Generatie van 28 maal oud-oud-grootouders, o.a. een viking aanvoerder, Ragenold die graaf van Roucy werd, Jaroslaf van Kiev, keizer Hendrik van het Roomse rijk, Koning Sven Gaffelbaard en koning Stephanus van Hongarije I.

 





GRAAF RICHARD VAN EVREUX (Koos' Edelstamoudgrootvader) werd geboren rond 1011 als kind van Robert de Normandy II en Herleva de Normandy, zoals getoond in stamboom 1268. Hij is gestorven in 1067, ongeveer 56 jaar oud.

Richard van Évreux. Geboren circa 1011, overleden op 13 december 1067. Hij was van 1037 tot aan zijn dood graaf van Évreux. Hij behoorde tot het Huis Normandië. Richard was de zoon van Robert de Deen, aartsbisschop van Rouen en graaf van Évreux, uit diens huwelijk met Herleva, mogelijk een dochter van de Normandische edelman Tristan de Rijke. In 1026 kreeg hij van zijn vader het landgoed Douvrend toegewezen, dat Robert de Deen onterecht bij het aartsbisdom Rouen had gevoegd. Elf jaar later, in 1037, volgde hij zijn vader op als graaf van Évreux. In 1035 was hertog Robert de Duivel van Normandië overleden. Zijn erfopvolging leidde tot conflicten, aangezien een aantal edelen weigerden om Roberts onwettige zoon Willem de Veroveraar te erkennen. In 1040 werd zijn jongere broer Rudolf van Gacé regent van Willem, nadat die de vorige regent Gilbert van Brionne had laten vermoorden. Beide broers profiteerden van hun positie in Normandië om zichzelf te verrijken, de familie Tosny aan de kant te schuiven en de bezittingen van hun verslagen tegenstanders in te nemen. Kort daarna huwde Richard met Godechildis, de weduwe van Roger I de Tosny. Nadat Willem de Veroveraar de macht in Normandië overnam, slaagde Richard, die tijdens de machtsstrijd een gematigde rol had gespeeld, erin om de gunst van de hertog te behouden. Hij stichtte de Abdij van Saint-Sauveur in Évreux en nam ook deel aan de vergadering van Normandische edelen die besloot om Engeland te veroveren. Richard financierde de veldtocht deels, maar nam niet deel omdat hij zichzelf te oud vond. Zijn zoon Willem ging in zijn plaats mee naar Engeland en nam deel aan de Slag bij Hastings. Richard van Évreux overleed in december 1067 en werd bijgezet in de Abdij Fontenelle in Saint-Wandrille-Rançon. Richard en zijn echtgenote Godechildis kregen volgende kinderen: 

Willem …. – 1118 Graaf van Évreux. In 1066 streed hij aan de zijde van de Normandische hertog Willem de Veroveraar bij de Normandische verovering van Engeland.

Agnes 

Godechildis, zuster in het klooster van Saint-Sauveur in Évreux.




In deze twee afbeeldingen zit een koppeling tussen beroemde voorouders met edelen die voorouder zijn van de familie Canteleu. Het vertakt zich naar verschillende adelijke families maar komt later weer samen bij de Canteleus omdat er zoveel getrouwd werd met bloedverwanten.



HUGO VAN PONTHIEU I (Koos' Edelstamoudgrootvader) werd geboren in 955, in Montreuil, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France, als kind van Hilduin van MONTDIDIER I en Hersende de Ramerupt, zoals getoond in stamboom 1165. Hij is gestorven op 4 juli 1000, ongeveer 45 jaar oud, in Saint-Riquier, Somme, Hauts-De-France, France.

Hugo I van Ponthieu. Overleden op 4 Juli 1000, was een leken-abt van de abdij van St. Riquier en Forest-Moutier, een heer van Abbeville en Heer van Ponthieu. Zoon van Hilduin I, graaf van Montdidier en van Heresende van Ramerupt. Tot 988 ligt de Ponthieu in het invloedsgebied van het graafschap Vlaanderen , maar met de dood van graaf Arnulf II van Vlaanderen en het hertrouwen van zijn weduwe met de toekomstige koning Robert II de vrome, verlaat de regio de Vlaamse baan voor de invloedssfeer van de Capetianen. Hugues Capet annexeert de stad Montreuil aan het koninklijk domein, maar vertrouwt de stad Abbeville toe aan een van zijn ridders, Hugues, getrouwd met zijn dochter Gisèle. Hugo Capet begiftigde einde van 10e eeuw Hugo met het kasteel van Abbeville, Domart-en-Ponthieu, Forest-Moutier en de functie van leken-abt van de abdij van Saint-Riquier. Deze bezittingen vormden de kern van het graafschap Ponthieu. Hij was getrouwd vóór 987 met Gisèle de France, dochter van Hugo Capet, hertog vervolgens koning van Frankrijk en van Adélaïde van Aquitainië. Kinderen: 

Engelram I, graaf van Ponthieu

Guy, abt van Forest , van wie is beweerd dat hij de voorvader is van het huis van Abbeville.






GRAAF RAGENOLD DE ROUCY (Koos' Edelstamoudgrootvader) werd geboren in 905. Hij is gestorven op 10 april 967, ongeveer 61 jaar oud. Hij werd begraven in het klooster van Saint-Remi te Reims.

Ragenold van Roucy (ca. 905 – 10 mei 967), was een Vikingenaanvoerder die graaf van Roucy werd. Ragenold was een aanvoerder van een Vikingleger, dat in 943 koning Lodewijk IV van Frankrijk steunde in zijn strijd tegen Herbert II van Vermandois. In 945 werd hij beleend met Roucy en bestuurde hij ook het graafschap Sens. In 946 werd hij ook graaf van Reims en twee jaar later bouwde hij een kasteel in Roucy. Rond 950 was hij betrokken bij de stichting van een abdij in Charlieu. In 954 zwoer hij trouw aan koning Lotharius van Frankrijk en vergezelde hem in 955 naar Aquitanië. Ragenold is begraven in het klooster van Saint-Remi te Reims. Ragenold trouwde omstreeks 945 met Alberada (ca. 930 - 15 maart 973), dochter van Giselbert II van Maasgouw en Gerberga van Saksen, en stiefdochter van Lodewijk. Zij kregen de volgende kinderen: 

Ermentrudis van Roucy, (ovl. 5 oktober, ca. 1003), in haar eerste huwelijk getrouwd met Alberik II van Mâcon, in haar tweede huwelijk met Otto Willem van Bourgondië

Giselbert, (ca. 956 - 991/1000), graaf van Roucy en burggraaf van Reims, trouwde met een onbekende vrouw van hoge Aquitaanse adel, volgens sommige bronnen dochter van Willem III van Aquitanië en Adelheid van Normandië, steunde wisselend Hugo Capet en Karel van Neder-Lotharingen.

onbekende dochter, getrouwd met Fromond van Sens

Bruno, (ca. 955 - 29 januari 1016), bisschop van Langres.







JAROSLAF VAN KIEV (Koos' Edelstamoudgrootvader) werd geboren in 978, in Kiev, Oekrainie, als kind van Vladimir van Kiev en Rogneda van Polotsk, zoals getoond in stamboom 1277. Jaroslaf werd „de wijze” genoemd. Hij is gestorven op 20 januari 1054, ongeveer 75 jaar oud, in Visjhorod.

Jaroslav I de Wijze (Oekraïens: Ярослав Мудрий; Russisch: Ярослав Мудрый) (Kiev, ca. 978 - Vysjhorod, 20 februari 1054) was een van de vele zonen van Vladimir van Kiev en uiteindelijk alleenheerser van het rijk van Kiev. Als jonge man werd Jaroslav door zijn vader benoemd tot bestuurder van Rostov. In 1010 kreeg hij het bestuur over Novgorod; in die periode stichtte hij ook de stad Jaroslavl aan de Wolga. In 1014 kreeg hij een conflict met zijn vader over belastingen. Vladimir dreigde met oorlog maar dat werd voorkomen door zijn dood in 1015. Jaroslav werd zelfstandig vorst van Novgorod. Als de oudste van de dynastie probeerde Svjatopolk van Toerov de macht over het gehele Kievse Rijk te verwerven. Jaroslav wist Svjatopolk te verslaan, die zijn toevlucht zocht bij zijn schoonvader Bolesław I van Polen. Bolesław en Svjatopolk versloegen Jaroslav in 1018 en Jaroslav moest Kiev en zijn koninklijke schat prijsgeven. In 1019 kon Jaroslav, met steun van keizer Hendrik II de Heilige, Kiev weer heroveren en Svjatopolk verdrijven. In deze periode van conflicten werden de meeste van de broers en halfbroers van Jaroslav onder onduidelijke omstandigheden vermoord, onder wie Boris en Gleb die heilig werden verklaard. Jaroslavs broer Soedislav werd levenslang opgesloten. Jaroslav vaardigde ook het eerste Slavische wetboek uit. Hij gaf bijzondere voorrechten aan Novgorod, wat het begin markeerde van de Republiek Novgorod. In 1024 kwam het tot een conflict met zijn broer Mstislav. Toen Mstislav Jaroslav had verslagen deelden zij het Kievse Rijk langs de Dnjepr, waarbij Jaroslav de stad Kiev en het westelijke deel van het rijk kreeg; Mstislav vestigde zich oostelijk in het vorstendom Tsjernigov (huidig Tsjernihiv). Keizer Koenraad II de Saliër sloot een bondgenootschap met Jaroslav tegen Mieszko II Lambert van Polen, die zichzelf tot koning had gekroond. In een gezamenlijke oorlog verwierf Jaroslav het vorstendom Wolhynië. Met Casimir I van Polen had hij een goede relatie, die werd bezegeld met een dubbel huwelijk. Hij onderwierp de regio rond Tartu en bouwde daar een kasteel. Vervolgens moest Jaroslav terugkeren naar Kiev dat werd belegerd door de Petsjenegen. Nadat Mstislav in 1036 was overleden kon Jaroslav het rijk herenigen en wist hij de Petsjenegen definitief te verslaan. In datzelfde jaar bouwde hij de Sint-Sofiakathedraal in Kiev, ook stichtte hij de Sofiakathedraal in Novgorod. Een aanval over zee op Constantinopel in 1043 liep uit op een mislukking maar Jaroslav wist wel een gunstig vredesverdrag te sluiten met het Byzantijnse Rijk. Hij verfraaide Kiev naar het voorbeeld van Constantinopel (hij liet o.a. een Gouden Poort bouwen) en maakte de kerk onafhankelijker van Byzantium. Zonder het medeweten van Byzantium gaf hij Russische priesters belangrijke taken in de kerk in Novgorod en Kiev. Hij breidde de handelscontacten met andere landen uit. Ook bepaalde Jaroslav dat de Russische kerk niet door een aartsbisschop maar door een metropoliet moest worden geleid. De eerste was Theopempt, een Byzantijn - de metropolieten van Kiev kwamen aanvankelijk uit Constantinopel - maar de taal van de liturgie was vanaf het begin Slavisch en niet Grieks. Jaroslav werd begraven in de Sofiakathedraal in Kiev. Volgens een Scandinavische overlevering zou hij kreupel zijn als gevolg van een pijlwond. Onderzoek van het skelet van Jaroslav heeft dat bevestigd. In zijn eerste huwelijk was Jaroslav getrouwd met een onbekende vrouw. Zij kregen een zoon Ilja, die jong overleed. in 1019 trouwde Jaroslav met Ingegerd (ca. 1001 - 10 februari 1050), een dochter van Olof II van Zweden. Ingegerd was oorspronkelijk verloofd met Olaf II van Noorwegen maar die verloving werd verbroken om met Jaroslav te kunnen trouwen. Zij kregen de volgende kinderen: 

Vladimir (1020 - Novgorod, 1052), 1043 prins van Novgorod en onderwierp stammen in het zuiden van Finland. Leidde rond 1045 een mislukte plundertocht naar Constantinopel. Begraven in de Sofiakathedraal van Novgorod. Zijn zoon Rostislav legde de basis voor het groothertogdom Galicië-Wolynië. Rostislav kreeg ook het bestuur over een regio aan de Zwarte Zee en zou daar in 1065 door Grieken zijn vergiftigd.

Anastasia, tweede vrouw van Andreas I van Hongarije, na diens dood non in de abdij van AdmontIzjaslav I van Kiev

Elisabeth huwde met koning Harald III van Noorwegen.

Svjatoslav II van Kiev

Vsevolod I van Kiev

Vjatsjeslav (ovl. ca. 1057), vorst van Smolensk

Anna van Kiev gehuwd met Hendrik I van Frankrijk

Igor, opvolger van Vjatsjeslav als vorst van SmolenskIn Oekraïne is in 1995 de Orde van Vorst Jaroslav de Wijze ingesteld die naar hem vernoemd is. 




INGEGERD VAN KIEV (Koos' Edelstamoudgrootmoeder) werd geboren rond 1001 als kind van Olaf van Zweden II en Estrid van Mecklenburg, zoals getoond in stamboom 1278. Zij is gestorven op 10 februari 1050, ongeveer 48 jaar oud.

Ingegerd Olofsdotter (overleden 1050). Zij was een dochter van Oalf II van Zweden en Estrid van Mecklenburg.Zij was in 1019 gehuwd met de grootvorst van Kiev Jaroslav I de Wijze. Hij was één van de vele zonen van Vladimir van

Kiev en uiteindelijk alleenheerser van het rijk van Kiev.





KEIZER HENDRIK VAN HET HEILIGE ROOMSE RIJK III (Koos' Edelstamoudgrootvader) werd geboren op 28 oktober 1017 als kind van Koenraad van het heilige roomse rijk en Gisela van Zwaben, zoals getoond in stamboom 1281. Hendrik werd „de vrome” genoemd. Hij is gestorven op 5 oktober 1056, 38 jaar oud.

Hendrik III (28 oktober 1017 - kasteel Bodfeld in de Harz, 5 oktober 1056), bijgenaamd de Vrome of de Zwarte, was keizer van het Heilige Roomse Rijk. Zijn politiek stond onder invloed van de kerkhervormingen van zijn tijd. Hij streefde naar een staat die was gebaseerd op het daadwerkelijk in de praktijk brengen van godsdienstige uitgangspunten, centraal geleid door de vorst met ondersteuning door de Kerk (wat een theocratie zou kunnen worden genoemd). Om zijn doelen te bereiken zette Hendrik zich in voor de versterking van de Kerk en van de rol van de paus. Daardoor, door de versterking van de politieke rol van de bisschoppen en door de oplopende spanningen met de adel, schiep Hendrik de omstandigheden die mede leidden tot de burgeroorlogen die de regering van zijn zoon, keizer Hendrik IV, zouden teisteren.

Hendrik werd in 1017 geboren als zoon van Koenraad de Oudere, de latere keizer Koenraad II en Gisela van Zwaben. Zijn jongere zusters Beatrix (ca. 1020-1036) en Mathilde (1025-1034) stierven jong. Hendriks vader stamde uit een vooraanstaand Rijnfrankisch adelsgeslacht, dat al generaties lang bezit en grafelijke rechten had in de regio rondom Worms en Speyer; ook was Koenraad de achterkleinzoon van de in 955 tijdens de Slag op het Lechveld gevallen Koenraad de Rode en via diens vrouw Liutgard verwant aan de Ottonen. Hendriks moeder Gisela was al twee keer eerder getrouwd geweest en beide keren weduwe geworden. Haar vader Herman II van Zwaben had in 1002 tevergeefs aanspraak gemaakt op de Duitse koningstroon. Gisela's moeder Gerberga was een dochter van de Bourgondische koning Koenraad III en een kleindochter van de West-Frankische laat-Karolingische heerser Lodewijk IV. Zijn stamboom was dus prima op orde. Toch viel Hendriks geboorte op een moment dat de Salische familie zich in een moeilijke situatie bevond. Slechts twee maanden voor zijn geboorte was zijn vader Koenraad in een bloedige vete betrokken geraakt, waarbij hij alleen op familie en vrienden kon vertrouwen. De relatie tussen Koenraad en keizer Hendrik II was gespannen. Door Koenraads huwelijk met Gisela van Zwaben, volgens de toenmalige maatstaven een huwelijk tussen twee bloedverwanten, werd hem de keizerlijke "gunst" ontnomen. De situatie was in eerste instantie zodanig dat het nog maar de vraag was of Koenraad wel hertog kon worden.

Hendrik werd opgevoed door de hofkapelaan Wipo en door de bisschoppen van Augsburg en Freising. Onder hun invloed ontwikkelde hij zich tot een vrome jongeman en maakte hij vrede en gerechtigheid tot zijn idealen. Hij volgde zijn vader op als hertog Hendrik de Zesde van Beieren in 1027 en toen zijn vader tot keizer werd gekroond in 1028, werd Hendrik in Aken tot medekoning van Duitsland gekroond. Hij werd ondanks zijn jonge leeftijd al snel een belangrijke adviseur van zijn vader. In 1031 onderhandelde hij, veertien jaar oud, over een vrede met Hongarije. Hendrik had een ernstig conflict met zijn vader toen hij niet wilde instemmen met de bestraffing van Adalbero van Eppenstein, de opstandige markgraaf van Karinthië, en daarbij duidelijk werd dat de adel het standpunt van Hendrik volgde. Hendrik werd in 1038 ook hertog van Zwaben (als Hendrik de Eerste) na de dood van Herman IV van Zwaben. In 1039 werd hij hertog van Karinthië na de dood van Koenraad II van Karinthië.

Na de dood van zijn vader in 1039 kon hij hem zonder problemen opvolgen als koning van Duitsland, Italië en Bourgondië. In het begin van zijn regering toonde hij genade aan zijn tegenstanders en gebruikte het middel van de godsvrede (dwangmatig opleggen van vrede, waarbij het verbreken van de vrede een zonde tegen God is) om de adel onder controle te houden. Hij bouwde zijn eigen bezit sterk uit en het beheer daarvan leidde tot de opkomst van een klasse van ministerialen in belangrijke functies en als leenmannen. De toenemende macht van de Kerk en de opkomst van de ministerialen leidde tot steeds grotere spanningen met de hoge adel. Vooral Godfried II van Lotharingen en de Billungers (wegens Hendriks machtsvorming in Saksen) werden zijn tegenstanders. Ook kwam later de door Hendrik benoemde hertog Koenraad I van Beieren tegen hem in opstand.

In Italië onderwierp Hendrik de adel van Rome en het zuiden van Italië. Veel rechten die door zijn vader waren gegeven, werden door Hendrik weer ingetrokken. Het verzet onder de Italiaanse adel tegen de Duitse koning groeide. Hendriks pogingen om door diplomatie de Italiaanse Normandiërs voor zich te winnen en zich door hen als heer te laten erkennen, mislukte compleet. In 1051 zouden de Normandiërs zelfs een gecombineerd Duits-pauselijk leger verslaan.

Bij de benoeming van bisschoppen selecteerde Hendrik consequent op kwaliteit en politieke belangen. Zo creëerde hij een zeer capabele en betrouwbare klasse van bisschoppen. Hendrik had goede banden met kerkhervormers en twee daarvan, Petrus Damiani en Hugo van Cluny, waren peetoom bij de doop van zijn zoon Hendrik. Hendrik III greep in de synode van Sutri (1046) in (waarbij hij drie concurrerende pausen afzette) en benoemde Clemens II. Deze kroonde Hendrik in datzelfde jaar te Rome tot keizer van het Heilige Roomse Rijk. Hendrik benoemde in totaal vier Duitse bisschoppen tot paus (Clemens II, Damasus II, Leo IX en Victor II) waardoor het paus-ambt onafhankelijk werd van de Romeinse aristocratie. De positie van de paus werd daardoor sterker.

Hendrik zette de bouw van de dom van Speyer met kracht door en maakte de dom tot een van de meest indrukwekkende kerken van West-Europa. Ook bestelde hij bij de abdij van Echternach een kostbaar uitgevoerd evangelie voor de dom. Hij liet de keizerpalts Goslar herbouwen en stichtte er een kapittel, dat een opleidingsinstituut voor de hogere geestelijkheid werd. Hendrik III legde een bijzondere verering aan de dag voor de Maastrichtse heilige Sint Servaas. In zijn favoriete verblijfplaats, de palts van Goslar, was de hofkapel toegewijd aan Sint-Servaas. In 1039 werd hij in de Servaaskerk in Maastricht ingehuldigd ("Festkrönung"). Hij bezocht de kerk minimaal vijfmaal en vereerde haar met geschenken (zoals het borstkruis van Sint Servaas). In 1049 riep hij te Mainz een synode bijeen, waarbij onder meer paus Leo IX en een Byzantijnse delegatie aanwezig waren, die zich bogen over de vraag of Servaas een verwant van Jezus was. Dat zou moeten leiden tot de officiële heiligverklaring van Servaas (wat niet gebeurde).

Hendrik greep actief bij zijn oostelijke buurstaten in, om te verzekeren dat daar geen bedreiging voor Duitsland of de Kerk kon ontstaan: Nadat Polen door Koenraad II was verslagen probeerde Břetislav I van Bohemen grote delen van Polen te veroveren. Hij plunderde Krakau en roofde het gebeente van de heilige Adalbert van Praag uit Gniezno, om dat te gebruiken om een onafhankelijke Boheemse kerk te stichten. Hendrik probeert hem tot orde te roepen maar een leger dat uit Regensburg naar Praag trok werd in de bergen in een hinderlaag verslagen. Een tweede aanval uit drie kanten tegelijk (Beieren, Saksen en Oostenrijk) slaagde wel. Bohemen moest de Duitse heerschappij erkennen, het grootste deel van de Poolse gebieden opgeven en een schatting van 4000 goudmarken betalen.

Hongarije werd beheerst door een conflict om de troon tussen Peter Orseolo en Sámuel Aba. Peter had de steun van de Kerk en de adel, en van Hendrik. Sámuel was een voorstander van de traditionele organisatie van het Hongaarse volk en had vooral steun onder de lagere klassen. Sámuel greep de macht en begon een oorlog tegen Duitsland, om het land achter zich te verenigen. Hendrik leidde in reactie daarop een veldtocht waarbij Bratislava en Esztergom werden veroverd. Sámuel sloot vrede met Hendrik, stond gebieden af en moest een grote schatting betalen. Omdat Sámuel juist de belastingen voor het gewone volk had verlaagd, zag hij zich genoodzaakt om kerkelijke goederen in beslag te nemen om de schatting te betalen. Dit leidde tot veel onrust in Hongarije en Hendrik greep dat aan om in 1043 opnieuw Hongarije binnen te vallen. Sámuel werd verslagen in de Slag bij Menfö (bij Győr) en Peter werd koning van Hongarije. Peter en zijn belangrijkste edelen erkenden Hendrik als hun heer, waardoor Hongarije (voor korte tijd) een vazalstaat van Duitsland werd. Hendrik steunde (vanaf 1046) het koningschap van Casimir I van Polen, die zich in ruil als een trouw bondgenoot opstelde. De traditioneel opstandige Slavische volken rond de Oder konden alleen al door dreiging met oorlog onder controle worden gehouden. In het westen had Hendrik een redelijk goede verstandhouding met koning Hendrik I van Frankrijk, hoewel machtige en opstandige edelen aan weerszijden van de grens (naast Godfried II van Lotharingen ook bijvoorbeeld Boudewijn V van Vlaanderen en Theobald III van Blois) steeds weer voor problemen en spanning zorgden. In 1056 kwam het tot een korte climax toen koning Hendrik van Frankrijk tijdens een bespreking te Carignan (Ardennes) onverwacht Lotharingen opeiste en Hendrik uitdaagde om dit door een tweegevecht te beslissen. Keizer Hendrik koos ervoor om dit te ontlopen en vertrok in het geheim, midden in de nacht.

Hendrik stierf tijdens een heftige aanval van jicht. Hij werd begraven in de dom van Speyer. Het is duidelijk dat Hendrik een van de machtigste keizers van het Heilige Roomse Rijk is geweest. Opstandige edelen wist hij te bedwingen en hij bestuurde met steun van een klasse van trouwe en bekwame bisschoppen en ministerialen. Zijn macht in het noorden en midden van Italië was onbetwist en hij had de Kerk sterker gemaakt en aan hem gebonden. De oostelijke buurstaten van Duitsland waren allemaal aan hem ondergeschikt. Traditioneel wordt hij als een van de grootste van de Duitse keizers beschouwd. Dat hij op relatief jonge leeftijd overleed, voordat hij de veranderingen van het bestuur volledig had kunnen doorzetten en het rijk in goede orde aan een volwassen zoon kon overdragen, wordt in die visie als een regelrechte ramp beschouwd. Hierdoor zou een kans verloren zijn gegaan om een machtig Duits keizerrijk te vestigen dat de eeuwen had kunnen doorstaan.

De moderne visie op Hendrik is genuanceerder: zijn nieuwe binnenlands bestuur zorgde voor steeds oplopende spanning met de adel, en door de Kerk te versterken en steeds meer op de Kerk te vertrouwen, creëerde Hendrik een kracht die op een gegeven moment niet meer te controleren zou zijn. Volgens die redenering had Hendrik zelf de gevolgen daarvan ondervonden als hij langer had geleefd.

Hendrik was in 1036 getrouwd met Gunhilde van Denemarken (1019-1038), dochter van koning Knoet II van Denemarken. Hendrik zou veel van haar hebben gehouden. Ze overleed op jonge leeftijd in Italië, aan malaria. Hendrik en Gunhilde hadden een dochter:


Beatrix, (1037-1061), abdis van de abdijen van Quedlinburg en Gandersheim

In 1043 trouwde Hendrik met Agnes van Poitou, dochter van hertog Willem V van Aquitanië. Zij kregen de volgende kinderen:

Mathilde (1045 - Goslar, 1060), huwde in 1059 met graaf Rudolf van Rheinfelden (-1080)

Adelheid (1046/7 - 1096), abdis van de abdijen van Quedlinburg en Gandersheim

Gisela (ca. 1048 - 1053)

Hendrik IV (Goslar, 1050 - 1106), troonopvolger

Koenraad II van Beieren (Regensburg, 1052 - 1055)

Judith (Goslar, 1054 -), die huwde met koning Salomo van Hongarije (1052-1087) en met hertog Wladislaus I Herman van Polen (1043-1102).

Hendrik zou nog een buitenechtelijke dochter hebben gehad: Adela, getrouwd met Wolfram van Enzberg, moeder van bisschop Johan van Speyer.







HERTOG WILLEM VAN AQUITANIË V (Koos' Edelstamoudgrootvader) werd geboren in 969 als kind van Willem van Aquitanië IV en Emma d'Aquitaine, zoals getoond in stamboom 1167. Hij is gestorven op 31 januari 1030, ongeveer 60 jaar oud, in Maillzais.

Willem V van Aquitanië. Bijgenaamd de Grote. Geboren 969, overleden te Maillezais op 31 januari 1030. Hij was hertog van Aquitanië, als graaf van de Poitou was hij Willem III. Willem werd opgevoed door zijn moeder, na de scheiding van zijn ouders. In 988 keerde hij terug naar de Poitou en deed in 992 een schenking aan de abdij van Saint Maixent. Toen zijn vader afstand deed in 993 werd Willem hertog van Aquitanië, graaf van de Poitou en leken-abt van de abdij van Saint Hilaire te Poitiers.Willem was een gestudeerde en vrome vorst, die een vredelievende bestuur voerde en er naar streefde conflicten door diplomatie of juridisch op te lossen. Hij had een goede verstandhouding met keizer Hendrik II en wisselde geschenken met hem uit. Militair was hij echter niet succesvol. Hij moest een beroep doen op Robert II van Frankrijk om zijn vazal, graaf van La Marche Boso II te bedwingen, en dat mislukte ook nog. Hij werd verslagen door Fulco III van Anjou, en moest daardoor Loudun en Mirebeau moet opgeven. Ook de Vikingen versloegen hem in 1006. Ten slotte gaf hij Confolens, Ruffec en Chabanais af aan zijn vazal van Willem III van Angoulême. Toen de Italiaanse adel in 1024-1025 onder leidng van Manfred II Olderik van Turijn in Frankrijk een koning zocht, kozen zij Hugo, de zoon van koning Robert. Maar door het verzet van Robert kon dit niet doorgaan en toen boden ze de kroon aan Willem aan. Willem trok naar Italië om het voorstel te bespreken, maar weigerde voor hem en zijn zoon vanwege van de ondoorzichtigheid van de Italiaanse politieke situatie. Er zijn zes brieven van Willem over dit onderwerp bewaard gebleven. Willem ondersteunde de invoering van de Godsvrede. Hij voerde een actieve correspondentie met grote kerkleiders, wetenschappers en machthebbers. Willem stichtte een kathedraalschool in Poitiers, verzamelde manuscripten en stichtte een bibliotheek. Hij herbouwde de kathedraal van Poitiers. Willem stichtte de abdijen van Maillezais (1010) en Borgeuil. Ieder jaar maakte hij een pelgrimsreis naar Italië of Spanje. In 1029 trad Willem af en werd monnik in het klooster van Maillezais.Willem was zoon van Willem IV van Aquitanië en van Emma van Blois. Hij was drie maal getrouwd:Hij trouwde 1e in 997 met Adalmode van Limoges, dochter van Géraud, burggraaf van Auvergne, weduwe van Audebert I graaf van La Marche en de Périgord. Kinderen: 

Willem VI 1004 – 1038 Hertog van Aquitanië. Gehuwd met Eustachia van Montreuil, maar had geen erfgenamen.

Adelheid …. – 1033

Hij trouwde 2e in 1011 met Brisca (Sancha) van Gascogne, dochter van Sancho Willem, hertog van de Gascogne.

Kinderen:

Otto (1012-1039)Theobald, jong overleden

Hij trouwde 3e in 1019 met Agnes van Mâcon. Geboren 990/995, overleden te Saintes op 10 november 1068. Dochter van Otto Willem van Bourgondië en Ermentrudis van Roucy, dochter van Ragenold van Roucy. Kinderen:

Pieter 1023 – 1058 Die als Hertog van Aquitanië de naam Willem VII koos

Guy 1023 -1086 Die als hertog van Aquitanië de naam Willem VIII koos

Agnes van Poitiers

Beatrix (ovl. 1109), die huwde met graaf Raymond I van Melgeuil.








GRAAF SIEGFRIED VAN LUXEMBURG (Koos' Edelstamoudgrootvader) werd geboren op 15 augustus 922, in Verdun, Meuse, Lorraine, France, als kind van Wigerik Van Lotharingen en Kunigunde van de Ardennen, zoals getoond in stamboom 1283. Hij is gestorven op 15 augustus 998, 76 jaar oud, in Trier, Rheinland-Pfalz, Germany. Hij werd begraven in 998 in St Maximin, Trier, Rheinland-Pfalz, Germany.

Siegfried van Luxemburg (922 – 15 augustus 998) was de eerste graaf van Luxemburg. Siegfried erfde van zijn vader Wigerik van Lotharingen en zijn broers de functies van graaf van de Moezelgouw en de Ardennengouw, voogd van de Sint-Maximinusabdij te Trier en van de Abdij van Echternach, en grote bezittingen in Opper-Lotharingen. Hij ruilde bezittingen bij Ettelbruck met de abdij van Sint-Maximinus tegen een strategisch gelegen plek aan de Alzette, waar hij in 963 een kasteel bouwde. Dit kasteel kreeg de naam Lucilinburhuc (klein kasteel) en groeide later uit tot de stad Luxemburg. In 964 bouwde hij ook een kasteel in Saarburg. Hij steunde de koningsverkiezing van Otto III. Siegfried kwam in 985 zijn neef Godfried van Verdun te hulp toen de stad Verdun werd aangevallen door een Frans leger. Godfried en Siegfried werden verslagen en gevangengenomen. Na de dood van koning Lotharius van Frankrijk in 986 werden ze weer vrijgelaten. Op het einde van zijn leven werd Siegfried geëxcommuniceerd toen hij de bisschop van Verdun gevangen had gezet. Bij zijn dood in 998 werd Siegfried opgevolgd door zijn oudste zoon Hendrik. Siegfried was de jongste zoon van Wigerik van Lotharingen en Kunigunde der Franken, mogelijk een kleindochter van Karel II de Kale, koning van West-Francia. Rond 950 trouwde hij met Hedwig. Zij kregen de volgende kinderen:

Hendrik, graaf van Luxemburg en hertog van Beieren

Liutgard, getrouwd met graaf Arnulf van Gent, een Friese graaf

Siegfried

Frederik, vader van de latere graven Hendrik II en Giselbert

Diederik, bisschop van Metz

Kunigunde (ovl. Kaufungen, 3 maart 1033), echtgenote van keizer Hendrik II, begraven in de kathedraal van Bamberg

Alberada

Giselbert, gesneuveld te Pavia, 18 mei 1004.

Adalbero, aartsbisschop van Trier

Eva, getrouwd met graaf Gerard van de Elzas

Ermentrude, abdis

onbekende dochter, gehuwd met graaf Dietmar, voogd van het Mariaklooster te Koblenz. Ouders van Oda, eerste abdis van het klooster van Kaufungen dat door haar tante Kunigunde werd gesticht. komt door ruil met de abt van St. Maximin 17-4-963 in bezit van Lützelburg (Luxemburg). Als sterfdatum wordt ook genoemd 28-10-998.






WILLEM VAN BELLEME I (Koos' Edelstamoudgrootvader) werd geboren in 970 als kind van Ivo van Belleme I en Godehilde, zoals getoond binnen stamboom 1022. Hij is gestorven in 1038, ongeveer 68 jaar oud.

Willem I van Bellême (ca. 970 - 1038) was een zoon van Ivo I van Bellême en van Godehilde. Hij volgde zijn vader in 1005 op als heer van Bellême en Alençon. Rond 1020 versloeg hij zijn leenheer Herbert I van Maine en werd hij een vazal van Richard II van Normandië. In 1027-1028 kwam hij echter in opstand tegen de nieuwe hertog, Robert van Normandië. Willem werd verslagen, aanvaardde de heerschappij van Robert en verzoende zich met hem. Hij kreeg zowaar het graafschap over Alençon. Willem was de stichter van de abdij van Dame-Marie van Lonlay. Hij overleed kort na zijn zoons Fulco en Robert. Volgens Willem van Jumièges was hij "oneindig wreed en eerzuchtig". Willem was getrouwd met Mathilde van Condé-sur-Noireau en werd de vader van: 

Warinus (-1026), vader van Adelheid, gehuwd met Rotrud II van Mortagne,  en een buitenechtelijke zoon Rudolf. 

Volgens Willem van Jumièges werd Warinus door de duivel zelf voor de ogen van zijn vrienden gewurgd. 

Fulk, gesneuveld in een veldslag in het bos van Blavon nadat hij door zijn vader met zijn broer Robert op een plundertocht in Normandië was gezonden, begraven in de Notre-Dame van Bellême. 

Robert I 

Willem II.

Ivo II van Bellême 

Willem had ook nog een buitenechtelijke zoon:

Siegfried, heer van Escurès, Bouillon, La Chapelle-près-Sées en Congé-sur-Orne.






FULBERT DE FALAISE (Koos' Edelstamoudgrootvader) werd geboren rond 978 (geschat), in Falaise, Calvados, France. Fulbert werd Kamerheer van hertog Robert II van Normandië. Hij is gestorven in 1017 in Falaise, Normandie, F. 

Hij stond ook bekend als Fulbert Salburphyr, de leerlooier van Falaix. Leerlooien is een werkwijze om van de huid van dieren leer te maken voor kleding, schoeisel, e.d. Hij zal ook kleermaker en begrafenisondernemer zijn geweest.Hij was getrouwd met Doda. Geboren rond 980.Maar wie was deze Fulbert verder dan? Er wordt beweerd dat zijn vrouw Doda lid was van een beroemde Schotse clan Beaton. Echter dat heeft geen enkele historische grond.Wat zeker is, dat hij de vader was van Herleva, die minnares werd van de Normandische Hertog Robert de Duivel. En daardoor grootvader werd van Willem de Veroveraar. Na de geboorte van Willem werd Fulbert naar verluidt kamerheer van de Hertog.

Kinderen van Fulbert en Oda: 

Reinoud ± 1000 –….

Herleva ± 1005 – ± 1050 

Gauthier ± 1010 – ….

Fulbert is een mortuariumvoorbereider, mogelijk balsemer , die waarschijnlijk in de buurt van of in de stad Falaise (tegenwoordig in Calvados ) woonde. Er wordt al lang gezegd dat Fulbert een leerlooier was, maar dit is gebaseerd op een fout die is geïntroduceerd in de Gesta Normannorum ducum tijdens de edities die in 1602 door William Camden en in 1619 door André Duchesne werden gepubliceerd .

Tijdens het verhaal van het beleg van Alençon (1051-1052) werd Willem de Veroveraar bespot door zijn vijanden die beweerden dat de leden van zijn moederfamilie pollinctores waren , dat wil zeggen mortuariumvoorbereiders of zelfs balsemers . Camdem en Duchesne veranderen deze Latijnse term in pelliciari , dat wil zeggen leerlooier . Hoewel ze zich bewust waren van dit verschil met het origineel, zagen de historici David C. Douglas en Alain de Boüard het liever als een leerlooier . In hun werken uit de tweede helft van de 11e eeuw vermelden Wace en Benoît de Sainte-Maure ook het beroep van Fulbert. Wace gebruikt de term parmentier , wat vertaald kan worden met skinner, leerlooier, kwartiermeester en zelfs kledingkleermaker. De dichter Benoît de Sainte-Maure gebruikt de term peletier die hij omschrijft als kleermaker . 

Volgens de kroniekschrijver Ordéric Vital verkreeg Fulbert dankzij de relatie van zijn dochter met hertog Robert het ambt van kamerheer aan het hertogelijk hof . De Britse historicus Elisabeth van Houts wijst erop dat een van de taken van de kamerheer juist het beheer van begrafenissen is . Voor haar is het waarschijnlijk dat Fulbert deze functie heeft verkregen na de geboorte van zijn kleinzoon Willem (1027-1028) . Alle informatie over Fulbert en zijn familie komt echter van Orderéric Vital, die meer dan 80 jaar later schreef .





KONING VAN DENEMARKEN EN ENGELAND SVEN GAFFELBAARD (Koos' Edelstamoudgrootvader) werd geboren in 965 als kind van Harald van Denemarken I, zoals getoond binnen stamboom 1198. Hij is gestorven in 1014,
ongeveer 49 jaar oud.

Svend Tveskæg (Deens) of Sveinn Haraldsson tjúguskegg (Oudnoors) of Sweyn Forkbeard (Engels) (17 april 963 – Gainsborough, 3 februari 1014) was koning van Denemarken van 986 tot 1014, van Noorwegen van 999/1000 tot 1014 en van Engeland gedurende vijf weken in 1014. Hij wordt genoemd als de stichter van de stad Kopenhagen, samen met zijn zoon Knoet de Grote. In het Nederlands wordt hij Sven Gaffelbaard ("vorkbaard") genoemd.

Sven was de zoon van koning Harald I van Denemarken. In 986 kwam hij in opstand tegen zijn vader, vermoedelijk omdat die hem geen belangrijke rol in het bestuur wilde geven. Hij werd verslagen door zijn vader, maar die stierf kort daarna aan zijn verwondingen en daarna werd Sven toch tot koning gekozen.

Omstreeks 991 werd Denemarken bezet door een leger uit Zweden onder Erik VI van Zweden, maar na een jaar trok dat zich terug; mogelijk heeft Sven een afkoopsom betaald. Bij de bekering van zijn vader tot het christendom was ook Sven gedoopt en had hij de naam Otto gekregen. In de eerste jaren van zijn bewind zette hij zich echter af tegen het christendom en daarom wordt hij vooral door kroniekschrijver Adam van Bremen negatief afgeschilderd. Later zag Sven de politieke voordelen van de keuze voor het christendom en heeft hij een aantal kerken gebouwd. Sven haalde vooral Deense geestelijken uit Engeland om de Duitse invloed zoveel mogelijk te beperken (ongetwijfeld tot ongenoegen van Adam van Bremen). Hij gebruikte nooit zijn doopnaam.

In 994 ondernam Sven, samen met Olaf I van Noorwegen, een expeditie naar Engeland. Ze vielen Londen aan en plunderden het zuidoosten van Engeland. In 995 kregen ze een Danegeld van 16.000 zilveren ponden en keerden ze terug. Olaf werd koning in Noorwegen. In de zeeslag bij Svolder (9 september 999) vocht Sven, samen met de Zweden en Noorse vluchtelingen, tegen Olaf, die verslagen werd en stierf. Sven benoemde nieuwe koningen die Noorwegen in zijn naam bestuurden.

In deze tijd leefden in Engeland grote groepen Denen die daar een machtige positie hadden. Koning Ethelred II van Engeland gaf in 1002 opdracht tot de slachtpartij op Sint-Brixius-dag. Hierbij werden zoveel mogelijk Denen vermoord, onder wie Svens zuster Gunhilde. Voor Sven was dit aanleiding voor een reeks uitgebreide plundertochten (1003–1005, 1006–1007, 1009–1012), die telkens met een Danegeld werden afgekocht. In 1013 deed Sven een serieuze poging om het land te veroveren. Hij landde aan de oostkust en trok naar Gainsborough. Daar werd hij door alle noordelijke edelen als koning erkend, en kreeg hij gijzelaars als borg voor de trouw van zijn onderdanen. Hij liet zijn zoon Knoet de Grote achter met een bezettingsleger en trok zelf naar het zuiden. Via Oxford en Winchester trok Sven naar Londen. Overal werd hij als koning erkend en kreeg hij gijzelaars, alleen Londen hield de poorten gesloten. Daarop besloot Sven eerst het westen te onderwerpen, wat zonder strijd lukte, en toen hij terugkeerde naar Londen gaf ook die stad zich over. Koning Ethelred was met zijn gezin naar Normandië gevlucht en Sven werd op het Kerstfeest tot koning van Engeland uitgeroepen. Sven vestigde zich in Gainsborough, maar overleed daar na een maand. Zijn lichaam werd naar Denemarken gebracht en hij werd begraven in Roskilde (stad).

Sven werd in het thuisland opgevolgd door zijn oudste zoon Harald II van Denemarken, maar de Deense vloot in Engeland koos Knoet als koning. Engelse edelen hadden echter Ethelred terug laten komen en na een snelle opstand werd Ethelred weer koning van Engeland. Knoet zou Engeland in 1016 heroveren en na de dood van Harald werd hij ook koning van Denemarken, met gezag over Noorwegen en Pommeren.

Sven trouwde met de weduwe van Erik VI van Zweden. Vóór die tijd zal hij ook al een of meer vrouwen hebben gehad maar dat zijn dan geen kerkelijke huwelijken geweest. De identiteit van de weduwe van Erik is niet eenduidig te herleiden uit de middeleeuwse bronnen: óf ze was Sigrid Storråda ("de hoogmoedige", dochter van de Vikinghoofdman Skoglar Toste uit Västergötland), óf ze was Świętosława van Polen (ook bekend als Gunhild, en de dochter van grootvorst Mieszko I van Polen). De IJslandse sagen en de Deense Saxo Grammaticus noemen Sigrid Storråda. Adam van Bremen noemt echter een onbekende Slavische prinses, die in een later deel van zijn boekwerken Gunhild wordt genoemd. Het is ook mogelijk dat Świętosława en Sigrid dezelfde persoon waren.

Sven en Świętosława/Sigrid kregen de volgende kinderen:

Knoet de Grote;

Harald II van Denemarken;

Estrid

Margaret, was verloofd met Richard II van Normandië maar trouwde uiteindelijk met Ulf Thurgilsson, een jarl in Engeland en later regent van Denemarken, tot hij in 1026 werd vermoord. Estrid en Ulf zijn begraven in Roskilde.
Swietoslawa, werd vermeld als pelgrim in de kathedraal van Winchester, tijdens de regering van haar broer Knoet.
Sven had ten minste een dochter bij ene bijvrouw: Gyda, getrouwd met Erik Haakonsson.



SIGRID VAN POLEN (Koos' Edelstamoudgrootmoeder) werd geboren in 970 als kind van Mieszko van Polen I en Dubravka van Bohemen, zoals getoond in stamboom 1297. Sigrid werd „Gunhild, de hooghartige” genoemd. Zij is gestorven in 1014, ongeveer 44 jaar oud.

Sigrid huwde 2 maal. Zij huwde met Erik van Zweden VI (haar indirecte relatie) en Sven Gaffelbaard. Sigrid Storråda, beter bekend onder de Poolse naam Świętosława, soms vermeld onder de Germaanse naam Gunhild, (Poznań, 970 - 1014) was een dochter van Mieszko I van Polen en van Dubravka en een zuster van Bolesław I van Polen. Volgens sommige bronnen was haar vader de vikingleider Skogul Toste. Haar Slavische naam Świętosława werd vastgesteld op basis van een vermelding van haar dochter (Santslaue soror CNVTI regis nostri) op een document dat werd teruggevonden in een Engelse abdij, in de veronderstelling dat de dochter de naam van de moeder droeg. Tussen 980 en 988 trouwde zij om politieke redenen met Erik VI van Zweden (Erik VI de Zegenrijke), omdat Mieszko een bongenootschap wilde aangaan tegen de Denen. In 998, 3 jaar na de dood van Erik VI, zou zij gehuwd zijn met Sven I van Denemarken ( 960-1014), koning van Denemarken (985-1014). Een Deense bron spreekt van Første ægteskab: Gunhild af Venden, datter af polsk hertug, dat wil zeggen « Eerste huwelijk [van Sven] : Gunhild van Venden, dochter van de hertog van Polen ». Venden was toen de term die gebruikt werd voor de Poolse stammen. Gunhild is een andere naam voor Swietoslawa. De hertog van Polen is Mieszko I. Dit huwelijk is van groot historisch belang, omdat Swietoslawa de dochter en de zuster is van Poolse vorsten, de vrouw en moeder van vorsten die regeren over Zweden, Noorwegen, Denemarken en Engeland. In Scandinavië is zij gekend onder de naam Sigrid (Sigrid Storrada, Sigrid Storråda, Sigrid de Hoogmoedige, Sigrid de Trotse). Sigrid de Hooghartige Świętosława wordt vaak vereenzelvigd met (de legendarische?) Sigrid de Hooghartige. Sigrid zou haar bijnaam hebben gekregen toen zij een aanzoek kreeg van Harald II van Vestfold. Die had zich laten scheiden van zijn vrouw om met haar te kunnen trouwen maar zij vond hem ongeschikt als echtgenoot omdat hij maar een onderkoning was en zich er bovendien toe verlaagde om relaties met zijn slavinnen te hebben. Om andere onwaardige huwelijkskandidaten af te schrikken, liet ze Harald in een huis opsluiten en dat in brand steken, waarbij Harald om het leven kwam. Na haar scheiding van Erik kreeg ze Västra Götalands län. Voordat ze hertrouwde met Sven had ze een aanzoek van de Noorse koning Olaf I van Noorwegen afgeslagen omdat die als voorwaarde had gesteld dat zij zich tot het christendom zou bekeren. In reactie op de afwijzing had Olaf haar met een handschoen in het gezicht geslagen en haar beledigd. Daarna zou Sigrid Olaf blijven haten en zij speelde een belangrijke rol bij de totstandkoming van het Zweeds-Deense bondgenootschap dat, geholpen door het verraad van de Jomsvikingen, Olaf in het jaar 1000 wist te verslaan in de slag van Swold. Olaf pleegde daar zelfmoord door met volle wapenrusting in zee te springen. Huwelijken met Erik VI van Zweden, Olaf Eriksson Skötkonung, koning van Zweden, met Sven I TveskäggKnoet de Grote ( 994-1035), koning van Engeland van 1016 tot 1035 als Knoet I, van Denemarken van 1018 tot 1035 en van Noorwegen van 1028 tot 1035. Harald II Svensson, koning van Denemarken Estrid Margaret, was verloofd met Richard II van Normandië maar trouwde uiteindelijk met Ulf Thrugilsson, een jarl in Engeland en later

regent van Denemarken, tot hij in 1026 werd vermoord. Estrid en Ulf zijn begraven in Roskilde.Swietoslawa .

Sven Gaffelbaard huwde Sigrid van Polen. Zij kregen een zoon:

Knut van Denemarken in 994






KONING VAN ENGELAND EDMUND VAN WESSEX II (Koos' Edelstamoudgrootvader) werd geboren in 988, in Wessex (Gb), als kind van Ethelred van Engeland en Ælfgifu Ælfgiva of York, zoals getoond in stamboom 1299. Hij is gestorven op 30 november 1016, ongeveer 28 jaar oud. Hij werd begraven in Glastonbury (Gb).

Edmund (of Edmond) II Ironside van Engeland (Wessex, circa 990 – Londen, 30 november 1016) was de zoon van koning Ethelred II. Na de dood van zijn oudere broer Aethelstan in 1014, kwam Edmund in conflict met zijn vader. Ethelred liet in 1015 twee van Edmunds bondgenoten vermoorden. Een van de slachtoffers was Sigeferth en Ethelred liet zijn weduwe in een abdij opsluiten. Edmund bevrijdde de weduwe en trouwde met haar. Samen met Uhtred van Northumbria bereidde Edmund een opstand voor maar de inval van Knoet de Grote in 1016 gooide alle plannen in de war. Uhtred onderwierp zich aan Knoet en Edmund verzoende zich met zijn vader. In 1016 overleed de zieke Ethelred en werd Edmund in Londen tot koning gekozen. Edmund wist Knoets troepen van Londen te verdrijven maar werd op 18 oktober vernietigend verslagen in de slag bij Ashingdon. Edmund sloot een overeenkomst met Knoet dat Edmund Wessex zou besturen en Knoet de rest van het land, waarbij de Theems de grens vormde. Het verdrag bepaalde dat als een van beiden zou sterven, de ander geheel Engeland zou erven. Edmund stierf nog in 1016 en werd begraven in de abdij van Glastonbury. Knoet de Grote volgde hem zoals afgesproken op. Edmund trouwde in 1015 met Ealdgyth Morcarsdotter. Zij kregen twee zoons: 

Edmund en Edward (Ætheling). De kinderen werden in 1016 door Knoet naar Zweden gezonden om daar te worden gedood. Koning Olof II van Zweden stuurde ze echter naar Kiev, met Andreas I van Hongarije zouden ze in 1046 naar Hongarije zijn getrokken. Edmund zou daar zijn overleden.





KONING STEPHANUS VAN HONGARIJE I (Koos' Edelstamoudgrootvader) werd geboren rond 975 als kind van Geza van Hongarije, zoals getoond binnen stamboom 1044. Hij is gestorven op 15 augustus 1038, ongeveer 63 jaar oud.

Stefanus I de Heilige (Hongaars: Szent István) (geboren ca. 975, – overleden 15 augustus 1038) werd in 1000 de eerste koning van Hongarije. Hij wordt sinds 1083 als heilige vereerd. Stefanus’ vader Géza was het stamhoofd van de Magyaren. Zijn moeder heette Sarolta. Hij werd als heiden geboren onder de naam Vajk (held). In 985 lieten hij en zijn vader zich dopen door de heilige Adalbert van Praag. Zijn doopnaam werd Stefanus, naar de vroeg-christelijke heilige Stefanus. Stefanus I liet zich als christen bijstaan door de heiligen Astricus en Gerard Sagredo (die ook les gaf aan zijn kinderen). Stefanus trouwde in 995 met Gisela van Beieren, de dochter van hertog Hendrik II van Beieren. Ze kregen vele kinderen van wie Emmerik, Otto, Bernard, Agatha en Hedwig de bekendsten zijn. Na het verslaan van de heidense edelen, onder wie zijn oom Koppány, wist Stefanus in 997 alle Magyaarse clans onder zijn leiding te verenigen. Volgens de legende zond paus Silvester II hem in januari 1001 een prachtige met juwelen bezette gouden kroon, een apostolisch kruis en een zegenbrief om aan te geven dat hij hem erkende als christelijk koning. Tot in de 20e eeuw voerden de heersers van Hongarije hierom de titel apostolisch koning. Stefanus trouwde in 995 met Gisela van Beieren, de dochter van hertog Hendrik II van Beieren.

Kinderen o.a.:

Emmerik

Otto

Bernard

Agatha


Reacties

Populaire posts van deze blog

Generatie van 8 maal oud-oud-grootouders met Jan Gerritsz van der Gracht en Claes de Canteleu, Guilielmus Gerardus van Arnhem, Koning jacobus van Engeland I, Willem V van Oranje

Generatie van 15 en 16 maal oud-oud-grootouders met Mathieu de Canteleu en zijn zoon Anseau die sneuvelde bij de slag van Azincourt en achter neven, hoofdrolspelers tijdens de honderd jarige oorlog en bij het ontstaan van de Nederlanden.

Generatie van 7 maal oud-oud-grootouders, Gerrit Jansz van der Gracht en Susanne de Canteleu, Godefridus van Arnhem, Koning Karel I van Engeland en koning Willem der nederlanden