Generatie van 24 maal oud-oud-grootouders, Wennemar van Gent, Guermond de Picquigny (regent van Jerusalem), Diederik van de Elzas III (kruisvaarder), Hugo van st pol (kruisvaarder)

 

Met Wenemar van Gent, een kruisvaarder met veel kruisvaart familie leden.

Guermond de Picquigny II, regent van Jerusalem.

Stephanus van Aumale, Hugo van st Pol, Robert van dreux I, kruistocht.

Diederik van de Elzas nam deel aan vier kruistochten.

Thomas I van Coucy, kruisvaarder en sadist. Veel familie banden met bloedverwanten.



BOUDEWIJN DE CANTELEU (Koos' Edelstamgrootvader) werd geboren als kind van Boudewijn De Canteleu I en Renilde de Canteleu, zoals getoond in stamboom 524. Hij is gestorven rond 1142.






WENEMAR VAN GENT I (Koos' Edelstamgrootvader) werd geboren in 1065, in Gent, Oost-Vlaanderen, België, als kind van Lambert VAN GENT II en Mathilde van Gent, zoals getoond in stamboom 544. Wenemar werd Burgraaf van Gent, Heer van Bornhem, gelegen aan de Schelde tussen Gent en Antwerpen, 1074/88-1120. Hij is gestorven in 1141, ongeveer 76 jaar oud, in France. Wenemar was de zoon van de vierde burggraaf van Gent, Lambert II. Volgens alle aanwijzingen was hij super belangrijk. Hij wordt geciteerd als “Princeps” en “Baro” door E. Warlop die hem in 1090 ook tot de 22 beste Vlaamse edelen rekent. Deze Wenemar was getrouwd met Gisela, de zus van de kruisvaarders Manasse en Fouke van Guînes. Toen deze schoonfamilie in 1096 naar het Heilige Land vertrok besloot Wenemar zich bij hen aan te sluiten samen met vier van zijn zonen: Baldwin, Gilbert, Siger en Wenemar jr. Zij zijn in derde positie op de lijst van le Glay. Twee van zijn dochters waren getrouwd met andere bekende kruisvaarders, Raes II van Gavere en Steppo van Poeke. Van de vier zonen die op kruistocht gingen, zouden er slechts twee terugkeren: Siger, die volgde zijn vader op als kastelein in 1120, en Wenemar jr, die twee jaar later kastelein werd. Toen in 1127 het nieuws bekend werd dat Karel de Goede was vermoord,  was Wenemar jr. de eerste die naar Brugge marcheerde en de Erembalds belegerde in het kasteel van de graaf waar ze hun toevlucht hadden gezocht.






GUERMOND DE PICQUIGNY II (Koos' Edelstamgrootvader) werd geboren in 1080, in Picquigny, Somme, Picardie, France, als kind van Guermond de Picquigny en Adele Onbekend, zoals getoond in stamboom 552. Guermond werd „Latin Patriarch of jerusalem” genoemd. Hij is gestorven  in 1128, in Sidon, Syria.

Gormond , Germond, Guarmond of zelfs Waremond (gestorven in Sidon in 1128), Picardische prelaat oorspronkelijk uit Picquigny , zoon of broer van Arnoul de Picquigny (afhankelijk van de bronnen)

Regent van Jeruzalem 1123-1124

Latijnse patriarch van Jeruzalem tijdens de gevangenschap van Boudewijn II 1118-1128

Eind 1110 zette Guermond Adam, kastelein van Amiens, gevangen . Geoffroy, bisschop van Amiens, probeerde verschillende keren hem vrij te laten .

1113 - 1117 , Gemeenschappelijke opstand van Amiens en veldslagen van Enguerrand , Thomas de Marle en de schildknaap Adam tegen de bourgeois, bisschop Geoffroy en Vidame Guermond de Picquigny, bijgestaan ​​door Louis le Gros . Hij nam deel aan de kruistochten . Hij was Latijnse patriarch van Jeruzalem van 1118 tot 1128 , opvolger van Arnoul de Chocques . Om pelgrims naar het Heilige Land te beschermen , moedigde hij in 1118 de oprichting door Hugues de Payns aan van de Orde van de Arme Ridders van Christus en de Tempel van Salomo, de kern van de Orde van de Tempel . Volgens Willem van Tyrus was hij een eenvoudige en godvrezende man. Hij stierf in 1128 .





STEPHANUS VAN AUMALE (Koos' Edelstamgrootvader) werd geboren in 1070 als kind van Odo van Blois II en Adelheid van Normandie, zoals getoond in stamboom 553. Hij is gestorven in 1127, ongeveer 57 jaar oud.

Stefanus van Aumale (circa 1070 - circa 1127) was van circa 1090 tot aan zijn dood graaf van Aumale. Hij behoorde tot het huis Blois. Stefanus was de zoon van graaf Odo II van Champagne uit diens huwelijk met Adelheid, dochter van hertog Robert de Duivel van Normandië. Na de dood van zijn moeder rond het jaar 1090 erfde hij het graafschap Aumale. Stefanus' vader werd door zijn oom Theobald III van Blois uit Champagne verdreven en sloot zich vervolgens aan bij het hof van zijn zwager, hertog Willem de Veroveraar van Normandië. Na de dood van Willem de Veroveraar kozen Stefanus en zijn vader partij voor diens zoon, de Engelse koning Willem II Rufus, tegen de aanspraken van diens oudere broer Robert Curthose, die over Normandië heerste. Als gevolg hierdoor werd Aumale bezet door Normandische troepen. Rond 1095 vielen Stefanus en zijn vader ook bij Willem II Rufus in ongenade, nadat een samenzwering van graaf Willem II van Eu en Robert de Montbray tegen de koning was ontdekt. De samenzweerders wilden de koning afzetten en hem vervangen door Stefanus van Aumale. Zijn vader werd opgesloten in een kerker, terwijl Stefanus erin slaagde om naar Normandië te vluchten en zich aansloot bij Robert Curthose. Vervolgens kwam hij terug in het bezit van Aumale. Aan de zijde van Robert Curthose nam Stefanus deel aan de Eerste Kruistocht. Na hun terugkeer kreeg hij in 1102 van koning Hendrik I van Engeland de baronie Holderness terug, dat van zijn vader was geconfisqueerd. Stefanus keerde zich af van Robert Curthose en koos opnieuw de zijde van de Engelse koning. In 1106 vocht hij mee in de Slag bij Tinchebrai, waarbij Robert Curthose werd verslagen. 

De Slag bij Tinchebray (of Tinchebrai) vond plaats op 28 september 1106 in het dorp Tinchebray (in het huidige Franse departement Orne, Laag-Normandië) tussen een invasieleger geleid door Hendrik I van Engeland en zijn oudere broer Robert Curthose, de hertog van Normandië. Hendriks ridders behaalden een beslissende overwinning waarbij Robert gevangengenomen werd en eerst in Engeland en later in Wales opgesloten werd tot hij uiteindelijk na 28 jaar gevangenschap stierf in Cardiff Castle. Tot 1204 zouden Engeland en Normandië door één heerser geregeerd worden.

Leiders en commandanten ’’’Robert Curthose’’’ ,Robert II van Bellême ,Willem van Mortain, Robert II van Bellême, ’’’Hendrik I van Engeland’’’ ,Ranulf de Bayeux, Robert I van Meulan, William de Warenne, Eli I van Maine, Alan IV van Brettagne, Willem II van Évreux, Raoul de Tosny, Robert van Montfort, Robert van Grandmesil.

Het jaar ervoor was Hendrik het hertogdom Normandië binnengevallen waarbij hij de steden Bayeux en Caen had ingenomen. Hij zag zich gedwongen de campagne af te gelasten vanwege politieke problemen in verband met de Investituurstrijd. Toen deze eenmaal opgelost waren keerde hij in de zomer van 1106 terug naar Normandië. Na een snelle inname van het gefortificeerde klooster van Saint-Pierre-sur-Dives (nabij Falaise) keerde Hendrik naar het zuiden en begon het beleg van Tinchebray vanaf een heuvel boven het dorp.

Tinchebray ligt op de grens met het graafschap Mortain in het zuidwesten van Normandië en werd bestuurd door graaf Willem, een van de weinige belangrijke Normandische baronnen die nog steeds loyaal was aan Robert. Zij verzamelden hun strijdkrachten om het beleg te doorbreken maar na enige vruchteloze onderhandelingen bleek de veldslag onafwendbaar. Hendriks leger was verdeeld in drie groepen zoals in die tijd gewoonlijk was. Deze werden geleid door: 

Robert Beaumont, de 1e graaf van Leicester

Willem van Warenne, de 2e graaf van Surrey

Ranulf van Bayeux

Daarnaast had hij buiten het zicht een reserve die aangevoerd werd door Eli I van Maine. Aan Hendriks kant vochten eveneens: hertog Alain IV van Bretagne, graaf Willem van Évreux, Ralph van Tosny, Robert van Montfort, Robert van Grandmesil

Aan Roberts kant stonden graaf Willem van Mortain en Robert van Bellême, de 3e graaf van Shrewsbury.

De slag duurde uiteindelijk slechts een uur. De tussenkomst van Hendriks reserve bleek beslissend. Het grootste deel van Roberts leger werd gevangengenomen of gedood. Naast Robert werden ook Edgar Atheling (een oom van Hendriks vrouw) en graaf Willem van Mortain in gevangenschap naar Engeland afgevoerd. De meesten kregen later gratie maar Robert en graaf Willem werden nooit meer vrijgelaten. In 1118 steunde hij echter de opstand van de Normandische adel tegen Hendrik I van Engeland, waarbij hij een aanhanger was van Roberts zoon Willem Clito en koning Lodewijk VI van Frankrijk. Stefanus onderwierp zich uiteindelijk aan de Engelse koning en werd niet gestraft. Stefanus van Aumale overleed rond 1127. Hij was gehuwd met Hawise, dochter van Ranulph de Mortimer, heer van Wigmore en Saint-Victor-en-Caux. Ze kregen vijf kinderen: 

Willem (1101-1179), graaf van Aumale en graaf van York

Stefanus (overleden na 1150)

Ingelram (overleden na 1150)

Agnes, huwde eerst met William de Roumare en daarna met Adam de Bruce, baron van Skelton

Adelise (overleden voor 1168), huwde eerst met Robert II Bertrand, heer van Bricquebec, en daarna met Ingelger de Bohun







HEER ROBERT VAN BETHUNE III (Koos' Edelstamgrootvader) werd geboren in 1035, in Béthune, Pas De Calais, Nord-Pas-de-Calais-Picardie, France, als kind van Robert van Bethune II en Berthilde de BETHUNE, zoals getoond in stamboom 563. Robert werd „de kale” genoemd. Hij is gestorven op 6 oktober 1101, ongeveer 66 jaar oud, in Arras, Pas-de-Calais, Nord-Pas-de-Calais, France.

Aangenomen wordt dat de eerste de Bethunes in 1066 met Willem de Veroveraar naar Engeland zijn gekomen. De Bethunes vergezelden Richard Leeuwenhart, koning van Engeland, op zijn kruistocht naar het Heilige Land en van één wordt gezegd dat hij samen met de koning gevangen werd gehouden toen hij door de hertog van Oostenrijk werd gegijzeld.






REIMBOLD CRETON (Koos' Edelstamgrootvader) werd geboren rond 1035. Hij is gestorven rond 1105, ongeveer 70 jaar oud.

De onsterfelijke ridder van de Eerste Kruistocht, Reimbold Creton, marcheerde onder het bevel van Godfried van Bouillon en onderscheidde zich van alle andere ridders in de Slag om Antiochië. In het lied van Antiochië, gecomponeerd in Alexandrijnen in de 12e eeuw door pater Richard en het enige verhaal dat een historisch karakter krijgt door de herinneringen van een ooggetuige: 'De christenen hadden zojuist de beroemde slag om de brug van Antiochië gevochten, waar Reimbold samen met Godefroy  de Bouillon en Enguerrand de Saint Pol zijn moed had getoond. Ze deden er alles aan om geen enkele Saraceen te laten ontsnappen die op de vlucht was door te zwemmen in de wateren die de muren van de stad omringden. Geen van de Fransen durfde de snelle en diepe waterloop over te steken, wetende dat vanaf de top van de wallen een regen van pijlen op hen af gevuurd zou worden. Alleen luisterend naar zijn moed sprong de ridder Reimbold Creton van zijn paard, zette zijn helm af, hield alleen zijn maliënkolder, zijn speer en zijn zwaard vast en wierp zich in het water. De moedige man bereikte de kant van de brug tegenover die waar de ongewapende Turken rustten en viel hen onverwachts aan. Aan het einde van dit wapenfeit werd Reimbold overweldigd door de schoten die de belegerden vanaf de top van de brug afvuurden, schildknapen brachten hem terug naar de kust en hij kreeg de zorg van doktoren in de tent van Godefroy de Bouillon. 

Historici prijzen hem unaniem tijdens de verovering van Jeruzalem op 15 juli 1099. Zij stellen Lord Reimbold Creton voor als de heldhaftige soldaat van het kruis met de witte zijden vlag die als eerste de muren aanviel om de vijand af te weren en het heilige heiligdom binnen te gaan. Om dit wapenfeit te vereeuwigen, schreef Godfried van Bouillon op de standaard "Vaillant op de heuvelrug". Om de manier te herkennen en te vereeuwigen waarop hij hem als eerste de top van de stad had zien beklimmen, bood de koning de dappere ridder een scherf van het ware kruis aan, vastgelegd in een zilveren reliekschrijn. Dit heilige relikwie wordt zorgvuldig bewaard door zijn nakomelingen. Madame Elisabeth d'Estourmel kwam meerdere malen om het aan de bevolking van Estourmel voor te stellen. Reimbol keerde in 1105 terug naar zijn kasteel van Estourmel.




GRAAF DIEDERIK VAN DE ELZAS III (Koos' Edelstamgrootvader) werd geboren in 1099, in Alsace, als kind van Diederik Van Opper-Lotharingen II en Gertrudis van Vlaanderen, zoals getoond in stamboom 592. Van 28 juli 1128 tot 4 januari 1168, in de leeftijd van ongeveer 29 jaar, werd hij Graaf van Artesie, Vlaanderen en Zeeland. Hij is gestorven op 17 januari 1168, ongeveer 68 jaar oud, in Grevelingen. Hij werd begraven op 4 februari 1168 in Abbey of Watten, between Saint-Omer and Gravelines, Flanders.

Diederik (of Dirk) van de Elzas (ca. 1100 – Grevelingen, 4 januari 1168) was graaf van Vlaanderen van 1128 tot aan zijn dood. Na een tijd van burgeroorlog legde hij in het graafschap Vlaanderen de basis voor een tijd van vrede en welvaart. Hij reisde vier keer naar het Heilige Land.

Diederik van de Elzas, Graaf van Vlaanderen, Artesië en Zeeland, 1128-1168. Hij was een zoon van Gertrudis van Vlaanderen, dochter van graaf Robrecht I van Vlaanderen en haar tweede echtgenoot hertog Diederik II van Lotharingen. Als kleinzoon van graaf Robrecht I de Fries kon hij na de moord op Karel de Goede in 1127 via zijn moeder Gertrudis rechten doen gelden op het graafschap Vlaanderen. Koning Lodewijk VI van Frankrijk had echter Willem Clito, eveneens in de moederlijke lijn afstammend van de Vlaamse graven, als graaf benoemd. Dit was tegen de zin van de Vlaamse steden en van de pro-keizer gezinde adelsfractie in Vlaanderen. Gent, Brugge, Rijsel en Sint-Omaars, en een aantal edelen vroegen Diederik, toen heer van Bitche, om graaf van Vlaanderen te worden. Er ontstond een strijd tussen Willem en Diederik. Lodewijk liet Diederik excommuniceren en belegerde hem in Rijsel. De Franse koning moest zich echter terugtrekken toen bleek dat Diederik de steun van Hendrik I van Engeland had. In 1128 leed Diederik nederlagen bij Ruiselede (Slag bij Axpoele) en Oostkamp en moest hij vluchten, eerst naar Brugge en daarna naar Aalst. Willem belegerde de stad maar werd op 27 juli dood in zijn tent aangetroffen. Dit werd door beide partijen als een teken gezien dat Diederik de rechtmatige graaf was, en er werd vrede gesloten. Diederik stond in 1128 verheffingsrechten op al zijn persoonlijke lenen in het hele graafschap af aan de Tempeliers. Dit was een grote schenking: een enorme bron van geldelijke inkomsten voor de nieuwe tempelorde. In 1157 vaardigde hij een akte uit, dat er voortaan een tempelier aan het grafelijk hof zou verblijven om de verheffingsrechten te innen. In 1132 huldigde Diederik Lodewijk als zijn koning, in ruil voor zijn steun tegen de aanspraken van Boudewijn IV van Henegouwen. In de strijd tussen Frankrijk en Engeland probeerde hij een neutrale positie te bewaren, hetgeen de Vlaamse handel ten goede kwam. Onder zijn bewind konden de steden zich ontwikkelen en werden de instellingen organisatorisch hervormd.

In 1139 bezocht Diederik Jeruzalem en trouwde daar met Sybille van Anjou, weduwe van Willem Clito en dochter van Fulco, koning van Jeruzalem. Hij leidde een succesvolle expeditie naar Panias en nam deel aan de invasie van Gilead (het gebied ten oosten van de Jordaan). In datzelfde jaar keerde hij terug naar huis om Godfried II van Leuven bij te staan in de Grimbergse Oorlogen.

Diederik nam ook deel aan de Tweede Kruistocht. Hij gaf leiding aan de oversteek van de Meander en vocht mee in een veldslag bij Konya. Diederik nam deel aan het beraad waarin werd besloten om Damascus aan te vallen, tegen de zin van de lokale kruisvaarders die aanvoerden dat ze altijd in vrede met Damascus hadden geleefd. Diederik eiste de stad op als hoofdstad voor zijn eigen kruisvaarder staat en werd daarin gesteund door zijn zwager Boudewijn III van Jeruzalem, Lodewijk VII van Frankrijk en Koenraad III van Hohenstaufen - zeer tegen de zin van de leiders van de kruisvaarder staten. Door onderlinge verdeeldheid van de kruivaarders liep het beleg na vier dagen al uit op een mislukking en trokken de kruisvaarders zich terug op Jeruzalem. In 1150 keerde hij terug naar Vlaanderen. Boudewijn van Henegouwen probeerde namelijk om Vlaanderen te veroveren maar Sybille (die als regentes was achtergebleven) wist hem te weerstaan en liet ook plundertochten in Henegouwen uitvoeren. Het volgende jaar sloot Diederik vrede met Boudewijn, met de afspraak dat hun kinderen, Margaretha en Boudewijn V van Henegouwen zouden trouwen In 1156 trok Diederik voor de derde maal naar het Heilige Land. Ditmaal nam hij Sybille mee, en liet zijn zoon Filips van de Elzas achter als regent. Diederik nam deel aan het beleg van Shaizar, dat mislukte toen hij ruzie kreeg met Reinoud van Châtillon over de vraag wie de vesting zou bezitten als die was veroverd. In 1159 keerde Diederik terug naar Vlaanderen maar Sybille bleef achter en trad in een klooster. Diederik liet Filips een belangrijk aandeel houden in het bestuur. In 1164 trok hij een vierde maal naar het Heilige Land en bezocht samen met Amalrik I van Jeruzalem de steden Antiochië en Tripoli. Na zijn thuiskomst in 1166 zegelde hij met een dadelpalm. Diederik zou het relikwie van het Heilig Bloed hebben meegenomen van zijn reizen. Diederik trok zich na zijn terugkeer uit het Heilig Land terug in de augustijner Abdij van Waten. Van daaruit ondernam hij verschillende pelgrimstochten naar plaatsen in de omgeving. Hij stierf in 1168 bij een bezoek aan Grevelingen. Hij werd begraven in de Abdij van Waten.

Sommige bronnen vermelden dat Diederik in zijn eerste huwelijk zou zijn getrouwd met de weduwe van Karel de Goede, Margaretha van Clermont. Dit is echter vrijwel zeker niet het geval. Van zijn eerste vrouw is bekend dat ze Swanhilde heette, dat ze op 4 september 1132 is overleden, en dat Diederik en zij in een te nauwe bloedverwantschap stonden. Diederik en Swanhilde kregen een dochter: 

Laureta van Vlaanderen (-1162).

Diederik en Sybille hadden de volgende kinderen:

Boudewijn, overleden voor 1154

Mattheüs (1138-1173), gehuwd met gravin Maria van Boulogne

Filips, geboren in 1142, graaf van 1168 tot 1191

Pieter (-1176), proost van Brugge en Sint-Omaars, bisschop van Kamerijk, gaf zijn kerkelijke functies op om te trouwen met Mathilde, de weduwe van Gwijde van Nevers en werd zo graaf van Nevers. Hij kreeg een dochter Sybille die trouwde met Robert van Wavrin, seneschalk van Frankrijk.

Gertrude (-1186), gehuwd met Humbert III van Savoye en daarna met Hugo III van Oisy.

Margaretha, geboren 1145, gravin van Vlaanderen 1191-1194, gehuwd in 1169 met graaf Boudewijn V van Henegouwen, moeder van Boudewijn I van Constantinopel graaf van 1194-1205

Matilda (ovl. 24 maart ca. 1194), 1187 abdis van Fontevraud

Diederik had daarnaast drie buitenechtelijke kinderen:

Gerard (ovl. 1206), provoost van Brugge, kanselier van Vlaanderen, lid van de raad van regenten in 1202.

Willem Bron (ovl. voor 1167), getrouwd met Christiana, ze hadden een zoon die ook Willem Bron heette.

Conon


SIBYLLA VAN DE ELZAS (Koos' Edelstamgrootmoeder) werd geboren in 1112, in Maine-Et-Loire, Anjou, France, als kind van Fulco van Anjou V en Eremburge van Anjou, zoals getoond in stamboom 593. Zij is gestorven in 1165, ongeveer 53 jaar oud, in Bethlehem, Palestine, Israel.

Sibylla huwde 2 maal. Zij huwde met Willem Clito van Normandie (haar achter-achter-achterneef, 1 gen. verwijderd,) en Diederik van de Elzas III.

Sybille van Anjou (ca. 1116 — Bethanië (bij Jeruzalem), 1165) was een dochter van graaf Fulco V van Anjou en Ermengarde van Maine, de erfgename van het graafschap Maine. Zij huwde in 1123 Willem Clito en bracht Maine in het huwelijk mee. Dit huwelijk werd in opdracht van Hendrik I van Engeland, Willems oom en politiek tegenstander, geannuleerd door paus Honorius II op grond van bloedverwantschap. Sybilles vader Fulco verzette zich hiertegen en stemde pas in na zijn excommunicatie en het interdict over Anjou. Sybille trok met haar vader naar het Heilige Land, waar hij zou trouwen met de erfgename van het koninkrijk Jeruzalem, Melisende en in 1131 zelf koning werd. In 1134 trouwde Sybille met de Vlaamse graaf Diederik van de Elzas, die kort daarop zijn eerste bezoek aan het Heilige Land bracht. Diederik nam later ook deel aan de Tweede Kruistocht en stelde voor die periode Sybille aan als regentes (1147-1150). In deze periode trachtte Boudewijn IV van Henegouwen Vlaanderen te veroveren, maar de aanval werd door Sybille krachtdadig afgeslagen. Zij liet Henegouwen verwoesten, waarna Boudewijn hetzelfde deed met Artesië. Pas toen Diederik naar Vlaanderen terugkeerde en de aartsbisschop van Reims als bemiddelaar optrad, werd een vrede gesloten. In 1157 trok zij samen met Diederik naar het Heilige Land. Daar besloot ze in het klooster van St. Lazarus in Bethanië in te treden, waar haar stieftante Ioveta van Bethanië abdis was. Ondanks het aandringen van Diederik, haar halfbroer Boudewijn III van Jeruzalem en de patriarch van Jeruzalem weigerde ze om Diederik terug naar Vlaanderen te volgen. Na de dood van haar stiefmoeder verwierf ze een positie met grote invloed op de Kerk en de politiek van de kruisvaarder staten. Zij overleed er in 1165. Haar naam (Cibilie) staat sinds 1180 boven de toegangspoort van het Gravensteen. Sybille en Diederik hadden de volgende kinderen: 

Boudewijn, overleden vóór 1154

Filips

Mattheüs, gehuwd met gravin Maria van Boulogne

Peter (-1176), provoost van Brugge en Sint-Omaars, bisschop van Kamerijk, gaf zijn kerkelijke functies op om te trouwen met Mathilde, de weduwe van Gwijde van Nevers en werd zo graaf van Nevers. Hij kreeg een dochter Sybille die trouwde met Robert van Wavrin, seneschalk van Frankrijk

Gertrude (-1186), gehuwd met Humbert III van Savoye en daarna met Hugo III van Oisy

Margaretha, gravin van Vlaanderen, gehuwd met graaf Boudewijn V van Henegouwen

Mathilde (ovl. 24 maart ca. 1194), 1187 abdis van Fontevraud





Graaf HUGO VAN ST POL II (Koos' Edelstamgrootvader) werd geboren rond 1070, in St Pol-Sur-Ternoise (St Pols-Aan-De-Ternas), Nord-Pas-De-Calais, als kind van Hugo van St. Pol I en Clementine van St Pol, zoals getoond in stamboom 595. Hij is gestorven rond 1130, ongeveer 60 jaar oud.

Hugo II van Saint-Pol (ca. 1070 - ca. 1118) uit het 'huis Champadavaine', was mogelijk een zoon van Hugo I van Saint-Pol en van Clementia. Hij volgde in 1083 zijn overleden broer Gwijde I op als graaf van Saint-Pol. In 1096 nam hij met zijn zoon Ingelram, samen met Robert Curthose, deel aan de Eerste Kruistocht en onderscheidde zich bij de belegering van Antiochië. Hugo II verloor wel zijn zoon Ingelram in Palestina. Bij zijn terugkeer nam hij voor de graaf van Henegouwen de wapens op tegen Robrecht II van Vlaanderen en diens zoon Boudewijn Hapkin. In 1115 nam Boudewijn Hapkin het kasteel van Encre in om het aan zijn neef Karel de Goede te schenken. In 1117 werd het kasteel van Sint-Pols ingenomen. Hij was (voor 1091) gehuwd met Helisende, dochter van Engelram II van Ponthieu en Adelheid van Normandië (1026-1090), en werd de vader van: 

Ingelram

Hugo III.





Zie ook hier dat de kleinzoon van Thomas en Ida getrouwd is met de kleindochter van Thomas en Gertrude.



THOMAS VAN COUCY I (Koos' Edelstamgrootvader) werd geboren in 1078, in Coucy-Le-Château-Auffrique, Aisne, Hauts-De-France, France, als kind van Engelram van Coucy I en Adele van Roucy, zoals getoond in stamboom 598. Thomas werd Heer van Créquy, de Fressin en Croisé. Hij is gestorven op 16 november 1130, ongeveer 52 jaar oud, in Laon, Aisne, Hauts-De-France, France. Hij was Heer van Coucy en Graaf van Amiens.

Thomas huwde 2 maal. Hij huwde met Ida van Henegouwen (zijn achter-achter-achternicht, 1 gen. verwijderd,) en Melisende van Montlhery.

Thomas I de Coucy (1078-1130) was de zoon van Engelram I van Coucy en diens eerste, later verstoten vrouw Adèle van Marle. De huwelijksperikelen van de ouders, door abt Guibert van Nogent in zijn bekentenissen uitgebreid beschreven, hebben vermoedelijk een grote, en nefaste, invloed op de zoon gehad. Engelram twijfelde openlijk aan zijn vaderschap en Thomas haatte zijn vader. Thomas was, zo schrijft abt Suger van Saint-Denis, als "een razende wolf". Hij nam aan de zijde van de graaf van Namen, de bedrogen echtgenoot van de tweede vrouw van zijn eigen vader, deel aan een vernietigende oorlog tussen de feodale heren van Namen en Coucy. Omdat de in sterke kastelen verblijvende heren elkaar niet konden treffen werd de oorlog tegen de boerenbevolking gevoerd; brandschatten, plunderen, het afhakken van de voeten van lijfeigenen, het uitsteken van hun ogen en het vernielen van molens en wijngaarden behoorden tot de methoden waarmee de ridders elkaar bevochten. De burgerbevolking was zozeer getroffen dat de gevolgen een generatie later nog merkbaar waren. In 1095 trokken vader en zoon Coucy beiden naar Jeruzalem op de eerste kruistocht. Hun wederzijdse haat was bij terugkomst nog onverminderd en misschien was de kruistocht een middel geweest om de verwoestende agressie van de ridderstand te kanaliseren en te gebruiken in de strijd tegen de oprukkende islam. Thomas erfde van zijn moeder de domeinen van Marle en La Fère en voegde deze in 1116 bij de dood van zijn vader samen met het domein van Coucy.

De regering van Thomas werd gekenmerkt door geweld, sadisme en bandeloosheid. Vanuit kastelen die, nog steeds volgens Suger, "nesten voor draken en holen voor dieven waren" overviel Thomas de bezittingen van de koning, de kerk en zijn buren. De daarbij gevangengenomen mannen werden aan hun testikels opgehangen en bij een gelegenheid sneed Thomas zelf dertig mannen de keel door. Abt Guibert van Nogent noemde hem de "slechtste man van zijn generatie" en pas na gewapend ingrijpen van koning Lodewijk VI van Frankrijk en excommunicatie door de kerk werd Thomas ertoe bewogen om enkele geroofde kastelen en landgoederen weer af te staan. Zoals in de middeleeuwen gebruikelijk heeft Thomas op zijn sterfbed grote legaten aan de kerk gedaan in de hoop en verwachting dat hij daarmee een plek in de hemel kon kopen. De abdij van Nogent kreeg een groot legaat en in Prémontré werd een nieuwe abdij gesticht. De bij Engelram I van Coucy beschreven heldendaad in het Heilige land waaraan de heren van Coucy hun wapen ontleenden kan zowel aan vader als zoon Coucy worden toegeschreven. Thomas was driemaal getrouwd en werd in Coucy opgevolgd door zijn zoon Engelram II en in Amiens door zijn zoon Robrecht.

Hij is 1e rond 1100 getrouwd met Ida van Henegouwen. Geboren in 1085., overleden 1101. Dochter van Boudewijn II van Henegouwen en Ida van Leuven. 

Dochter: Beatrix de Coucy < 1101-± 1156

Hij is 2e getrouwd in 1110 met Melisende van Crepy van Rochefort.

Kinderen: Engelram II de Coucy en Marle 1110-1148

Robrecht de Coucy en Amiens.






ROBERT VAN DREUX I (Koos' Edelstamgrootvader) werd geboren rond 1123 als kind van Lodewijk van Frankrijk VI en Adelheid van Frankrijk, zoals getoond in stamboom 605. Hij is gestorven op 11 oktober 1188, ongeveer 65 jaar oud. Robert huwde 2 maal. Hij huwde met Hawise van Salisbury en Agnes de Beaudemont (zijn achter-achter-achternicht, 1 gen. verwijderd,).

Robert I van Dreux , bijgenaamd de Grote. Geboren circa 1123, overleden 11 oktober 1188. Hij was de vijfde zoon van Lodewijk VI van Frankrijk en Adélaide de Maurienne, ook bekend als Adelheid van Savoye. Door zijn moeder was hij verband met de Karolingers en de Markies Willem V van Montferrat. In 1137 ontving hij de Graafschap van Dreux als een apanage van zijn vader. Hij vervulde deze titel tot 1184, tot hij het verleende aan zijn zoon Robert II. In 1139 trouwde hij met Agnes de Garlande. In 1145 trouwde hij met Hawise van Salisbury . Met zijn derde huwelijk met Agnes de Baudemont in 1152, ontving hij de Provincie van Braine-sur-Vesle, en de heerlijkheden van Fère -en-Tardenois , Pontarcy, Nesle , Longueville , Quincy-en-Tardenois, Savigny, en Baudemont. Robert I heeft deelgenomen aan de Tweede Kruistocht en was bij het Beleg van Damascus in 1148. In 1158 vocht hij tegen de Engelsen en nam deel aan de Belegering van Séez in 1154. Hij was 1e gehuwd met Agnes de Garlande (1122-1143), dochter van Anseau de Garlande, graaf van Rochefort.

Zoon: Simon (1141 – 1182), Heer van La Noue

Hij was 2e gehuwd met Hawise van Salisbury (1118-1152), dochter van Walter Fitz Edward van Salisbury, Sheriff van Wiltshire. Kinderen: 

Adelheid van Dreux (1145 – > 1210)

Alice (1144 – ….)

Hij was 3e getrouwd met Agnes de Baudemont, Gravin van Braine (1130 – ± 1202). 

Robert II (1154 – 1218), graaf van Dreux en Braine 

Henry (1155 – 1199), bisschop van Orléans

Alix (1156 – > 1217), trouwde Raoul I , heer van Coucy

Philippe (1158 – 1217), bisschop van Beauvais.

Isabella (1160 – 1239), gehuwd met Hugh III van Broyes

Peter (1161 – 1186)

William (1163 – > 1189), heer van Braye, Torcy, en ChillyJohn (1164 – 1189)

Mamilie (1166-1200)

Margaret (1167 – ….), Non.






GRAAF BOUDEWIJN VAN HENEGOUWEN IV (Koos' Edelstamgrootvader) werd geboren in 1110 als kind van Boudewijn van Henegouwen III en Yolanda van Gelre, zoals getoond in stamboom 608. Hij is gestorven op 2 november 1171, ongeveer 61 jaar oud.

Boudewijn IV (ca. 1110 – Bergen, 2 november 1171), bijgenaamd de Bouwer, was graaf van Henegouwen van 1120 tot aan zijn dood. Als minderjarige zoon van Boudewijn III regeerde hij aanvankelijk (tot 1127) onder het regentschap van zijn moeder, Yolanda van Gelre. In 1127 trouwde Boudewijn met Aleidis van Namen (ca. 1110 – juli 1169, begraven te Bergen), dochter van graaf Godfried van Namen en van Ermesinde van Luxemburg. Daarbij werd overeengekomen dat indien het huis van Namen geen erfgenamen zou hebben, Boudewijn en Aleidis de Naamse goederen zouden erven.Nog in 1127 werd de Vlaamse graaf Karel de Goede vermoord. Boudewijn greep dit voorval aan om de aanspraken van zijn familie op Vlaanderen weer te doen gelden (achterkleinzoon van Boudewijn VI van Vlaanderen]). Hij bezette Oudenaarde en Ninove. De koning van Frankrijk wees echter Willem Clito aan als graaf van Vlaanderen. Boudewijn kon niet anders doen dan de bezette gebieden verwoesten en zich weer terug te trekken. Uiteindelijk wist Diederik van de Elzas, in naam van zijn moeder, graaf van Vlaanderen te worden. Boudewijn probeerde weer om Vlaanderen aan te vallen maar werd in 1128 verslagen door Diederik. Diederik van de Elzas nam deel aan de Tweede Kruistocht en Boudewijn probeerde hiervan gebruik te maken door opnieuw Vlaanderen aan te vallen. Diederiks vrouw Sybille van Anjou wist echter stand te houden. Er volgde een paar jaar van verwoestingen en plundertochten. Na thuiskomst van Diederik werd in 1151 een vrede gesloten tussen Vlaanderen en Henegouwen en werd afgesproken dat die vrede door een huwelijk zou worden bezegeld. Boudewijn richtte zich nu op andere mogelijkheden om zijn bezit uit te breiden. In 1158 kocht hij Ath, in 1159 verwierf hij Chimay (stad) en in 1160 verwierf hij de burggraafschappen Valencijn en Oosterbant. Zijn zwager Hendrik I van Namen, die ook hertog van Luxemburg was, was kinderloos en benoemde Boudewijn in 1163 tot zijn erfgenaam als dat zo zou blijven – maar Hendrik zou in 1186, op 72-jarige leeftijd, nog een dochter krijgen. In 1169 vond dan het huwelijk plaats tussen Boudewijns zoon Boudewijn V en Margaretha van de Elzas, dochter van Diederik van Elzas die uiteindelijk erfgename van Vlaanderen zou worden. Toen Boudewijn IV de bruiloftsgasten in Le Quesnoy het paleis toonde dat hij daar liet bouwen, bezweek de steiger waar het gezelschap op stond. De gasten waren allemaal lichtgewond maar Boudewijn zelf zou beide benen en zijn rug hebben gebroken. Hij overleefde het ongeluk nog meer dan een jaar voordat hij in Bergen overleed. Boudewijn is begraven in het Mariaklooster van Binche. Zijn bijnaam kreeg Boudewijn IV vanwege de versterkingen die hij langs de grens van Henegouwen met Brabant en Vlaanderen liet aanbrengen, de ommuring van steden als Bergen en Le Qeusnoy en de bouw van kerken zoals de Waltrudiskerk in Bergen. Boudewijn en Aleidis kregen de volgende kinderen:

Yolande (1131-1202), gehuwd met Ivo van Soissons, heer van Néelle en van Falvy, (- 1157) en met graaf Hugo IV van Saint-Pol. Ze kreeg twee dochters bij haar tweede man.

Boudewijn (1134-1147), jong gestorven

Antonia (1134 – 1168)

Agnes, bijg. de Manke (1142-1168)

Lauretta (ovl. 9 aug 1181), gehuwd met Diederik van Gent (-1165), laatste heer van Aalst en Waas, en (1173) met Burchard IV van Montmorency. Moeder van vijf kinderen uit haar tweede huwelijk, waaronder Mathieu II van Montmorency, “de Grote”, constabel van Frankrijk

Godfried (1147-1163) , graaf van Oosterbant, gehuwd met Eleonora van Vermandois. Zijn vader gaf hem een aandeel in het bestuur maar Godfried overleed kort na zijn meerderjarigheid, terwijl hij voorbereidingen trof om naar het Heilige Land te gaan

Boudewijn V (1150-1195). 

Hendrik (-1230), heer van Sebourg, van Angre en van Fay, gehuwd met Johanna van Cisoing en met Mahaut van Lalaing. Vader van twee zoons: Boudewijn (jong overleden) en Filips die hem opvolgde. Zijn twee dochters werden allebei non te Gellingen.

Eustaas, 1198 proost van de Waltrudiskerk in BergenBerta, gehuwd met ene Egidius, moeder van Gerard en enkele dochters

Boudewijn had drie buitenechtelijke zoons:

Gerard (ovl. 1179), begraven in de Waltrudiskerk van Bergen

Willem (ovl. na 1219), heer van Thy-le-Château, regent van Henegouwen (1201-1205), kanselier van Vlaanderen, voogd van Saint-Saulve. Getrouwd met Hedwig van Saint-Saulve, ze kregen zeven kinderen.

Gerard (ovl. na 1205), proost van Sint-Pieter (Lille), proost van Sint-Omaars, proost van Sint-Donaas (Brugge), kanselier van Vlaanderen (1196-1205).





GUY DE MAROLLES (Koos' Edelstamgrootvader) werd geboren rond 1110, in Marolles, Calvados, Normandie, France. Guy werd Sieur, de Courtry, de Marolles-sur-Seine. Hij is gestorven rond 1158, ongeveer 48 jaar oud, tijdens een kruistocht.





Reacties

Populaire posts van deze blog

Generatie van 8 maal oud-oud-grootouders met Jan Gerritsz van der Gracht en Claes de Canteleu, Guilielmus Gerardus van Arnhem, Koning jacobus van Engeland I, Willem V van Oranje

Generatie van 15 en 16 maal oud-oud-grootouders met Mathieu de Canteleu en zijn zoon Anseau die sneuvelde bij de slag van Azincourt en achter neven, hoofdrolspelers tijdens de honderd jarige oorlog en bij het ontstaan van de Nederlanden.

Generatie van 7 maal oud-oud-grootouders, Gerrit Jansz van der Gracht en Susanne de Canteleu, Godefridus van Arnhem, Koning Karel I van Engeland en koning Willem der nederlanden