Generatie van 27 maal oud-oud-grootouders, met veel familie intriges, de eerste voorvader van de Canteleus, Renaud, een aantal graven, Koning Robert II van Frankrijk, Keizer Hendrik van het Roomse rijk IV en Knut van Denemarken,

De eerste bekende voorvader van ons, Renaud de Canteleu. Bij Madeleine en Gregoire beginnen jaren later de koppelingen met de beroemde voorouders door hun huwelijk.

Ook de eerste grootouder die deelnam aan de eerste kruistocht, graaf Hendrik van Limburg I en Eustaas van Bologne II die een zoon kreeg, Boudewijn die later koning van Jerusalem zou worden.




RENAUD DE CANTELEU (Koos' Edelstamoudvader) werd geboren rond 1018.  Hij had een zoon genaamd Renier De Canteleu, die omstreeks 1044 werd geboren en rond 1096 stierf. Renaud De Canteleu is overleden, maar de gegevens vermelden niet de datum van zijn overlijden. 

Renaud De Canteleu werd geboren rond het jaar 1018, een tijd waarin Europa een belangrijke transformatie onderging. Het begin van de 11e eeuw markeerde de Hoge Middeleeuwen, een tijdperk dat werd gekenmerkt door het feodale systeem, de verspreiding van het monnikendom en de voortdurende strijd om de macht onder de Europese adel. Feodale heren zoals Renaud zouden een integraal onderdeel zijn geweest van het lokale bestuur en de verdediging, waarbij ze vaak land bezaten dat door een monarch was toegekend in ruil voor militaire dienst. Tijdens het leven van Renaud was de sociale structuur strikt hiërarchisch, met een duidelijk onderscheid tussen de adel, de geestelijkheid en de boerenstand. Ridders waren gewaardeerde leden van de samenleving die een code van ridderlijkheid volgden: idealen van eer, hoofse liefde en vroomheid. Als lid van de adellijke klasse werd van Renaud waarschijnlijk verwacht dat hij de taken van het ridderschap zou vervullen of toezicht zou houden op het beheer van zijn landgoederen. Halverwege de 11e eeuw ontpopte Normandië zich als een formidabele macht onder hertog Willem II, later bekend als Willem de Veroveraar. Tegen de tijd dat Renauds zoon Renier De Canteleu in 1044 werd geboren, was Normandië in opkomst, wat zou culmineren in de Normandische verovering van Engeland in 1066. Deze gebeurtenis gaf een nieuwe vorm aan het politieke landschap van West-Europa en kan gevolgen hebben gehad voor de familie De Canteleu, afhankelijk van hun banden met de Normandische aristocratie. De 11e eeuw was ook getuige van belangrijke religieuze hervormingsbewegingen die gericht waren op het zuiveren van de kerk en het aan banden leggen van simonie en kerkelijke huwelijken. De Investituurstrijd, die eind jaren zeventig begon, zette seculiere heersers tegenover het pausdom over de controle over benoemingen in kerkelijke ambten. Deze hervormingen hadden rechtstreeks gevolgen kunnen hebben voor de familie De Canteleu als ze enige kerkelijke bescherming genoten of betrokken waren bij kerkelijke aangelegenheden. De dood van Renier De Canteleu rond 1096 viel samen met de lancering van de Eerste Kruistocht, waartoe paus Urbanus II in 1095 riep. Deze grootschalige militaire expeditie had tot doel Jeruzalem en het Heilige Land terug te winnen van de islamitische heerschappij. Hoewel er geen direct bewijs is dat Renier in verband bracht met de kruistochten, was het een gebeurtenis die duizenden ridders en edelen in heel Europa mobiliseerde, mogelijk ook die uit de regio waar de familie De Canteleu woonde.  De Canteleu is van Franse oorsprong en duidt op een geografische of locatienaam. Het verwijst waarschijnlijk naar iemand die oorspronkelijk afkomstig was uit de plaats Canteleu in Frankrijk. Het voorvoegsel 'De' in Franse achternamen betekent doorgaans 'van' of 'van', wat erop wijst dat de familie uit dit gebied afkomstig is. Canteleu zelf zou kunnen zijn afgeleid van oude Normandische woorden die 'lied' (gezang) en 'heuvel' (lieu) betekenen, en daarmee mogelijk een heuvel aanduiden waar werd gezongen of een opmerkelijk herkenningspunt in de regio.







GRAAF REINIER VAN HENEGOUWEN V (Koos' Edelstamoudvader) werd geboren in 997, in Mons, Hainault, Belgium, als kind van Reinier van Henegouwen IV en Hedwig van Henegouwen, zoals getoond in stamboom 954. Hij is gestorven op 4 april 1039, ongeveer 41 jaar oud, in Leuven.

Reinier V (° ? - † ?, 1039) volgde in 1013 zijn vader, Reinier IV, op als graaf van Bergen. Samen met zijn oom, graaf Lambert I van Leuven, leed hij in 1015 te Florennes een nederlaag tegen hertog Godfried I van Lotharingen. Door te trouwen (na 1025) met Godfrieds nicht Mathilde, dochter van markgraaf Herman van Ename, kwam er echter een verzoening tot stand en verwierf Reinier de burcht Ename voor Henegouwen.

Zijn zoon Herman van Bergen volgde hem op.

Reinier van Henegouwen, werd in 997 na Christus geboren in Bergen, gelegen in het graafschap Henegouwen, dat deel uitmaakte van het Heilige Roomse Rijk. Zijn geboorte vond plaats in een periode die werd gekenmerkt door feodale fragmentatie en plaatselijke heerschappij. Als zoon van Reinier IV van Henegouwen en Hedwig van Henegouwen werd hij in de adel geboren in een tijd waarin afkomst een cruciale rol speelde bij het bepalen van iemands plaats in de sociale hiërarchie.

Reinier trouwde met Mathilde (Mahaut) van Verdun en verbond hem daarmee met een andere vooraanstaande familie. Samen hadden ze dochters Richildis en mogelijk Mahaut, hoewel sommige bronnen alleen Richildis vermelden. Door deze relaties zou Reinier de status en invloed van zijn familie binnen de regio verder hebben verstevigd.

Reinier overleed op 4 april 1039 in Leuven, een stad die later een belangrijk centrum voor handel en academici in het hertogdom Brabant werd. Zijn dood kwam op een moment dat Europa aanzienlijke veranderingen onderging, waaronder de opkomst van gecentraliseerde monarchieën, de voortdurende verspreiding van het christendom en het naderen van de hoge middeleeuwen, die een toenemende verstedelijking en de oprichting van veel universiteiten zouden meebrengen.






GRAAF DIRK VAN HOLLAND III (Koos' Edelstamoudvader) werd geboren rond 982, in Gent, België, als kind van Arnulf van Gent en Lutgardis van Gent, zoals getoond in stamboom 1113. Dirk werd in the year 1039 graaf van Holland. Hij werd Graaf van Holland (1039) en West-Friesland. Hij is gestorven op 27 mei 1039, ongeveer 56 jaar oud, in Egmond. Dirk werd begraven in 1039 in Egmond, Abdijkerk.

Dirk III. Geboren circa 982, overleden 27 mei 1039. Zoon van Arnulf van Gent en Lutgardis van Luxemburg. Dirk III, bijgenaamd Hierosolymita, was een Friese graaf. Hij was van 993 tot 1039 graaf van het latere graafschap Holland en kortstondig graaf van Gent. Dirk III’s vrouw heette Othelhilde van Saksen (geboren ca. 985 – Quedlinburg, overleden op 9 maart 1043/44). Over haar afkomst bestaat geen zekerheid. Als zij een dochter van hertog Bernhard I van Saksen was, dan trouwde haar zoon Floris met zijn volle nicht. Als vader wordt ook wel Bernard I van Brandenburg, de markgraaf van de Noordmark, genoemd. Dirk was actief in de ontginning van moerassen door gronden te verpachten aan Friezen die het in cultuur brachten, maar die wilde gronden werden door de bisschoppen van Utrecht als hun gebied beschouwd. Rond 1015 koloniseerde Dirk zo de Riederwaard. Bovendien bouwde hij een burcht in Vlaardingen, waarschijnlijk op de plek waar zich nu de Grote Kerk bevindt, waar het riviertje de Flarding (tegenwoordig de Vlaardingse haven) uitmondde in de Merwede (tegenwoordig de Nieuwe Maas). Vanuit die burcht dwong hij de kooplieden die langs kwamen varen, onderweg van Tiel naar Engeland en vice versa, om tol te betalen. Deze kooplieden én ook bisschop Adelbold van Utrecht riepen daarom de hulp in van de Duitse keizer. De keizer gaf in 1018 zijn neef Dirk de opdracht om zijn vesting te ontruimen. In plaats van zijn leenheer te gehoorzamen, verschanste Dirk zich op zijn burcht en de keizer kon nu niet anders dan een leger op hem af sturen. Dit leger, onder leiding van hertog Godfried de Kinderloze, bestond uit een vloot met troepen uit Utrecht, Keulen en Luik. Op 29 juli 1018 kwam het tot de Slag bij Vlaardingen. Het laatste stuk naar de burcht moest via land worden afgelegd, wat lastig ging omdat het gebied vol met sloten en dijken lag. Het duurde niet lang voor het leger van Godfried vastliep en noodgedwongen moest terugkeren naar hun schepen om een andere route te zoeken. Op de terugweg liep het leger echter in hinderlaag van de troepen van Dirk. Godfried maakte met zijn leger een tactische terugtrekkende beweging, waarop iemand uit het Friese kamp riep dat de voorste gelederen verslagen waren en de hertog op de vlucht sloeg. Hierop raakten de troepen van Godfried zo in paniek dat velen in volle wapenuitrusting de rivier in sprongen, in een poging de schepen te bereiken. Andere kwamen vast te zitten in het moeras. Dirk maakte direct gebruik van de paniek en het machtige leger van de hertog werd volledig in de pan gehakt. Godfried werd hierbij gevangengenomen. In de 12e-eeuwse Annalen van Egmond staat Dirk III vermeld met de bijnaam Hierosolymita, de Jeruzalemganger. Dat duidt erop dat hij een pelgrimstocht naar het Heilige Land heeft gemaakt. Tijdens zijn graafschap wist Dirk zijn gebied uit te breiden richting het oosten. Deze uitbreiding ging ten koste van het bisdom Utrecht. De uitbreiding bestond onder meer uit het gebied ten zuidoosten van Alphen, tussen Zwammerdam en Bodegraven. In 1017/1018 zou Dirk ook nog een oorlog tegen de Friezen hebben gevoerd. Nadat de keizer in 1024 kinderloos overleed, steunde Dirk Koenraad II in diens strijd om de opvolging. Na het overlijden van Dirk III, ging zijn vrouw terug naar Saksen, waar zij op 31 maart 1044 overleed. Dirk III is begraven in de Abdij van Egmond. Othilde werd begraven in Quedlinburg. 

Dirk III van Holland, geboren omstreeks 981 of 982 in Gent – nu onderdeel van het huidige België – was een telg uit het Huis van Holland. Zijn vader, Arnulf van Holland, was een invloedrijke edelman, en zijn moeder, Lutgardis, afkomstig uit de prestigieuze lijn van Luxemburg. De geboorte van Dirk vond plaats in een periode die werd gekenmerkt door de fragmentatie van het centrale gezag in West-Europa na het verval van het Karolingische rijk, wat leidde tot de opkomst van lokale feodale heren. In het begin van de 11e eeuw, tussen 1016 en 1026, trouwde Dirk met Othilde, die behoorde tot de machtige Saksische adel. Deze alliantie door middel van een huwelijk zou van strategisch belang zijn geweest en de banden met de buurlanden hebben versterkt

Hun kinderen, onder wie Floris I, stonden op het punt een regio te erven die zijn regio geleidelijk aan het versterken was identiteit onder de heerschappij van lokale graven te midden van de bredere context van de consolidatie van het Heilige Roomse Rijk onder keizers als Hendrik II en Conrad II. Dirk nam in 1039 de titel van graaf van Holland en West-Friesland aan en regeerde over een gebied in het hart van het evoluerende politieke landschap van de Lage Landen. Het tijdperk werd gekenmerkt door de voortdurende strijd om regionale dominantie onder verschillende edelen, wat vaak leidde tot conflicten en wisselende allianties. Dirk's ambtstermijn als graaf viel samen met de regering van keizer Conrad II, wiens beleid gericht was op het versterken van de imperiale controle over het land semi-autonome regio’s zoals Nederland. Het leven van Dirk III eindigde op 27 mei 1039, toen hij op 57- of 58-jarige leeftijd overleed. Hij werd begraven in Egmond, binnen het domein dat hij ooit bestuurde: een regio die een toenemende economische groei doormaakte als gevolg van de handel over de Noordzee en de Rijn. Zijn dood kwam vlak voor het begin van de Investituur Controverse, die grote gevolgen zou hebben voor het machtsevenwicht tussen het pausdom en de seculiere heersers in de wereld en daaropvolgende decennia.

Uit het huwelijk van Dirk met Othelhilde werden vier kinderen geboren: 

Dirk IV was een Friese graaf. Vanaf 1039 volgde hij zijn vader Dirk III op als graaf over de gebieden die later bekend zouden staan als het graafschap Holland. Hij sneuvelde nabij Dordrecht op 13 januari 1049. Dirk was nog jong, ongehuwd en kinderloos. Hij werd opgevolgd door zijn broer Floris I.

Floris I

Bertrada, die trouwde met Diederik II van Katlenburg

Swanhilde, die trouwde met Emmo van Loon.

Hedwig, die trouwde met Diederik van Este van Wachtendonck 





EUDES DE BLOIS II (Koos' Edelstamoudvader) werd geboren in 990, in Blois, Loir-et-Cher, Centre, France, als kind van Eudes DE BLOIS I en Berthe van Bourgondië, zoals getoond in stamboom 1119. Eudes werd „Le Champenois” genoemd. Hij is gestorven (au combat) op 15 november 1037, ongeveer 47 jaar oud, in Bar Le Duc, Meuse, Lorraine, France. Hij werd begraven in 1037 in Marmoutier Abbey, Tours, Indre-et-Loire, Centre-Val de Loire, France.

Eudes huwde 2 maal. Hij huwde met Ermengarde de BLOIS en Mahaud de Blois Countess Champagne & Blois.

Odo II van Blois (geboren ca. 983 – overleden Commercy, 15 november 1037) was een van de machtigste feodale vorsten van Frankrijk. Hij was praktisch gesproken onafhankelijk van de koning van Frankrijk, probeerde koning van Bourgondië en Italië te worden, en voerde een eigen oorlog tegen keizer Koenraad II de Saliër. Na het overlijden van Odo’s vader, Odo I van Blois, hertrouwde zijn moeder,Bertha van Bourgondië, met koning Robert II van Frankrijk. Daardoor werd Odo opgevoed aan het koninklijke hof, totdat Bertha en Robert onder druk van de paus moesten scheiden. In 1004 werd hij graaf van Blois, Chartres, Châteaudun, Provins, Reims en Tours, als opvolger van zijn kinderloos overleden broer. Toen zijn vrouw Mathilde jong overleed, kwam hij in conflict met haar vader, Richard II van Normandië, over de stad Dreux die zij als bruidsschat had gekregen. Door arbitrage van Robert kon Odo de stad behouden. Odo werd door Robert ook tot paltsgraaf benoemd. Fulco III van Anjou doodde in 1007 een vazal van Odo tijdens een jachtpartij, en ging in 1008 als boetedoening op een bedevaart naar het Heilige Land. Odo gebruikte deze gelegenheid om Fulco’s bezittingen te plunderen en enkele van zijn kastelen te veroveren. In 1015 ruilde Odo Beauvais voor het beter gelegen Sancerre. Fulco had inmiddels een bondgenootschap gesloten met Robert en was daardoor in een positie zijn verliezen op Odo terug te veroveren. In 1016 vonden er gevechten plaats over het bezit van de stad Tours. Odo trok met een leger naar Montrichard om dat te veroveren maar werd onderweg overvallen door Fulco bij Pontlevoy. Odo leek de slag te winnen, en had Fulco zelfs gevangengenomen, toen hij werd aangevallen door Herbert I van Maine die Fulco te hulp kwam. Doordat Herbert uit het westen kwam, werd zijn komst door de ondergaande zon pas laat opgemerkt. Herbert wist de cavalerie van Odo op de vlucht te jagen en Fulco te bevrijden. Odo’s voetvolk werd uitgemoord. Odo moest zijn veroveringen uit 1008 opgeven. In 1023 overleed Odo’s neef Stefanus, en Odo erfde zijn graafschappen Troyes, Meaux en Châlons. Dat was zeer tegen de zin van Robert, die had geprobeerd om de erfenis aan de kroon te laten vervallen. Samen met keizer Hendrik II kon Robert de macht van Odo enigszins inperken. Ze dwongen hem het gezag over Reims over te dragen aan de aartsbisschop en Dreux op te geven aan de koning. Hendrik verwoestte enkele kastelen van Odo in Lotharingen. Ook zorgde Robert ervoor dat de Italiaanse adel zijn aanbod aan Odo om koning van Italië te worden, introk. Na de dood van Robert in 1031, streden zijn zoons Hendrik en Robert om de macht. Odo koos de kant van Robert en zijn moeder Constance van Arles. In ruil daarvoor verwierf hij het graafschap Sens en kon zo zijn bezittingen in Midden-Frankrijk en in Champagne met elkaar verbinden. Hij benoemde een partijganger tot aartsbisschop van Sens en wist een aanval van Hendrik en Fulco van Anjou op Sens af te slaan. In 1032 overleed Odo’s oom Rudolf III van Bourgondië. Odo was zijn naaste bloedverwant maar Rudolf had zijn koninkrijk bij testament nagelaten aan keizer Koenraad II. Odo trok naar Bourgondië, veroverde Neuchâtel en werd ingehaald in Vienne. In Arles en Marseille werden oorkonden in zijn naam opgesteld. Het conflict breidde zich uit en er werden over en weer plundertochten uitgevoerd in Champagne en in Lotharingen. In 1034 wist Koenraad een verbond te vormen met koning Hendrik van Frankrijk en Humbert Withand en andere Italiaanse edelen. Toen ook de Bourgondische adel steeds meer de kant van Koenraad koos, moest Odo zijn aanspraken op Bourgondië opgeven. Het conflict met Koenraad was echter nog niet voorbij. In 1037 boden Italiaanse bisschoppen aan Odo de titel van koning van Italië aan, terwijl Koenraad toen de koning van Italië was. Deze poging mislukte echter toen Bertha van Este, de weduwe van Manfred II Olderik van Turijn, de samenzwering ontdekte en Koenraad waarschuwde. Odo besloot daarop naar Aken te trekken om Kerst in koninklijke stijl te kunnen vieren. Hij nam Bar-le-Duc in maar stootte op een leger van Gozelo I van Verdun en werd door hem verslagen. Odo werd op de vlucht gedood. Zijn lichaam was zo verminkt dat hij alleen kon worden geïdentificeerd aan de hand van een opvallende wrat. Hij werd begraven in de abdij van Marmoutiers in Tours. Odo was gehuwd met: Mathilde († 1004), dochter van Richard II van Normandië en Irmgard (ca. 990 – 10 maart 1040), dochter van Willem IV van Auvergne. Odo en Irmgard kregen de volgende kinderen:

Theobald III van Blois

Stefanus II van Champagne

Bertha († 1085), in 1027 gehuwd met Alan III van Bretagne (996-1040) en in 1046 met Hugo IV van Maine (-1051).

Eudes II de Blois werd geboren in een periode van gefragmenteerde politieke macht in Frankrijk, bekend als het feodale tijdperk. Geboren in 983 in Bapaume was zijn afstamming opmerkelijk, waarbij zijn vader Eudes I graaf van Blois was en zijn moeder Berthe afkomstig uit het invloedrijke Huis Bourgondië. Het tijdperk werd gekenmerkt door een plaatselijke heerschappij waar krachtig heren zoals zijn familie hanteerden een aanzienlijke autonomie binnen hun domeinen. De strategische huwelijken in deze tijd waren gebruikelijk onder de adel om allianties te sluiten en te consolideren. Het huwelijk van Eudes II met Ermengarde d'Auvergne rond 1005 zou zo'n stap zijn geweest, waarschijnlijk gericht op het versterken van de banden met de regio Auvergne. Zijn tweede huwelijk met Mathilde de Normandie rond 1009 suggereert een alliantie met de opkomende macht van Normandië, die onder hertog Richard II steeds prominenter aan het worden was . De opeenstapeling van titels door Eudes II weerspiegelt de feodale praktijk van het verwerven van land door middel van erfenis, huwelijk of verovering. Als graaf van Blois en andere regio's beheerste hij een uitgestrekt gebied dat een groot deel besloeg van wat nu is vandaag Midden- en Noord-Frankrijk. Zijn dood op 15 november 1037 betekende het einde van een tijdperk voor het Huis van Blois, hoewel zijn nakomelingen een belangrijke rol bleven spelen in de Franse en Europese politiek. Hij was begraven in de abdij van Marmoutier, Tours, een plek die het belang van monastieke instellingen tijdens de Middeleeuwen weerspiegelt zowel als plaatsen van aanbidding als begraafplaatsen voor de elite.






GRAAF RICHARD VAN NORMANDIE II (Koos' Edelstamoudvader) werd geboren op 23 augustus 963, in Évreux, Eure, Haute-Normandie, France, als kind van Richard De Normandie I en Gunnora de Normandie, zoals getoond in stamboom 1123. Richard werd „de goede” genoemd. Hij is gestorven op 28 augustus 1026, 63 jaar oud, in Fécamp, Seine-Maritime, Haute-Normandie, France.

Richard II van Normandië. Bijgenaamd de Goede. Geboren 963 of 966 te Fécamp, overleden op 23 augustus 1026.Hij was de oudste zoon van Richard I van Normandië en van Gunnora van Normandië. Richard volgde zijn vader op als graaf van Normandië in 996. Kort na zijn aantreden, in 996-997, diende hij het hoofd te bieden aan een boerenopstand. Zijn oom Rudolf van Ivry, sloeg de opstand genadeloos neer en liet de leiders van de rebellen de handen en voeten afhakken. Daarna steunde Richard koning Robert II van Frankrijk tegen de hertogen van Bourgondië. Vikingen gebruikten het Cotentin-schiereiland als uitvalsbasis voor hun aanvallen op Engeland. In 1002 sloot Richard echter vrede met Engeland, en huwelijkte zijn zuster Emma uit aan koning Ethelred II van Engeland. In 1013 werd Ethelred verslagen door Sven Gaffelbaard en Richard bood hem, Emma en hun kinderen toevlucht in Normandië. Nadat Boudewijn IV van Vlaanderen de Henegouwse stad Valencijn had ingenomen, maakte Richard deel uit van de coalitie onder leiding van keizer Hendrik II die Boudewijn – tevergeefs – bestreed. Hij zocht toenadering tot Odo II van Blois, aan wie hij zijn zuster Margaretha uithuwelijkte en de helft van Dreux als bruidsschat meegaf. Om het verlies van Dreux te compenseren liet hij de versterking Tillières oprichten, maar Odo II van Blois ging nog voor deze versterking afgewerkt was in de aanval. Een derde zuster trouwde met Godfried I van Bretagne, terwijl Richard met Godfrieds zuster trouwde. In 1014 ontving hij Noorse en Zweedse Vikingen te Rennes en plunderde met hen de Atlantische kusten van Vlaanderen tot Spanje. Richard organiseerde zijn graafschap en plaatste zijn eigen familie aan het hoofd van de graafschappen van Brionne, Ivry, Évreux, Mortain, Hiémois, Eu en de bisdommen Bayeux en Rouen en creëerde een aantal burggraafschappen. Hiermee had hij feitelijk een echt feodaal systeem opgezet. Een aanzienlijk aantal akten wijst ook op een functionerend administratief centrum. Richard nodigde de Italiaanse hervormer Willem van Volpiano met twaalf monniken uit om een abdij in Fécamp te stichten, waaruit snel andere abdijen werden gesticht. Richard werd begraven in de abdij van Fécamp. Richard trouwde in het jaar 1000 in de abdij van Mont Saint-Michel met Judith van Bretagne (982 – 16 juni 1017), een zuster van Godfried I van Bretagne. Zij kregen de volgende kinderen: 

Adelheid 1000 – 1038 Gehuwd met Reinout I van Bourgondië.

Richard III ± 1008 – 1027 Hertog van Normandië van 24 augustus 1026 tot 6 augustus 1027.

Robert de Duivel ± 1005 – 1035) Hertog van Normandië 1027 -1035

Eleonora ± 1010 – 1035  Gehuwd met Boudewijn IV van Vlaanderen.

Willem, monnik in Fécamp …. – 1025)

Mathilde – 1033

Vervolgens verloofde Richard zich met Astrid, dochter van Sven Gaffelbaard, maar deze verloving werd verbroken en zij trouwde met een Deense edelman in Engeland. In zijn tweede huwelijk trouwde Richard met Popa. Zij kregen de volgende kinderen: 

Willem van Arques (ovl. na 1054), graaf van Arques, ook graaf van Talou genoemd. Hij bouwde het kasteel van Arques-la-Bataille. Hij koos de zijde van koning Hendrik I van Frankrijk tegen, zijn neef, de minderjarige Willem de Veroveraar en was gedwongen om de rest van zijn leven in ballingschap door te brengen bij Eustaas I van Boulogne.

Mauger (ovl. Guernsey, 1055), 1037 aartsbisschop van Rouen tot 1055 maar nooit gewijd. Afgezet door Willem de Veroveraar en verbannen naar Guernsey. Bronnen noemen verschillende redenen: steun aan zijn broer Willem, of zijn extravagante en weelderige levensstijl, of een conflict over de bloedverwantschap van Willem met zijn vrouw. Mauger stierf door verdrinking. Hij had een zoon Michel die na 1066 als edelman in Engeland wordt genoemd.

Richard II, ook bekend als Richard de Goede, werd geboren in een periode van transformatie in West-Europa. Het jaar 963 AD valt binnen wat historici vaak de Hoge Middeleeuwen noemen, een tijdperk dat wordt gekenmerkt door de consolidatie van de macht onder territoriale heren en de groei van het feodalisme. Als zoon van Richard I, hertog van Normandië, werd Richard II geboren in een heersende familie die zijn gezag via kracht en strategische allianties had gevestigd. Zijn vader, Richard de onbevreesde, breidde de Normandische invloed uit tot buiten hun grenzen terwijl zijn moeder, Gunnora, connecties bracht met de Deense aristocratie. Het grote aantal broers en zussen dat aan Richard II wordt toegeschreven, weerspiegelt de dynastieke strategieën van die tijd, huwelijken werden gebruikt om politieke allianties en vredesverdragen veilig te stellen. Deze praktijk was gebruikelijk onder Europese adel tijdens de 10e en 11e eeuw, met als doel stabiliteit te garanderen en invloed uit te breiden.

In 996 trouwde Richard II met Judith de Rennes de Bretagne, waardoor Normandië met Bretagne werd verbonden, een andere machtig hertogdom in West-Frankrijk. Hun huwelijk kwam op een moment dat regionale heersers hun domeinen probeerden te verstevigen tegen externe bedreigingen en interne fragmentatie. De geboorte van talloze kinderen, waaronder toekomstige leiders net als Robert 'de Duivel' was cruciaal voor het verzekeren van de opvolging en het voortzetten van de erfenis van de dynastie. Tijdens de regering van Richard II als hertog van Normandië, van 996 tot aan zijn dood in 1026, had hij de leiding over een betrekkelijk vredig en welvarend gebied. Zijn heerschappij viel samen met de vroege stadia van de romaanse architectuur beweging, die de bouw van monumentale stenen gebouwen zoals kerken en kastelen zag. De economische en culturele ontwikkelingen uit deze periode legden de basis voor de latere bekendheid van Normandië, vooral onder leiding van zijn nakomelingen, die een cruciale rol zouden spelen in de Europese geschiedenis.











GRAAF REINIER VAN HENEGOUWEN IV (Koos' Edelstamoudvader) werd geboren rond 947, in Reims, als kind van Reinier van Henegouwen III en Adela van Leuven, zoals getoond in stamboom 1130. Reinier werd Comte de Mons, de Hainaut, Count of Hainault, Count d'Hainault, Comte, de Louvain, 1015. Hij is gestorven in 1013, ongeveer 66 jaar oud, in Mons, Hainault, Flanders, België. Hij werd begraven in 1013.

Reinier IV (na 947 - 1013), zoon van Reinier III en van Adela van Leuven, was graaf van Bergen. Nadat zijn vader in ongenade was gevallen, en naar Bohemen werd verbannen, moest Reinier in 958 met zijn familie naar Frankrijk vluchten. Hij trouwde in 966 met Hedwig, dochter van Hugo Capet. Haar bruidsschat bestond uit de steden Couvin, Fraisne, Nîme, Eve en Bens. Met de steun van zijn machtige schoonvader probeerden Reinier en zijn broer Lambert het erfdeel van hun vader terug te winnen: ze doodden in 973 bij Péronne de graven Renaud en Garnier en bezetten hun graafschappen maar werden door keizer Otto II verdreven. In 976 belegerde Reinier samen met Lambert en met hulp van Karel van Neder-Lotharingen en Otto van Vermandois de stad Bergen maar moest zich na korte tijd weer terugtrekken. In 977 veroverden ze wel een groot deel van het erfdeel van Reinier en Lambert. Otto II besloot vrede te sluiten en liet hen de veroveringen behouden en maakte Karel hertog van Neder-Lotharingen. In 998 werd Reinier ook benoemd tot graaf van Bergen, in opvolging van graaf Godfried II van Verdun. Reinier en Hedwig kregen de volgende kinderen:

Reinier V van Henegouwen

mogelijk Lambert, genoemd in schenking aan de abdij van Florennes

Beatrix, in haar eerste huwelijk getrouwd met Ebles van Roucy, die van haar scheidde om in 1021 aartsbisschop van Reims te worden. In haar tweede huwelijk trouwde ze met Manesses van Ramerupt, legeraanvoerder van de aartsbisschop van Reims







ROBERT VAN FRANKRIJK II (Koos' Edelstamoudvader) werd geboren rond 27 maart 972, in Orléans, Loiret, Centre-Val De Loire, France, als kind van Hugo Capet en Adelheid van Poitiers, zoals getoond in stamboom 1131. Robert werd „de vrome” genoemd. Robert werd Roi de France. Hij verbleef (ADDR) te Orléans, Loiret, Centre-Val de Loire, France. Hij is gestorven op 20 juli 1031, ongeveer 59 jaar oud, in Melun, Seine-Et-Marne, Île-De-France, France. Robert werd begraven in 1031 in Basilique Saint-Denis, Saint-Denis, Île-de-France, France.

Robert II, bijgenaamd de Vrome (Orléans, (? 27 maart) ca. 972[1] – Melun, 20 juli 1031[2]) was koning van Frankrijk van 996 tot aan zijn dood. Robert was zoon van koning Hugo Capet. Hij kreeg een voor die tijd bijzonder goede opvoeding. Zijn leraar was Gerbert van Aurillac, de latere paus Silvester II. Daardoor had Robert een voorliefde voor muziek, dichtkunst en religie. Doordat hij tijdens zijn regering bovendien streng optrad tegen ketters, kreeg hij de bijnaam "de Vrome". In 987 werd Robert gekroond tot medekoning naast zijn vader, om zijn kansen voor de opvolging zo groot mogelijk te maken. Robert wilde trouwen met Bertha van Bourgondië, maar omdat ze verwant waren in de zesde graad, was dit tegen de wetten van de kerk en Hugo weigerde daarom in dit huwelijk in te stemmen. In plaats daarvan probeerde Hugo om Robert met een Byzantijnse te laten trouwen en toen dat niet lukte arrangeerde hij in 989 een huwelijk met de ongeveer 20 jaar oudere Suzanna van Italië. Zij was weduwe van Arnulf II van Vlaanderen en moeder van de minderjarige Boudewijn IV van Vlaanderen. Door dit huwelijk kreeg de kroon een sterke invloed in een van de grote graafschappen van het koninkrijk, bovendien bracht zij Montreuil (Pas-de-Calais) en Ponthieu in als bruidsschat. Als kroonprins speelde Robert een actieve rol. Hij nam deel aan de gevechten tegen Karel van Neder-Lotharingen om Laon. In 991 verhinderde hij Franse bisschoppen om deel te nemen aan een synode in Mousson, dat toen in Duitsland lag. In 991 en 994 was hij voorzitter van concilies in Frankrijk. In 996 overleed zijn vader en werd Robert koning. Robert scheidde direct van Suzanna om te kunnen trouwen met Bertha, die inmiddels weduwe was van Odo I van Blois. Wel behield hij de bruidsschat van Suzanna, zo genaamd om die voor haar te beheren. Wegens de bloedverwantschap met Bertha en de onwettige scheiding van Suzanna, stond Robert onder grote druk van de kerk om zijn huwelijk met Bertha te ontbinden. Toen hij bleef weigeren, werd het echtpaar uiteindelijk geëxcommuniceerd door paus Gregorius V. Robert volhardde zijn verzet tegen de kerk en bleef getrouwd met Bertha tot 1003. Toen wilde hij het hertogdom Bourgondië rechtstreeks aan de kroon brengen en was de excommunicatie een te grote politieke handicap. Na onderhandelingen met paus Silvester II, zijn oude leermeester, scheidde hij van Bertha en trouwde met Constance van Arles. De excommunicatie werd ongedaan gemaakt. Zijn politieke en militaire pogingen om de macht in Frans Bourgondië direct in handen te krijgen, mislukten echter door de tegenstand van de lokale adel en bisschoppen. Robert zette naast zijn huwelijk zijn relatie met Bertha gewoon voort. Het hof werd daardoor verdeeld in twee vijandige kampen. Het huwelijk met Constance zorgde wel voor erfgenamen maar was verder een grote mislukking. In 1005 veroverde Robert Auxerre, in 1015 volgde Sens en in 1016 had Robert eindelijk het hertogdom Bourgondië in handen. In deze periode trok hij samen met Bertha naar Rome, om hun zaak bij de paus te bepleiten maar die wilde niet toestemmen in een hernieuwd huwelijk. In 1020 overleed Stefanus I van Champagne en probeerde Robert om diens graafschappen aan de kroon te laten hechten. Robert kwam daardoor in conflict met Stevens erfgenaam (en Bertha's zoon) Odo II van Blois. In 1023 moest Robert uiteindelijk toestaan dat Odo de graafschappen van Stefanus in bezit nam. Robert sloot daarop direct een bondgenootschap met keizer Hendrik II om Odo's macht te beteugelen. Dit had enig succes want Odo moest Reims opgeven aan de bisschop en hij moest Dreux overdragen aan Robert. Na de dood van Hendrik kwam Robert in 1024 tot een vergelijk met Odo en steunde hij de tegenstanders van Koenraad II de Saliër. Een poging om Metz te veroveren mislukte. Een aanbod om koning van Italië te worden sloeg hij af. In de laatste jaren van zijn leven was Robert in open oorlog met zijn zonen Hendrik en Robert, die door hun moeder werden gesteund. Tijdens de burgeroorlog tegen zijn eigen zonen stierf Robert II op 20 juli 1031 bij Melun. Hij werd begraven in de kathedraal van Saint-Denis en uiteindelijk werd hij opgevolgd door zijn zoon Hendrik I. Robert II trouwde driemaal: 

989 Suzanna, dit huwelijk was kinderloos.

996 Bertha, dit huwelijk was kinderloos.

1003 Constance Taillefer d'Arles.

Robert en Constance hadden de volgende kinderen: 

Constance (ca. 1005), gehuwd met Manasses van Dammartin-en-Goële.

Hedwig (ca. 1003 - 5 juni na 1063), gehuwd met Reinoud I van Nevers, ze kreeg Auxerre als bruidsschat.

Hugo (1007 - 28 augustus 1025). In 1017 gekroond tot medekoning en later in opstand om een volwaardige functie op te eisen maar verzoende zich later met zijn vader. Begraven te Compiègne.

Hendrik.

Robert.

Odo (ca. 1013 - ca. 1058), steunde zijn broer Robert tegen zijn broer Hendrik maar werd in 1041 verslagen en gevangengenomen. Hij vocht later voor Hendrik tegen Normandië maar werd in 1054 verslagen.

Adela (1009 - 8 januari 1079), huwde met hertog Richard III van Normandië en met graaf Boudewijn V van Vlaanderen.




CONSTANCE VAN ARLES (Koos' Edelstamoudmoeder) werd geboren in 986, in Arles, France, als kind van Willem van Provence I en Adelheid van Anjou, zoals getoond in stamboom 1134. Zij is gestorven op 25 juli 1035, ongeveer 49 jaar oud, in Melun, Seine-et-Marne, Ile-de-France, France.

Constance van Arles, bijg. Taillefer, (986 – Melun, 25 juli 1034) was een dochter van Willem I van Provence en van Adelheid van Anjou, dochter van Fulco II van Anjou. Zij trouwde in 1003 met Robert II de Vrome, nadat die verplicht was om te scheiden van Bertha van Bourgondië. De Franse koning leefde immers in overspel met Bertha, nadat de koning zijn echtgenote Suzanna van Italië verstoten had. Bovendien waren Robert en Bertha aan elkaar verwant waardoor hun huwelijk tegen de kerkelijke wetten was. Na het huwelijk met Constance zette Robert echter zijn relatie met Bertha gewoon voort. Hierdoor ontstonden twee vijandige kampen aan het hof. Het huwelijk van Constance en Robert was zo slecht dat hij zou hebben gezegd de dood te verkiezen als een ontsnapping aan zijn huwelijk. Volgens haar tegenstanders was ze een ijdele, intrigante, twistzieke en arrogante vrouw. Volgens de bisschop van Chartres was ze "zeer betrouwbaar als ze dreigementen maakt". Het hof had grote moeite met de andere cultuur en gebruiken van haar hovelingen uit het zuiden. Een bekend voorbeeld hiervan was dat de zuiderlingen zich schoren – iets wat zij een teken van beschaving vonden maar door de hovelingen van Robert als een teken van verwijfdheid werd gezien. In 1007 probeerde paltsgraaf Hugo van Beauvais, een vazal van Bertha's zoon Odo II van Blois, Robert te overtuigen om Constance te verstoten. Constance liet daarop Hugo, in Roberts aanwezigheid, vermoorden door Fulco III van Anjou. In 1017 wist ze te bereiken dat haar zoon Hugo tot medekoning werd gekroond. Toen Hugo in 1025 18 jaar oud werd, en dus al een paar jaar meerderjarig was, steunde ze hem in zijn eis om een werkelijk deel van de macht te krijgen. Na een kort conflict werd Hugo door Robert verslagen en Hugo overleed nog in hetzelfde jaar. Daarna kwam Constance met Robert in conflict over de vraag welke van hun zoons de beste opvolger zou zijn. Robert had een voorkeur voor Hendrik en Constance had een voorkeur voor Robert. In 1027 werd Hendrik tot medekoning gekroond. Enige tijd later zette ze Hendrik en zijn broer Robert samen aan tot een opstand tegen hun vader. Koning Robert gaf toe aan hun belangrijkste eisen voor een groter aandeel in het bestuur, en de vrede werd hersteld. Toen koning Robert kort daarna overleed trok Constance zich terug op haar huwelijksbezit en weigerde het bestuur daarvan aan haar zoons over te dragen. Na een korte militaire actie van Hendrik werd ze gedwongen om dat alsnog te doen. Constance werd begraven in de Kathedraal van Saint-Denis. Robert en Constance hadden de volgende kinderen: 

mogelijk Constance, gehuwd met Manasses van Dammartin-en-Goële

Hedwig (ca. 1003 – 5 juni na 1063), gehuwd met Reinoud I van Nevers, ze kreeg Auxerre als bruidsschat;

Hugo (1007 – 28 augustus 1025). In 1017 gekroond tot medekoning en later in opstand om een volwaardige functie op te eisen maar verzoende zich later met zijn vader. Begraven te Compiègne;

Hendrik I van Frankrijk, koning van Frankrijk van 1031 tot 1060;

Robert I van Bourgondië, hertog van Bourgondië;

Odo (ca. 1013 – ca. 1058), steunde zijn broer Robert tegen zijn broer Hendrik maar werd in 1041 verslagen en gevangengenomen; hij vocht later voor Hendrik tegen Normandië maar werd in 1054 verslagen;

Adela (1009 – 8 januari 1079), huwde met hertog Richard III van Normandië en met graaf Boudewijn V van Vlaanderen.





ROBERT GUISCARD VAN APULIË (Koos' Edelstamoudvader) werd geboren in 1015 als kind van Tancred van Hauteville en Fredesende, zoals getoond in stamboom 1175. Hij is gestorven op 17 juli 1085, ongeveer 70 jaar oud, in Kefalonia, Griekenland. Robert huwde 2 maal. Hij huwde met Alberada van Buonalbergo en Sikelgaita van Salerno.

Robert Guiscard van Apulië (1015 - Kefalonia, Griekenland, 17 juli 1085) was een Normandisch edelman. Hij was hertog van Apulië en Calabrië en van Sicilië. Zijn ouders waren Tancred van Hauteville en diens tweede echtgenote, Fredesende van Normandië. Robert Guiscard1015 - 1085 Graaf / hertog van ApuliëPeriode1057 - 1059 (graaf)1059 - 1085 (hertog)

Robert kwam in 1046 naar Zuid-Italië en slaagde erin Calabrië te onderwerpen. Hij volgde in 1057 zijn broer Humfred op als graaf van Apulië en werd in 1059 hertog van Apulië. Robert slaagde erin de Byzantijnen uit Apulië en Salerno te verdrijven en, samen met zijn broer Rogier, Sicilië te veroveren en beschermheer van paus Gregorius VII te worden in diens strijd tegen Hendrik IV. Toen de verloving van zijn dochter Helena met Constantijn Doukas Porphyrogennetos werd afgebroken (1081), viel Robert Byzantium aan (de Slag bij Dyrrhachium). Indien paus Gregorius VII hem niet te hulp had geroepen, omdat hij door keizer Hendrik IV werd belegerd in zijn Engelenburcht (1083), had hij waarschijnlijk de gehele Balkan veroverd. Bij een nieuwe poging Griekenland te veroveren stierf hij aan koorts (1085). Hij werd opgevolgd door zijn zoon Rogier I van Apulië.

Robert Guiscard, geboren in 1015, was een lid van de familie Hauteville uit Normandië, Frankrijk. Zijn vader Tancred de Hauteville en moeder Fredesende gaven hem een afstammingslijn die belangrijk zou worden in de Normandische verovering van Zuid-Italië. De periode werd gekenmerkt door de fragmentatie van de macht in Italië, met diverse lokale heren en buitenlandse indringers die streden om controle. Deze omgeving bood een vruchtbare voedingsbodem voor ambitieuse krijgers als Robert en zijn broers, waaronder Roger, Humfred, Drogo en Willem I, om hun eigen land te creëren.

Roberts huwelijksallianties begonnen met Alberada van Buonalbergo, waaruit kinderen voortkwamen als Bohemund, die later een cruciale rol speelde tijdens de Eerste Kruistocht, en Emma. Zijn tweede huwelijk met Sikelgaita van Salerno versterkte zijn positie binnen de Lombardische adel van Zuid-Italië verder. Deze vakbonden waren strategisch, het versterken van zijn militaire en politieke status te midden van de complexe dynamiek van de Italiaanse politiek in Lombarden, Byzantijnen en moslims hadden op verschillende tijdstippen en plaatsen de macht. De titels die Robert zijn hele leven heeft verworven, waaronder graaf en hertog van Apulië, evenals hertog van Sicilië en Prins van Benevento, weerspiegelen zijn opmerkelijke opkomst in een competitief feodaal landschap. Hij kapitaliseerde het verval van het Byzantijnse gezag en de verdeeldheid onder de moslimheersers op Sicilië. Tegen de tijd van zijn overlijden op 17 juli 1085 had Robert in Kefalonia, Griekenland, de Normandische invloed aanzienlijk uitgebreid als basis voor het koninkrijk Sicilië en het veranderen van het machtsevenwicht in het Middellandse Zeegebied.

Hij was eerst getrouwd met Alberada van Buonalbergo (ca. 1033-1122), maar scheidde van haar in 1058. Daarna trouwde hij met Sikelgaita (ca. 1040-1090), dochter van vorst Weimar IV van Salerno. De kinderen uit zijn eerste huwelijk waren: 

Bohemund I (1051-1111)

Emma van Apulië, de moeder van de kruisvaarder Tancred

Uit zijn tweede huwelijk: 

Helena, verloofd met co-keizer Constantijn Doukas Porphyrogennetos (1074-1095), zoon van keizer Michaël VII 

Doukas

Mathilde, in 1078 gehuwd met Raymond Berengarius II van Barcelona (-1082)

Rogier I 

Borsa (1061-1111)

Sibylla, gehuwd met graaf Ebles II van Roucy (-1103)

Mabilla, gehuwd met Willem van Gransmenil

Guido (-1107), hertog van Amalfi

Robert 

Scalio (-1110)

Helia, gehuwd met Hugo V van Este. Een nazaat van Robert Guiscard is de zalige Andreas van Antiochië.




SIKELGAITA VAN SALERNO (Koos' Edelstamoudmoeder) werd geboren in 1040 als kind van Weymar van Salerno IV en Gemma van Capua, zoals getoond binnen stamboom 805. Zij is gestorven in 1090, ongeveer 50 jaar oud.

Sikelgaita (Salerno, ca. 1040/1045 - 16 april 1090) was de tweede echtgenote van Robert Guiscard en was een legeraanvoerster. Sikelgaita was een dochter van prins Weimar IV van Salerno en Gemma van Capua. In 1058 huwde ze met Robert Guiscard, die eerder gehuwd was met Alberada van Buonalbergo. Toen de relatie tussen haar echtgenoot en haar broer Gisulf II van Salerno verslechterde, probeerde Sikelgaita tussen hen te bemiddelen, maar haar inzet mocht niet baten en ze verzoende zich met de oorlog tussen hen. Ze reisde vaak met Robert Guiscard mee tijdens zijn veldtochten en toen hij doortrok naar Tarente voerde zij zijn leger aan tijdens het beleg tegen Trani. Sikelgaita trok vervolgens ook met hem op in zijn oorlog tegen het Byzantijnse Rijk. In de slag bij Dyrrhachium was ze aanwezig op het slagveld gekleed in een harnas. Tijdens de slag wist ze de Normandische groepen te hergroeperen, nadat ze in eerste instantie werden teruggedrongen door de Byzantijnen. In de Alexiade werd ze door Anna Komnene beschreven alsof ze "een andere Pallas was, als ze geen tweede Athena was." In 1083 keerde Sikelgaita terug naar Italië om voor paus Gregorius VII te vechten tegen keizer Hendrik IV. Vervolgens streed ze weer aan de zijde van haar echtgenoot tegen de Byzantijnen en ze was aanwezig toen hij tijdens de veldtocht overleed. Na zijn dood probeerde ze Roberts zoon Bohemund te vergiftigen, maar nadat hij tot een vergelijk met Sikelgaita's zoon Roger Borsa kwam, staakte ze met haar intriges. Na haar dood werd ze begraven in Monte Cassino. Sikelgaita kreeg acht kinderen uit haar huwelijk met Robert Guiscard.





KEIZER HENDRIK VAN HET HEILIGE ROOMSE RIJK IV (Koos' Edelstamoudvader) werd geboren in 1050, in Goslar, Hannover, Niedersachsen, Germany, als kind van Hendrik van het heilige roomse rijk III en Agnes van Poitou, zoals getoond in stamboom 1176. Hij is gestorven op 7 augustus 1106, ongeveer 56 jaar oud, in Luik, Belgie.

Keizer Hendrik IV (Goslar, 11 november1050 – Luik, 7 augustus1106) was koning van Duitsland vanaf 1056 en Rooms-Duitse keizer van 1084 tot zijn gedwongen troonsafstand in 1105. Hij was de derde keizer van de Salische dynastie en een van de machtigste en belangrijkste figuren van de 11e eeuw. Zijn heerschappij werd gekenmerkt door de Investituurstrijd met het pausdom en verscheidene burgeroorlogen met pretendenten van zijn troon in Italië en Duitsland. Hendrik had een (ongelukkig) huwelijk met Bertha van Turijn (1051- 1087). Hendrik en Bertha kregen de volgende kinderen: 

Adelheid (1070 – 4 juli voor 1079), begraven in de dom van Speyer

Hendrik (Harzburg, 2 augustus 1071), overleden tijdens of direct na de geboorte

Agnes van Waiblingen, gehuwd met hertog Frederik I van Zwaben (-1105), en in 1106 met markgraaf Leopold III van Oostenrijk (1073-1136)

Koenraad, (1074-1101) hertog van Neder-Lotharingen tussen 1074-1089 en koning van Italië

Keizer Hendrik V (1086-1125). 

Op 14 augustus 1089 hertrouwde Hendrik met Eupraxia van Kiev, de jonge weduwe van Hendrik I van Stade. Zij zijn gescheiden. Hendrik en Eupraxia hadden geen kinderen.


BERTHA VAN SAVOYE (Koos' Edelstamoudmoeder) werd geboren op 21 september 1051, in Mainz, Germany, als kind van Otto Humbertosz van Savoye en Adelheid van Susa, zoals getoond in stamboom 1173. Zij is gestorven op 27 december 1087, 36 jaar oud, in Mainz.

Bertha van Savoye (?, 21 september 1051 - Mainz, 27 december 1087) was een dochter van Otto van Savoye en van Adelheid van Susa. Als kind al werd zij in 1055 verloofd met de latere keizer Hendrik IV om in 1066 zijn eerste echtgenote te worden. In het begin bekeek Hendrik zijn echtgenote met afkeer en had hij verschillende maîtresses. Hij startte in 1069 een echtscheidingsprocedure die mislukte doordat Adelheid van Susa haar invloed op de kerk gebruikte om de scheiding te blokkeren. Hendrik en Bertha verzoenden zich met elkaar en kregen  kinderen. 





GRAAF BOUDEWIJN VI VAN VLAANDEREN (Koos' Edelstamoudvader) werd geboren rond 1030, in Hainaut, Walloon Region, Belgium, als kind van Boudewijn Van Vlaanderen V en adela van vlaanderen, zoals getoond in stamboom 756. Boudewijn werd „van Hasnon” genoemd. Van 1051 tot 1070, in de leeftijd van ongeveer 21 jaar, werd hij Graaf van Henegouwen. Van 1067 tot 1070, in de leeftijd van ongeveer 37 jaar, werd hij Graaf van Vlaanderen, Graaf van Artesië Graaf van Zeeland. Boudewijn is gestorven op 17 juli 1070, ongeveer 40 jaar oud, in Nord-Pas-de-Calais, France. Hij werd begraven rond juli 1070 in Abdij van Hasnon.

Boudewijn VI van Vlaanderen, ook wel Boudewijn van Hasnon (geboren ca. 1030 – overleden abdij van Hasnon, 17 juli 1070) was vanaf 1067 als (Boudewijn VI van Vlaanderen) graaf van Vlaanderen. Vanaf 1051 was hij als Boudewijn I van Henegouwen reeds graaf van Henegouwen. Boudewijn was de zoon van Boudewijn V van Vlaanderen en Adela van Mesen. Een deel van zijn jeugd leefde hij als gijzelaar aan het hof van keizer Hendrik III. In 1045 benoemde deze keizer hem tot markgraaf van Antwerpen, maar omdat zijn vader de opstandige hertog Godfried II van Lotharingen bleef steunen verloor hij deze titel in 1050. In 1051 trad hij onder druk van zijn vader (en in strijd met het canoniek recht) in het huwelijk met zijn achternicht (5e graad), Richilde van Henegouwen, weduwe van de recentelijk overleden graaf Herman van Bergen. Dit huwelijk maakte hem tot graaf “Boudewijn I van Henegouwen”. Zijn twee stiefkinderen werden in de geestelijke stand ondergebracht opdat zij geen bedreiging zouden vormen voor zijn nakomelingen. Bovendien zijn er aanwijzingen dat stiefzoon Rogier (1066 bisschop van Châlons-en-Champagne) een lichamelijk gebrek had. Boudewijn en Richilde werden in 1052 in de ban geslagen door de prins-bisschop van Kamerijk, maar dit werd door paus Leo IX ongedaan gemaakt.In 1054 viel keizer Hendrik III Rijks-Vlaanderen aan. Tijdens deze oorlog belegerde Boudewijn hertog Frederik van Neder-Lotharingen in Antwerpen. Toen keizer Hendrik III in 1056 overleed beëindigde regentes Agnes van Poitou de vijandelijkheden en kon Boudewijn zijn lenen in het Heilig Roomse Rijk behouden. In 1064 herbouwde Boudewijn de abdij van Hasnon.Toen Boudewijn na de dood van zijn vader, Boudewijn V deze in 1067 in Vlaanderen kon opvolgen, werd het graafschap Henegouwen in een personele unie met Vlaanderen verenigd. In 1068 stichtte Boudewijn Geraardsbergen. Al snel na zijn aantreden kreeg hij ernstige gezondheidsklachten. In 1070 regelde hij zijn opvolging op een hofdag in Oudenaarde. Hij overleed en werd begraven in de abdij van Hasnon. Boudewijn is de geschiedenis ingegaan als een uitstekend bestuurder. In zowel Henegouwen als Vlaanderen werd hij opgevolgd door zijn vijftienjarige zoon Arnulf, totdat deze verslagen werd in de Slag bij Kassel (1071) en Boudewijns broer, Robrecht I de Fries de macht in Vlaanderen overnam. Boudewijn en Richilde kregen de volgende kinderen:

Arnulf III de Ongelukkige (? – 22 februari 1071)

Boudewijn II van Henegouwen (1056 – Bithynie, 1098), graaf van Henegouwen van 1071 tot 1098

mogelijk Gilbert van Gent, gehuwd met Alice de Montfort.





WILLEM TALVAS VAN BELLEME II (Koos' Edelstamoudvader) werd geboren rond 995 als kind van Willem van Belleme I en Mathilde van Conde-sur-Noireau, zoals getoond in stamboom 1182. Hij is gestorven na 1050, ouder dan 55 jaar.

Willem II Talvas van Bellême (ca. 995 - na 1050) was een tweede overlevende zoon van Willem I van Bellême en van Mathilde van Condé-sur-Noireau. Hij kreeg het bestuur van Bellême en Alençon, na de moord op zijn broer Robert. Hij had de reputatie een wreed en tiranniek figuur te zijn. Zo liet hij zijn eerste vrouw wurgen (terwijl ze op weg was naar de kerk) om te kunnen trouwen met een andere vrouw. Zijn zoon Arnulf kwam tegen Willem in opstand en daardoor zag Willem zich in 1047 gedwongen zijn heerlijkheid te ontvluchten. Arnulf werd gewurgd in zijn bed gevonden, aangenomen wordt dat Olivier, Willems bastaardzoon, de dader was van deze moord. Willems broer Ivo, bisschop van Sées, werd na Arnulf heer van Bellême. Willem was eerst gehuwd met Hildeburgis, dochter van ene Arnulf, en kreeg met haar twee kinderen: 

Arnulf

Mabilla van Bellême (-1077), gehuwd met Rogier II van Montgomery, graaf van Shrewsbury. In zijn tweede huwelijk was Willem getrouwd met Haberga (?) van Beaumont, dochter van Rudolf V van Beaumont, burggraaf van Maine, dit huwelijk bleef kinderloos. Willem had nog een buitenechtelijke zoon, Olivier van Mesle, monnik in de abdij van Notre-Dame du Bec.






KNUT VAN DENEMARKEN (Koos' Edelstamoudvader) werd geboren tussen 994 en 995 als kind van Sven Gaffelbaard en Sigrid van Polen, zoals getoond in stamboom 1198. Hij is gestorven op 30 november 1035, ongeveer 41 jaar oud, in Shaftesbury, Dorset, England, United Kingdom.

Noors: Knut den Store) (?, 994/995 - Shaftesbury, 12 november 1035) was koning van Engeland, Denemarken en Noorwegen en gouverneur van Sleeswijk en Pommeren. Knoet was een zoon van de Deense prins Sven Gaffelbaard en Gunhilda, een dochter van Mieszko I van Polen en Dubravka van Bohemen; zijn vader was de zoon en erfgenaam van koning Harald Blauwtand uit een lijn van Scandinavische heersers, die een centrale rol speelden bij de eenwording van Denemarken. Hardeknoet I van Denemarken was aan het begin van de 10e eeuw de semi-legendarische stichter van het Deense koninklijk huis; zijn zoon, Gorm de Oude was de eerste in de officiële lijn (het predicaat 'Oude' is hier een verwijzing naar). Harald Blauwtand, Gorms zoon en Knoets grootvader, was de Deense koning op het moment van de kerstening van Denemarken. Hij was de eerste Scandinavische koning die het christendom aanvaardde. Knoets grootvader stierf toen hij twee jaar oud was. Zijn vader werd toen koning Sven Gaffelbaard. Hij zou ook bij de Vikingen van Jomsburg hebben gehoord, een Vikingfort in Pommeren aan de Oostzee. Of Jomsburg werkelijk heeft bestaan is niet zeker. De exacte identiteit van Knoets moeder is niet met zekerheid bekend. Het is echter waarschijnlijk dat zij een Slavische prinses was, de dochter van Mieszko I van Polen (dit is in overeenstemming met de monnik van Sint Omaars zijn Encomium Emmae en Thietmar van Merseburgs contemporaine Chronicon. Noordse bronnen uit de hoge middeleeuwen, in het bijzonder Snorri Sturlusons Heimskringla, geven echter de Poolse prinses ook als Knoets moeder, die zij Gunhild en een dochter van Burislav, de koning van Vindland noemen. Aangezien in de Noordse sagen de koning van Vindland altijd Burislav wordt genoemd is dit verenigbaar met de veronderstelling dat haar vader, Mieszko was en niet diens zoon Bolesław). Adam van Bremen is in zijn Gesta Hammaburgensis ecclesiae Pontificum de enige die Knoets moeder (voor wie hij overigens geen naam geeft) gelijkstelt aan de voormalige koningin van Zweden, de vrouw van Erik de Overwinnaar en door dit huwelijk moeder van Olof Skötkonung. Om de zaak nog te compliceren bevatten de Heimskringla en andere sagen ook nog passages, waar Sven Gaffelbaard met Eriks weduwe trouwt, maar zij is in deze teksten duidelijk een andere persoon, met de naam Sigrid de Hoogmoedige, waarmee Sven pas na de dood van Gunhild, de Slavische prinses, die de moeder van Knoets werd, in het huwelijk treedt. Verschillende theorieën met betrekking tot het aantal en de afstamming van Svens vrouw (of vrouwen) zijn naar voren gebracht (zie Sigrid de Hoogmoedige en Gunhild). Maar aangezien Adam de enige bron is die de identiteit van Knoets moeder aan de moeder van Olof Skötkonung koppelt, wordt deze passage vaak als een fout van Adam gezien. Vaak neemt men aan dat Sven twee vrouwen heeft gehad, waarvan de eerste Knoets moeder en de tweede de voormalige koningin van Zweden was.

Onder de bondgenoten van Denemarken was Boleslaw de Dappere, de hertog van Polen en een familielid van het Deense koningshuis. Hij stelde een contingent Poolse troepen beschikbaar, waarschijnlijk als uitvloeisel van een toezegging die hij in de vorige winter had gedaan toen Knoet en Harald naar de "Wenden gingen" om hun moeder terug naar het Deense hof te halen. Zij was door hun vader weggestuurd na de dood van de Zweedse koning Erik de Overwinnaar in 995, en zijn huwelijk met Sigrid de Hoogmoedige, de Zweedse koningin-moeder. Door dit huwelijk was er een sterke alliantie ontstaan tussen de Zweedse troonopvolger, Olof Skötkonung en zijn schoonouders, de heersers van Denemarken. De Zweden vochten zeker aan Deense zijde tijdens de Engelse verovering. Een andere bondgenoot van het Deense koningshuis, Erik Håkonsson, was Trondejarl, de jarl van Lade, en samen met zijn broer Sven Håkonsson de co-heerser over Noorwegen. Noorwegen stond sinds 999, vanaf de slag bij Svolder onder Deense soevereiniteit. Eríks deelname aan de invasie liet zijn zoon Hakon aan het bewind in Noorwegen, samen met Sven. Hij hielp zijn vader bij een succesvolle invasie van Engeland in augustus 1013. Na de dood van zijn vader werd hij in februari 1014 door de Deense vloot tot koning uitgeroepen. Toen in april de Engelse adel de verslagen koning Ethelred II weer op de troon zette, keerde Knoet echter terug naar Denemarken. In de zomer van 1015 zeilde Knoets vloot naar Engeland met een Deens leger van mogelijk 10.000 man op 200 schepen. Knoet stond aan het hoofd van een Vikingleger met contingenten uit geheel Scandinavië. De invasiemacht begon een vaak gruwelijke oorlog met de Engelsen die veertien maanden zou duren. Vrijwel alle gevechten werden uitgevochten met de zoon van Aethelred, Edmund Ironside, die in april 1016 zijn vader opvolgde. In oktober 1016 wist Knoet de Engelsen in het graafschap Essex verpletterend te verslaan. Knoet en Edmund kwamen overeen dat het koninkrijk verdeeld zou worden, maar in november stierf Edmund. Knoet bleef als enige heerser over. In 1017 verdeelde hij, net zoals Denemarken, Engeland in vier grote graafschappen: Wessex, Mercia, East Anglia en Northumbria. In 1018 voelde Knoet zich veilig genoeg om zijn vloot terug te sturen naar Denemarken. Om zich te verbinden met de oude Engelse monarchie en zichzelf te beschermen tegen aanvallen van Normandië (waar Ethelred, zijn Normandische vrouw Emma en hun zoon Eduard de Belijder in 1013 tijdelijk onderkomen en bescherming hadden gezocht), trouwde Knoet met Emma, nu weduwe van Ethelred II en dochter van Richard zonder Vrees, hertog van Normandië. Aangezien Normandië christelijk was, bekeerde Knoet zich officieel tot het christendom. Zijn moeder was al christelijk opgevoed, maar zijn vader Sven was zijn hele leven heiden gebleven. Met Emma kreeg Knoet zijn zoon en opvolger Hardeknoet (later Knoet III). Hiermee passeerde hij zijn oudste zoon Harold (I van Engeland) die hij bij zijn eerste vrouw Ælfgifu van Northampton had. In 1018 overleed zijn oudere broer Harald II. Knoet had de intentie hem op te volgen als koning van Denemarken. Hij ging naar Denemarken om zijn opvolgingsrecht op de Deense kroon als Knoet II te laten bevestigen. In een brief uit 1019 geeft hij blijk van zijn intenties om Deense aanvallen op Engeland zo veel mogelijk af te wenden. Het lijkt er echter op dat een deel van de Denen zich tegen hem keerde. Een aanval van Knoet op de Wenden in Pommeren kan hier iets mee te maken hebben gehad. Tijdens deze expeditie wist ten minste een van Knoets Engelse vazallen, Godwin van Wessex, blijkbaar zijn vertrouwen te winnen door een nachtelijke plundertocht onder Godwins leiding tegen een Wendisch kampement. Zijn greep op de Deense troon leek nu stabiel en in 1020 keerde Knoet terug naar Engeland. Voor zijn vertrek stelde hij Ulf Jarl, de echtgenoot van zijn zuster Estrid Svendsdatter, aan als regent van Denemarken. Hij vertrouwde hem Hardeknoet, zijn nog jonge zoon uit zijn huwelijk met Emma van Normandië toe, die hij tot kroonprins van zijn koninkrijk had aangesteld. De verbanning van Thorkell de Lange in 1021 kan in relatie tot deze aanval op de Wenden worden gezien net als de dood van Olof Skötkonung in 1022, en de daaropvolgende opvolging van de Zweedse troon door diens zoon, Anund Jacob. Hierdoor ontstond er een alliantie tussen Zweden en Noorwegen. Reden genoeg voor een demonstratie van Deense macht in de Oostzee. Het doel van Knoets expeditie was waarschijnlijk Jomsborg, het legendarische bolwerk van de Jomsvikings, dat naar men aanneemt op een eiland voor de kust van Pommeren was gelegen. Na dit Deense machtsvertoon en de klaarblijkelijke intentie van Knoets om een leidende rol in Scandinavische zaken te spelen, verzoenden Thorkell en Knoet zich in 1023. Toen Olaf Haraldsson en Anund Jacob gebruik maakten van Knoets verplichtingen in Engeland om aanvallen op Denemarken te lanceren, gaf Ulf de vrije mannen een reden om Hardeknoet, toen nog slechts een kind, als koning van Denemarken te accepteren. Dit was van Ulfs kant een list, aangezien zijn rol van regent voor Hardeknoet hem de de facto heerschappij over Denemarken gaf. Na het onwelkome nieuws over deze gebeurtenissen zette Knoet koers naar Denemarken, om zichzelf weer in de koninklijke macht te herstellen en om af te rekenen met Ulf. Na aankomst van Knoet in Denemarken onderwierp Ulf zich weer aan Knoet. In een strijd die bekendstaat als de slag bij de Helgeå, bevochten Knoet en zijn mannen de Noren en de Zweden in de monding van de rivier de Helgeå. Deze slag vond waarschijnlijk in 1026 plaats. Knoets klaarblijkelijke overwinning maakte hem tot de dominante leider in Scandinavië. Het feit dat Ulf had ingebonden en ook aan Knoets kant aan de strijd had deelgenomen, kon Knoet echter niet vermurven hem te vergeven. Eenmaal een verrader, altijd een verrader. Sommige bronnen melden dat de twee heren tijdens een banket in Roskilde een partij zaten te schaken, toen er een ruzie tussen hen ontstond. De volgende dag, op kerstdag van 1026, zou een van Knoets housecarls, met zijn zegen, Ulf in de Kerk van de Heilige Drie-eenheid, de voorloper van de kathedraal van Roskilde, hebben gedood. In 1028 veroverde Knoet vanuit Engeland Noorwegen. De Noren rebelleerden echter en zetten de oude dynastie onder Magnus I (van Noorwegen) weer op de troon. Koenraad II van het Heilige Roomse Rijk was met Knoet bevriend en liet zijn zoon Hendrik trouwen met Knoets dochter Cunigunde of Gunhilda. De keizer maakte Knoet ook gouverneur van de marken Sleeswijk en Pommeren. Nadat hij zijn vijanden in Scandinavië zijn wil had opgelegd, voelde Knoet zich blijkbaar zo op zijn gemak, dat hij een uitnodiging aanvaardde om met Pasen van het jaar 1027 de bestijging van de keizerskroon van het Heilige Roomse Rijk door de Duitse koning Koenraad II bij te wonen. Hij liet zijn bezigheden in het noorden even voor wat zij waren en reisde van Denemarken naar Rome, voor Middeleeuwse Europese heersers een prestigieuze bedevaart naar het hart van het christendom. Op de terugreis schreef hij een brief, die net als zijn brief uit 1019, bedoeld was om zijn onderdanen in Engeland van zijn voornemens op de hoogte te stellen. Het is in deze brief dat hij zichzelf omschrijft als de "koning van geheel Engeland en Denemarken, van de Noren en een deel van de Zweden". In overeenstemming met zijn rol als een christelijke koning vertelde Knoet dat hij naar Rome ging om berouw te tonen voor zijn zonden, te bidden voor zijn eigen verlossing en de voor veiligheid van zijn onderdanen, en om met de paus te onderhandelen over een vermindering van de kosten van het pallium voor Engelse aartsbisschoppen. Ook zocht hij naar een oplossing voor de concurrentiestrijd tussen de aartsbisschoppen van Canterbury en die van Bremen-Hamburg, over wie de baas was over de Deense bisdommen. Hij zocht ook naar een manier om de reiscondities van pelgrims en kooplieden op weg naar Rome te verbeteren. In zijn eigen woorden: ... Ik sprak met de keizer zelf, met de Heer Paus en de prinsen aldaar over de behoeften van alle mensen uit mijn rijk, zowel de Engelsen en de Denen, dat er op weg naar Rome een rechtvaardiger wet en een zekerder vrede aan hen zou kunnen worden verleend en dat zij niet door te veel obstakels langs de weg zouden worden belemmerd, of lastig zouden worden gevallen door onrechtvaardige tollen; de keizer en ook koning Robert, die veel van deze tolpoorten regeert, waren het hier mee eens. En alle kooplieden bevestigden middels een edict dat mijn volk, zowel de kooplieden, als anderen die deze reis uit vroomheid maken, naar Rome en terug kunnen gaan zonder te worden getroffen door barrières en tollenaars, in een stevige vrede en veilig onder een rechtvaardige wet. — Brief van 1027 van Knoet. "Robert" in het hierboven weergegeven citaat is waarschijnlijk een klerikale schrijffout voor Rudolf, de laatste koning van het onafhankelijk Koninkrijk Arelat of Koninkrijk Bourgondië. Het plechtige woord van de paus, de keizer, en Rudolf werd dus gegeven met vier aartsbisschoppen, twintig bisschoppen, en een 'ontelbare veelheid van hertogen en andere edelen' als getuigen. Dit suggereert dat deze gebeurtenis plaatsvond nog voordat de ceremonies voor het verheffen van de nieuwe keizer waren beëindigd. Het is zonder twijfel dat Knoet zich met verve op zijn rol stortte. Zijn beeld als een rechtvaardige christelijke koning, staatsman en diplomaat, en kruisvaarder tegen het onrecht, lijkt zijn wortels in de werkelijkheid te hebben, maar het was ook een beeld dat hij graag wilde uitstralen. Een goede illustratie van zijn status binnen Europa is het feit dat Knoet en de koning van Arelat in de keizerlijke processie aan de zijde van de keizer opstapten. Zij stonden schouder aan schouder met de keizer op hetzelfde voetstuk. Volgens verschillende bronnen konden Knoet en de keizer het uitstekend met elkaar vinden. Zij zochten elkaars gezelschap alsof zij broers waren, want zij waren beide van dezelfde leeftijd. Koenraad gaf Knoet land in leen in de Mark van Sleeswijk - de landbrug tussen de Scandinavische koninkrijken en het continent- als een teken van hun vriendschapsverdrag. Een oud conflict tussen de Denen en de Saksen had in dit gebied al vroeg geleid tot de bouw van de Danevirke, die liepen van Schleswig aan de Schlei, een inham aan de Oostzee, naar de Noordzee. Zijn bezoek aan Rome was een triomf. In de verzen van de Knútsdrápa, zingt Sigvatr Thordarson de lof van Knoet, zijn koning, als zijnde "geliefd bij de keizer en dicht bij Peter staand". In de dagen van het christendom kon een koning, die in de gunst stond bij God, verwachten om heerser over een gelukkig koninkrijk te zijn. Na zijn reis bevond Knoet zich zeker in een sterkere positie, niet alleen ten opzichte van de kerk en het volk, maar door zijn alliantie met zijn zuidelijke tegenstrevers was hij ook in staat om zijn conflicten met zijn rivalen in het noorden tot een goed einde te brengen. Zijn brief naar huis vertelt zijn landgenoten van zijn prestaties in Rome, maar ook van zijn ambities in de Scandinavische wereld bij zijn aankomst thuis: ...Ik wil graag aan u bekendmaken dat ik langs dezelfde route zal terugreizen, die ik op de heenweg heb genomen. Ik zal naar Denemarken gaan om vrede en een sterk verdrag te sluiten, na raadpleging van alle Denen, met alle volkeren en mensen, die ons als zij dit zouden hebben gekund van het leven zouden hebben beroofd, maar gelukkig konden zij dit niet, dit omdat God zij van hun kracht heeft beroofd. Moge hij ons door zijn overvloedige mededogen in bestuur en eer houden, en moge hij voortaan de kracht en de macht van al onze vijanden verstrooien en tot niets reduceren! Wanneer ten slotte de vrede met de ons omringende volkeren is geregeld en ons gehele koninkrijk in het oosten zodanig is gepacificeerd, dat wij van geen enkele kant noch oorlog of vijandigheid van individuen hebben te duchten, ben ik van plan om vroeg in de zomer naar Engeland te komen om aldaar toezicht te houden op het uitrusten van een vloot — .Knoet brief uit 1027. Knoet keerde uit Rome terug naar Denemarken, waar hij een soort van pact tussen de volkeren van Scandinavië opstelde. Daarna zeilde hij naar Engeland. Knuts acties in zijn hoedanigheid als Vikingveroveraar vielen wat ongemakkelijk bij de Kerk. Hij was al christen voordat hij koning werd - zijn doopnaam was Lambert. Dit hoewel de kerstening van Scandinavië in zijn tijd nog helemaal niet volledig was. Zijn meedogenloze behandeling van de omvergeworpen dynastie en zijn voortdurende relatie met zijn eerste vrouw - Ælfgifu van Northampton, die hij als zijn noordelijke koningin aanhield, ook nadat hij op christelijke wijze met Emma van Normandië in het huwelijk was getreden, was voor de geestelijkheid een bron van ergernis. Emma werd zijn koningin in het zuiden. Zij kreeg een landgoed in Exeter. Het was voor Knoet belangrijk om zich met zijn geestelijken te verzoenen. Daartoe heeft hij ook aanzienlijke inspanningen geleverd. Knoet gaf bijvoorbeeld opdracht om alle Angelsaksische kerken en kloosters die ten prooi waren gevallen aan plunderzuchtige Vikingen te repareren en hun schatkisten opnieuw te vullen. Hij bouwde ook nieuwe kerken en was een serieuze beschermheer van kloostergemeenschappen. Zijn vaderland Denemarken was een christelijke natie in opkomst. De wens om de nieuwe religie te bevorderen was daar nog vers. Een voorbeeld hiervan was rond 1027 de bouw van de eerste bekende stenen kerk in Scandinavië in het Deense Roskilde (ten westen van het tegenwoordige Kopenhagen). De schutspatroon van deze kerk was Knoets zuster Estrid. Een bekend verhaal over Knoet is de legende van hoe hij de golven beval zich terug te trekken. Hij zou doodmoe zijn geweest van het eeuwige gevlei van zijn hofhouding. Toen tegen Knoet werd beweerd dat zelfs de zee hem zou gehoorzamen, toonde hij aan dat dit niet waar was door het te proberen. Hij wilde bewijzen dat zelfs de macht van een koning grenzen heeft. Dit is één versie van het verhaal. De andere versie is dat Knoet zo hoogmoedig was dat hij werkelijk dacht dat hij de natuurelementen beheerste. De mislukte poging de golven te doen terugwijken zette hem stevig op zijn nummer. Knoet stierf op 12 november 1035 in Shaftesbury (Dorset) en werd begraven in Winchester. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Hardeknoet, die regeerde als Knoet III. Zijn andere zoon Harald I kwam aan de macht in Engeland, maar na diens dood in 1040 werd Hardeknoet koning van beide rijken.





GRAAF EUSTAAS VAN BOULOGNE II (Koos' Edelstamoudvader) werd geboren rond 1020 als kind van Eustaas van BOULOGNE I en Mathilde van Boulogne, zoals getoond in stamboom 983. Eustaas werd comte de Boulogne (1049-1087). Hij is gestorven in 1087, ongeveer 67 jaar oud, in Spain. Hij werd begraven in Boulogne-sur-Mer, Pas-de-Calais, Nord-Pas-de-Calais, France. Eustaas huwde 2 maal. Hij huwde met Godgifu van Engeland (zijn achter-achternicht, 2 gen. verwijderd,) en Ida van Boulogne. Eustaas II van Boulogne (Frans: Eustache; ca. 1020 – ca. 1088) was de oudste zoon van Eustaas I van Boulogne en Mathilde van Leuven. Eustaas trouwde in 1036 met Godifu, dochter van koning Ethelred II van Engeland en weduwe van Drogo van Vexin. Uit dit huwelijk zijn geen kinderen bekend. Na het overlijden van Godifu, hertrouwde Eustaas met Ida van Verdun. In 1048 steunde hij de opstand van zijn schoonvader Godfried II van Lotharingen tegen keizer Hendrik III. In 1049 verzoenden de opstandelingen zich met de keizer en Eustaas erfde in datzelfde jaar het graafschap Boulogne van zijn vader. In 1051 bezocht hij Engeland en raakte zijn gevolg in Dover in gevechten verwikkeld. In 1054 erfde Eustaas ook het graafschap Lens (Frankrijk) van zijn broer Lambert. Eustaas nam deel aan de invasie van Engeland en de slag bij Hastings in 1066. Hij was blijkbaar een grote investeerder in de expeditie want hij werd door Willem de Veroveraar beloond met grote bezittingen in Engeland, vooral in Essex. In 1067 probeerde hij het kasteel van Dover in handen te krijgen en werd door Willem bestraft met het verlies van zijn Engelse bezittingen. Na een verzoening met Willem kreeg hij het grootste deel echter weer terug. Volgens het Domesday Book had hij een persoonlijk inkomen uit zijn bezittingen van 610 ponden per jaar. Daarmee was Eustaas de op-een-na rijkste van de Engelse baronnen. In Boulogne was hij de eerste graaf die munten liet slaan. Deze macht en rijkdom zou het graafschap Boulogne nog generaties lang een factor van betekenis maken in Engeland en Frankrijk. Eustaas en Ida kregen de volgende

kinderen:

Eustaas III van Boulogne

Godfried van Bouillon (1060 – 1100), één van de leiders van de Eerste Kruistocht. Hij werd tevens uitgeroepen tot de eerste koning van het koninkrijk Jeruzalem maar weigerde die titel. Hij overleed op 18 juli 1100 in Caesarea, na vergiftigd te zijn. Boudewijn I van Jeruzalem (1068 – 1118) wordt in 1100 gekroond tot eerste Koning van Jeruzalem. 

Mogelijk Ida, die huwde met graaf Kuno van Montagu, heer van Rochefort. 

Daarnaast had Eustaas nog enkele buitenechtelijke

kinderen: mogelijk Willem,

Godfried, (ovl. na 1100), gebruikte de naam “van Boulogne”, 1086 heer van Coton, neemt deel aan de Eerste Kruistocht en wordt in 1100 in Palestina vermeld, getrouwd met Beatrix van Mandeville, dochter van een grootgrondbezitter. Zijn kinderen en kleinkinderen zijn bekend als grondbezitters of geestelijken.

Eustaas II van Boulogne werd in 1020, tijdens de Hoge Middeleeuwen, geboren in een adellijke familie. gekenmerkt door feodalisme, de opkomst van ridderlijkheid en de groei van het christelijke kloosterleven. Als de zoon van Eustace I van Boulogne en Mathilde van Leuven, erfde hij aanzienlijke territoriale bezittingen en invloed binnen de Franse regio Nord-Pas-de-Calais. Zijn geboorteplaats Boulogne-sur-Mer was een belangrijke havenstad en speelt later een rol in de betrekkingen tussen het Kanaal tussen Engeland en Frankrijk. De unie van Eustace II met Godgifu van Engeland weerspiegelt de onderlinge verbondenheid van de Europese adel; Godgifu was de zuster van Edward de Belijder, koning van Engeland. Hun kinderen, inclusief toekomstige leiders als Godfried van Bouillon en Boudewijn I van Jeruzalem bevonden zich dus op het kruispunt van Engels en Continentaal politiek. Het tweede huwelijk met Ida van Verdun versterkte de allianties binnen de Franse adel verder. Deze familiebanden zouden cruciaal blijken tijdens de Eerste Kruistocht en de oprichting van kruisvaarders Staten. Als graaf van Boulogne van 1049 tot aan zijn dood in 1087 of 1088 viel de ambtstermijn van Eustaas II samen met de Normandische regering. Verovering van Engeland in 1066, een gebeurtenis waarin hij een rol speelde, zij het aanvankelijk aan de verliezende kant. Aanvankelijk steunde hij koning Harold II tegen Willem de Veroveraar, maar verzoende zich later met Willem. Zijn dood markeerde het einde van een tijdperk vlak voor het aanbreken van de kruistochten, een bewegingdat zijn nakomelingen diepgaand zouden leiden en vormgeven.




GRAAF HENDRIK VAN LIMBURG I (Koos' Edelstamoudvader) werd geboren rond 1070, in Arlon (Aarlen), Luxembourg, Wallonie, Belgique, als kind van Walram van Limburg I en Judith van Limburg, zoals getoond in stamboom 1222. Hij is gestorven in 1119, ongeveer 49 jaar oud, in Sint Truiden, Limburg, België.

Henry I (Hendrik) van Limburg, (geboren ca. 1070 – overleden 1119). Hij was de oudste zoon van Walram I van Limburg en Jutta van Luxemburg, dochter van Frederik (II) van Luxemburg, hertog van Neder-Lotharingen. Hendrik volgde in 1082 zijn vader op als graaf van Limburg. Hij verzette zich in 1094 tegen de benoeming van Arnold I van Loon als voogd van Sint-Truiden voor de bezittingen in het prinsbisdom Metz. Zelf werd Hendrik in 1095 benoemd tot paltsgraaf van Neder-Lotharingen. Hij volgde zijn hertog Godfried van Bouillon in de Eerste Kruistocht en keerde daarna naar huis terug.In 1101 werd hij benoemd tot opvolger van Godfried als hertog van Neder-Lotharingen en markgraaf van het markgraafschap Antwerpen. Zijn bestuur wordt vooral herinnerd omdat hij de schenking van tienden door Godfried aan Antwerpse kerken, ongedaan maakte. In 1106 moest Hendrik zijn functie opgeven omdat hij trouw bleef aan de afgezette keizer Hendrik IV na de coup van diens zoon, de latere keizer Hendrik V. Hertog Hendrik werd zelfs gevangengezet maar wist te ontsnappen. In 1108 nam Hendrik paltsgraaf Siegfried gevangen die een complot tegen Hendrik V zou hebben beraamd. Hierdoor kwam Hendrik terug in de gunst van de keizer. Maar in de volgende jaren koos ook Hendrik de kant van de tegenstanders van de koning. Hij vocht mee met de Lotharingse edelen die in 1114 de keizer versloegen bij Andernach. In 1115 was hij een van de aanvoerders van de Lotharingse troepen die de Saksen hielpen tegen de keizer in de slag bij Welfesholz, waar de keizer opnieuw werd verslagen. Op de terugweg veroverden de Lotharingers Münster (stad), en verwoestten ze de palts van Dortmund en een aantal kastelen. In Mainz werd vervolgens een wapenstilstand bemiddeld. Daarna zijn geen bijzonderheden over Hendrik bekend. Hendrik was getrouwd met Adelheid van Pottenstein (ca. 1080 – 13 augustus 1106). Zij was een achternicht van keizerin Bertha van Savoye, wat ongetwijfeld een invloedrijke steun betekende bij de benoemingen die Hendrik verkreeg. Hendrik en Adelheid kregen de volgende kinderen:

Walram II

Agnes (ovl. 1136), gehuwd met Frederik van Putelendorf (twee zoons en een dochter) en daarna met Walo van Veckenstedt

Adelheid (ovl. 6 februari ca. 1145, begraven in Sint-Michael te Bamberg), gehuwd met Frederik van Werl-Arnsberg (ca. 1075 – 1124; een dochter), daarna Kuno van Horburg (geen kinderen) en daarna Koenraad van Dachau (een zoon: Koenraad, hertog van Merano).

Mathilde, gehuwd met Hendrik van Namen, graaf van La Roche. Zij kregen een dochter Mathilde van La Roche

Hendrik II van Limburg.



Hendrik I van Limburg werd geboren in een periode die werd gekenmerkt door aanzienlijke sociale en politieke veranderingen in Europa. Rond 1070 intensiveerde de Investituurstrijd de spanningen tussen seculiere heersers en het pausdom over de benoeming van kerkelijke functionarissen. Dit conflict zou uiteindelijk leiden tot het Concordaat van Worms in 1122. waarmee een aantal aspecten van het geschil werden opgelost. Het tijdperk zag ook het begin van de kruistochten met paus Urbanus II's oproep in 1095, een gebeurtenis die diepgaande gevolgen zou hebben voor de Europese adel, van wie velen deelnamen aan deze godsdienstoorlogen. Binnen deze bredere context had de familie van Hendrik aanzienlijke invloed als onderdeel van de regionale aristocratie. Zijn vader, Walram I van Limburg, was nauw betrokken bij de machtsdynamiek van de regio. Het hertogdom Neder Lotharingen, waar Hendrik later hertog werd, was een belangrijk gebied binnen het Heilige Roomse Rijk. Het was een tijd waarin plaatselijke hertogen en graven de macht consolideerden, vaak in strijd met het gezag van de keizer. Feodalisme was de dominante sociale structuur, waarbij vazallen als Hendrik militaire dienst verschuldigd waren aan hun opperheren in ruil voor bescherming en grondbezit. Hendriks huwelijk met Adelheid weerspiegelt het belang van huwelijksallianties onder de adel tijdens deze periode periode. Dergelijke vakbonden waren van cruciaal belang voor het veiligstellen van territoriale aanspraken, het smeden van politieke allianties en het vestigen ervan vrede tussen rivaliserende families. De variabiliteit bij het vastleggen van Adelheids meisjesnaam suggereert de vloeibaarheid en complexiteit van adellijke geslachten en de frequente geschillen over land en titels. Hun kinderen, waaronder Walram II ‘Paganus’ zou de erfenis van de familie in de regio voortzetten, navigerend door het ingewikkelde web van feodale loyaliteiten en conflicten.

De dood van Hendrik in 1119 en de daaropvolgende begrafenis in het Rolduc-klooster zijn indicatief voor de begrafenisgebruiken uit die tijd de adel. Kloosters werden vaak gekozen als laatste rustplaats vanwege hun spirituele betekenis en de geloof in de bemiddelende kracht van de gebeden van monniken voor de ziel van de overledene. Klooster Rolduc, gelegen in het huidige Kerkrade, Limburg, Nederland, zou een prestigieuze begraafplaats zijn geweest, een weerspiegeling van die van Hendrik status en vroomheid.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Generatie van 8 maal oud-oud-grootouders met Jan Gerritsz van der Gracht en Claes de Canteleu, Guilielmus Gerardus van Arnhem, Koning jacobus van Engeland I, Willem V van Oranje

Generatie van 15 en 16 maal oud-oud-grootouders met Mathieu de Canteleu en zijn zoon Anseau die sneuvelde bij de slag van Azincourt en achter neven, hoofdrolspelers tijdens de honderd jarige oorlog en bij het ontstaan van de Nederlanden.

Generatie van 7 maal oud-oud-grootouders, Gerrit Jansz van der Gracht en Susanne de Canteleu, Godefridus van Arnhem, Koning Karel I van Engeland en koning Willem der nederlanden