien werd Engelram ook geïnstalleerd in de Orde van de Kousenband. In april 1366 werd zijn eerste dochter Maria van Coucy gedoopt. Zij trouwde met Hendrik van Marle (Koos 5 maal achter-neef, 17 gen. verwijderd). Een jaar later zag zijn tweede dochter, Filippa van Coucy (1367-1411), het levenslicht. Zij trouwde met Robert de Vere. In juli 1367 keerde hij - samen met zijn vrouw en zijn twee dochters - naar Frankrijk terug om zijn Franse belangen te behartigen. Engelram VII trouwde met zijn tweede vrouw, Isabella van Lotharingen (de dochter van Jan I van Lotharingen) en had een dochter met haar : Isabella van Coucy (1386-1411). Zij trouwde met Filips van Nevers (Koos' 5 maal achter-neef, 16 gen. verwijderd). In 1358 hielp hij de Jacquerie de kop in te drukken In 1375 ontketende Engelram de Gugleroorlog door met 22.000 soldaten Zwitserland binnen te vallen, waar hij zich zonder militair succes maar louter door plunderingen wist te verrijken. In 1382 was hij aanwezig bij de onderdrukking van de Vlaamse opstand, die een einde kende bij de Slag bij Westrozebeke. In 1384 werd hij naar Napels gestuurd om de zieltogende campagne van Lodewijk I van Anjou alsnog te redden, echter tevergeefs. In 1388 werd hij benoemd tot 'Groot Keldermeester van Frankrijk', waardoor hij ook de eerste niet-geestelijke voorzitter van de koninklijke rekenkamer werd 

In 1390 : Kruistocht van Barbarije 

In 1396 - tijdens de laatste kruistocht tegen het Ottomaanse rijk - werd Coucy bij de Slag bij Nicopolis gevangengenomen. Op 16 februari 1397 werkte hij zijn testament af en benoemde Godfried Maupoivre en Jacques d'Amance tot uitvoerders van zijn laatste wil, aangevuld met de graaf van Eu, Boucicaut en Guy de Trémoille voor hulp en goede raad. Bovendien traden Jacques de la Marche en zes andere Franse ridders op als getuigen en ondertekenaars van het document. Twee dagen later stierf hij in Bursa. Het is niet zeker of hij nog in gevangenschap was bij zijn dood , omdat er een borgstelling was betaald door Francesco Gattilusio, de Genuese heer van Mitylene(Lesbos) - volgens Froissart een 'verwant' van Coucy. Het duurde twee maanden voordat in Parijs bekend werd dat Coucy overleden was. Robert d'Esne en na hem Jacques de Willay vernamen het in Venetië toen zij op weg waren naar het Midden-Oosten. In april 1398 bracht Willay het gebalsemde hart en het stoffelijk overschot mee terug. Pas toen kreeg zijn vrouw bericht dat haar man overleden was. De uitvaartplechtigheid werd geleid door de bisschoppen van Noyon en Laon, het stoffelijk overschot werd in een indrukwekkend graf in Nogent ter aarde besteld en het hart in de door hem gebouwde heilige drievuldigheidskerk van de abdij van Villeneuve-lès-Soissons waar de plaats is aangegeven door een gedenkplaat waarop een hart gegraveerd staat, met daaronder het wapenschild van Coucy. Zijn landerijen vielen toe aan zijn oudste dochter Maria van Coucy. Engelram van Coucy VII huwde Isabella van Lotharingen. Zij kregen een dochter:

Isabella van Coucy in 1386



KONING EDUARD VAN ENGELAND III (Koos' 4 maal achter-neef, 21 gen. verwijderd) werd geboren op 13 november 1312, in Windsor, Berkshire, England, als kind van Eduard van Engeland II en Isabella van Frankrijk. Hij werd gedoopt op 20 november 1312, in Old Chapel of St Edward, Windsor, Windsor and Maidenhead, United Kingdom. Hij is gestorven op 21 juni 1377, 64 jaar oud, in Sheen Palace, Surrey, England. Hij werd begraven op 5 juli 1377 in Westminster Abbey, Westminster, London, Middlesex, England.

Eduard III (Engels: Edward) (Windsor Castle, 13 november 1312 – Richmond upon Thames, 21 juni 1377) was koning van Engeland van 1327 tot 1377. Hij was de oudste zoon van Eduard II en Isabella van Frankrijk. Na de arrestatie van zijn vader in 1326 werd hij aangewezen als opvolger. Binnen enkele maanden werd hij tot koning gekroond. Zolang hij echter nog minderjarig was namen zijn moeder Isabella en haar minnaar Roger Mortimer de zaken waar. In januari 1328 trouwde Eduard, vijftien jaar oud, met de 13-jarige Filippa van Henegouwen, dochter van graaf Willem van Henegouwen en Holland. In 1330 liet hij Mortimer gevangennemen en ter dood brengen. Isabella werd opgesloten in Castle Rising. In 1328 was Eduard, naast Filips van Valois, medekandidaat voor het Franse koningschap, aangezien de Franse koning Karel IV geen zoons had. De Franse edelen gaven de voorkeur aan Filips. Aanvankelijk erkende Eduard Filips als koning van Frankrijk en bracht hem leenhulde voor zijn bezitting in het zuiden van Frankrijk. Maar in 1337 kwam daar plotseling een einde aan. Hij trok de erkenning in en vernoemde de Franse koning nog slechts als hertog Filips van Valois. Op 26 januari 1340 presenteerde Eduard zich op de Gentse Vrijdagmarkt als koning van Frankrijk, met een nieuw wapen waarin de Franse lelie was geïntegreerd. Met de steun van Jacob van Artevelde vroeg hij het publiek om hem als koning te erkennen en nam hij de hommage van verschillende Vlaamse edelen in ontvangst. Dit was het effectieve begin van de Honderdjarige Oorlog. Eduard behaalde vele successen in deze strijd, waaronder de Slag bij Crécy (1346) en de Slag bij Poitiers (1356). In september 1340 werd hij in Gent zelfs tot koning van Frankrijk uitgeroepen, maar in 1360 moest hij zijn aanspraken opgeven. Uiteindelijk had hij praktisch al zijn gebied, op enkele steden na, verloren. In 1346 werd Eduard in Frankrijk vergezeld door zijn oudste zoon Eduard de Zwarte Prins, die met steun van John Chandos een bekwaam militair bleek. Hij liet veel van de Franse strijd aan deze zoon over en concentreerde zich zelf verder op de Schotten. Ook hier had Eduard aanvankelijk succes, maar in 1357 moest hij bij het Verdrag van Berwick de Schotten zelfstandigheid toezeggen. Hoewel hij een goed huwelijk had, was Eduard een rokkenjager. Zijn minnares Alice Perrers had een grote invloed op hem. Een bekende gebeurtenis leidde tot de oprichting van de vermaarde Orde van de Kousenband. Tijdens een dans op een bal aan het hof verloor zijn danspartner een kousenband. Hij raapte deze op en, om haar gêne te besparen, bond hij het voorwerp om zijn eigen been met de woorden: Honi soit qui mal y pense ('Schande over diegene die er kwaad van denkt’), een uiting die het motto werd van de ridderorde. Eduards leger had aanvankelijk wel vele successen, maar de almaar voortdurende oorlogen hadden zeer veel geld gekost. Dit leidde tot de verdere ontwikkeling van het parlement, dat door de steeds terugkomende vraag om meer geld zijn macht wist uit te breiden. Het parlement moest de financiering goedkeuren en daarmee gepaard gaande wetten voorbereiden. Het Lagerhuis ontwikkelde zich als een belangrijke factor als tegenwicht tegen de adel en de geestelijkheid in het Hogerhuis. Tegen het eind van zijn leven liet Eduard de staatszaken grotendeels over aan zijn jongere zoon, Jan van Gent (John of Gaunt), zo genoemd omdat hij daar geboren was. Eduard stierf op 64-jarige leeftijd aan een beroerte en werd begraven in Westminster Abbey. Zijn oudste zoon Eduard was toen al overleden. Hij werd opgevolgd door zijn kleinzoon, die de troon besteeg als Richard II. Kinderen

Eduard de Zwarte Prins (1330-1376), vader van koning Richard II van Engeland

Isabella (1332-1379), gehuwd met Engelram VII van Coucy

Johanna van Engeland (1333 of 1335 - 2 september 1348), overleden aan de Zwarte Dood

Willem van Hatfield (16 februari 1337 - 8 juli 1337)

Lionel van Antwerpen, 1ste hertog van Clarence (1338-1368)

Jan van Gent, 1ste hertog van Lancaster (1340-1399), vader van koning Hendrik IV van Engeland

Edmund van Langley, 1ste hertog van York (1341-1402)

Blanca (1342-1342)

Maria Plantagenet (10 oktober 1344 - 1362), gehuwd 1361 met Jan IV van Bretagne

Margaretha Plantagenet (1346-1361)

Willem van Windsor (24 juni 1348 - 5 september 1348)

Thomas, 1ste hertog van Gloucester (1355-1397).

Eduard huwde zijn achternicht, Philippa van Henegouwen.


CHARLES DE MONTMORENCY (Koos' 4 maal achter-neef, 21 gen. verwijderd) werd geboren rond 1307, in Montmorency, Val-d'Oise, Île-de-France, France, als kind van Jean DE MONTMORENCY I en Jeanne DE CALLETOT. Charles werd Baron de Montmorency, Maréchal de France. Hij is gestorven op 11 september 1381, ongeveer 74 jaar oud, in France. Hij werd begraven in l'église de l'abbaye du Val à Mériel, près de l'Isle-Adam, France.

Charles huwde 2 maal. Hij huwde met Jeanne de Montmorency (zijn 4 maal achter-nicht, 1 gen. verwijderd,) en Perronelle de Villiers.

Hij was adviseur en kamerheer van koningen Philippe de Valois en Jean Le Bon.

Hij is een van degenen die het Verdrag van Brétigny sloten tussen de koning van Frankrijk Filips VI en de koning van Engeland Edward III, 8 mei 1360.

• Hij voerde het bevel over het leger dat hertog Jan van Normandië naar Bretagne leidde om Karel van Blois te steunen. Hij ging met hem  mee in Guyenne tegen de graaf van Derby in 1345 en hij onderscheidde zich tijdens de slag bij Crécy in 1346.



PRINS VAN WALES EDUARD VAN WOODSTOCK (Koos' 4 maal achter-neef, 21 gen. verwijderd) werd geboren op 15 juni 1330, in Woodstock Palace, Woodstock, Oxfordshire, England, als kind van Eduard van Engeland III en Philippa van Henegouwen. Hij is gestorven op 8 juni 1376, 45 jaar oud, in Westminster Palace, Westminster, London, Middlesex, England. Hij werd begraven op 29 september 1376 in Trinity Chapel, Canterbury Cathedral, Canterbury, Kent, England.

Eduard van Woodstock, prins van Wales, hertog van Cornwall, prins van Aquitanië, K.G. (Woodstock (Oxfordshire), 15 juni 1330 – Palace of Westminster (Westminster), 8 juni 1376, bijgenaamd de Zwarte Prins, was de oudste zoon van Eduard III van Engeland en Filippa van Henegouwen; hij was de vader van koning Richard II van Engeland. De bijnaam Zwarte Prins - Princi Negue in het Gascons - heeft hij mogelijk te danken aan zijn zwarte wapenrusting, maar deze bijnaam werd niet door zijn tijdgenoten gebruikt. Hij duikt pas in 1568 op in A Chronicle at Large van Richard Grafton. Bij leven gebruikte men in het algemeen zijn titels als men het over hem had, hetzij als de "Prins van Wales" en, tussen 1362 en 1375, als de "Prins van Aquitanië". Men noemde hem tevens naar zijn geboorteplaats: Eduard van Woodstock. Eduard was de eerste zoon voor Eduard III en Filippa. Op driejarige leeftijd werd hij reeds als graaf van Chester aangesteld. We weten, buiten een aantal van de titels die hij reeds op jonge leeftijd kreeg toegekend, maar weinig over zijn jeugd. Zo werd hij naast graaf van Cheshire in 1333, hertog van Cornwall in 1337 en tenslotte in 1343 prins van Wales. De prins zou tijdens de afwezigheid van zijn vader - die naar Frankrijk was overgestoken - namelijk als custos angliae (bewaker van het rijk) optreden van 16 juli 1338 tot 21 februari 1340 en opnieuw in de zomer van dat jaar tot 11 november en tenslotte van oktober 1342 tot maart 1343. En hoewel het een grotendeels ceremoniële functie was, moesten officiële brieven in naam van de prins worden bezegeld en hierdoor werd het manor van de prins in Kennington (Londen) tijdens deze periode het hart van het rijk. We zijn iets beter ingelicht over zijn adolescentie. Zo onderscheidde de toen zestienjarige prins zich in 1346 reeds roemrijk in de slag bij Crécy. Hij bevocht hierbij voor zijn vader de overwinning op de Franse koning Filips van Valois. Jan de Blinde, de koning van Bohemen, vocht aan de zijde van de Fransen en sneuvelde. Jan droeg struisvogelveren op zijn helm, die door Eduard III aan zijn zoon werden geschonken. De struisvogelveren zijn nog steeds te zien in het blazoen van de prins van Wales. Volgens de legende adopteerde Eduard ook het motto Ich dien van Jan de Blinde, maar er zijn ook aanwijzingen dat Eduard III van Engeland hetzelfde motto al gebruikte. In 1356 won hij zelf de Slag bij Poitiers, waarbij koning Jan II van Frankrijk door hem gevangen werd genomen. Op 10 september 1361 huwde Eduard met zijn volle nicht Johanna van Kent, bijgenaamd the fair Maid of Kent. Door hun nauwe familieband was voor dit huwelijk een dispensatie van de Paus noodzakelijk, die ze ook kregen. Het echtpaar kreeg twee kinderen: 

Eduard (1365-1372), die op zevenjarige leeftijd reeds overleed

Richard (1367[10]-1400), die in 1377 zijn grootvader Eduard III opvolgde als Richard II. In 1362 werd hij hertog van Aquitanië. Als dank voor zijn overwinningen, verhief zijn vader het Franse landschap Guyenne tot een prinsdom onder de naam van prinsdom Aquitanië en beschonk hem in 1363 daarmee op plechtige wijze. Als stadhouder van Engelse bezittingen in Frankrijk vestigde Eduard in 1364 zijn residentie te Bordeaux. In 1367 ging hij ten behoeve van Peter de Wrede in Spanje strijden en bevocht de overwinning van Nájera in Navarra tegen Bertrand du Guesclin. Van deze veldtocht keerde hij terug met een ziekte (amoebendysenterie, sommigen suggereerden zelfs dat hij was vergiftigd die hem uiteindelijk fataal zou blijken te zijn. Er werd gezegd dat ziekte onder zijn troepen ervoor zorgde dat slechts één op vijf van zijn mannen Engeland ooit zou terugzien. Hij was echter niet geliefd in Aquitanië vanwege de zware belastingen die hij hief. De stad Limoges kwam daarom in 1370 tegen hem in opstand. Na deze opstand onderdrukt te hebben, liet hij volgens de kroniekschrijver Jean Froissart 3000 inwoners doden, zowel mannen, vrouwen als kinderen. Dit cijfer wordt echter door moderne historici betwijfeld. Doordat zijn gezondheid er steeds meer op achteruit ging, gaf Eduard op 28 december 1375 zijn positie als prins van Aquitanië op. Op 8 juni 1376 blies hij zijn laatste adem uit, waarna hij in de Kathedraal van Canterbury werd bijgezet.


GRAAF PETER VAN BOURBON I (Koos' Achter-achter-achterneef, 22 gen. verwijderd) werd geboren in april 1311, in Bourbon-l'Archambault, Allier, Auvergne, France, als kind van Lodewijk van Bourbon I en Maria van Avesnes. Peter werd Chef de la branche ainâee - 2e duc de Bourbon. Hij is gestorven op 19 september 1356, 45 jaar oud, in Bataile de Maupertuis, Nouaillé Maupertuis, Vienne, Nouvelle-Aquitaine, France. Hij werd begraven in Eglise des Jacobins, Paris, Île-de-France, France.

Peter I van Bourbon (circa 1311 - Maupertuis, 19 september 1356) was van 1341 tot aan zijn dood hertog van Bourbon. Hij behoorde tot het huis Bourbon. Peter I was de oudste zoon van hertog Lodewijk I van Bourbon en diens echtgenote Maria van Avesnes, dochter van graaf Jan II van Holland. In 1341 volgde hij zijn vader op als hertog van Bourbon. Peter nam deel aan verschillende militaire campagnes tijdens de Honderdjarige Oorlog. In 1341 vocht hij onder het commando van hertog Jan van Normandië, de oudste zoon van koning Filips VI van Frankrijk, in de Bretonse Successieoorlog. Ook ondernam hij in 1345 samen met koning Jan van Bohemen een kruistocht tegen de heidense Pruisen. Hij werd luitenant-generaal in de Languedoc, Bourbonnais, Auvergne, Berry en La Marche en was eveneens betrokken bij verschillende onderhandelingen met Engeland. In 1355 werd hij door koning Jan II van Frankrijk benoemd tot luitenant-generaal in Gascogne. In 1346 raakte Peter gewond in de Slag bij Crécy. Tien jaar later, in augustus 1356, sneuvelde hij tijdens de Slag bij Poitiers. In 1336 huwde Peter met Isabella (1313-1383), dochter van graaf Karel van Valois. Ze kregen acht kinderen: Lodewijk II (1337-1410), hertog van BourbonJohanna (1338-1378), huwde in 1350 met koning Karel V van Frankrijk

Blanche (1339-1361), huwde in 1353 met koning Peter I van Castilië

Bonne (1341-1402), huwde in 1355 met graaf Amadeus VI van Savoye

Catharina (1342-1427), huwde in 1359 met graaf Jan VI van Harcourt

Margaretha (1344-1416), huwde in 1359 met heer Arnaud-Amanieu d'Albret

Isabella (1345), jong gestorven

Maria (1347-1401), priores in het klooster van Poissy.

Peter huwde zijn achternicht, Isabella van Valois, ongeveer 22 jaar oud, op 25 januari 1336 in Pontoise, Val-Doise, France.





JAN VAN BEAUMONT (Koos' Achter-achterneef, 23 gen. verwijderd) werd geboren in 1288 als kind van Jan van Avesnes II en Fillippa van Avesnes. Hij is gestorven in 1356, ongeveer 68 jaar oud. Jan van Beaumont ook bekend als Jan van Blois en Jan van Henegouwen (Valenciennes, ca. 1288 – aldaar, 11 maart 1356) was heer van Beaumont, Noordwijk, Gouda, Schoonhoven(land van Blois) en Chimay en graaf van Soissons. Zijn gevechten, toernooien en avonturen waren dankbaar materiaal voor kroniekschrijvers als Jean Froissart. Hij was een jongere broer van graaf Willem III van Holland.

Slag bij Kassel (1328)

Beleg van Utrecht (1345)

Slag bij Warns (1345)

Slag bij Crécy (1346)

Beleg van Calais (1346)

Hij was een zoon van graaf Jan I van Henegouwen en Filippa van Luxemburg. Jan I van Henegouwen werd in 1299 als Jan II graaf van Holland en Zeeland. Hij kocht voor zijn zoon Jan de heerlijkheid Beaumont in de Zuidelijke Nederlanden. Graaf Jan II werd na zijn dood in 1304 opgevolgd door zijn oudste zoon Willem III als graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen. Op 21 juni 1308 kreeg Jan van Beaumont van zijn grafelijke broer alle goederen die ontnomen waren aan Gerard van Velsen, Willem van Zanden en Gerard Craaienhout. Hierdoor werd hij heer van Noordwijk en Beverwijk. Op 15 augustus 1308 werd Jan ook heer van Gouda en Schoonhoven. Op 23 juli 1313 werden Noordwijk en Beverwijk verheven tot een hoge heerlijkheid. In 1316 werd hij heer van Tholen. Ook Goes kwam in zijn bezit nadat het ontnomen was aan de familie van Borssele. Zijn belangrijkste residenties waren Beaumont in de Zuidelijke Nederlanden en het kasteel van Schoonhoven in de Noordelijke Nederlanden. In 1340 stichtte hij in Schoonhoven een karmelietenklooster. Jan huwde Margaretha van Soissons, waardoor hij iure uxoris de titel graaf van Soissons kon voeren. Uit dit huwelijk had hij nakomelingen via zijn dochter Johanna, gravin van Beaumont (geboren in 1323, overleden in december 1350). Jan verving zijn vaak afwezige broer in het bestuur van Holland. In 1326 leidde hij een expeditie naar Engeland, waardoor koning Eduard II verdreven werd en vervangen door koning Eduard III. In 1340 was hij gedurende een korte tijd regent van Holland en Zeeland voor zijn neef graaf Willem IV. In 1345 leidde hij samen met graaf Willem IV een expeditie naar Friesland. Graaf Willem IV sneuvelde bij Warns en Jan van Beaumont kon ternauwernood aan de Friezen ontkomen. Hij vertrok naar Geertruidenberg, vanwaar hij aanspraken maakte op de successie in de drie graafschappen. De opvolging zou uiteindelijk verlopen via de zuster van graaf Willem IV en Jan van Beaumont verliet Holland. Hij stelde zich in dienst van Frankrijk en vocht in 1346 in de slag bij Crécy. Hier sneuvelde zijn schoonzoon, Lodewijk van Blois. Zijn kleinzoon Jan van Châtillon werd daardoor de erfgenaam van de uitgebreide bezittingen in Holland en Zeeland, o.a. het latere baljuwschap land van Blois. Hierna vertoefde Jan aan het hof van Margaretha van Bourgondië.



Reacties

Populaire posts van deze blog

Generatie van 8 maal oud-oud-grootouders met Jan Gerritsz van der Gracht en Claes de Canteleu, Guilielmus Gerardus van Arnhem, Koning jacobus van Engeland I, Willem V van Oranje

Generatie van 15 en 16 maal oud-oud-grootouders met Mathieu de Canteleu en zijn zoon Anseau die sneuvelde bij de slag van Azincourt en achter neven, hoofdrolspelers tijdens de honderd jarige oorlog en bij het ontstaan van de Nederlanden.

Generatie van 7 maal oud-oud-grootouders, Gerrit Jansz van der Gracht en Susanne de Canteleu, Godefridus van Arnhem, Koning Karel I van Engeland en koning Willem der nederlanden