Generatie van 26 maal oud-oud-grootouders, Reinier de Canteleu, Floris I van Holland, koning Philips van Frankrijk I, Auguste de Angres (kruistocht), Boudewijn V van Vlaanderen, Robert van Normandië (pelgrimstocht Jerusalem)
Bij de volgende voorouders komen de kruistochten in beeld waar veel voorouders aan hebben deelgenomen en velen zijn gesneuveld. Adelbero, een zoon van Clementia van Aquitanië werd overvallen en vermoord tijdens een kruistocht. Zijn hoofd werd teruggeschoten met een katapult.
Ook Koenraad van Luxemburg I stierf op de terugweg van zijn pelgrimstocht naar Jerusalem.
RENIER DE CANTELEU (Koos' Edelstambetovergrootvader) werd geboren rond 1044 als kind van Renaud De Canteleu, zoals getoond binnen stamboom 524. Hij is gestorven rond 1096, ongeveer 52 jaar oud. Renier was de vader van een zoon:
Boudewijn De Canteleu I in 1071
Renier De Canteleu werd geboren in een Europa dat een aanzienlijke transformatie onderging. Rond het jaar 1044 was het feodalisme de dominante sociale en economische structuur in een groot deel van het continent. Het systeem
vertrouwde op de toewijzing van land in ruil voor militaire dienst en loyaliteit aan grotere heren of koningen. Deze periode zag ook de opkomst van kasteleinen, kleine edelen zoals Renaud De Canteleu, die lokale forten controleerden en
rechtspraken binnen hun domein. Gedurende Reniers leven, vanaf zijn geboorte rond 1044 tot aan zijn dood rond 1096, heeft Europa talloze machtsstrijden tussen verschillende koninkrijken en vorstendommen. Het Heilige Roomse Rijk, onder de Salische dynastie probeerde de haar territoria te consolideren gedurende deze tijd , waarbij ze vaak in botsing kwamen met het pausdom over investeringskwesties - de benoeming van kerkelijke functionarissen. Dit conflict zou uiteindelijk leiden tot de Investituurstrijd, die kort na de dood van Renier serieus begon.
Een van de meest cruciale gebeurtenissen aan het einde van Reniers leven was het begin van de Eerste Kruistocht in 1095, slechts een jaar voor zijn dood. Paus Urbanus II riep christenen op om het Byzantijnse rijk te helpen tegen de Seltsjoekse Turken en Jeruzalem terug te winnen.
Renier was de vader van Boudewijn, wiens leven (circa 1071-1127) het einde van de Eerste Kruistocht en de oprichting van de kruisvaardersstaten in de Levant omvatte. Deze staten waren een direct gevolg van het succes van de Eerste Kruistocht en hadden een aanzienlijke invloed op de handel en culturele uitwisselingen tussen Europa en het Nabije Oosten. Boudewijns tijdperk was ook getuige van de voortzetting van de Investituurstrijd, die culmineerde in het Concordaat van Worms in 1122, waarmee enkele geschillen tussen de keizer en het pausdom.
GRAAF FLORIS VAN HOLLAND I (Koos' Edelstambetovergrootvader) werd geboren in 1020, in Vlaardingen, Zuid-Holland, Netherlands, als kind van Dirk van Holland III en Othilde van de Noordmarkt van
Saksen, zoals getoond in stamboom 938. Floris werd van 1049 tot 1061 graaf van Holland. Hij is gestorven op 28 juni 1061, ongeveer 40 jaar oud, in Nederhemert, Zaltbommel, Gelderland, Netherlands. Hij werd begraven in 1034 in Egmond Aan Zee.
Floris I (ca. 1025 - Nederhemert, 28 juni 1061) was een Friese graaf (comes Fresonum) die van 1049 tot 1061 het bewind voerde over de gebieden die later bekend zouden worden als het graafschap Holland. Hij volgde zijn broer Dirk IV op na diens dood in 1049. Graaf Dirk IV, de broer van Floris, werd gedood
door een leger van de bisschoppen van Utrecht, Metz en Luik. Dirk was kinderloos en zijn jongere broer was erfgenaam, maar moest aanvankelijk vluchten. Toen Floris eenmaal tot graaf was benoemd bleef de relatie met de keizer en de bisschoppen slecht. Floris raakte in conflict met de keizer over de tol op de
Merwede (vermoedelijk bij Vlaardingen, dus stroomafwaarts van de huidige Merwede). Bovendien probeerde hij zijn bezit in het rivierenland uit te breiden en kwam daardoor in conflict met bisschop Willem van Cuijk. Regentes Agnes gaf in 1058 bisschop Willem van Cuijk van Utrecht, Hendrik II van Leuven, Wichard van Gelder, Anno II aartsbisschop van Keulen, Diederik bisschop van Luik en Egbert I
van Meißen, de markgraaf van Friesland (Friesland en Groningen), opdracht om Floris tot de orde te roepen. De eerste echte slag werd in 1061 uitgevochten bij Oudheusden. Het Friese leger van Floris was zwaar in de minderheid en had daarom het slagveld met grote aantallen valkuilen voorbereid. Zo raakten zijn tegenstanders in grote verwarring en werd een groot aantal direct al buiten gevecht gesteld. Floris wist daarna de slag eenvoudig te winnen. De volgende slag vond op 28 juni 1061 plaats bij Nederhemert. Floris viel de troepen van Keulen, Brunswijk en Cuijk aan en wist ze snel te verjagen. De Friezen gingen vervolgens rusten in de schaduw van de bomen langs de Maas. Herman van Cuijk, burggraaf van Utrecht,
hergroepeerde zijn troepen en overviel het nietsvermoedende leger. Floris werd samen met honderden van zijn
mannen gedood. Floris is oorspronkelijk begraven in de eerste abdij van
Egmond. Hij ligt nu na opgraving in het nieuwe mausoleum in de in 1935 herstichte Abdij van Egmond - hoewel eraan wordt getwijfeld of het in 1935 gevonden skelet wel van Floris was. Floris trouwde met Geertruida van Saksen. Zij was de dochter van Bernhard II, hertog van Saksen, en Eilika van Schweinfurt. Hun kinderen waren:
Dirk V (1054 - 1091)
Floris, jong overleden te Luik, waar hij mogelijk naartoe was gestuurd voor zijn
opvoeding
Bertha van Holland (ca. 1058 - 1094), gehuwd met Filips I van Frankrijk
mogelijk Adelheid (1045 - 1085), gehuwd met Boudewijn I van Guînes
Floris I van Holland werd in 1025 geboren in het Huis Holland, een adellijke familie die zou uitgroeien tot een van de meest invloedrijke in de middeleeuwse Lage Landen. Zijn vader, Dirk III van Holland, had zijn controle over Graafschap Holland laten gelden door gebruik te maken van het verzwakte centrale gezag van het Heilige Roomse Rijk tijdens het bewind van Keizer Hendrik II. De moeder van Floris, Othilde, kwam uit een opmerkelijke Duitse adel, waaronder mogelijk ook
verbindingen met de machtige Saksische of Brandenburgse families.
In 1050 trouwde Floris I met Geertruida van Saksen-Billung, waardoor hij met een ander belangrijk adellijk geslacht werd verbonden. Dit huwelijk versterkte niet alleen de politieke allianties, maar bracht ook potentiële aanspraken op land in Saksen verder met zich mee en het consolideren van de machtsbasis van Floris. Hun kinderen, waaronder Dirk V en Bertha, zouden een centrale rol gaan spelen
in de toekomstige politiek van de regio.
Floris I regeerde gedurende een periode die werd gekenmerkt door feodale conflicten en territoriale expansie. Hij zette de inspanningen van zijn voorgangers voort om hun domein uit te breiden, met name naar gebieden als Bommelerwaard, wat vaak leidde tot confrontaties met naburige machten zoals het bisdom Utrecht.
De strijd om regionale dominantie leidde uiteindelijk tot de vroegtijdige dood van Floris. Op 28 juni 1061 viel hij in strijd tegen krachten die loyaal zijn aan bisschop Willem van Cuijk van Utrecht, wat de turbulente aard van het feodaal
politiek weerspiegelt waarin bisschoppen zowel geestelijke als militaire macht uitoefenden. Er kwam een einde aan zijn ambities door de dood van Floris in Nederhemert op 36-jarige leeftijd maar vormde de weg vrij voor zijn nakomelingen om de erfenis van het Huis van Holland voort te zetten.
Ondanks zijn relatief korte bewind was de invloed van Floris I op de vormgeving van het graafschap Holland aanzienlijk. Zijn nakomelingen zouden de invloed van de familie voortzetten, waarbij zijn dochter Bertha zou trouwen met koning Filips I van Frankrijk, waardoor het lot van Nederland wordt verweven met dat van grotere Europese machten. Floris werd begraven in Egmond, een plek die nauw verbonden zou raken met het beschermheerschap van het Huis van Holland.
GEERTRUIDA VAN SAKSEN-BILLUNG (Koos' Edelstambetovergrootmoeder) werd geboren in 1028, in Schweinfurt, Unterfranken, Bavaria, als kind van Bernard van Saksen II en Eilika von Schweinfurt, zoals getoond in stamboom 939. Geertruida werd Gravin van Holland, Regentes Van Holland en Flandern. Zij is gestorven op 4 augustus 1115, ongeveer 87 jaar oud, in Veurne, West-Vlaanderen, Vlaanderen, Belgium. Zij werd begraven in Veurne, St Walburgskerk, België.
Geertruida huwde 2 maal. Zij huwde met Floris van Holland I9052 en Robrecht van Vlaanderen I9155.
Geertruida van Saksen (1033 - 3 augustus 1113) was de dochter van hertog Bernhard II van Saksen en Eilika van Schweinfurt. Ze trouwde rond het jaar 1050 met Floris I van Holland. Kinderen waren:
Dirk V van Holland (1052-1091), graaf van Holland (1061-1091)
Floris, jong overleden te Luik, waar hij mogelijk heen was gestuurd voor zijn opvoeding
Bertha van Holland (ca. 1058-1094), gehuwd van 1072 tot 1092 met koning van Frankrijk, Filips I van Frankrijk
mogelijk Adelheid (1045-1085), gehuwd met Boudewijn I van Guînes
Geertruida werd in 1061 weduwe.
Korte tijd na het overlijden van Floris, nam bisschop Willem van Cuijck van Utrecht, het Rijnland en Kennemerland in bezit. Dit werd door de keizerin, Agnes van Poitou (1024-1077), bevestigd, de minderjarige Dirk had toen alleen nog de
monding van de grote rivieren en een paar eilanden in het noorden in bezit. Geertruida besefte dat ze een sterke bondgenoot nodig had en ze trouwde in 1063 met Robrecht I van Vlaanderen, de broer van de graaf Boudewijn VI van Vlaanderen. Robrecht gaf zijn aanspraken op het graafschap Vlaanderen op (ten
gunste van zijn neef Arnulf) en wijdde zich aan zijn Friese belangen, daaraan ontleent hij in Vlaanderen zijn bijnaam "de Fries". Dirk ontving Vlaanderen ten oosten van de Schelde en de eilanden ten westen van de Schelde (o.a. Walcheren), als apanage. Robrecht en en zijn broer Boudewijn wisten het Rijnland en Kennemerland weer terug te veroveren, maar keizer Hendrik IV gaf hertog Godfried III van Lotharingen van Neder-Lotharingen opdracht om de bisschop te verdedigen. Godfried werd op 19 februari 1076 vermoord in Vlaardingen. Toen bisschop Willem een paar maanden later ook overleed, verzamelde Dirk een Vlaams leger en probeerde opnieuw zijn graafschap te heroveren. De nieuwe
bisschop Koenraad verschanste zich in het kasteel van IJsselmonde. Toen Dirk het kasteel wist te veroveren was de strijd beslist: Koenraad sloot vrede en gaf daarbij het Rijnland en Kennemerland terug aan Dirk. Geertruida trad in 1089 nog op als regentes van Vlaanderen terwijl Robrecht Jeruzalem bezocht. Ze overleed op 3 augustus 1113 te Veurne en is aldaar in de St.-Walburgakerk begraven.
Geertruida en Robrecht kregen de volgende kinderen:
Adela van Vlaanderen (1064-1115), gehuwd met Knoet IV van Denemarken, en de ouders van graaf van Vlaanderen Karel van Vlaanderen de Goede (1119-1127)
Robrecht II van Vlaanderen(1065-1111), graaf van Vlaanderen (1093-1111), vader van graaf Boudewijn VII van Vlaanderen (1111-1119)
Filips, vader van Willem van Ieper
mogelijk Ogiva, abdis van Mesen
mogelijk Boudewijn
Gertrudis van Vlaanderen (1080-1117), in haar tweede huwelijk getrouwd met
Diederik van Opper-Lotharingen, en de ouders van graaf van Vlaanderen, Diederik van de Elzas (1128-1168)
HERTOG ROBERT VAN NORMANDIE (Koos' Edelstambetovergrootvader) werd geboren op 22 juni 1000, in Rouen, Duchy of Normandy, als kind van Richard van Normandie II en Judith van Normandie, zoals getoond
in stamboom 946. Robert werd „de duivel” genoemd. Hij is gestorven op 3 juli 1035, 35 jaar oud, in Nicaea, Byzantine Empire (modern Iznik, Turkey). Hij werd begraven in Apulie, Italie. Robert huwde 2 maal. Hij huwde met Herleva van Normandie (zijn indirecte relatie) en Maitresse.
Robert de Duivel, ook de Schitterende genoemd. Geboren omstreeks 1005, overleden te Nicea (Turkije) op 2 of 22 juli 1035. Hij was hertog van Normandië en de vader van Willem de Veroveraar. Hij was de zoon van hertog Richard II
van Normandië en Judith, dochter van Conan I van Bretagne. Na de dood van zijn vader volgde zijn oudere broer Richard hem op als hertog van Normandië, terwijl Robert graaf van Hiémois werd. Richard stierf in 1027, hij werd vermoedelijk vergiftigd, en werd opgevolgd door Robert. De plotselinge dood van zijn broer terwijl hij zelf belanghebbende was als erfgenaam, maakte Robert wel verdacht en leverde hem de bijnaam “de Duivel” op. “Robert de Duivel” is ook een figuur uit sprookjes. Robert nam op grote schaal kerkelijke bezittingen in beslag om te verdelen onder zijn vazallen en zo hun trouw te verzekeren. Daardoor kwam hij in conflict met de bisschop van Bayeux en zijn oom Robert de Deen, aartsbisschop van Rouen, maar hij wist hun verzet te breken.Robert steunde in 1028 Boudewijn
IV van Vlaanderen tegen zijn opstandige zoon, Boudewijn V van Vlaanderen en verwoestte het kasteel van Chocques. In de strijd van de toenmalige koning Hendrik I van Frankrijk tegen diens broer en moeder steunde Robert in 1031 de
koning, waarvoor deze hem beloonde met het grondgebied van Vexin. In dat jaar bood hij onderdak aan Eduard de Belijder die Engeland was ontvlucht. Een poging om Eduard met een vloot te helpen tegen de Denen in Engeland mislukte door een storm. Robert gebruikte toen de vloot om de hertog van Bretagne te onderwerpen, die probeerde om zich aan de Normandische invloed te onttrekken. Robert stichtte de abdij van Cerisy-la-Forêt, van Montivilliers en die van Sainte-Trinité te Rouen. Nadat hij zijn zoon Willem tot zijn erfgenaam had aangesteld, ging hij op bedevaart naar Jeruzalem. Volgens de Gesta Normannorum Ducum reisde hij via Constantinopel en werd daar ontvangen door Michaël IV Paphlagon. Hij bereikte Jeruzalem en stierf op de terugreis in Nicea op 22 juli 1035. Robert werd daar
begraven in de Maria-kerk. Sommige bronnen schrijven zijn dood toe aan vergif en dateren het op 2 juli. Zijn zoon Willem, acht jaar oud, volgde hem op. Volgens de historicus William van Malmesbury verzond Willem rond 1086 een gezantschap naar Constantinopel en Nicaea om het lichaam van zijn vader terug te brengen naar Normandië om het daar te begraven. De toestemming om het lichaam mee te nemen werd verkregen, maar tijdens de terugtocht door Apulië (Italië) kwam het bericht dat Willem was overleden. De leden van missie besloten toen het lichaam van Robert in Italië te begraven.Robert de Duivel had een verbintenis (niet-kerkelijk huwelijk volgens de “more Danico”, het gewoonterecht van de Vikingen) met Herleva van Falaise. Geboren omstreeks 1005, overleden rond 1050. Dochter
van Fulbert van Falaise en Doda. Kinderen:
Willem de Veroveraar 1028 – 1087
Adelheid van Normandië 1026 – 1090.
Roberts huwelijk met Herleva van Falaise bracht zijn beroemdste nageslacht voort, William, later bekend als William de Veroveraar. Deze verbintenis, hoewel belangrijk voor haar nakomelingen, maakte deel uit van een breder patroon van huwelijksvoltrekkingen. Allianties dienden als instrumenten om politieke banden veilig te stellen en de macht te consolideren. De onduidelijkheid rondom de ander
potentiële kinderen uit dit huwelijk onderstreept de uitdagingen waarmee historici worden geconfronteerd als gevolg van de inconsistente middeleeuwen
record houden. Als hertog van Normandië van 1027 tot aan zijn dood regeerde Robert gedurende een tijdperk dat werd gekenmerkt door versterking van hertogelijk gezag en de voortdurende ontwikkeling van Normandische instellingen. Zijn heerschappij viel samen met het begin stadia van wat de Normandische expansie zou worden, wat de weg vrijmaakte voor de toekomstige veroveringen van zijn zoon William. Beweringen dat hij posities zou bekleden als Sheriff van Lincolnshire en Yorkshire, indien waar, duiden op de reikwijdte van
Normandische invloed over het Engelse Kanaal, zelfs vóór de Normandische verovering. De dood van Robert op 2 of 3 juli 1035 in Nicea, Byzantijnse Rijk, vond plaats terwijl hij op pelgrimstocht was naar Jeruzalem, een reis die de groeiende traditie van christelijke vroomheid onder de Europese adel weerspiegelt. Zijn binnenkomen een ver land benadrukt de onderlinge verbondenheid van het christendom ondanks regionale verdeeldheid. Discrepanties over zijn laatste rustplaats zijn emblematisch voor de moeilijkheden bij het traceren van de precieze details van de geschiedenis levens van figuren, vooral als ze ver van huis stierven.
GRAAF BOUDEWIJN VAN VLAANDEREN V (Koos' Edelstambetovergrootvader) werd geboren op 19 augustus 1012, in Flandres, Bihorel, Haute-Normandie, France, als kind van Boudewijn van Vlaanderen IV en Otgiva Van Vlaanderen, zoals getoond in stamboom 955. Boudewijn werd „de grote” genoemd. Hij werd gedoopt op 30 oktober 1028, 16 jaar oud, in Flanders, Nord, Nord-Pas-de-Calais, France. Van 1035 hij werd Graaf van Vlaanderen
(vv.1026-1027), 5th Duke of Normandy (1026- ), . Hij is gestorven op 7 september 1067, 55 jaar oud, in Lille, Nord, Nord-Pas-de-Calais, France. Boudewijn werd begraven in september 1067 in Collégiale Saint-Pierre De Lille, France.
Boudewijn huwde 2 maal. Hij huwde met adela van vlaanderen9096 en Judith de Normandie (zijn achter-achter-achternicht).
Boudewijn V van Rijsel, ook bijgenaamd de Grote (ca. 1013 – Rijsel?, 1 september 1067), zoon van Otgiva van Luxemburg en Boudewijn IV van Vlaanderen, volgde zijn vader op in 1035 als graaf van Vlaanderen tot aan zijn dood.
Boudewijn V, 1013 – 1067 Boudewijn V van Vlaanderen, Graaf van Vlaanderen, Graaf van Artesië, Graaf van Zeeland Periode1035 - 1067
In 1028 huwde hij met Adela van Frankrijk (1009 - Mesen, 8 januari 1079), dochter van koning Robert II van Frankrijk en Constance van Arles. Zij was eerder verloofd geweest met hertog Richard III van Normandië die echter in 1027 overleed. Adela zou de drijvende kracht zijn geweest achter Boudewijns opstand tegen zijn vader, Boudewijn IV, om een groter aandeel in het bestuur te krijgen. Boudewijn IV moest naar Normandië vluchten. Hij trouwde met Eleonora van Normandië, dochter van Richard II van Normandië. Hij wist met Normandische steun de opstand van zijn zoon snel te onderdrukken (12 september 1028 te Oudenaarde). In 1030 verzoende Boudewijn zich met zijn vader en kreeg inderdaad een taak in het bestuur. In 1035 werd Boudewijn graaf van Vlaanderen als opvolger van zijn vader. Boudewijn verwierf Zeeland en Lens (Frankrijk).
Nadat zijn vader al in 1033 de burcht Ename had vernield, sloot hij zich vanaf 1045 aan bij de rebellie van hertog Godfried II van Lotharingen. Ze plunderden de palts van Nijmegen en veroorzaakten brandstichtingen te Verdun. Daarom werd in 1047 Boudewijn zijn Duitse rijkslenen ontnomen, in het bijzonder de mark Valencijn die aan Reinier van Hasnon (vader van Richilde van Henegouwen) werd toegewezen. In 1049 sloeg keizer Hendrik III terug en dreef Vlaanderen terug op eigen bodem. Dit gebeurde nogmaals in 1054. Na het overlijden van keizer Hendrik III (1056) en als gevolg van de minderjarigheid van diens zoon Hendrik IV voerden de Lotharingse rijksedelen, aartsbisschop Anno II van Keulen en paltsgraaf Hendrik I van Lotharingen, vredesbesprekingen over de toestand van het rijk te Andernach (1056/1057 en 1059/1060). Tussen april 1062 en uiterlijk 4 augustus 1063 verkreeg Boudewijn uiteindelijk op legitieme wijze de mark Ename. Het was een belangrijk Lotharingse markgraafschap gelegen ten oosten van de Schelde, van oudsher op de scheidingslijn tussen Frankrijk en het Duitse rijk. Hij consolideerde aldus met succes de door zijn vader ingezette politiek om als Frans vazal ook Duitse rijkslenen te verwerven. Zijn opvolgers werden aldus leenmannen van de keizer. Het betrokken Lotharings gebied wordt daarom Rijks-Vlaanderen genoemd. Boudewijn dwong Richilde van Henegouwen, weduwe van Herman van Bergen (overleden 1051), tot een huwelijk met zijn zoon Boudewijn (VI). Door zijn toedoen werden de kinderen uit Richildis' eerste huwelijk van hun erfrechten beroofd en lijfde hij de facto Henegouwen bij Vlaanderen in. Na de verzoening met de Duitse keizer werd ook dit wegens bloedverwantschap canoniek ongeldige huwelijk door de paus kort nadien gelegitimeerd. Boudewijn bood in 1049 onderdak aan de verbannen Swein Godwinson, graaf van Herefordshire. In 1051 bood hij ook onderdak aan diens verbannen vader Godwin van Wessex.
Kort voor zijn dood steunde Boudewijn V nog de expeditie naar Engeland (1066) van zijn schoonzoon Willem de Veroveraar, die gehuwd was met zijn dochter Mathilde van Vlaanderen. Deze stellingname was echter niet zonder risico's: de opkomst van het Anglo-Normandisch blok, dat voor Vlaanderen gevaarlijk kon worden, werd er niet door tegengewerkt. Een van de redenen van Boudewijns keuze was waarschijnlijk dat hij op die manier de kans zag om een deel van de dissidente adel die Willem op zijn tocht vergezelde, kwijt te raken.
Door het huwelijk van Boudewijns tweede zoon, Robrecht de Fries, met Geertrui, weduwe van de graaf van Holland, strekte de Vlaamse invloedssfeer zich over een groot deel van de Nederlanden uit. Zo groot was Boudewijns aanzien, dat hij bij de dood van de koning Hendrik I van Frankrijk (1060) voogd werd over diens minderjarige troonopvolger Filips I. Op het binnenlandse vlak heeft Boudewijn het grafelijke gezag verstevigd door het territoriale bestuur te reorganiseren (kasselrijen in plaats van gouwen) en de bevoegdheden van de kloostervoogden in te krimpen (mede door de invloed van de kerkelijke hervormingsbeweging van Richard van Saint-Vanne). Om het dunbevolkte en ongecultiveerde centrale gedeelte van zijn graafschap beter te verbinden met de rijke steden, die zich aan de kust en de Schelde ontwikkelden, legde hij een gordel van nieuwe steden aan in Binnen-Vlaanderen: Torhout, Ieper, Mesen, Rijsel, Kassel en Ariën. Deze nieuwe stichtingen werden hoofdplaats van een kasselrij en kregen een jaarmarkt om de kooplieden aan te trekken. Boudewijn V overleed op 1 september 1067 en werd begraven in de Sint-Pietersabdij te Gent. Na zijn dood trok zijn weduwe Adela zich als non terug in een klooster te Mesen, waar zij in 1079 overleed.
Boudewijn en Adela van Mesen, gehuwd in 1028, kregen de volgende kinderen:
Boudewijn VI van Vlaanderen
Mathilde van Vlaanderen
Robrecht I van Vlaanderen
WEDRIC VAN AVESNES I (Koos' Edelstambetovergrootvader) werd geboren in 994, in Avesnes-sur-Helpe, Nord-Pas-de-Calais, Frankrijk, als kind van Guerry de Morvois en Ava d' Avesnes, zoals getoond in stamboom 957. Wedric werd „de Rossige” genoemd. Wedric werd Sieur de Leuze. Hij is gestorven in
1038, ongeveer 44 jaar oud, in Avesnes-sur-Helpe.
Hij was een avonturier, die al plunderend rondtrok over Vlaanderen en Henegouwen. Hij maakte onder meer Geraardsbergen, Lessen, Aalst en Chièvres afhandig van zijn schoonvader. Om hem te neutraliseren stond de graaf van Henegouwen aan Wederik de Rode de streek rond Avesnes-sur-Helpe
toe. Wederik van Leuze en Condé (ca. 1020 - 1076), bijgenaamd met de Baard, ook wel Wederik II met de Baard van Avesnes, was een zoon van Wederik de Rode, die in het begin van de 11e eeuw een gevreesd vazal was van Reinier V van Henegouwen in het gebied van Avesnes-sur-Helpe.
Wederik vestigde zich in Grand-Fayt en liet er een kasteel bouwen. Rond 1066 liet hij ook een vesting bouwen in Avesnes-sur-Helpe en verwierf daartoe ook een aantal bezittingen van de abdij van Liessies. Hierover was een hooglopend conflict tussen Wederik en de monniken. De monniken openden zelfs de tombe van Hiltrude, dochter van de stichter, en nemen haar in lood verpakte testament daaruit om hun rechten te kunnen bewijzen. Wederik pakte het testament van de monniken af en werpt het in het vuur. Later kreeg hij echter berouw en werd uiteindelijk zelfs in de abdij van Liessies begraven.
Wederik was gehuwd met een onbekende vrouw en was de vader van:
Diederik, ovl. 1106, gehuwd met Ada van Ramerupt, weduwe van Godfried van Guise en Wouter van Ath. Diederik en Ada waren weldoeners van de abdij van Lessies en Ada nam als weduwe daar haar intrek.
mogelijk Gerard, gesneuveld 1102, deelnemer aan de Eerste Kruistocht, in 1099 gevangengenomen door de Arabieren bij Arsuf (bij Herzliya) maar vrij gelaten. Werd heer van Hebron (Westelijke Jordaanoever), sneuvelde tijdens een veldtocht onder Boudewijn I van Jeruzalem.
Ada (1054-1076), gehuwd met Fastrad I van Oisy.
AUGUSTE DE ANGRES (Koos' Edelstambetovergrootvader) werd geboren in 1040, in Angres, Pas-de-Calais, Nord-Pas-de-Calais, France, als kind van Leon DE ANGRES I en Berthe de Angres, zoals getoond binnen stamboom 763. Auguste werd Ecuyer.. Hij is gestorven in oktober 1108, ongeveer 68 jaar oud, in Saint Jean d'Acre, Northern District, Israel.
Als Ecuyer, of schildknaap, diende Auguste in een militaire hoedanigheid die typerend was voor mannen van zijn klasse tijdens de Middeleeuwen. De rol van schildknapen was essentieel bij het ondersteunen van ridders en bij de voorbereiding op het uiteindelijke ridderschap zelf. Gedurende deze tijd begon de riddercode vorm te krijgen, die het gedrag en de verantwoordelijkheden van krijgers als Auguste beïnvloedde. De dood van Auguste in oktober 1108 in Saint Jean d'Acre, nu bekend als Acre in Israël, suggereert betrokkenheid bij de bredere bewegingen van die tijd, zoals de kruistochten. De Eerste Kruistocht (1096-1099) was onlangs afgelopen en leidde tot de oprichting van christelijke staten in de Levant, waaronder het koninkrijk Jeruzalem. Zijn aanwezigheid daar duidt op een mogelijke deelname aan deze belangrijke religieuze en militaire campagnes die de middeleeuwse geschiedenis vorm gaven.
LAMBERTUS VAN BOULOGNE (Koos' Edelstambetovergrootvader) werd geboren in 1030 als kind van Eustaas van BOULOGNE I en Mathilde van Boulogne, zoals getoond in stamboom 983. Hij is gestorven (gesneuveld bij de slag van rijssel) in 1054, ongeveer 24 jaar oud, in Rijssel. Lambert van Boulogne (overleden te Rijsel in 1054) was van 1047 tot aan zijn dood graaf van Lens en van 1053 tot aan zijn dood graaf iure uxoris van Aumale. Hij behoorde tot het huis Boulogne. Lambert was de tweede zoon van graaf Eustaas I van Boulogne uit diens huwelijk met Mathilde, dochter van graaf Lambert I van Leuven. Na
de dood van zijn vader in 1047 erfde hij het graafschap Lens. In 1053 kwam Willem van Talou, graaf van Arques, in opstand tegen zijn neef Willem de Veroveraar, hertog van Normandië. Terwijl de schoonvader van de Normandische
hertog, graaf Boudewijn V van Vlaanderen diens zijde koos, steunden Lamberts broer Eustaas II van Boulogne en Engelram II van Ponthieu, die aan beide zijden verwant waren, Willem van Talou. Lambert koos net als de graaf van
Vlaanderen partij voor Willem de Veroveraar. De opstand stortte al snel in elkaar; graaf Engelram II van Ponthieu sneuvelde in oktober 1053, waarna Willem van Talou naar Boulogne vluchtte. Als beloning voor zijn trouw mocht hij
huwen met Engelrams weduwe Adelheid van Normandië (1026-1090), een zus van Willem de Veroveraar. Lambert werd in haar recht graaf van Aumale. Lambert bleef in dienst van de graaf van Vlaanderen en nam in 1054 deel aan de Slag bij Rijsel tegen keizer Hendrik III, waarbij hij dodelijk verwond werd. Zijn echtgenote Adelheid behield Aumale, maar het graafschap Lens viel terug aan zijn oudere broer Eustaas II. Lambert en Adelheid hadden een dochter Judith (1054 - na 1086), die ofwel kort voor of zelfs na zijn overlijden werd geboren en rond 1070 huwde met graaf Waltheof II van Northumbria.
Lambertus huwde zijn 4 maal achter-nicht, Adelheid van Normandie.
FULCO VAN ANJOU IV (Koos' Edelstambetovergrootvader) werd geboren op 30 april 1043, in Anjou, Isere, Rhone-Alpes, France, als kind van Godfried van Gatinais II en Ermengarde van Anjou, zoals getoond in stamboom 988. Tussen 1068 en 1069, in de leeftijd van ongeveer 25 jaar, werd hij Graaf van Anjou. Hij is
gestorven op 4 april 1109, 65 jaar oud, in Angers, Anjou (within present Maine-et-Loire), Neustrie, France. Hij werd begraven op 14 april 1109 in Sainte-Trinite, Anjou, France. Fulco huwde 2 maal. Hij huwde met Bertrade van Anjou en Hildegarde van Anjou (zijn indirecte relatie).
Fulco IV van Anjou, bijgenaamd de Norse(Anjou, 1043 – Angers, 4 april 1109) was de tweede (en jongste) zoon van Ermengarde van Anjou en Godfried II van Gâtinais. Fulco en zijn broer Godfried waren erfgenamen van hun oom Godfried II van Anjou, die beiden in 1060 tot ridder sloeg. Godfried II overleed korte tijd later, Fulco nam het bestuur over Saintonge op zich en zijn broer Godfried kreeg
het graafschap Anjou. De broers wisten in 1062 een aanval van Aquitanië af te slaan. Daarna streden ze onderling om de macht. Fulco wist Godfried in 1067 te verslaan maar moest hem onder druk van de kerk vrijlaten. In 1068 nam hij hem opnieuw gevangen, nu definitief. Door deze strijd gingen Saintogne en Gâtinais verloren, Fulco was alleen nog heer over Anjou en over Tours. Het bestuur van Fulco concentreerde zich verder op het handhaven van zijn gezag over de lagere adel, en op het conflict over de macht in Maine (provincie)met Normandië. Fulco moest toestaan dat zijn vazallen steeds meer macht verwierven en zelfs kastelen bouwden zonder zijn toestemming. In Maine wist hij echter, met hulp van Bretagne, te bereiken dat een graaf werd geïnstalleerd die hem gunstig gezind was. In 1096 gaf hij opdracht om een geschiedenis van Anjou te schrijven. Zijn zoon Godfried (IV) kwam in 1103 in opstand en dwong Fulco om de macht met hem te delen. Fulco was gehuwd met: Hildegarde de Beaugency (ovl. voor 1070), dochter van Lancelin II van Beaugency.
Tot zijn echtgenoten behoorden Ermengarde van Bourbon, met
met wie hij kinderen had, waaronder
Ermengarde (1067-1147), gehuwd (1089) met Willem IX van Aquitanië, gescheiden 1090, gehuwd met Alan IV van Bretagne(ca. 1070)
Godfried (IV) (gesneuveld, Candé, 19 mei 1106) overleden voor zijn vader, verloofd met Eremburge van Maine
Fulco V, de jonge, opvolger van zijn vader, koning van jerusalem
Hij trouwde ook met Bertrade De Montfort
Hildegarde De Beaugency
Mantia van Briënne
en Orengarde van Châtellayon
Uit de huwelijken kwamen meerdere kinderen voort.
KONING PHILIPS VAN FRANKRIJK I (Koos' Edelstambetovergrootvader) werd geboren op 23 april 1052, in Champagne-et-Fontaine, Dordogne, Aquitaine, France, als kind van Hendrik van Frankrijk I en Anna van Kiev, zoals getoond in stamboom 1009. Hij is gestorven op 29 juli 1108, 56 jaar oud, in Melun, Seine-Et-Marne, Île-De-France, France. Hij werd begraven in 1108 in Abbaye Saint Benoît-Sur-Loire.
King of France op 23 mei 1059, 7 jaar oud, in Reims; Getrouwd op 15 mei 1092, 40 jaar oud, in Ile de France, France. Philips huwde 2 maal. Hij huwde met Bertha van Frankrijk en Bertrade van Montfort Aumary. Filips I (Champagne-et-Fontaine, 23 mei 1052 – Melun, 29 juli 1108) was koning van Frankrijk van 4 augustus 1060 tot 1108. Hij was de zoon van Hendrik I van Frankrijk (1008-1060) en Anna van Kiev (1024-1075). Filips werd in 1059 al tot koning van Frankrijk gewijd en op 4 augustus 1060 (8 jaar oud) gekroond. Zijn moeder en zijn oom, Boudewijn V, graaf van Vlaanderen, waren gezamenlijk regent. Toen Anna in 1061 hertrouwde met Rudolf van Valois werd haar positie aan het hof onmogelijk en moest ze haar positie opgeven. In 1066 werd Filips meerderjarig verklaard en kon hij zelfstandig regeren
BERTHA VAN FRANKRIJK (Koos' Edelstambetovergrootmoeder) werd geboren rond 1058 als kind van Floris van Holland I en Geertruida van Saksen-Billung, zoals getoond in stamboom 732. Zij is gestorven op 15 oktober 1094, ongeveer 36 jaar oud, in Montreuil-sur-Mer, Pas-Calés, Nord-Pas-Calés, Française.
Bertha van Holland (rond 1058 — Montreuil-sur-Mer, 15 oktober 1094) was de dochter van Geertruida van Saksen en haar eerste echtgenoot graaf Floris I van Holland. Door het tweede huwelijk van haar moeder werd zij de stiefdochter van Robrecht I de Fries, die tevens haar voogd werd. Ze werd in 1072 uitgehuwelijkt aan koning Filips I van Frankrijk. In 1092 werd ze verstoten omdat Filips zijn zinnen had gezet op de mooie en jonge Bertrada van Montfort en zo moest ze het hof verlaten. Bekend is dat Filips vond dat Bertha te dik was geworden. Ze is overleden in een klooster in Noord-Frankrijk.[1] Zij was de moeder van: Constance (1078 - 14 september 1126)
Lodewijk VI (1 december 1081 - 1 augustus 1137), troonopvolger
Hendrik (1083, jong gestorven)
Haar zoon Lodewijk volgde zijn vader op als koning van Frankrijk. Haar huwelijk met de Franse koning had politieke redenen. Haar stiefvader, Robrecht I, had na de dood van zijn broer zich wederrechtelijk en met wapengeweld de grafelijke titel
toegeëigend. In die strijd had de Franse koning de wettelijke troonopvolger gesteund. Het huwelijk was waarschijnlijk onderdeel van de vredesregeling tussen Robrecht I en Filips I.
Philips van Frankrijk I huwde Bertha van Frankrijk. Zij kregen twee kinderen:
Constance van Frankrijk in 1078
Lodewijk van Frankrijk VI in 1081
GRAAF HUMBERT VAN SAVOYE II (Koos' Edelstambetovergrootvader) werd geboren in 1072 als kind van Amadeus van Savoye II en Johanna van Geneve, zoals getoond in stamboom 1011. Hij is gestorven in 1103, ongeveer 31 jaar
oud.
Humbert II (ca. 1072 - Moûtiers, 14 oktober 1103), bijg. de Sterke of de Dikke, was de zesde graaf van Savoye. Humbert was de enige zoon van graaf Amadeus II van Savoye en Johanna van Genève. In 1080 overleed zijn vader en werd Humbert graaf van Savoye, hertog van Turijn, Valle d'Aosta en Susa (Italië), heer van Maurienne, Tarentaise en de Chablais. Omdat hij nog maar amper acht jaar was, trad zijn grootmoeder Adelheid van Susa op als regentes. Na haar dood in 1091 verloor Humbert wel zijn Italiaanse bezittingen, met uitzondering van Susa. Humbert concentreerde zich op de consolidatie van zijn resterende gebieden. Hij organiseerde het bestuur rondom een stelsel van burggraafschappen. Humbert brak samen met zijn vazallen de macht van aartsbisschop Heraclius van de Tarentaise. Wel moest hij na zware gevechten delen van zijn bezit in de Piëmont opgeven aan lokale edelen. Humbert stichtte de abdij van Saint-Jean-d'Aulps in 1094 en deed in datzelfde jaar een schenking aan de Mariakerk van Ivrea. In 1101 bezocht hij Rome. Hunbert is begraven in de kathedraal van Moûtiers. Humbert was gehuwd met Gisela van Bourgondië, dochter van graaf Willem I van Bourgondië, zuster van paus Callixtus II, en werd vader van:
Adelheid (-1154), in 1115 gehuwd met koning Lodewijk VI van Frankrijk (1081-1137) en in 1141 met Mattheus I van Montmorency
Amadeus III van Savoye (1094-1148), zijn opvolger
Willem (ovl ca. 1131), tegenbisschop van Luik
Humbert (ovl 1131)
Guido, abt van Namen, kanunnik van Sint-Lambertus in Luik
Reinoud, prior van Saint-Maurice in Aosta
mogelijk Agnes, gehuwd met Archimbald VII van Bourbon.
GRAVIN GISELA VAN SAVOYE (Koos' Edelstambetovergrootmoeder) werd geboren in 1073, in Dijon, Côte-D'or, Bourgogne-Franche-Comté, France, als kind van Willem van Bourgondië I en Etiennette van Longwy-Metz, zoals getoond in stamboom 818. Gisela werd Comtesse, de Bourgogne, Grevinna, Marchioness Consort of Montferrat. Zij is gestorven in mei 1135, ongeveer 61 jaar oud, in Chambéry, Savoie, Rhône-Alpes, France. Zij werd begraven in 1135 in Chambéry, Savoie, Auvergne-Rhône-Alpes, France.
Gisela huwde 2 maal. Zij huwde met Humbert van Savoye II en Reinier van Monferrato.
HERTOG FREDERIK VAN SCHWABEN I (Koos' Edelstambetovergrootvader) werd geboren in 1050, in Büren, Borken, Nordrhein-Westfalen, Germany, als kind van Friedrich VAN BUREN III en Hildegard VON EGISHEIM-DAGSBURG, zoals getoond in stamboom 1013. Hij is gestorven op 4 juni 1105, ongeveer 54 jaar oud.
Frederik I van Zwaben (ca. 1050 – 4 juni 1105) was een zoon van Frederik van Büren en van Hildegard. Hij werd tijdens het paasfeest van 1079 te Regensburg benoemd tot hertog van Zwaben. Frederik was een trouwe vazal van keizer Hendrik IV. In 1077 vergezelde hij Hendrik tijdens de tocht naar Canossa en hij vocht aan de kant van Hendrik tijdens de Slag bij Mellrichstadt in 1078. In 1079 werd Frederik benoemd tot hertog van Zwaben en werd daarbij volgens Otto van Freising door Hendrik geprezen als de trouwste en dapperste van zijn edelen. Frederik verloofde zich bij deze gelegenheid met Hendriks dochter Agnes, die toen vijf jaar oud was. In 1081 werd Frederik bij Höchstädt an der Donau verslagen door Herman van Salm. In 1086 ontzette hij, ondanks een aanvankelijke
nederlaag, samen met Hendrik te Würzburg. In de periode van 1090 tot 1096 vergezelde hij Hendrik naar Italië. In andere jaren was hij de plaatsvervanger van de koning in Duitsland, hij noemde zich in die tijd ook hertog van Franken. Frederik bouwde een groot aantal kastelen, waaronder Hohenstaufen, dat zijn naam zou geven aan zijn dynastie, en de Haut-Koenigsbourg. Hij stichtte een familieklooster in Lorch (Baden-Württemberg) en het Sankt-Fides klooster in Bamberg (stad). Samen met zijn moeder en broers schonk hij de Heilig-Grafkerk te Sélestat aan de abdij van Conques. Frederik en Agnes trouwden ca. 1090 en kregen de volgende kinderen:
mogelijk Heilika (ovl. na 1110, begraven te Ensdorf (Beieren), getrouwd met graaf Frederik van Pettendorf, kreeg twee dochtersBertrada, getrouwd met een graaf Adalbert
Frederik II
Hildegard
Koenraad III (Rooms-koning)
Gisela
Hendrik (ovl. voor 1102)
Beatrix,
stichtte in 1146 het klooster van MichelsteinKunigunde, getrouwd met een hertog HendrikSofia, getrouwd met een graaf AdalbertGertrudis, gehuwd met Herman van Stahleck, stichtte het klooster van Sint-Theodoor in Bamberg waar ze non werd na de dood van haar man. Ze hadden kinderen maar haar zoons stierven op jonge leeftijd.
Richildis, getrouwd met Hugo van Roucy, ze hadden acht kinderen.
AGNES VAN WAIBLINGEN (Koos' Edelstambetovergrootmoeder) werd geboren in 1072 als kind van Hendrik van het heilige roomse rijk IV en Bertha van Savoye, zoals getoond in stamboom 1014. Zij is gestorven op 24 september 1143, ongeveer 71 jaar oud. Zij werd begraven in kloster neuburg. Agnes huwde 2 maal. Zij huwde met Frederik van Schwaben I en Leopold van Oostenrijk II (haar 4 maal
achter-neef, 1 gen. verwijderd,).
GRAAF BOUDEWIJN VAN HENEGOUWEN II (Koos' Edelstambetovergrootvader) werd geboren in 1056, in Of, Hainault, France, als kind van Boudewijn VI van Vlaanderen en Richildis van Henegouwen, zoals
getoond in stamboom 1015. Boudewijn werd Comte de Mons, de
Hainaut, 1071/1098, de Flandre, de Valenciennes, d'Ostrevant, de Douai, Hij is gestorven (overvallen en vermoord) op 8 juni 1098, ongeveer 41 jaar oud, in Nicaea, Nicaean Empire Now Iznik, Turkije. Hij werd
begraven in Hainault, Belgien.
Boudewijn II (ca. 1056 – overleden in Anatolië, na 8 juni 1098), was graaf van Henegouwen van 1071 tot aan zijn dood.Door het huwelijk van zijn ouders Boudewijn VI van Vlaanderen en Richilde van Henegouwen waren Vlaanderen en Henegouwen verenigd. Na de dood van zijn vader greep diens broer Robrecht I de Fries de macht in Vlaanderen. Arnulf, de eerstgeborene van Boudewijn VI, probeerde Vlaanderen terug te winnen maar werd verslagen en gedood in de Slag bij Kassel. Boudewijn, toen nog minderjarig, werd zo de opvolger en zijn moeder trad op als zijn regent. Zij accepteerde bisschop Theoduinus van Luik als haar leenheer die haar hielp om Henegouwen te behouden. Hiermee had Henegouwen de Rijksvrijheid verloren. Boudewijn en Richilde ondernamen militaire en diplomatieke pogingen om Vlaanderen terug te winnen maar hadden geen succes. In 1076 trad Richilde terug en regeerde Boudewijn zelfstandig. In 1085 deed Boudewijn nog eens een serieuze poging om Vlaanderen te veroveren. Hij bracht met hulp van zijn oom Willem de Veroveraar een leger bijeen maar werd verslagen in een veldslag bij Broqueroie. Boudewijn moest zich toen bij de bestaande situatie neerleggen. Boudewijn besloot deel te nemen aan de Eerste Kruistocht en verkocht, om de onderneming te financieren, het kasteel van Couin voor 50 zilvermarken en 1 pond goud aan de bisschop van Luik. Zijn neef Robrecht II van
Jeruzalem, graaf van Vlaanderen, nam ook deel aan deze kruistocht. Na de verovering van Antiochië werd Boudewijn ermee belast om dit nieuws aan keizer Alexios I Komnenos te brengen. Onderweg naar Constantinopel werd hij echter overvallen en vermoord. Boudewijn huwde in 1084 met Ida van Leuven (ca
1065 – 1139), dochter van Hendrik II en Adela van de Betuwe, hun kinderen waren:
Ida, gehuwd met Thomas I van Coucy, door hem verstoten, ze kregen één dochter, getrouwd met Diederik van Avesnes
Boudewijn (III)
Arnold, gehuwd met Beatrix van Ath. Ouders van Eustatius, gehuwd met Maria erfdochter van Roeulx, overleden in Palestina
Lodewijk
Simon
Hendrik
Willem
Richilde, gehuwd met (1115-1118) Amalrik III van Montfort, graaf van Évreux, gescheiden wegens bloedverwantschap.
Aleida, gehuwd met Nicolaas II van Rumigny als zijn tweede echtgenote, ze kregen 8 kinderen.
Na het bericht van de dood van haar man trok Ida van Leuven persoonlijk naar Anatolië om zijn lichaam te zoeken en meer over de omstandigheden van zijn dood te weten te komen. Zij had geen succes.
GRAAF GERARD VAN GELRE I (Koos' Edelstambetovergrootvader) werd geboren rond 1060 als kind van Gerard Flamens III en Mej. VAN LEUVEN, zoals getoond in stamboom 1017. Hij is gestorven voor 11 augustus 1129, jonger dan 69 jaar.
Gerard IV van Wassenberg. Ook Gerard I van Gelre, de Lange. Geboren rond 1060 – voor 8 augustus 1129) is de stamvader van de graven van Gelre uit het huis Wassenberg, dat in 1371 in mannelijke lijn uitstierf. Hij was de achterkleinzoon van de stamvader van het huis Wassenberg, Gerard I Flamens. Gerard was een zoon van graaf Gerard III Flamens die ca. 1076 overleed, toen Gerard en zijn broer Hendrik van Kriekenbeek nog minderjarig waren. Hij werd opgevoed door zijn oom Dirk ‘van de Veluwe’, die zelf bezittingen had in de zuidoostelijke Veluwe,
en die tevens het beheer op zich nam over de grafelijke rechten die op Gerard vererfd waren. Gerard was heer van Wassenberg van 1085 – 1129. In 1096 werd hij, als Gerard I, ook graaf van Gelre. Hij werd in 1096 ook als landgraaf geattesteerd in een keizerlijke oorkonde: MGH Diplomata Henrici IV nr. 459: Gerardus lantgrave, waarschijnlijk met betrekking tot een rijksleen in de Teisterbant. Daarnaast was hij voogd van Erkelenz, Roermond en Utrecht. Gerard was een van de machtigste edelen van Neder-Lotharingen en probeerde zijn bezit vooral ten koste van de bisschop van Utrecht te vergroten. Dit leidde tot conflicten met Utrecht maar ook met de aartsbisschop van Keulen en de graven van Holland. Op rijksniveau was Gerard een trouw bondgenoot van Hendrik IV (keizer). Samen
met zijn neef/broer Gosewijn I van Valkenburg dwong hij de benoeming van Hendriks kandidaat af, als abt van Sint-Truiden. Van Gerard is ook de ‘schenking’ van de kerk van Echt bekend aan het kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, hoewel dat kapittel zich de rechtmatige eigenaar van die kerk waande. Van de eerste echtgenote van Gerard is alleen bekend dat ze gravin Sophia heette. Hij hertrouwde met de weduwe van Koenraad I van Luxemburg, Clementia van Poitiers of Clementia van Gleiberg. Gerard kreeg onder anderen de volgende kinderen:
Judith (†1151), ook Jutta genaamd. vóór 1105 gehuwd met Walram II Paganus van Limburg (1118-1139), zij bracht als bruidsschat de allodiale goederen en de heerlijkheid Wassenberg in, die of bij overlijden van haar vader in 1129, of bij overlijden van haar broer in 1131/33 in bezit van de Limburgse hertogen kwamen. Yolanda van Gelre (ca. 1088 – 21 juni 1164/67), in 1106 of 1107 gehuwd met graaf Boudewijn III van Henegouwen († 1120), als bruidsschat bracht zij allodia bij Dooderwaard en Dalen in. Haar tweede huwelijk was met burggraaf Godfried van Valenciennes.
Gerard II (ca. 1090 – 1131/33)
CLEMENTIA VAN AQUITANIË (Koos' Edelstambetovergrootmoeder) werd geboren rond 1045, in Bussière-Nouvelle, Creuse, Nouvelle-Aquitaine, France, als kind van Willem van Aquitanië VII en Ermesinde van Lotharingen, zoals getoond in stamboom 1018. Zij is gestorven op 4 januari 1142, ongeveer 96 jaar oud, in Wassenberg, District De Cologne, Rhénanie Du Nord-Westphalie, Allemagne.
Clementia huwde 2 maal. Zij huwde met Koenraad van Luxemburg I en Gerard van Gelre I.
Clementia van Poitiers (ca 1045-1142) was een dochter van Willem VII van Aquitanië en van Ermesinde. Zij was de echtgenote van Koenraad I van Luxemburg. Zoon van Giselbert van Luxemburg. Clementia werd ook wel door de vermoedelijke huwelijksschat van Gleiberg genoemd. Clementia en Koenraad
kregen de volgende kinderen:
Mathilde ± 1060 – …. Gehuwd met Godfried van de Bliesgau
Hendrik
Rudolf …. – 1099) Abt van Saint Vannes te Verdun en van de Altmünster te Luxemburg
Koenraad
Ermesinde
Willem
Adalbero …. – 1098) Aartsdeken van Metz, nam deel aan de eerste kruistocht en werd tijdens het beleg van Antiochië overvallen toen hij met een edelvrouwe aan het dobbelen was. Adalbero werd gedood en de dame werd meegevoerd in de stad. Hun hoofden werden met een katapult teruggeschoten. Clementia was
hertrouwd met Gerard I van Gelre. Zoon van Gerard III van Wassenberg en N. van
Leuven. Clementia en Gerard kregen de volgende kinderen:
Judith van Gelre …. -1151 Gehuwd met graaf Walram II van Limburg (-1139) Yolanda van Gelre Gehuwd met graaf Boudewijn III van Henegouwen (-1120) en met burggraaf Godfried van Valenciennes
Gerard II van Gelre
GRAAF ALBERT VAN NAMEN III (Koos' Edelstambetovergrootvader) werd geboren op 10 augustus 1035, in Namur, Walloon Region, Belgium, als kind van Albert van Namen II en Regelindis van Namen, zoals getoond in stamboom 987. Albert werd Count. Hij is gestorven op 22 juni 1102, 66 jaar oud, in Lives-sur-Meuse, Namur, Belgium. Hij werd begraven in juni 1102 in Namur, Walloon Region, Belgium.
Albert III van Namen (ca. 1035 - 22 juni 1102) was een zoon van Albert II van Namen en Regelindis van Lotharingen. Albert werd na de dood van zijn neef, hertog Godfried met de Bult, (1076) aangesteld tot voogd van de abdij van
Stavelot-Malmédy. In Neder-Lotharingen werd hij tot vicehertog benoemd als waarnemer voor keizer Hendrik IV's - dan pas tweejarige - zoontje Koenraad. Bij die gelegenheid ontving hij de villa Echt (Limburg). Albert werd door de Duitse koning beleend als graaf van Verdun en behartigde de belangen van Mathilde van Toscane, de weduwe van Godfried met de Bult. Albert raakte evenwel met andere Lotharingse krijgsheren in een jarenlange strijd verwikkeld. Met Godfried van Bouillon, erfgenaam van Godfried III, twistte Albert van Namen om zekere erfrechten van zijn moeder Regelindis. Hij wist Godfried niet te verdrijven uit Stenay van waaruit deze het gebied van Verdun telkens bedreigde. Albert staakte uiteindelijk de vijandelijkheden en sloot zich aan bij de Godsvrede van Luik (1082). Na in 1085 de keizerlijke veldheer, paltsgraaf Herman II van Lotharingen te hebben gedood tijdens een dispuut omtrent het oprichten van een burcht te Dalhem, viel Albert in ongenade bij de Duitse keizer Hendrik IV. Weldra werd hij
ontheven uit zijn hertogelijke functies ten gunste van Godfried van Bouillon. Hij verwierf later nog het graafschap Château- Porcien bij het huwelijk van zijn zoon Godfried in 1087. Een andere zoon van hem, Frederik van Luik, werd bisschop van Luik. Albert was gehuwd met Ida van Saksen (ca. 1035 - 31 juli 1107), weduwe van Frederik van Luxemburg (Neder-Lotharingen), dochter van hertog Bernhard II van Saksen en Eilika van Schweinfurt
Godfried
Hendrik, graaf van La Roche-en-Ardenne, getrouwd met Mathilde van Limburg, dochter van Hendrik I van Limburg
Frederik
Albert (ovl. voor 1122), graaf van Jaffa door zijn huwelijk met Mabelia van Roucy,
de weduwe van Hugo I van Jaffa
Adelheid, tweede echtgenote van Otto II van Chiny.
IDA VAN SAKSEN (Koos' Edelstambetovergrootmoeder) werd geboren in 1035, in Dresden, Sachsen, Germany, als kind van Bernard van Saksen II en Eilika von Schweinfurt, zoals getoond in stamboom 939. Zij is gestorven op 31 januari 1101, ongeveer 65 jaar oud, in Namur, Wallonie, Belgique.
Ida huwde 2 maal. Zij huwde met Albert van Namen III en Frederik van Luxemburg (haar neef, 1 gen.verwijderd).
Comtesse de LAROCHE (Ardennes).
GRAAF KOENRAAD VAN LUXEMBURG I (Koos' Edelstambetovergrootvader) werd geboren in 1040 als kind van Giselbert van Luxemburg, zoals getoond in stamboom 1019. Hij is gestorven op 8 augustus 1086, ongeveer 46 jaar oud,
in Altmünster, Politischer Bezirk Gmunden, Haute-Autriche, Autriche.
Conrad I (ca. 1040 - 8 augustus 1086) was graaf van Luxemburg (1059–1086) en volgde zijn vader Giselbert van Luxemburg op. Hij was verwikkeld in een ruzie met de aartsbisschop van Trier over de abdij Saint-Maximin in Trier die hij had toegegeven. De aartsbisschop excommuniceerde hem en Conrad moest het eervol goedmaken en vertrok op pelgrimstocht naar Jeruzalem om zijn excommunicatie te laten opheffen. Hij stierf in Italië op de terugreis. Hij stichtte in 1070 samen met graaf Arnold I van Chiny de abdij van Orval en in 1083 de abdij van Altmünster.
Rond 1075 trouwde hij met Clementia (1060–1142), dochter van hertog Willem VII van Aquitanië en Ermesinde.
Ze hadden:
Matilda (1070 †), trouwde met Godefroy (1075 †), graaf van Bleisgau,
Hendrik III († 1086), graaf van Luxemburg
Rudolph († 1099), abt van Saint-Vannes in Verdun
Conrad, cité en 1080
Adalbero, (overleden 1098 in Antiochië), Aartsdiaken van Metz reisde naar het Heilige Land als onderdeel van het leger van Godfried van Bouillon, waar hij werd geëxecuteerd door de Turken
Ermesinde (1075 † 1143), getrouwd in 1096 met Albert II († 1098), graaf van Egisheim en Dagsbourg, in 1101
met Godefroy (1067 † 1139), graaf van Namen. Zij waren de ouders van Hendrik IV van Luxemburg,
Willem I (1081 † 1131), Graaf van Luxemburg, trouwde met Matilda van Beichlingen






























Reacties
Een reactie posten