Generatie van 29 maal oud-oud-grootouders, Karel van Neder Lotharingen, Theobald van Blois I, Willem (langzwaard) van Normandië, Godfried van Anjou I, Arnulf van Vlaanderen, Hugo de grote Capet, Willem van Aquitanië III, Berengarius van Ivrea, Fulco van Anjou I en II
In dit blog, zoals in voorgaande posts, een aantal voorouders die oorlog met elkaar hebben gevoerd om de macht.
GRAAF EN HERTOG KAREL VAN NEDER-LOTHARINGEN (Koos' Edelstamoudovergrootvader) werd geboren in 953, in Laon, als kind van Lodewijk van Frankrijk IV en Gerberga Van de Maasgouw, zoals getoond in stamboom 1274. Hij is gestorven op 22 juni 992, ongeveer 38 jaar oud, in Orleans, Frankrijk.
Karel van Neder-Lotharingen (953 - Orléans, 22 juni 992) was de jongste zoon van koning Lodewijk IV van Frankrijk en van Gerberga van Saksen en werd uitgesloten van de troonopvolging om partijstrijd te voorkomen. Zijn leven stond in het teken van pogingen om toch koning van Frankrijk te worden. Karel werd als jonge man benoemd tot graaf van Laon. In 975 probeerde hij om een eigen koninkrijk te vormen in de gebieden rond Laon en in Lotharingen. Hij steunde daarom de pogingen van Reinier III van Henegouwen en Lambert I van Leuven om hun familiegoederen terug te winnen. Kort na het huwelijk van zijn broer Lotharius van Frankrijk met Emma van Italië beschuldigde hij zijn schoonzuster van overspel met de bisschop van Laon, maar een synode verklaarde Emma onschuldig. Uit vrees dat Karel de troon zou bemachtigen wanneer haar zoon Lodewijk als bastaard bestempeld zou worden, bewerkstelligde Emma dat Lodewijk al tijdens het leven van zijn vader geassocieerd medekoning werd. Karel werd in 977 verbannen en zocht zijn toevlucht bij zijn neef, keizer Otto II. Die benoemde Karel in mei 977 tot hertog van Neder-Lotharingen en beloofde hem ook te steunen om koning van Frankrijk te worden. Lotharius viel in reactie daarop Aken aan maar werd teruggedreven. In 979 vielen Karel en Otto Frankrijk binnen. Karel riep zichzelf in Laon uit tot koning maar kreeg nauwelijks steun van de adel. Daarna belegerden Otto en Karel Parijs maar werden teruggedreven door Hugo Capet. Na de dood van Lodewijk V werd Hugo Capet tot koning gekozen maar Karel riep zichzelf uit tot koning en veroverde Laon. In 989 kreeg hij ook de stad Reims in handen toen de bisschop van Reims, Karels neef Arnulf, naar hem overliep. In 991 werden Karel en zijn gezin gevangengenomen door verraad van de bisschop van Laon. Ze werden opgesloten in Orléans en Karel stierf daar een jaar later. In 1001 werd hij herbegraven in de Sint-Servaasbasiliek te Maastricht. Karel was getrouwd met Adelheid van Troyes, dochter van Robert I van Meaux en Adelheid (ca. 928 - na augustus 987, dochter van Giselbert van Chalon en Ermengarde van Bourgondië). Karel en Adelheid kregen de volgende kinderen:
Otto II van Neder-Lotharingen
Ermengarde van Lotharingen
Gerberga van Neder-Lotharingen
Adelheid (ovl. na 1012)
Lodewijk (geb. na 990), door Hugo Capet eerst toevertrouwd aan de bisschop van Laon maar in 993 toch opgesloten in Orléans.
Karel (geb. na 990), zou uit gevangenschap zijn ontsnapt en toevlucht hebben gevonden bij zijn broer Otto maar er is verder niets over hem bekend Volgens sommige bronnen zou Karel ook een huwelijk hebben gesloten met een dochter van een ministeriaal van Hugo Capet, wat hem zoveel status kostte dat hij in 979 geen steun van de adel kreeg. Hiertegen pleit dat Karel zich de gevolgen van zo'n huwelijk vooraf zou hebben gerealiseerd en dat een dergelijk huwelijk daarom gewoon ondenkbaar was, als we bedenken dat Karel zijn leven lang heeft geprobeerd om koning te worden.
Karel kwam uit het koningsgeslacht van zowel West- als ook Oost-Francië. Verder waren zowel Karel de Kale als ook Gisela (van Friuli) kinderen van Lodewijk de Vrome en zijn tweede vrouw Judith van Beieren en hiermee kleinkinderen van Karel de Grote. Hiermee had Karel van Neder-Lotharingen zowel via vaders- als moederskant een bloedlijn met de toen nog steeds belangrijkste vorst uit de Europese geschiedenis. Ook Aeda van Italië, dochter van Pepijn van Italië, was een kleindochter van Karel de Grote.
Graaf THEOBALD VAN BLOIS I (Koos' Edelstamoudovergrootvader) werd geboren voor 905, in Blois, Loir-et-Cher, France, als kind van Theobald van Blois, zoals getoond binnen stamboom 1119. Theobald werd „le tricheur” genoemd. Hij is gestorven op 16 januari 977, ouder dan 72 jaar, in Blois, Loir-et-Cher, France.
Theobald I van Blois, bijgenaamd de Bedrieger. Geboren voor 905 – overleden 16 januari 975/978. Zoon van Theobald de Oude en van Richildis van Bourges.Hij was een West-Frankisch edelman. Hij wordt beschouwd als de grondlegger voor de macht van het huis Blois-Champagne dat gedurende enkele eeuwen een prominente rol zou spelen in de geschiedenis van Frankrijk en van Engeland, en tijdens de eerste kruistochten. In 935 versloeg Theobald voor zijn vader Theobald de Oude de Vikingen van de Loire. In 940 volgde hij zijn vader op als burggraaf van Tours en steunde zijn leenheer Hugo de Grote tegen Lodewijk IV van Frankrijk. Theobald sloot in 943 een zeer gunstig huwelijk met Liutgard van Vermandois, dochter van Herbert II van Vermandois, de weduwe van Willem I van Normandië. Bij het huwelijk bracht zij het graafschap Provins in. Toen Hugo kort daarna de erfenis van Herbert verdeelde kreeg Theobald door zijn vrouw een ruim aandeel: hij werd ook nog graaf van Blois, Troyes, Beauvais, heer van Montagu, Montagne, Vierzon en Sancerre. Hij noemde zichzelf nu ook graaf van Tours. Theobald nam in 945 Lodewijk gevangen voor Hugo en kreeg van Hugo het commando over de stad Laon. In 948 werd hij voor deze daden tegen de koning geëxcommuniceerd door de synode van Laon. In de troebele tijden daarna wist Theobald zijn positie nog verder te versterken en werd graaf van Rennes en Chartres, burggraaf van Châteaudun en regent van Bretagne. In 961 kwam hij in conflict met Richard I van Normandië. Theobald viel Évreux aan terwijl de Normandiërs Châteaudun aanvielen. Het volgende jaar versloeg Richard Theobald bij Rouen, veroverde Chartres en brandde de stad tot de grond toe af. Theobald zocht nu politieke steun bij koning Lotharius van Frankrijk. In de volgende jaren heroverde Theobald Vierzon, veroverde Saint-Aignan en Anguillon in de Berry. Tevens versterkte hij Chartres en Châteaudun, en bouwde het kasteel van Saumur. In 964 werd hij geëxcommuniceerd door aartsbisschop Odelric van Reims omdat hij zich bezittingen van het aartsbisdom had toegeëigend. In 974 legde Theobald zijn functies neer. Hij trouwde met Liutgard van Vermandois (914 – 14 november 978), dochter van Herbert II van Vermandois en Adelheid van Parijs. Zij kregen de volgende kinderen:
Theobald (945-962), gesneuveld
Hildegarde de Blois ± 948 – …. getrouwd met Bouchard I de Montmorency
Hugo (-2 januari 986), aartsbisschop van Bourges 965-985
Emma (950- 27 december 1003), gehuwd met Willem IV van Aquitanië (ca. 950
-993)
Odo I (ca. 950 – 996)
Liutgard is begraven in de abdij van Saint-Père te
Chartres.
WILLEM VAN NORMANDIE I (Koos' Edelstamoudovergrootvader) werd geboren in 893, in Rouen, Seine-Maritime, Normandie, France, als kind van Robert van Normandië I en Poppa de Bayeux, zoals getoond in stamboom 1328. William werd „Longsword” genoemd. William werd Duke of Normandy. Hij is gestorven op 17 december 942, ongeveer 49 jaar oud, in Picquigny, Somme, Picardie, France. William huwde 2 maal. Hij huwde met Adela Bretagne en Luitgarde van Vermandois.
Willem I van Normandië (ca. 907 - Picquigny, 17 december 942), ook Willem Langzwaard genoemd (in het Frans Guillaume Longue-Epée, in het Oudnoors Viljâlmr Langaspjôt), was heerser over Normandië van 927 tot 942.
Willem was zoon van Vikingkoning Rollo en Poppa van Bayeux, vermoedelijk dochter van markies Berengar van Neustrië, en christen. Willem volgde zijn vader al kort voor diens overlijden in 928 op, omdat die niet meer in staat was om te regeren, als jarl van de Vikingen aan de monding van de Seine. Als graaf van Normandië (Normandië werd pas later tot een hertogdom gemaakt) huldigde hij de koning van West-Francië. Hij steunde de Vikingen van de Loire tegen Bretagne, wat er uiteindelijk toe leidde dat Bretagne onder gezag van Normandië kwam te staan. Rond 931 moest hij een opstand neerslaan van Noormannen die vonden dat Willem te veel was verfranst. In 935 sloot hij een politiek huwelijk met Liutgard van Vermandois, een dochter van Herbert II van Vermandois. Hij steunde in 936 de kroning van Lodewijk IV van Frankrijk maar koos al snel de kant van Hugo de Grote, en nam met hem deel aan de belegering van Reims en Laon. In 939 steunde Willem Herluinus van Montreuil die werd aangevallen door Arnulf I van Vlaanderen. Willem heroverde de strategisch gelegen stad Montreuil, die door Arnulf was bezet, en Herluinis huldigde Willem als zijn heer en stelde de Ponthieu onder zijn bescherming. Arnulf nodigde in december 942 Willem uit voor onderhandelingen te Picquigny. Daar aangekomen werd Willem echter door het gevolg van Arnulf vermoord, vermoedelijk door Arnulfs geadopteerde zoon (en onechte neef) Boudewijn van Cambrai.
Willem is een sleutelfiguur in de consolidatie van Normandië als feodaal vorstendom. Hij deed schenkingen aan de abdij van Mont Saint-Michel. Hij herbouwde de abdij van Jumièges omdat hij daar zijn oude dag wilde doorbrengen. Na zijn dood werd op zijn lichaam een sleutel gevonden van een kist waarin de stof voor een monnikspij bleek te zitten. Willem werd opgevolgd door zijn zoon Richard I van Normandië. Het lichaam van Willem Langzwaard ligt begraven in de kathedraal van Rouen.
Willem was volgens de more danico getrouwd met Sprota, een Bretonse, die hem zijn zoon Richard I van Normandië schonk. De "more danico" was het gewoonterecht van de Vikingen waardoor een man met meerdere vrouwen tegelijk getrouwd kon zijn, dit was dus geen kerkelijk huwelijk. Sprota hertrouwde met een rijke molenaar. Het huwelijk met Liutgard van Vermandois bleef kinderloos.
GODFRIED VAN ANJOU I (Koos' Edelstamoudovergrootvader) werd geboren rond 945 als kind van Fulco van Anjou II en Gerberga van Anjou, zoals getoond in stamboom 1253. Godfried werd „grauwhemd” genoemd. Hij is gestorven op 21 juli 987, ongeveer 42 jaar oud.
Godfried I van Anjou, bijgenaamd “grauwhemd” (grisegonelle), (938 – Marçon, 21 juli 987) was een zoon van graaf Fulco II van Anjou en Gerberga van Orléans. Godfried was graaf van Anjou van 958 tot 987. Hij zette de politiek van zijn familie door en richtte zich op overheersing van het graafschap Nantes en uitbreiding in de richting van Poitou. Godfried organiseerde de verdediging van zijn graafschap tegen Normandië, door de bouw van kastelen waar hij burggraven benoemde. Hij nam in 962 deel aan de campagne van koning Lotharius van Frankrijk en Theobald I van Blois tegen Normandië. Deze liep echter slecht af en Normandië kreeg de macht over Nantes waarna Godfried ook een verdediging tegen Nantes moest organiseren. Ook in 962 maakte Godfried een pelgrimstocht naar Rome.In 966 verwierf Godfried het recht om de abt van Saint-Aubin van Angers te benoemen. Hij veroverde in 970 de steden Loudun en Mirebeau in Poitou maar werd uiteindelijk verslagen door Willem IV van Aquitanië. In 978 begon hij vijandelijkheden met Odo I van Blois. Godfried werd door zijn tweede huwelijk in 979 graaf van Chalon-sur-Saône. In 981 bracht hij Conan I van Bretagne een zware nederlaag toe bij Conquereuil, na een conflict over de benoeming van de graaf van Nantes. Godfried was daarmee op het toppunt van zijn macht: hij was seneschalk van Frankrijk en zijn tante Adelheid trouwde in 983 met de kroonprins Lodewijk (V) de Doeniet. Na een jaar scheidde Lodewijk alweer van Adelheid, die ongeveer 20 jaar ouder dan haar man moet zijn geweest. Voor Godfried was dit aanleiding om een van de felste tegenstanders van de koning te worden. In 984 nam hij de graaf van Nantes gevangen omdat hij Lotharius als zijn leenheer had gehuldigd. Godfried bouwde vervolgens enkele kastelen in het graafschap Nantes en liet de graaf pas na een jaar weer vrij. In 985 verbond Godfried zich met Hugo Capet, tegen de koning. Zij belegerden in 987 het kasteel van Marçon, een leengoed van Blois, waarbij Godfried echter de dood vond. Tijdens zijn bewind verzamelde Godfried bezittingen in het hele westen van Frankrijk, van Vermandois tot Auvergne. Hij steunde de invoering van de benedictijner leefregels in kloosters. Godfried is begraven in de Saint-Martin te Châteauneuf. Godfried was in zijn eerste huwelijk gehuwd met Adelheid van Meaux (934 – 974), dochter van Robert I van Meaux en Adelheid (ca. 928 – na augustus 987), zelf dochter van Giselbert van Chalon en Ermengarde. Zij kregen de volgende kinderen:
Ermengarde van Anjou (932-992), gehuwd met hertog Conan I van Bretagne
Fulco III van Anjou (ca. 965/970 1040).
Godfried (ovl. na 974)
Gerberga (982-), die huwde met Willem, (978-), een zoon van Arnold I van Angoulême. In zijn tweede huwelijk (979) trouwde Godfried met Adelheid van Chalon, weduwe van Lambert I van Chalon. Zij kregen een zoon:Maurice, gehuwd met een dochter van Amalrik van Saintes. Vader van Godfried en Otger.Er is onduidelijkheid over beide echtgenotes van Godfried. Sommige bronnen stellen dat ze dezelfde persoon waren, of zusters.
ARNULF VAN VLAANDEREN I (Koos' Edelstamoudovergrootvader) werd geboren in 888, in Gent, als kind van Boudewijn van Vlaanderen II en Aelftryth van Wessex, zoals getoond in stamboom 1330. Arnulf werd „De Grote De Oude Graaf” genoemd. Hij is gestorven op 27 maart 965, ongeveer 76 jaar oud, in Gent, België.
Het graafschap Vlaanderen werd in de Middeleeuwen verdeeld in kasselrijen, met een burcht als centrum, waarvan de belangrijkste die van Gent en Brugge waren. De beheerder van de burcht werd burggraaf of kastelein genoemd . Te Gent was de burcht de Gravensteen, waarvan een houten voorganger al gebouwd zou zijn onder Arnulf I de Grote (918-965), maar dan eerder aan het eind dan aan het begin van zijn grafelijke waardigheid. In een poging om opvolging door zijn minderjarige kleinzoon Arnulf II (965-988) te verzekeren is Arnulf I de Grote gedwongen zijn gebieden onder de bescherming van de Franse Kroon te stellen, waaraan hij zich juist probeerde te ontworstelen. De Franse koning heeft daardoor de gelegenheid de opvolger de veroverde Franse gebieden te onthouden en het graafschap dreigt uiteen te vallen. De burggraven van Gent (en Brugge) versterken hun positie ten opzichte van de landvorst, maar ten koste van de Franse invloed die groeit. Vandaar dat Dirk II van Gent, Arnulf van Gent en Dirk III van Gent zich in Gentse documenten ‘graaf’ konden laten noemen in plaats van ondergeschikt ‘burggraaf’. Dat ze alhier als ‘burggraven’ worden aangeduid volgt meer uit het historisch perspectief dan uit de feitelijke situatie van dat ogenblik en kan met reden worden betwist ; ze zagen zichzelf zeker als volwaardige graven, de graaf van Vlaanderen zag ze daarentegen liever als kasteleins. Dirk II van Holland, gehuwd met Hildegard, dochter van Arnulf I de Grote van Vlaanderen, weet zich enige tijd op te werpen als min of meer onafhankelijk graaf van Gent, en wordt als zodanig voor zeer korte tijd opgevolgd door zijn zoon Arnulf van Gent en vervolgens door zijn kleinzoon Dirk III. Van Holland is dan nog geen sprake. Als Boudewijn IV van Vlaanderen (988-1035) aan de macht komt sterft Dirk II– enigszins gerieflijk – weinig later. De graven van Vlaanderen herstellen geleidelijk de orde en de zelfstandige rol van de (burg)graven wordt ingeperkt. Dat gebeurt onder andere door een andere administrateur van Gent aan te stellen, die later als castellanus wordt aangeduid, een administratieve en geen adellijke titel, maar wel een aanstelling die de positie van de Gentse (burg)graven ondermijnt. Dirk III wordt in de Vita S. Wolbodonis nog uitdrukkelijk vermeld als “Gandavensis comes Theodericus” (wat alleen vertaald kan worden als Theodericus, graaf van Gent) maar voor hem wordt geleidelijk naar andere bezigheden omgezien. In 1010 is Lambert I (1010-1032) burggraaf, zelf opvolger van Walbert, die als voogd (i.e. burggraaf) tot 994 wordt vermeld (Arnulf van Gent was in 993 overleden), en gelijktijdig optrad met de graaf van Gent. Bron: IJpelaan – Burggraven van Gent – De burggraaf van Gent, of kastelein, was een hoge ambtenaar die, als vertegenwoordiger van de graaf van Vlaanderen, in diens naam onderhandelde. Hij of zij zetelde op een burcht of ander soort vesting, waarvan de naam werd afgeleid. De functie van burggraaf verwerd langzamerhand tot een erfelijke functie, waarna de titel haar betekenis verloor en een dode letter werd. Zij droegen in de keures en charters vele diverse namen: Castellanus, pretorurbanus, prefectue urbis, vicecomes,burggravius, borghgrave, chastellain, vicomte, e.d. Onder de kasteleins bestonden er vele rangen. Deze van Gent waren van eerste rang en hoge adel. Zij waren militaire bevelhebbers van het Castrum. De burggraaf van Gent voerde ook het bevel over een groot deel van het grafelijke leger. Hij was voorzitter van het schepengerecht van de kasselrij van de Oudburg en oefende aldus de justitie uit. In de eerste helft van de 12de eeuw doet de baljuw zijn intrede en vervangt de kastelein enkel in de steden. In het begin van de 14e eeuw is het burggraafschap enkel nog een titel en willen de burggraven van Gent zich van Vlaanderen meester maken om hun voorrechten terug te krijgen. In 1214 en 1302, respectievelijk in de Slag bij Bouvines en de Guldensporenslag, streden de kasteleins in de rangen van de Franse koning tegen de graaf en de gemeenten. In de loop van de 14de eeuw wint de graaf het pleit en kwam hij terug in het bezit van de kasselrijen onder het feitelijk bestuur van een baljuw, die optrad in naam, en als plaatsvervanger, van de graaf. Volgens de Kronieken van de St.Baafsabdij bestond reeds in 940 een ‘castrum’, een kasteel op een eiland in de Leie, een zijstroom van de Schelde bij Gent. Het is daar waarschijnlijk gesticht om de aanvallen van de Noormannen te keren. Dit kasteel beheerste nagenoeg de gehele ‘pagus Gandensis’, het gebied van Gent en wijde omgeving. Tot dat gebied behoorden het Land van Waas en de streken van Aalst en Dendermonde. Ook de Vier Ambachten met hun hoofdplaatsen Assenede, Boechoute, Axel en Hulst. Deze vruchtbare kleistreken, aangewassen tegen het Land van Waas, maakten deel uit van de ‘pagus Gandensis’. De Gentse kasteelheer, kastelein of burggraaf, zoals hij in de vroegste documenten reeds genoemd wordt, had aanvankelijk veel gezag. Hij werd daarom ook wel als ‘vicecomes’ (ondergraaf) omschreven. Onder zijn bevel stond de hele krijgsmacht van het Gentse gebied. Hij was ook ‘opperbaljuw’, de opperste eiser in strafzaken. De tolheffing op openbare wegen en bevaarbare wateren was hem toevertrouwd. Hij legde belastingen in allerlei vorm op. Op zijn order werden door de ingezetenen ‘herendiensten’ verricht, gedwongen arbeid, vaak aan wallen en torens van burchten en versterkingen. Ondermeer door de bouw van het Gravensteen te Gent ca. 1180, trachtte de toenmalige graaf van Vlaanderen, Philips van de Elzas, de macht van de Gentse burggraaf te overvleugelen. De Gentse stadswijk, omgeven door de grachten die eens het oude verdwenen kasteel omringden, heet na 1180 ‘Oudenburg’.
GRAAF HUGO CAPET (Koos' Edelstamoudovergrootvader) werd geboren in 897, in Fontaines en Sologne, als kind van Robert van Bourgondië I en Beatrix van vermandois, zoals getoond in stamboom 1332. Hugo werd „de Grote” genoemd. Hij is gestorven op 16 juni 956, ongeveer 58 jaar oud, in Dourdan at Étampes, Seine et Oise, Île-de-France, France.
Hugo huwde drie maal. Hij huwde met Eadhild van Wessex (zijn achter-achter-achternicht, 1 gen. verwijderd,),
Hedwig van Saksen en Judith van maine11255 (zijn achter-achternicht, 2 gen. verwijderd,).
Hugo de Grote (Fontaines-en-Sologne, 897 – Dourdan, 16 juni 956) was in zijn tijd de machtigste edelman in Frankrijk. Hij weigerde tot driemaal toe om koning te worden maar gaf er de voorkeur aan om zwakkere koningen op de troon te plaatsen en direct zijn eigen belangen te kunnen behartigen. Hugo was de zoon van Robert I van Frankrijk en Beatrix van Vermandois. Na het overlijden van zijn vader in de Slag bij Soissons in 923, werd hem de kroon aangeboden. Hij weigerde echter, en zijn zwager Rudolf I van Frankrijk werd toen tot koning gekozen. Hugo was toen markgraaf van Bretagne, graaf van Parijs, Troyes, Orléans, en lekenabt van Saint-Denis, Saint-Germain-des-Prés, Marmoutier, Saint-Martin te Tours, Carmery, Villeloin. In de volgende jaren werd hij hertog van Neustrië en verwierf hij ook nog de graafschappen Autun, Auxerre, Nevers, Sens, Chalon en Mâcon. Na het kinderloos overlijden van Rudolf in 936 weigerde Hugo opnieuw de kroon maar vroeg Lodewijk IV van Frankrijk, die als kind door zijn moeder in Engeland in veiligheid was gebracht, om koning te worden. Hugo bedong voor zichzelf natuurlijk een positie van uitzonderlijke macht en invloed, onder de nieuwe koning. In 938 werd hij benoemd tot mede-hertog van Bourgondië. Daarna kwam Hugo in conflict met Lodewijk, die probeerde een zelfstandige positie als koning te verwerven. Hugo sloot in 940 met Herbert II van Vermandois en met Willem I van Normandië een bondgenootschap tegen Lodewijk IV. Ze belegerden Reims en versloegen de koning toen die probeerde de stad te ontzetten. In plaats van Lodewijk erkenden ze Otto I de Grote als koning. Uiteindelijk werd er in 942 te Wezet een vrede bemiddeld door Otto en zijn zuster Gerberga van Saksen, die met Lodewijk was getrouwd. Toen de Normandiërs Lodewijk in 945 gevangennamen, droegen ze hem over aan Hugo. En die liet Lodewijk pas in 946 vrij toen die de stad Laon aan hem had afgestaan. In dat jaar gebruikte Hugo de dood van Herbert II van Vermandois om diens erfenis te versnipperen over diens kinderen, zodat geen van hen nog zo machtig zou kunnen worden als hun vader. De Universele Synode van Ingelheim dreigde Hugo in 948 met excommunicatie als hij Lodewijk niet zou compenseren. De excommunicatie is ook een korte tijd daadwerkelijk uitgesproken maar Lodewijk kreeg Laon terug en geleidelijk verzoenden Hugo en Lodewijk zich met elkaar. Na het overlijden van Lodewijk in 954 weigerde Hugo opnieuw de kroon maar steunde het regentschap van Gerberga. In ruil daarvoor werd Hugo tot hertog van Bourgondië en Aquitanië benoemd. Een expeditie naar Aquitanië om zijn gezag als hertog te vestigen mislukte (beleg van Poitiers (955)), maar Bourgondië erkende hem wel als hertog. Hij werd begraven in de Kathedraal van Saint-Denis. Hugo was in zijn eerste huwelijk getrouwd met Judith, dochter van Rogier van Maine. In zijn tweede huwelijk was hij getrouwd met Eadhild, een zuster van koning Athelstan van Engeland. Als derde vrouw trouwde hij 14 september 937 Hedwig van Saksen, dochter van de Duitse koning Hendrik de Vogelaar en zuster van Otto I van Duitsland. Zij kregen de volgende kinderen: Beatrix, geboren rond 938, huwde met Frederik I van Lotharingen
Hugo, geboren rond 940, die later onder de naam Hugo Capet Koning van Frankrijk zal worden.
Emma (ovl. na 968), getrouwd met Richard I van Normandië
Otto, geboren in 945, wordt hertog van Bourgondië en graaf van Auxerre.
Odo, geboren in 948, noemt zich ook wel Hendrik
Bij een minnares kreeg hij nog een zoon Herbert, die werd benoemd tot bisschop van Auxerre.
GRAAF WILLEM VAN AQUITANIË III (Koos' Edelstamoudovergrootvader) werd geboren in 910, in Poitou-Charentes, Poitiers, Vienne, Nouvelle-Aquitaine, France, als kind van Ebalus van Aquitanië en Aremburgis, zoals getoond in stamboom 1334. Willem werd „de vrome” genoemd. Willem werd Comte de Poitou (934-962), Comte d'Auvergne et de Limoges (955-962), Duc d'Aquitaine (962). Hij is gestorven op 3 april 963, ongeveer 52 jaar oud, in Saint-Maixent-L'école, Deux-Sèvres, Nouvelle-Aquitaine, France. Hij werd begraven rond april 963 in Saint Maixent, Sarthe, Pays de la Loire, France.
Willem III van Aquitanië (ca. 910 – Saint-Maixent-l'École, 3 april 963), bijg. Vlashoofd (Latijn: Caput stupae; omdat hij lichtblond haar had) of de Vrome, was een zoon van Ebalus van Aquitanië en diens eerste echtgenote Aremburgis. Hij werd graaf van Poitiers, als Willem I, in opvolging van zijn vader, en vanaf 935, hertog van Aquitanië, als Willem III. In 935 volgde hij zijn vader op als graaf van Poitiers en eiste ook de titel van hertog van Aquitanië op. Die titel bleef echter in handen van de graaf van Toulouse. In 936 moest hij onder druk van Lodewijk IV van Frankrijk zelfs ook zijn bezittingen in Poitiers opgeven, ten gunste van Hugo de Grote. In jaren daarna vocht Willem voor Lodewijk tegen Hugo, onder andere in de verloren slag bij Laon. Toen in 942 een vrede werd bemiddeld tussen Lodewijk en Hugo, huldigde Willem Lodewijk als zijn koning en kreeg daarvoor Poitiers terug, en de functie van lekenabt van Saint-Hilaire-le-Grand. In 950 kwam hij weer in aanvaring met de koning die Hugo had benoemd tot hertog van Aquitanië. Lodewijk en Hugo probeerden Aquitanië te veroveren maar werden door Willem verslagen. In 955 werd hij graaf van Auvergne en van Limoges. Willem veroverde Vitry-sur-Loire op de graven van Anjou. Koning Lotharius en Hugo probeerden dat jaar Poitiers te veroveren wat mislukte, hoewel Willem wel in een veldslag werd verslagen (beleg van Poitiers (955)). Na de dood van Hugo werd die opgevolgd door de minderjarige Hugo Capet. Die was niet in staat om de aanspraken op het hertogdom door te zetten, en doordat Willem zich verzoende met Lotharius ontstond een periode van rust. Vanaf 959 had Willem de titel van graaf van het hertogdom van Aquitanië, in 962 werd hij formeel hertog van Aquitanië. Samen met zijn vrouw deed hij in 963 nog een schenking aan de abdij van Cluny. Willem is de oprichter van de hertogelijke bibliotheek in zijn paleis te Poitiers. Willem is begraven in de abdij van Saint-Cyprien. Hij huwde met Gerloc (917 - na 969), dochter van Rollo van Normandië, en had bij haar twee kinderen: Willem IV (935 - 993)
Adelheid (952-1004), gehuwd met Hugo Capet.
Voor haar huwelijk liet Gerloc zich dopen en nam de naam Adela aan. Zij kreeg in 962 van koning Lotharius de bezittingen terug die Willem in 936 aan Hugo de Grote had moeten afstaan, om daar een klooster voor de heilige drie-eenheid te stichten.
BERENGARIUS VAN IVREA II (Koos' Edelstamoudovergrootvader) werd geboren in 900 als kind van Adelbert van Ivrea I en Gisella of Friulli, zoals getoond in stamboom 1335. Hij is gestorven op 6 augustus 966, ongeveer 66 jaar oud.
Berengarius II van Italië, ook Berengar II, (ca. 900- Bamberg, 6 augustus 966) was van 950 tot 952 koning van Italië maar moest zich daarna onderwerpen aan Otto I de Grote. Hij bleef proberen om een onafhankelijke politiek te voeren en werd uiteindelijk in 960 verbannen naar Bamberg. Na het overlijden van zijn vader Adalbert van Ivrea in 923/924, werd Berengar een van de machtigste edelen in het noorden van Italië. Hij was graaf van Milaan en markgraaf van Ivrea, Piëmont en Lombardije. Hij was een belangrijke vazal van koning Hugo van Arles en trouwde met diens nicht Willa (912 – na 966). In 926 vocht hij voor Hugo tegen Rudolf II van Bourgondië toen die tevergeefs probeerde om voor de tweede keer koning van Italië te worden. Tot 945 bleef het relatief rustig in Italië. In dat jaar vertrouwde Hugo (die tegen die tijd overal samenzweringen vreesde) de machtspositie van Berengar en zijn broer Anskar (hertog van Spoleto) niet meer. Hugo liet Anskar vermoorden en nodigde Berengar uit aan het hof, met het doel om hem de ogen uit te steken. Hugo’s zoon Lotharius waarschuwde Berengar die naar Duitsland kon vluchten. Met toestemming van Otto I verzamelde hij een leger in Zwaben. Daarmee keerde Berengar terug naar Italië en versloeg Hugo. Lotharius werd tot koning gekroond maar Berengar werd de sterke man achter de troon. In 950 overleed Lotharius en Berengar liet zichzelf op 15 december te Pavia tot koning kronen, zijn zoon Adalbert werd tot medekoning gekroond. Berengar en Willa wilden dat Lotharius’ weduwe Adelheid (heilige) met Adalbert zou trouwen maar zij weigerde dat, en werd gevangengezet in Garda. Zij wist te ontsnappen en vroeg koning Otto I om hulp, en trouwde uiteindelijk met hem. Dit was de aanleiding voor Otto I om Italië binnen te vallen en zich de Italiaanse troon toe te eigenen, zonder de gebruikelijke koningsverkiezing. Berengar vluchtte naar San Marino maar ging later in op onderhandelingen. Op 7 augustus 952 erkende Berengar te Augsburg het gezag van Otto, en nam genoegen met de positie van onderkoning van Italië. Friuli en het strategische markgraafschap Verona bleven echter onder Duitse controle. Toen Otto’s oudste zoon Liudolf van Zwaben tegen zijn vader in opstand kwam, gaf dit Berengar de gelegenheid om Verona en Friuli weer te bezetten. In 957 verzoenden Liudolf en Otto zich weer en Liudolf trok naar Italië om orde op zaken te stellen. Berengar werd gevangengenomen maar omdat Liudolf korte tijd later overleed, werd Berengar weer vrijgelaten en kon hij zijn positie hernemen. Toen Berengars zoon Wido in 959 Spoleto veroverde voelde de paus zich zo in het nauw gebracht dat hij, samen met enkele edelen, Otto vroeg om in te grijpen. In 961 trok Otto naar Italië en kon Berengar eenvoudig verdrijven omdat die door zijn troepen in de steek werd gelaten. Berengar en Willa zochten hun toevlucht in de vesting San Leone, bij Urbino, in de Kerkelijke Staat. Otto liet deze situatie voortduren tot 963 en toen zette hij de paus af en nam Berengar en Willa gevangen. Berengar werd verbannen naar Bamberg en werd na zijn overlijden met koninklijke eer begraven in Regensburg. Berengar was een zoon van Adalbert van Ivrea en Gisela van Friuli, dochter van Berengarius I van Friuli. Hij trouwde met Willa III van Toscane, dochter van Boso III van Arles en Willa van Bourgondië. Berengar en Willa hadden de volgende kinderen:
Adalbert
Wido (ovl. 25 juni 965), 957 markgraaf van Ivrea, veroverde in 959 Spoleto en Camerino. Trok zich na de inval van Otto, samen met Adalbert terug op enkele kastelen in de Alpen en sneuvelde tijdens een veldslag aan de Po.
Koenraad (ovl. ca. 1000), 957 graaf van Milaan. Erkende in 965 het gezag van Otto en werd benoemd tot markgraaf van Ivrea.
Gisela, gehuwd met Rambold, een ambassadeur van Otto in 944. Wordt in 965 vermeld als non.
Gerberga getrouwd met Aleramo van Monferrato
Bertha, in 952 abdis van San Sisto, Piacenza. Volgens middeleeuwse kronieken was Willa een kwaadaardige en gevaarlijke vrouw. Omdat Hugo haar ouders had gedood had Willa in ieder geval goede reden om hem te haten. Toen Berengar naar Duitsland vluchtte, heeft zij, hoogzwanger, die tocht apart van hem ook gemaakt. Zij zou Adelheid in haar gevangenschap hebben mishandeld. Ook zou ze een kapelaan die haar dochter opvoedde, als minnaar hebben genomen waarop Berengar hem heeft laten castreren. Ook zij werd in 963 naar Bamberg verbannen. Ze trad na het overlijden van Berengar in een klooster.
Suzanna van Italië of, Rosala van Ivrea, (geboren ca. 950 – overleden26 januari 1003) was een dochter van Berengarius II van Italië en van Willa van Toscane. In haar jeugd was ze hofdame geweest van keizerin Adelheid (heilige). In 968 huwde zij met Arnulf II van Vlaanderen en werd de moeder van: Mathilde (-995)Boudewijn IV van Vlaanderen (980-1035) Na het overlijden van Arnulf hertrouwde zij in 988 met Robert de Vrome die zeker twintig jaar jonger was dan zij, tegen de zin van Robert maar overeenkomstig de wil van zijn vader Hugo Capet. Zij bracht een mooie bruidsschat mee: Montreuil-sur-Mer en Ponthieu. Na de doodvan zijn vader verstootte Robert Suzanna echter spoedig onder het voorwendsel dat ze te oud was om nog kinderen te krijgen, om te trouwen met Bertha van Bourgondië. Suzanna trok zich terug in Vlaanderen en er ontstond een conflict tussen Vlaanderen en de koning omdat die weigerde om Montreuil terug te geven, zijn enige “eigen” zeehaven. Na een periode waarin Vlaanderen de tegenstanders van de koning had gesteund, werd een compensatie overeengekomen. Suzanna/Rosala had een belangrijk aandeel in het bestuur van Vlaanderen en overleed in 1003. Ze werd begraven te Gent.
GRAAF FULCO VAN ANJOU I (Koos' Edelstamoudovergrootvader) werd geboren in 888 als kind van Ingelgerius van Anjou en Adelheid van Anjou, zoals getoond in stamboom 1341. Hij is gestorven in 942, ongeveer 54 jaar oud.
Fulco I van Anjou (888 - 942) was een zoon van Ingelgerius en van Adelheid van Gâtinais. Hij werd in 898 door Robert van Parijs gedelegeerd tot burggraaf van Angers en Tours. Hij was voortdurend in conflict met Bretagne en de Vikingen. In 907 veroverde hij Nantes, en liet zich vanaf 908 graaf van Nantes (en Anjou) noemen. In 908 moest hij wel Tours afstaan en in 914 werd Nantes door de Vikingen veroverd. In 919 moest hij zijn aanspraken op Nantes opgeven ten gunste van Bretagne. Fulco breidde wel zijn bezittingen rond Angers sterk uit en noemde zichzelf in 929 in een akte graaf van Anjou. Hij was ook lekenabt van Saint-Aubin te Angers en een tweede abdij die in aktes wordt vermeld als "Sancti Lizinni". Fulco is begraven in de kerk van Saint Martin te Châteauneuf. Fulco was gehuwd met Roscilla, vrouwe van Loches, Villanstrans en Les Hayes. Uit dit huwelijk zijn geboren:
Ingelgerius, 927 gesneuveld tegen de Vikingen
Gwijde, bisschop van Soissons
Fulco (909-958), gehuwd met Gerberga van Maine (913-952)
Roscilla, gehuwd met Alain Barbetorte, graaf van Nantes en hertog van Bretagne.
Adelheid, gehuwd met Wouter I van Amiens, Valois en Vexin.
GRAAF FULCO VAN ANJOU II (Koos' Edelstamoudovergrootvader) werd geboren rond 21 juni 909, in Anjou, Isere, Rhone-Alpes, France, als kind van Fulco van Anjou I en Roscilla de Loches, zoals getoond in stamboom 1255. Fulco werd „de goede” genoemd. Van 942 tot 958, in de leeftijd van ongeveer 33 jaar, werd hij Graaf van Anjou. Hij is gestorven op 11 november 958, ongeveer 49 jaar oud, in Tours, Puy-de-Dome, Auvergne, France. Fulco werd begraven op 11 november 958 in St Martin Tours, Indre-et-Loire, France. Fulco huwde 2 maal. Hij huwde met Gerberga van Anjou en Roscille van Blois (zijn indirecte relatie).
Fulco II van Anjou, bijg. de Goede, (ca. 909 - 11 november 958) was graaf van Anjou van 942 tot 958. Fulco voerde veel oorlog met Bretagne en Normandië. Hij was een bondgenoot van Hugo de Grote en een tegenstander van de graven van Blois. Fulco verloor Saumur aan Theobald de Bedrieger van Blois maar won Méron van Willem III van Aquitanië. Uiteindelijk sloot hij vrede met Normandië en trouwde in 954 met Richildis van Blois, de weduwe van Alain II, de hertog van Bretagne. Zij was de zuster van Theobald van Blois en dit beëindigde hun vijandschap. Fulco bestuurde Nantes als graaf voor zijn stiefzoon Drogon. Hij zou een ontwikkeld man zijn geweest met een voorliefde voor poëzie. Hij was een zoon van graaf Fulco I van Anjou en Roscilla van Loches. Hij huwde in zijn eerste huwelijk met Gerberga van Orléans (ca. 920 - voor 952), mogelijk dochter van vice-graaf Godfried van Orléans.

















Reacties
Een reactie posten