generatie van 29 maal Oud-oud-grootouders, Robert van Normandië II, Hugo van Maine III, koningin Gerberga van de Maasgouw, Albert van Vermandois, Humbert van Savoye, Koenraad van het Heilige Roomse Rijk en zijn vrouw Gisela die ook dezelfde voorouders hadden, Diederik van Lotharingen, Koning Eduard van Engeland, Harald van Denemarken, Mieszko van Polen, Malcolm van Schotland, AEthelred van Engeland, Geza van Hongarije, Hendrik van Beieren en Frederik van Luxemburg
Deze post een aantal koningen en andere hoogwaardigheid bekleders uit o.a. Engeland, Polen, Hongarije en Zweden.
Robert van Normandië, een aartsbisschop die trouwde en kinderen kreeg, Koningin Gerberga van de Maasgouw, getrouwd met haar achter-achter neef, een politiek slimme dame en Frederik van Luxemburg die met zijn nicht trouwde.
ROBERT DE NORMANDY II (Koos' Edelstamoudovergrootvader) werd geboren in 964, in Évreux, Eure, Haute-Normandie, France, als kind van Richard De Normandie I en Gunnora de Normandie, zoals getoond in stamboom 1123. Robert werd „de deen” genoemd. Hij is gestorven op 16 maart 1037, ongeveer 72 jaar oud, in Fécamp, Duchy of Normandy, France.
Robert de Deen(Frans: Robert le Danois) Geboren omstreeks 965 , overleden in 1037. Hij was aartsbisschop van Rouen (989-1037) en graaf van Évreux (996-1037).Hij was de zoon van Richard I van Normandië, en Gunnora, die van Scandinavische afkomst was. Al op jonge leeftijd vertrouwde zijn vader hem het ambt van aartsbisschop van Rouen toe, hetgeen de belangrijkste kerkelijke titel binnen Normandië was. Na de dood van zijn vader in 996 werd zijn oudste broer Richard opvolgende graaf in Normandië en hij werd graaf van Évreux. Robert vond dat hij als graaf het recht had om te trouwen, en huwde met Herleva, waarschijnlijk de dochter van Turstin de Rijke. Robert was dus een getrouwde aartsbisschop en zou zelfs kinderen krijgen. Hoewel het celibaat nog niet officieel door de kerk was ingesteld, waren huwelijken onder hoge geestelijken uitzonderlijk.Robert en Herleva kregen de volgende kinderen:
Richard van Évreux ± 1011 – 1067
Rudolf …. – 1051 Heer van Gacé en Varenguebec, gehuwd met Basilie (ovl. 16 januari 1099/1100), dochter van Gerard Flaitel (ovl. voor 1047). Hun zoon Robert (ovl. ca. 1063) was heer van Gacé, na zijn dood verviel zijn leengoed aan de toenmalige hertog Willem de Veroveraar. Basilie hertrouwde met Hugo (III) van Gournay.
Willem, gehuwd met Hawise, weduwe van Robert van Grantmesnil. Hawise had bij Robert zes kinderen gekregen. Willem en Hawise kregen een dochter Judith (ovl. 1076). Haar halfbroer, abt Robert van Grantmesnil van Saint-Evroul-sur-Ouche, was haar voogd. Toen die in conflict kwam met Willem de Veroveraar, vluchtte hij met Judith naar de Normandiërs in Italië. In november 1061 trouwde ze in San Martino d’Agri met Rogier van Hauteville die daarna Sicilië veroverde en in 1071 graaf van dat eiland werd.
Wouter
Robert had ook nog een buitenechtelijk kind: Rudolf van Vacé, een van de moordenaars van Gilbert van Brionne en een opvoeder van Willem de Veroveraar
HUGO VAN MAINE III (Koos' Edelstamoudovergrootvader) werd geboren in Le Mans, Departement De La Sarthe, Pays De La Loire, France als kind van Hugo van Maine II, zoals getoond in stamboom 1349. Hij is gestorven op 15 oktober 1014 in Le Mans, Maine-Et-Loire, Pays De La Loire, France.
Hugo III van Maine (960/975 - 1014/6 juli 1016) was de oudste zoon van Hugo II van Maine. Hij volgde zijn vader in 992 op als graaf van Maine. Als bondgenoot van Odo I van Blois, bevocht hij de Franse koningen, Hugo Capet en Robert II, en Fulco III van Anjou. Na de dood van Odo moest hij in 996 wel de onderworpenheid aan Anjou erkennen. Hij deed een schenking aan Saint Vincent te Le Mans. In 1013 hernieuwde hij zijn bondgenootschap met Blois en viel samen met Odo II van Blois Normandië aan. Ze belegerden het kasteel van Tillières-sur-Avre maar werden door hertog Richard II verrast en verslagen. Hugo kon aan gevangenschap ontkomen door zich te verbergen in een schaapskooi en wist vermomd als schaapherder te ontsnappen. In 1014 deed hij een schenking aan de abdij van Mont Saint-Michel. Hugo was getrouwd met een onbekende vrouw. Hij was vader van: Hugo, ovl. ca. 1013
Herbert I.
KONINGIN GERBERGA VAN DE MAASGOUW (Koos' Edelstamoudovergrootmoeder) werd geboren rond 913, in Nordhausen, Thüringia, Germany, als kind van Hendrik van Saksen en Mathilde van
Ringelheim, zoals getoond in stamboom 1333. Gerberga werd Duchesse de Lorraine, Queen of France, Queen of the Franks, 956/66 Regentin von Westfranken, 959 Äbt von Nôtre-Dame su Laon, geboren 913/914 te Nordhausen, Saxony. Zij is gestorven op 5 mei 969, ongeveer 55 jaar oud, in Reims, Marne, Champagne-Ardenne, France. Zij werd begraven rond 984 in Abbey of Saint-Remi in Reims, Champagne. Gerberga huwde 2 maal. Zij huwde met Lodewijk van Frankrijk IV (haar achter-achterneef, 1 gen. verwijderd,) en Giselbert van Maasgouw II.
Gerberga van Saksen, (geboren ca. 913 – Reims, overleden 3 februari tussen 969/984) was achtereenvolgens hertogin van Lotharingen, koningin van West-Francië en regentes van West-Francië. Uit nagelaten geschriften van tijdgenoten komt ze naar voren als een goed opgeleide, intelligente en politiek handig manoeuvrerende vrouw die een stempel wist te zetten op het politieke spel waar zij door afkomst en huwelijken een belangrijke rol in speelde. Zij was een zuster van Bruno de Grote, aartsbisschop van Keulen. Gerberga was een dochter van Hendrik de Vogelaar, uit het Saksische Huis en koning van het Oost-Frankische Rijk, en Mathilde van Ringelheim. Zij huwde in 928 met de ongeveer dertig jaar oudere Giselbert II. Dit was een politiek huwelijk dat diende om Giselberts trouw aan Hendrik, die net Lotharingen had verworven, te verzekeren. In 939 nam Giselbert deel aan een opstand tegen Gerberga’s broer Otto. Hij kwam in de slag bij Andernach om het leven. Na een huwelijk van tien jaar was Gerberga op haar vijfentwintigste weduwe.De West-Frankische koning Lodewijk van Overzee was in 939 met een leger naar Lotharingen getrokken om de opstandelingen tegen zijn machtige buurman te steunen maar bij zijn aankomst waren de opstandelingen al verslagen. Lodewijk (921 – 954) trouwde met Gerberga (tegen de zin van Otto, die een andere huwelijkskandidaat op het oog had) en eiste Lotharingen op als deel van het West-Frankische rijk. Toen Otto in 940 zijn gezag in Duitsland weer had hersteld, kon Lodewijk Lotharingen niet behouden en trok hij zich met Gerberga terug naar West-Francië. Otto sloot een bondgenootschap met belangrijke West-Frankische edelen en begon een oorlog tegen Lodewijk. In 941 werd Gerberga ingesloten in de stad Laon, Lodewijk die haar probeerde te ontzetten werd verslagen en Gerberga beviel tijdens het beleg van haar zoon Lotharius. Het volgende jaar bemiddelde Gerberga een vrede tussen Lodewijk, Otto en Hugo de Grote. Toen Lodewijk in 945 door Normandische troepen gevangen werd genomen, zocht Gerberga steun bij Otto maar ook bij de paus en de koning van Engeland. In 946 werd Lodewijk onder grote diplomatieke druk vrij gelaten, waarbij hij wel een van zijn zoons als gijzelaar moest geven. Gerberga bevorderde daarna de samenwerking van Lodewijk en Otto, die leidde tot de herovering van Reims. Gerberga steunde Lodewijk actief in zijn bewind en vergezelde hem op tochten naar Bourgondië en Aquitanië. In 951 kreeg ze de abdij van Notre Dame van Laon, die Lodewijk zijn moeder had ontnomen na haar huwelijk met Herbert van Vermandois (zoon van Herbert II van Vermandois). Met steun van haar broer Bruno de Grote wist zij haar huwelijksgoederen uit haar eerste huwelijk (de dubbelabdij Stavelot-Malmedy en Sprimont) te behouden tegen de aanspraken van Giselberts broer Reinier II van Henegouwen. Gerberga werd regentes voor haar zoon Lotharius na het overlijden van Lodewijk in 954. Ze verzekerde Lotharius’ positie door een overeenkomst te sluiten met Hugo de Grote, die met haar zuster Hedwig was getrouwd. Toen Hugo ook overleed, in 956, werd Hedwig regentes voor haar zoons en bestuurden de zusters samen het West-Frankische rijk, geholpen door hun broer Bruno. Na de meerderjarigheid van Lotharius trad Gerberga in 959 in het klooster en werd abdis in Soissons. In 965 was ze aanwezig bij de verloving van Lotharius, in Keulen, en in 969 stuurde zij stof met goudborduursel aan haar moeder. Die stof kwam echter na Mathildes overlijden aan en werd als lijkwade gebruikt. Hierna zijn er geen vermeldingen meer van Gerberga, ook niet van haar dood, het is alleen zeker dat ze in 984 al was overleden. De datum van haar overlijden is wel bekend: 3 februari. In haar nalatenschap is sprake van enige wijngaarden in de buurt van Maastricht, de eerste schriftelijke melding van wijnbouw in Nederland. Uit haar eerste huwelijk met Giselbert kreeg Gerberga de volgende kinderen:
Alberada (929-967, gehuwd met Ragenold van Roucy, een Vikingleider die later graaf van Roucy werd.
Hedwig (ca. 932- ), vermoedelijk moeder van een verder onbekende graaf Guy. De naam van haar man is ook onbekend.
Hendrik (voor 934 – ca. 944), titulair Hertog van Lotharingen,
Gerberga, (ca. 935 – na 978), gehuwd met Albert I van Vermandois, de Vrome († 987).
Uit haar tweede huwelijk met Lodewijk kreeg Gerberga de volgende kinderen:– Lotharius (941-986)
Mathilde, (943-992), in 964 gehuwd met Koenraad van Bourgondië, bijg de Vredelievende– Karel (945 – voor 953)
een dochter
Lodewijk (948-954)
Karel van Neder-Lotharingen (953-991)
Hendrik (953-953), tweeling met Karel, kort na de doop overleden.
Giselbert van Maasgouw II huwde Gerberga Van de Maasgouw. Zij kregen twee dochters:
Alverada van Lotharingen10468 in 930
Gerberga van Vermandois10833 in r935
ADALBERT DE VERMANDOIS I (Koos' Edelstamoudovergrootvader) werd geboren in 924, in Vermandois, France, als kind van Herbert van vermandois II en Adele de Neustrie, zoals getoond in stamboom 1326. Adalbert werd „Albert de vrome” genoemd. Van 946 tot 987, in de leeftijd van ongeveer 22 jaar, werd hij Graaf van Vermandois. Hij is gestorven rond 8 september 987, ongeveer 63 jaar oud, in St. Quentin, Vermandois, France. Hij werd begraven in Basilique of Saint Quentin, Saint Quentin, Champagne-Ardenne, France. Titel: Graaf van Vermandois.
Albert I van Vermandois. Graaf van VermandoisPeriode 946-987. Vader Herbert II, Moeder Adelheid van Frankrijk .Albert I van Vermandois (931/934 - 8 september 987), ook Adalbert, bijgenaamd de Vrome, was een edelman uit het noorden van Frankrijk in de tiende eeuw, de jongste zoon van de machtige graaf Herbert II van Vermandois. Na diens dood besloot hertog Hugo de Grote om de macht van het huis van Vermandois te breken door de bezittingen en leengoederen van Herbert gelijk over zijn zoons en dochters te verdelen, en ze daarmee te versnipperen. Hierdoor werd Albert in 946 enkel graaf van Vermandois. Hij streed voor zijn broer Hugo, die door koning Lodewijk IV van Frankrijk in 946 was afgezet als bisschop van Reims maar moest zich in 949 aan Lodewijk onderwerpen. Albert stichtte de abdij van Homblières opnieuw en bouwde Mont-Saint-Quentin. In 987 was hij als Karolinger een van de tegenstanders van de koningskeuze van Hugo Capet. Albert werd begraven in Saint-Quentin (Aisne). Albert was een zoon van Herbert II van Vermandois en Adelheid/Liegarde? van Frankrijk, dochter van koning Robert I. Albert was in een eerste huwelijk getrouwd met een verder onbekende Hersinde, huwelijk waaruit geen kinderen bekend zijn. In zijn tweede huwelijk (954) was Albert gehuwd met Gerberga van Lotharingen, dochter van Giselbert van Lotharingen en Gerberga van Saksen (en dus stiefdochter van Lodewijk IV). Zij kregen de volgende kinderen:
Herbert III, opvolger van Albert
Otto, stichter van het graafschap Chiny
Liudolf (957–), 979 bisschop van Noyon
Gwijde (–988), graaf van Soissons
mogelijk Eleonora, gehuwd met Wouter van Saint-AubertV
KONING OLAF VAN ZWEDEN II (Koos' Edelstamoudovergrootvader) werd geboren rond 970 als kind van Erik van Zweden VI en Sigrid van Polen, zoals getoond in stamboom 1199. Hij is gestorven in 1022, ongeveer 52 jaar oud.
Olaf II van Zweden, ook wel Olof Skötkonung (Olof Schatkoning) (ca. 970 - 1022) was van (ca.) 995 tot 1022 koning van Zweden. Olaf was een zoon van Erik Segersäll (de Overwinnaar). Als zijn moeder worden in verschillende bronnen de namen van twee vrouwen genoemd (die mogelijk ook nog dezelfde vrouw kunnen zijn geweest):Sigrid de Hoogmoedige (een dochter van de Viking hoofdman Skoglar-Toste, en Gunhilda (eigenlijk Świętosława, dochter van Mieszko I van Polen en Dubrawka van Bohemen en zus van Bolesław I van Polen).Bij het begin van het bewind van Olaf ging het Zweedse oppergezag over Denemarken verloren. Ook stopten de volken in Estland en Letland met het betalen van schattingen. In 999 vocht hij met Sven Gaffelbaard en de Noorse jarl Erik Hakonson, tijdens de slag bij Svolder tegen de Noorse koning Olaf I van Noorwegen die werd verslagen en gedood. Olaf verwierf daardoor Bohuslän en een deel van Trøndelag, maar zou die gebieden later weer verliezen aan Olaf II van Noorwegen. Olaf wordt de eerste koning genoemd die zowel over de landsdelen Götalands (Västergötland en Östergötland) en Svealands regeerde. (Hier moet in aanmerking worden genomen dat Zweden in deze tijd nog geen homogene staat was. Anderzijds zijn er onderzoekingen die er toe leiden dat al in de tijd van de Vikingen een verenigd koninkrijk onder de Uppsala-koningen heeft bestaan. Sommige bronnen noemen ook zijn vader -Erik VI- als koning van de gezamenlijke Zweden.) Olafs bevoegdheden als koning waren echter zeer beperkt. Hij was de eerste christelijke koning van Zweden maar verloor daardoor steeds meer autoriteit, totdat hij feitelijk alleen nog macht had in het toen al overwegend christelijke Västergötland. Onder koning Olaf werden de eerste Zweedse munten in Sigtuna, het toenmalige machtscentrum van het rijk, geslagen door Engelse muntmeesters. Dat verklaart zijn bijnaam Skötkonung (Schatkoning; lees: Muntkoning). Volgens een legende werd Olaf (in 1008) in de kerk van Husaby door de Engelse bisschop Siegfried gedoopt. Weer andere bronnen noemen daarentegen ene missionaris Bernhard als diegene die Olaf doopte. Daarna bevorderde Olaf de stichting van het eerste Zweedse bisdom in Skara. De overgang naar het christendom schijnt zijn regeringstijd vooral in Svealand bijzonder moeilijk gemaakt te hebben. De Svear kozen met het oog daarop zijn eveneens christelijke zoon Anund Jacob tot koning, waarop Olaf als een soort onderkoning in Västergötland regeerde. Snorri Sturluson geeft een andere grond voor de afzetting van Olaf aan. Volgens hem zouden de Svear Olafs voortdurende oorlogen tegen de Noren tegengestaan hebben, wat er weer toe geleid zou hebben dat de andere volkeren aan de Oostzee zich aan de invloed van de Svear onttrokken. In 1018 probeerden Zweedse en Noorse edelen een vrede tussen Noorwegen en Zweden te bemiddelen en te bezegelen door een huwelijk van Olaf II van Noorwegen met Olafs dochter Ingrid. Olaf wil daar niets van weten en dreigde de Noorse bemiddelaars te verbannen. De landdag dreigde op zijn beurt Olaf om hem af te zetten of te doden als hij zijn oorlogspolitiek tegen Noorwegen zou doorzetten. Olaf trok zich er niets van aan huwelijkte zijn dochter uit aan Jaroslav de Wijze van Kiev. Als tegenzet arrangeerden Zweedse edelen een huwelijk tussen Olafs bastaarddochter Astrid en Olaf II van Noorwegen, en met een voldongen feit geconfronteerd moest Olaf zich bij de vrede en het huwelijk neerleggen. Olaf was getrouwd met Estrid van Mecklenburg en was de vader van: Anund
Jacob (?-1050)
Ingegerd (?-1050), in 1019 gehuwd met de grootvorst van Kiev Jaroslav I de Wijze
En uit een buitenechtelijke relatie met Edla, een vrouw die Olaf had geroofd bij een plundertocht onder de Slavische stammen aan de zuidkust van de Oostzee:
Astrid, gehuwd met Olaf II van Noorwegen (de Heilige)
Holmfrid
Emund (?-1060).
HUMBERT VAN SAVOYE I (Koos' Edelstamoudovergrootvader) werd geboren in 980. Hij is gestorven tussen 1047 en 1048, ongeveer 68 jaar oud. Humbert I Withand (ca. 980 – Hermillon, 19 juli 1047 of 1 juli 1048) was de eerste graaf van Savoye en geldt als stamvader van het Huis Savoye dat later Italië zou regeren. Humbert met de witte hand was van adellijke komaf, maar zijn herkomst is niet met zekerheid vast te stellen. Naast een afkomst uit lokale adel (dan zou Amadeus van Beiley zijn vader zijn) is afstamming uit hoge adel uit Saksen, Italië, Bourgondië en de Provence gesuggereerd. De bijnaam Withand is moeilijk te verklaren. Misschien wordt bedoeld dat hij zeer gul was maar er wordt ook rekening gehouden met een schrijffout in middeleeuwse teksten. In het conflict tussen Rudolf III van Bourgondië en keizer Hendrik II koos Humbert de kant van de keizer. Als dank hiervoor maakte de keizer hem in 1003 graaf van Salmourenc en graaf in het noorden van Viennois. In 1017 werd hij graaf van Nyon (aan de noordkant van het meer van Genève in het zuidwesten van het huidige Zwitserland) en in 1024 van hetValle d’Aosta. In 1034 schonk de Duitse koning Koenraad II hem een deel van Maurienne als dank voor zijn hulp in de strijd tegen aartsbisschop Aribert van Milaan. Hij verkreeg ook de graafschappen Savoye, Beiley, Chablais en een deel van de Tarantaise. Humbert beheerste zo drie van de grote passen in de Alpen: de Col du Mont Cenis, de Grote en Kleine Sint-Bernhardpas. Humbert vestigde zich in een kasteel in Aiguebelle. Humberts zoon Otto was intussen getrouwd met Adelheid van Susa, dochter van markies Manfred II Olderik van Susa, een afstammeling van Arduin van Ivrea, koning van Italië, die regeerde over de graafschappen Turijn, Auriate, Asti, Bredulo en Vercelli, het huidige Piëmont en een deel van Ligurië. Humbert stierf vermoedelijk hetzij op 19 juli 1047 in Hermillon of op 1 juli 1048 (volgens het overlijdensregister van Talloires en werd opgevolgd door zijn zoon Amadeus. Humbert is begraven in Saint-Jean-de-Maurienne. Hij was getrouwd met Auxilia van Lenzburg. Dochter van Anselm van Lenzburg en Alduid. Auxilia was een rijke erfdochter met grote bezittingen in Wallis. Kinderen:
Amadeus I van Savoye (1016-1051)
Aymon, abt van de Abdij van Sint-Mauritius in Wallis, bisschop van Sion (overleden 13 juli 1054)
Burchard (ovl. na 10 juli 1068), hulpbisschop van Aosta en proost van de abdij van Sint-Mauritius. Na de dood van aartsbisschop Burchard II van Lyon (zijn halfbroer), verliet Burchard zijn functies om eigenmachtig aartsbisschop van Lyon te worden. In 1034 werd hij echter door keizerlijke troepen afgezet.
Otto van Savoye (1021-1059).
KEIZER KOENRAAD VAN HET HEILIGE ROOMSE RIJK (Koos' Edelstamoudovergrootvader) werd geboren rond 990, in Utrecht, als kind van Hendrik van Spiers en Adelheid van Metz, zoals getoond in stamboom 1351. Hij is gestorven op 4 juni 1039, ongeveer 48 jaar oud. Koenraad II (rond 990 – Utrecht, 4 juni 1039) was vanaf 1024 koning van Duitsland en vanaf 1027 keizer van het Heilige Roomse Rijk. Koenraad was de eerste keizer uit de Salische dynastie. Onder zijn heerschappij werd het koninkrijk Bourgondië in het keizerrijk opgenomen.
Koenraad was de zoon van Hendrik van Spiers en Adelheid van Metz. Koenraad trouwde in 1016 met Gisela van Zwaben (995-1043), haar derde huwelijk. Zij kregen de volgende kinderen:
Hendrik III (1017-1056)
Beatrix (ovl. 24 september 1036)
Mathilde (1027-1034), die zich in 1033 verloofde met koning Hendrik I van Frankrijk (-1060), begraven in de dom van Worms.
Koenraads vader was reeds op 20-jarige leeftijd overleden. Daardoor kreeg zijn oom Koenraad I van Karinthië de grote erfenis van zijn grootvader Otto I van Karinthië. Koenraad zelf werd in bescheiden omstandigheden opgevoed door Burchard, de bisschop van Worms. Hij trouwde in 1016 met Gisela van Zwaben. Keizer Hendrik II probeerde (zonder werkelijke grond) het huwelijk te dwarsbomen op grond van bloedverwantschap en liet het paar in de ban doen. Koenraad en Gisela gingen in ballingschap en in 1019 hielp Koenraad zijn neef, de latere hertog Koenraad II van Karinthië tegen de toenmalige hertog van Karinthië, Adalbero van Eppenstein. In 1020 verzoende Koenraad zich met de keizer en deze gaf zijn verzet tegen het huwelijk op.
Na de dood van de kinderloze keizer Hendrik werd Koenraad tot koning gekozen en op 8 september 1024 in Mainz gekroond. De adel uit Lotharingen en Saksen had zijn uitverkiezing echter niet gesteund. Het koningschap stelde Koenraad voor talrijke problemen. Om zijn heerschappij in het gehele rijk te verzekeren, moest hij de hoge adel in de hertogdommen Lotharingen en Saksen voor zich zien te winnen. Ook met zijn neef met dezelfde naam was het nog niet tot een blijvende verzoening gekomen. Nog voordat Koenraad zich op weg begaf voor zijn koningsrondrit, verkregen Bruno van Augsburg en Werner van Straatsburg belangrijke hofambten. Met de maanden durende rondrit door grote delen van het rijk probeerde Koenraad een algemene bevestiging te verkrijgen voor zijn uitverkiezing tot koning. De koningsrondrit begon in Keulen, waar Gisela werd gekroond en werd vervolgd naar Aken. Daar kwam het koninklijk paar twee dagen later aan. Koenraad nam in Aken op de troon van Karel de Grote plaats. Hierdoor stelde hij zich bewust in de Karolingische traditie. Sinds Otto de Grote was de inbezitname van de troon, de "aartstroon van het Rijk", een onmisbaar onderdeel van de heerschapsovername in het rijk. In Aken hield hij een hofdag. Toch slaagde Koenraad er bij deze gelegenheid niet in om de Lotharingse hoge adel voor zich te winnen. Aansluitend voerde de route via Luik en Nijmegen naar Vreden, aan de grens van het Saksische gebied. Hier werden de keizer en keizerin hartelijk ontvangen door Adelheid van Quedlinburg en haar zuster Sophia van Gandersheim. Aangezien beide zusters dochters waren van Otto II en daardoor de oude Ottoonse keizersdynastie vertegenwoordigden, kan deze vriendelijkheid een indicatie zijn geweest voor de houding van de hoge Saksische adel tegenover het koningschap van Koenraad. In de eerste helft van december hadden de Westfaalse bisschoppen en andere rijksgroten een ontmoeting met Koenraad. Bij deze gelegenheid werd hij ingehuldigd. In Dortmund werden intussen gedetailleerde onderhandelingen gevoerd; dit ter voorbereiding van een zorgvuldig geënsceneerde hofdag die ter gelegenheid van Kerstmis in Minden zou plaatsvinden. Daar vierde Koenraad het Kerstfeest. Volgens de bronnen waren hierbij de aartsbisschoppen Aribo van Mainz, Pilgrim van Keulen, Hunfried van Magdeburg, Unwan van Hamburg-Bremen en de bisschoppen Bruno van Augsburg, Wigger van Verden en natuurlijk de lokale bisschop Sigebert van Minden aanwezig. Ook waren vele Saksische rijksgroten onder leiding van hertog Bernhard II present. Nadat Koenraad hun beloofd had om de oude Saksische wetten te respecteren, werd hij door de Saksische rijksgroten als koning erkend. Dit betekende de feitelijke erkenning van de Salische koningsheerschappij door de Saksen. Bernhard II en Koenraad hebben elkaar in de daaropvolgende periode gerespecteerd. Koenraads koningschap was het enige in de 11e eeuw tegen welke zover ons bekend geen sterkere oppositie of zelfs rebellie van de hoge Saksische adel is overgeleverd.
In 1025 volgde de huldiging door de Italiaanse bisschoppen te Konstanz en besprekingen met de bevolking van Pavia die na de dood van Hendrik de koninklijke palts in die stad had verwoest. In 1026 werd Koenraad in Milaan tot koning van Italië gekroond. Ook was Koenraad in 1026/1027 hertog van het hertogdom Beieren.
Het koninklijk paar hield zich nog zo'n drie maanden in Saksen op. Men bezocht onder andere Paderborn, Abdij van Corvey, Hildesheim, Goslar en met name Maagdenburg. In maart 1025 verliet het paar Saksen. Via het Hessische Fulda reisde men naar Zwaben. In Augsburg vierde het paar op 18 april het Paasfeest. Daar brak een conflict uit met Koenraad's neef, Koenraad de Jongere. De redenen voor dit conflict zijn niet overgeleverd, maar waarschijnlijk eiste de jongere Saliër een schadeloosstelling voor het door hem in Kamba gebrachte offer; mogelijk wilde hij een aandeel in het koninkrijk van Bourgondië of wilde hij het hertogdom Karinthië in leen krijgen. Koenraad wees de eisen van zijn neef echter af. Van Augsburg ging het naar Regensburg. Daar hield Koenraad begin mei 1025 een hofdag. Hij presenteerde zijn koningschap in deze centraal in Beieren gelegen plaats. De Regensburgse nonnenkloosters Obermünster en Niedermünster kregen privileges toegekend. Vervolgens trok Koenraad verder naar Bamberg, via Würzburg en Tribur naar Konstanz. Daar vierde hij op 6 juni 1025 het Pinksterfeest. Konstanz bracht Koenraad voor het eerst in contact met de Italiaanse heerschapsruimte.
Van Konstanz ging het naar Zürich, waar hij door de Italiaanse rijksgroten werd ingehuldigd. In de tweede helft van juni 1025 reisde hij naar Bazel. Op 23 juni hield Koenraad daar een hofdag. In Bazel werd Uldarich tot bisschop verheven. Koenraads voorganger Hendrik I had Bazel in 1007 van Rudolf III als vuistpand verworven voor de toekomstige aansluiting van het gehele koninkrijk Bourgondië bij het Heilige Roomse Rijk. De dood van de kinderloze Hendrik had de erfopvolgingsvraag opnieuw geopend. De hofdag en de investituur van de bisschop verduidelijkten Koenraads aanspraak om onmiddellijk in de voetsporen van zijn voorganger te willen treden. Volgens Wipo eindigde de koningsrondrit van Koenraad II in Bazel. '(iter regis per regna)'. In de voorgaande tien maanden had de Saliër met Lotharingen, Saksen, Zwaben, Beieren en Franken alle belangrijke regio's van zijn rijk doorkruist. Toch had hertog Gozelo van Neder-Lotharingen na de koningsverkiezing in Kamba de bisschoppen en wereldlijke magnaten in zijn hertogdom, zoals hertog Frederik II van Opper-Lotharingen, onder ede verplicht om Koenraad niet zonder zijn toestemming in te huldigen.
Er is weinig bekend over de activiteiten van Koenraad in de zomer- en herfstmaanden van 1025. Gedurende deze tijd bundelden de verschillende oppositiegroepen tegen Koenraad hun krachten. Tot hen behoorden de hertogen Ernst van Zwaben, Frederik van Opper-Lotharingen, Koenraad de Jongere en de Zwabische graaf Welf II. Intussen trok Koenraad van Bazel, via Straatsburg en Speyer naar Tribur, waar hij een hofdag hield. Misschien werden in Tribur al de eerste voorbereidingen getroffen voor een Italiaanse expeditie. Pas met kerstmis 1025 huldigden Gozelo, Frederik en de bisschop van Kamerijk Gerhard als laatste van de rijksgroten het koningschap van Koenraad.
Op 26 maart 1027 werden Koenraad en Gisela in Rome tot keizer en keizerin van het Heilige Roomse Rijk gekroond door paus Johannes XIX. Deze kroning geldt als een van de meest glamoureuze in de Middeleeuwen. Aanwezig waren onder andere de koningen Knoet de Grote van Engeland, Denemarken en Noorwegen en Rudolf III van Bourgondië, grootabt Odilo van Cluny en ten minste 70 andere hooggeplaatste geestelijken, waaronder de aartsbisschoppen van Keulen, Mainz, Trier, Magdeburg, Salzburg, Milaan en Ravenna. Ook Koenraad troonopvolger Hendrik was naar Italië gekomen. De deelname van Rudolf betekende een toenadering tussen het koninkrijk Bourgondië en het Heilige Roomse Rijk. Tijdens de zeven dagen durende kroningceremonie, ontstond een ranggeschil tussen de aartsbisschoppen van Milaan en Ravenna over de ceremoniële voorrang in het gevolg van de Keizer. Dit geschil werd in het voordeel van Milaan beslist. Zijn zoon Hendrik III werd in 1028 tot medekoning gekroond en zou zich al snel ontwikkelen tot een belangrijke adviseur van zijn vader.
Koenraad voerde een actieve en agressieve politiek tegen de oostelijke buurlanden van Duitsland. In 1028 hield hij een veldtocht tegen Polen. Koning Mieszko moest alle westelijke veroveringen van zijn vader opgeven en was ook gedwongen zijn koningstitel op te geven en Koenraad als leenheer te erkennen. In 1029 hield Koenraad een veldtocht tegen Hongarije maar die liep op een mislukking uit en het Duitse leger moest zich zelfs bij Wenen overgeven. Koenraad sloot een bondgenootschap met Knoet de Grote en gaf hem gebieden in het noorden van Duitsland in leen. In 1036 liet Koenraad ook zijn zoon Hendrik trouwen met een dochter van Knoet. In 1033 organiseerde Koenraad een nieuwe aanval op Polen, van drie zijden: Polen werd tegelijk door Duitsland, de Denen en door het Kievse Rijk aangevallen.
Koning Rudolf III van Bourgondië had in 1016 keizer Hendrik II als leenheer gehuldigd en beloofd dat hij Bourgondië aan hem zou nalaten als hij zonder directe erfgenamen zou overlijden. Na de dood van Hendrik verviel deze belofte maar zijn nicht, keizerin Gisela, wist te bereiken dat Rudolf de belofte hernieuwde aan Koenraad. Dit leidde direct tot verzet van Gisela's zoon uit een eerder huwelijk, Ernst II van Zwaben, die zichzelf als kandidaat voor de opvolging van Rudolf zag. Ernst kwam in opstand tegen Koenraad. Verzoeningspogingen door Gisela mislukten en uiteindelijk werd Ernst in 1030 gedood door de bisschop van Konstanz. Rudolf overleed in 1032 en zijn neef Odo II van Blois, de machtigste edelman van Frankrijk, greep de macht in Bourgondië en riep zich uit tot koning. Koenraad liet zich op 2 februari 1033 te Payerne tot koning van Bourgondië kronen. Hij vermeed een directe confrontatie met Odo maar wist door diplomatie te bereiken dat steeds meer edelen en geestelijken in Bourgondië zijn aanspraken steunden. In 1034 werd hij uiteindelijk in Zürich door de edelen als koning van Bourgondië gehuldigd.
In het zuiden ontnam Koenraad in 1035 markgraaf Adalbero van Eppenstein zijn functies in de marken Karinthië en Verona, en gaf deze functies aan zijn neef Koenraad II van Karinthië. Koenraad had de controle over alle belangrijke Alpenpassen nu vast in handen en kon zich nu actief met Italiaanse zaken bezighouden. In 1038 mengde Koenraad zich in de Italiaanse twisten tussen de bisschoppen en de hoge adel enerzijds, en de lage adel en steden anderzijds. Toen hij de bisschop van Milaan gevangen zette, ontstond echter een algemeen anti-Duitse weerstand. Dat anti-Duitse sentiment was over de jaren versterkt door Koenraads beleid om Duitse bisschoppen in Italië te benoemen en door de hoge Italiaanse adel bij voorkeur met Duitse families te laten trouwen. Door slimme wetgeving wist hij de meeste edelen echter weer aan zijn kant te krijgen. Koenraad stelde ook orde op zaken in Zuid-Italië waardoor het keizerrijk ook daar een aantal vazallen kreeg. Op de terugweg brak een epidemie uit in het leger waardoor onder andere zijn schoondochter en zijn stiefzoon overleden. Koenraad zelf bleef gezond.
Als keizer vaardigde Koenraad II in 1037 een wet omtrent het in zijn rijk geldende leenrecht uit die later wordt opgenomen in de Libri feudalum en als een van de juridische grondstenen wordt gezien van het feodalisme.
Begin juni 1039 stierf Koenraad in Utrecht aan een aanval van jicht. In de winter van 1038 op 1039 was Koenraad in het oosten van Saksen actief met het invoeren van maatregelen om de vrede en de rechtszekerheid in dat gebied te bevorderen. Hij vierde het kerstfeest in de keizerpalts Goslar. Van eind februari tot eind mei 1039 bracht een zieke Koenraad drie maanden in de keizerlijke residentie in Nijmegen door. Daar werden ook zijn twee laatst bewaard gebleven oorkonden opgesteld. Eind mei trok hij naar de bisschopsstad Utrecht om daar op 3 juni het Pinksterfeest te vieren. Hier overleed hij echter. Koenraads overlijden kwam voor zijn familie en de bisschoppen in zijn entourage plotseling en onverwacht. Als oorzaak voor zijn dood wordt algemeen de jicht (podagra) genoemd. Volgens een Milanese bron uit het midden van de 11e eeuw zou Koenraad al met zieke voeten en pijnlijke gewrichten terug zijn gekomen uit Italië. Na zijn onverwachte dood werd Koenraads lichaam opgebaard in de dom van Utrecht. Zijn ingewanden werden hier ook bijgezet; mogelijk om die reden heeft zijn zoon rondom de dom een vermoedelijk kerkenkruis laten bouwen. Van dat Utrechts kerkenkruis is tot nu toe geen enkel bewijs gevonden. Vanuit Utrecht werd zijn stoffelijk overschot met grote pracht en praal in een plechtige processie per schip Rijnopwaarts vervoerd. In verschillende bisschopssteden langs de Rijn, waaronder Keulen, Mainz en Worms, werd de overledene door de bevolking naar de plaatselijke dom gebracht en daar opgebaard. Een maand na de dood van de heerser bereikte de begrafenisstoet op 3 juli Speyer. Hier vond de begrafenisplechtigheid plaats. Zijn stoffelijk overschot werd bijgezet in de dom van Speyer.
Koenraad wordt algemeen gezien als een zeer bekwaam bestuurder en diplomaat, ambitieus maar voorzichtig. Hij continueerde het beleid van de Ottonen op het gebied van godsdienst met een voortzetting van de Rijkskerk en steunde de hervorming van de kloosters, mede om de politieke rol van de kloosters in te perken. Zijn bestuur steunde niet zo zeer op de hoge adel maar op de lage edelen, de opkomende steden en op zijn ministerialen. Hij stelde nieuwe wetboeken op voor Saksen en voor Italië. Koenraad zou de eerste van de middeleeuwse vorsten zijn die een duidelijk onderscheid zag in zijn eigen positie en de staat als zelfstandig instituut. Dit kwam naar voren in de berechting van een edelman die zich had verrijkt uit algemene middelen maar zorgvuldig had vermeden de belangen van Koenraad te schaden. Het verweer van de edelman was dat hij onschuldig was omdat hij de koning niet had benadeeld. Koenraad veroordeelde hem toch. Daarbij gebruikte hij een beeldspraak waarin hij de koning vergeleek met een scheepskapitein en de staat met een schip, en dat het beschadigen van het schip als een misdaad op zich moest worden beschouwd. Aan de andere kant was Koenraad persoonlijk hebzuchtig en maakte hij voortdurend gebruik (misbruik) van zijn positie om voor zichzelf bezittingen te verwerven. Ook bij de benoeming van hoge geestelijken keek hij alleen naar politieke en persoonlijke belangen; sommige ambten werden openlijk verkocht. De geschiktheid van geestelijken voor hun ambt deed voor Koenraad niet ter zake. Koenraad gaf opdracht om in Nijmegen, op de restanten van de palts van Karel de Grote, de Sint-Nicolaaskapel te bouwen.
GISELA VAN ZWABEN (Koos' Edelstamoudovergrootmoeder) werd geboren op 11 november 995 als kind van Herman van Zwaben II en Gerberga van Bourgondië, zoals getoond in stamboom 1287. Zij is gestorven op 14 februari 1043, 47 jaar oud. Gisela huwde 2 maal. Zij huwde met Koenraad van het heilige roomse rijk en Ernst van Zwaben I.
Gisela van Zwaben (11 november 995 - 14 februari 1043) was een Duitse edelvrouw die door haar derde huwelijk keizerin van het Heilige Roomse Rijk werd. Gisela was een dochter van Herman II van Zwaben en van Gerberga van Bourgondië. In haar eerste huwelijk trouwde ze met Bruno van Brunswijk (ca. 970 - Brunswijk, 10 december 1014). Bruno was graaf van Brunswijk, de Noordthüringengau en in de Derlingau. Volgens middeleeuwse overlevering was Bruno stichter van de stad Brunswijk maar het is aangetoond, dat de twee nederzettingen waaruit die stad is ontstaan, reeds uit de negende eeuw dateren. Bruno nam in 990 deel aan een veldtocht tegen Bohemen. Hij werd in zijn eigen kasteel gedood door ene Milo, een persoonlijke vijand. In haar tweede huwelijk trouwde Gisela met Ernst I van Zwaben. Na diens dood werd zij in 1015 regent van het hertogdom Zwaben. Zij huwde ten slotte in 1016 met Koenraad, graaf van Spiers en Worms. Koenraad was afkomstig uit de hoge adel maar had slechts een bescheiden positie geërfd. De beide echtelieden waren familie in de achtste graad (ze stammen allebei af van Hendrik de Vogelaar, de moeder van Gisela, Gerberga van Bourgondië, en de grootvader van vaderskant van Koenraad, Otto I van Karinthië, waren achternicht en achterneef van elkaar). Dit was volgens de regels van die tijd een legaal huwelijk (verwantschap in de zevende graad was verboden) maar keizer Hendrik II de Heilige, die bloedverwantschap graag gebruikte om de huwelijkspolitiek van de adel te frustreren, maakte bezwaar tegen het huwelijk. Koenraad en Gisela werden verbannen en Gisela verloor haar functie als regent van Zwaben. In 1020 verzoenden Koenraad en Hendrik zich weer en konden Koenraad en Gisela terugkeren. Koenraad werd in 1024 tot koning gekozen, en gekroond door de aartsbisschop van Mainz. Die weigerde echter om Gisela te kronen waardoor die op 21 september 1024 te Keulen apart tot koningin werd gekroond. Op 26 maart 1027 werden Koenraad en Gisela te Rome ook tot keizer en keizerin gekroond. Op de terugweg gaf ze schenkingen aan de abdij van Sankt Gallen, voor het lezen van missen voor zichzelf en voor haar zoon Hendrik. Gisela was politiek zeer actief. Ze nam deel aan meerdere synodes. In 1027 wist ze te bereiken dat haar neef, Rudolf III van Bourgondië, bij testament zijn koninkrijk aan Koenraad naliet. In 1034 kwam Bourgondië, na twee jaar verzet door een groep weerspannige edelen en bisschoppen, daarmee definitief bij Duitsland. In 1039 zou Bourgondië een verregaande autonomie krijgen van Hendrik III. Ook wist zij in 1033 te Merseburg een vrede met Mieszko II Lambert van Polen te sluiten. Ze bemoeide zich volop met benoemingen van bisschoppen en abten. En ook bemiddelde Gisela regelmatig tussen Koenraad en haar zoon Ernst II van Zwaben, die herhaaldelijk in opstand kwam tegen zijn stiefvader. Uiteindelijk gaf ze op en liet ze Ernst vallen, die in 1030 dan ook om het leven kwam (en dan kan die nog niet ouder dan 15 zijn geweest!). Ernst II zou voortleven in de literatuur: hij is de inspiratie voor het middeleeuwse epos "hertog Ernst". Herman, de tweede zoon uit het huwelijk van Gisela met Ernst, werd hierdoor later hertog van Zwaben. In 1037 bezocht Gisela de graven van de apostelen in Rome. Na het overlijden van Koenraad steunde Gisela haar zoon Hendrik III maar dit leidde tot spanningen en haar invloed nam snel af. Gisela werd begraven in de dom van Spiers, waar het lichaam van Koenraad al eerder was begraven. Gisela had verscheidene kinderen:Uit het huwelijk met Bruno van Brunswijk:
Liudolf van Brunswijk
een dochter, gehuwd met graaf Thiemo II van de Schweinachgau (gesneuveld tegen Bohemen op 28 augustus 1040).
Uit het huwelijk met Ernst I van Zwaben:
Ernst II van Zwaben (1012-1030)Herman IV van Zwaben (1014-1038)
Uit het huwelijk met Koenraad II:
Keizer Hendrik III (1017-1056)Beatrix (ovl. 24 september 1036)
Mathilde (Oosterbeek? 1027 - Worms, 1034), die zich in 1033 verloofde met koning Hendrik I van Frankrijk (-1060) ter bezegeling van het vredesakkoord dat Koenraad in in 1033 te Deville had gesloten met Robert II van Frankrijk. Mathilde werd begraven in de dom van Worms.
KUNIGUNDE VAN DE ARDENNEN (Koos' Edelstamoudovergrootmoeder) werd geboren rond 890 als kind van Everhard van Frioul en Irmintrude der Franken, zoals getoond in stamboom 1353. Zij is gestorven in 940, ongeveer 50 jaar oud.
Kunigunde van de Ardennen (ca 890-ca 940) was de moeder van Siegfried, de stichter van Luxemburg, en van Adalbero I, bisschop van Metz, en was getrouwd met paltsgraaf Wigerik van Lotharingen. Kunigunde was hoogstwaarschijnlijk een dochter van 'Irmintrud' en een man wiens naam niet met zekerheid bekend is, mogelijk Reinier I van Henegouwen. Wel is zeker dat haar moeder een zus was van de Franse koning Karel de Eenvoudige. Beiden waren kinderen van Lodewijk de Stamelaar, wiens grootvader, Lodewijk de Vrome, een kind van Karel de Grote was. Hierdoor was het eerste Luxemburgse huis, dat gesticht werd door Kunigundes zoon Siegfried, nauw verwant aan Karel de Grote. Kunigunde hertrouwde met Richwin van Verdun, zoon van Giselbert I van Maasgouw.
Wigerik en Kunigunde kregen de volgende kinderen:
Frederik van de Ardennen (* 912, 17 juni 978), eerste graaf van Bar en in 959 hertog van Opper-Lotharingen
Adalbero van de Ardennen, bisschop van Metz 929-962 (reeds vermeld ca.911/915, † 26 april 962)
Giselbert van de Ardennen, graaf in de Ardennengouw
Siegebert (ovl. na 947)
Gozelo van de Ardennen, graaf in de Bitgouw († 19 april 942); getrouwd in 930 met Uda van Metz (* 905, † 10 april 963), dochter van graaf Gerhard I (Matfrieden)
Liutgarde (vermeld 8 april 960, naar men aanneemt eerst gehuwd met Adalbert († 944), graaf van Metz (Matfrieden) en vervolgens met Eberhard, graaf van Egisheim († 972/973))
mogelijk Siegfried van Luxemburg (* 915/917, † 26 oktober 997), eerste graaf van Luxemburg, graaf in de Moezelgouwmogelijk
Hendrik (vermeld 970). Wellicht zoon van een andere Wigerik, zoon van Roric (cit.909), die betuigd wordt in het gezagsgebied van graaf Wigerik (Bitgouw).
Wigerik Van Lotharingen10849 huwde Kunigunde van de Ardennen. Zij kregen zeven kinderen:
Luitgarde van Lotharingen in 900
Adalbero Van Lotharingen I in 910
Hildegard Van Lotharingen1 in 910
Frederik Van Lotharingen I in 912
Gozelo van De Ardennen in 914
Siegfried van Luxemburg in 922
Hendrik Van Lotharingen
DIEDERIK VAN LOTHARINGEN I (Koos' Edelstamoudovergrootvader) werd geboren in 965 als kind van Frederik Van Lotharingen I en Beatrix CAPET, zoals getoond in stamboom 1356. Diederik werd Herzog von Ober-Lothringen. Hij is gestorven in 1027, ongeveer 62 jaar oud.
Diederik I van Lotharingen (rond 965 – 11 april 1027) was een zoon van hertog Frederik I van Lotharingen en van Beatrix van Frankrijk, zuster van Hugo Capet. Hij was hertog van Opper-Lotharingen en graaf van Bar van 978 tot 1027, in opvolging van zijn vader. Tot 987 was zijn moeder regentes, ondanks dat Diederik toen al minstens 20 moet zijn geweest en volgens de gewoonten van die tijd was een vorst met 16 meerderjarig en in staat om zelfstandig te regeren. Diederik zou mogelijk zijn moeder hebben laten opsluiten in een klooster teneinde eigenhandig te kunnen heersen. Feit is dat ze na 989 niet meer vermeld wordt. Andere geruchten fluisteren zelfs over pogingen haar te vergiftigen. In 985 belegerde hij Verdun dat door Franse troepen was bezet en werd daarbij gevangengenomen. Hij werd vrijgelaten maar enige tijd later zwaargewond gevangen genomen door paltsgraaf Ezzo van Lotharingen in het conflict tussen keizer Hendrik II en de Luxemburgers over Metz. Diederik werd in Ezzo's kasteel Tomburg opgesloten en moest zich voor een groot bedrag vrijkopen. Ook werd Diederik nog een keer door de Bourgondiërs gevangengenomen. Hij voerde wel een succesvolle campagne in de Champagne tegen Odo II van Blois toen die de stad Toul aanviel. In 1024 maakte Diederik op tijd de keuze voor koning Koenraad II en behield zo zijn titels. In de laatste jaren van zijn bestuur deelde hij zijn taken met zijn zoon Frederik maar die overleed al in 1026, voor Diederik.
Diederik trouwde met Richildis van Metz (ca. 965 - 995). Zij kregen de volgende kinderen:
Frederik II van Lotharingen
Adalbero, werd in 1005 benoemd tot bisschop van Metz als opvolger van zijn oom Adalbero II van Metz. Hij stierf in 1006, kort na zijn wijding.
Adelheid, gehuwd met Walram van Aarlen.
KONING EDUARD VAN ENGELAND (Koos' Edelstamoudovergrootvader) werd geboren tussen 871 en 877 als kind van Alfred van Engeland11087 en Ealhswith van de gaini11088, zoals getoond in stamboom 1361. Eduard werd „de oudere” genoemd. Hij is gestorven op 17 juli 924, ongeveer 50 jaar oud, in Farndon. Eduard had drie geregistreerde relaties. Hij huwde met Aelflaed en Eadgifu (zijn indirecte relatie). Hij werd ook een partner van concubine.
Eduard de Oudere (Oudengels: Ēadweard se Ieldra; c. 874-877 - Farndon, 17 juli 924) was een Engelse koning. Hij werd koning in 899 na de dood van zijn vader, Alfred de Grote. Zijn hof was in Winchester, voorheen de hoofdstad van Wessex. Hij veroverde de oostelijke Midlands en East Anglia op de Denen in 917 en werd heerser van Mercia in 918 na de dood van Æthelflæd, zijn zus. Al zijn oorkonden, op twee na, gaven zijn titel weer als "koning van deAngelsaksen" (Anglorum Saxonum rex). Hij was de tweede koning van de Angelsaksen omdat deze titel voor het eerst gedragen werd door Alfred. Op de munten van Eduard staat "EADVVEARD REX". De kroniekschrijvers schreven dat heel Engeland "Eduard accepteerde als koning" in 920. Maar het feit dat York zijn eigen munten bleef maken doet vermoeden dat de autoriteit van Eduard niet werd geaccepteerd in het door de Vikingen geregeerde Northumbria. Eduards eponiem "de Oudere" werd voor het eerst gebruikt door Wulfstan in zijn werk Life of St Æthelwold (tiende eeuw) om hem te onderscheiden van de latere koning Eduard de Martelaar. Onder zijn vader was Eduard al een legeraanvoerder en versloeg in 893 de Denen in Fareham. Na de dood van Alfred werd zijn opvolging betwist door zijn neef Aethelwold die Wimborne Minster en Christchurch (Dorset) bezette. Toen Eduard hem aanviel, vluchtte hij echter naar de Denen in Northumbria en riep zich daar tot koning uit. Eduard werd op 8 juni 900 tot koning van Wessex gekroond, mogelijk in Kingston upon Thames of in Winchester, en stichtte in 901 de New Minster in Winchester en liet zijn vader daar herbegraven. Datzelfde jaar viel Aethelwold met een Deense vloot Essex binnen en probeerde steun te krijgen van Denen in East Anglia. Het volgende jaar bezette hij Cricklade en Braydon maar werd verslagen en gedood in de slag van Holme. Nu zijn positie was verzekerd begon Eduard aan een consequent en geduldig beleid om de macht over heel Engeland in handen te krijgen. In 906 moest hij nog een Engels-Deense inval in Essex en Kent afslaan maar een jaar later wist hij vrede te sluiten met de Denen van East Anglia en York. En in 909 stuurde hij een leger naar Northumbria om de Deense gebieden daar te plunderen. Toen de Denen als vergelding Mercia binnenvielen, wist Eduard ze in 910 te verslaan bij Tettenhall (nu binnen Wolverhampton). Daarna wist Eduard gestaag zijn macht uit te breiden:
911 bezetting van Middlesex en Oxfordshire
912 verovering van Essex en onderwerping van de Denen in East Anglia
915 bezetting van Bedford (Engeland)
917 offensief tegen de Denen in de Midlands
De eerste partner in de strijd tegen de Denen was altijd Mercia geweest. Vanaf 883 ongeveer was Aethelred daar machthebber; koning in naam erkende hij wel het oppergezag van Eduard als opvolger van Alfred de Grote. Aethelred huwde Aethelflaed, een zuster van Eduard, en na zijn dood in 911 nam Aethelflaed het bewind over. Op heel actieve wijze zelfs, want ze nam deel aan alle grote militaire campagnes. Zij was ook verantwoordelijk voor het bouwen van veel verdedigingswerken. Na het overlijden van Aethelflaed in 918, zou de kroon van Mercia aan haar dochter Aelfwynn toegekomen zijn. Door het streven van Eduard om de koninkrijken Wessex en Mercia samen te voegen ontstond een roerige tijd, waardoor de broers van Aelfwynn al gevlucht waren. Andere troonpretendenten van o.a. Wessex, waren immers al op mysterieuze wijze verdwenen en Alfred en Arnulf wilden daaraan ontkomen. Eduard zette Aelfwynn echter af, misschien omdat hij in de jonge vrouw geen militaire leider zag zoals in haar moeder. Aelfwynn verdween dus naar een klooster en haar broers Alfred en Arnulf waren gevlucht. Om zijn koninkrijk te beveiligen bouwde Eduard kastelen in Hertford, Witham, Bridgnorth, Tamworth, Stafford, Eddisbury, Warwick en ook in “Scergeat” maar die locatie is niet geïdentificeerd. Hij reorganiseerde de kerk en creëerde een aantal nieuwe bisdommen maar kreeg ook een reprimande van de paus dat hij meer op zijn religieuze plichten moest letten. Hij onderhield betrekkingen met heersers op het vasteland, wat blijkt uit het huwelijk van zijn dochter met Karel de Eenvoudige. Zijn zoon Aethelstan zette deze politiek van buitenlandse huwelijken voor zijn halfzusters actief door. In bijna al zijn oorkondes noemde Eduard zich "koning van de Angel-Saxen" (Anglorum Saxonum rex), een titel die hij overnam van zijn vader Alfred. Op de munten van Eduard staat te lezen "EADVVEARD REX." En van een aantal vorsten uit Wales is de erkenning van de kroon van Eduard duidelijk. De kronieken vermelden zelfs dat heel Engeland “Eduard als heer aanvaardde" in 920. Maar wellicht sloeg dat laatste veeleer op een soort wapenstilstand dan op een werkelijke erkenning van zijn gezag. Ook het feit dat York nog steeds eigen munten bleef slaan, wijst in de richting dat het door Vikingen beheerste Northumbria nog steeds zijn eigen weg ging. Eduard overleed trouwens in 924 op een veldtochttegen rebellen uit Wales en Mercia, en werd begraven in de New Minster van Winchester. Eduard was een zoon van Alfred de Grote en Ealhswith van de Gaini (852 - Winchester, 5 december 905). Eduard was drie keer getrouwd:ca. 893 trouwde hij met Egwyna (-ca. 901) van onbekende herkomst. Volgens sommige bronnen was zij een concubine van eenvoudige komaf maar haar kinderen kregen de koninklijke voornamen en worden in aktes voor Eduards kinderen uit andere huwelijken genoemd, en een van haar zoons zou na Eduard nog koning worden. Daarmee is het zeer aannemelijk dat de relatie tussen Eduard en Egwyna een wettig huwelijk was. Zij kregen de volgende kinderen:
Aelfred (ca. 893 - ca. 901)
Æthelstan, koning als opvolger van zijn vader, groeide op aan het hof van Ethelred II van Mercia en Lady Ethelflaed van Wessex (dochter van Alfred de Grote).Hij groeide dus op samen met zijn nicht Aelfwynn, en de neven Alfred en Arnulf. (The Anglo-Saxon Chronicle).
Eadgyth, trouwde op 30 januari 926 te Tamworth met Sithric, koning van de Denen in York. Na zijn dood in 927 werd ze non in de abdij van Polesworth en daarna abdis van Tamworth, waar ze is begraven. Ze werd heilig verklaard, haar feestdag is op 15 of 19 juli. ca. 901 trouwde Eduard met Aelflaed (878 - 920), dochter van Aethelhelm van Bernicia (ca. 859 - 12 juni 897). Aethelhelm was een belangrijke hoveling van Alfred de Grote, ealdorman van Wiltshire die in 887 gezant was van Alfred naar Rome, in 892 land van Alfred ontving bij North Newnton en in 893 samen met andere graven de Denen versloeg bij Buttingdon aan de Severn . Eduard en Aelflaed kregen de volgende kinderen:
Edfleda, non, begraven in de abdij van Wilton
Aethelfleda, non, begraven in de abdij van Romsey
Eadgifu (Hedwig van Wessex), getrouwd met Karel de Eenvoudige en met Herbert III van Vermandois
.Ethelweard (- Oxford, 9 augustus 924), overleed 16 dagen na zijn vader, begraven in WinchesterEadwine (- 933), vermoedelijk in opstand tegen Aethelstan en verdronken op de vlucht naar Vlaanderen. Begraven in de abdij van Sint-Bertinus.Aethelhild, non, (- 937), trouwde ca. 926 met Hugo de Grote. Ter gelegenheid van de verloving stuurde die rijke giften aan Aethelstan, waaronder specerijen, juwelen, kostbare paarden, drie relieken en een gouden kroon.
Eadgyth (Editha van Wessex), 929 getrouwd met Otto I de Grote
Aelgifu, vermoedelijk getrouwd met Boleslav II van Bohemen. Bekend is dat Aethelstan Eadgyth en Aelgifu naar Otto had gestuurd om een bruid te kiezen. Otto koos Eadgyth en vond ook een passende echtgenoot voor Aelgifu. Algemeen wordt Boleslav als die echtgenoot gezien maar die was nog maar een klein kind toen beide zusters naar Duitsland kwamen. Ook Lodewijk, graaf van de Thurgau wordt genoemd als haar echtgenoot.
ca. 920 trouwde Eduard met Eadgifu (- 26 augustus 968), dochter van Sigihelm, heer van Meopham, Cooling en Lenham, in Kent. In 957 nam haar kleinzoon Edgar van Engeland haar bezittingen af. Eadgifu werd begraven in de kathedraal van Canterbury . Eduard en Eadgifu kregen de volgende kinderen:
Edmund I van Engeland, koning als opvolger van Aethelstan
Edburga van Winchester
Eadgifu, getrouwd met een vorst uit Aquitanië
Edred, koning als opvolger van Edmund.
HARALD VAN DENEMARKEN I (Koos' Edelstamoudovergrootvader) werd geboren in 930 als kind van Gorm van Denemarken en Tyra Danebot, zoals getoond in stamboom 1362. Hij is gestorven in 986, ongeveer 56 jaar oud.
Harald Blauwtand (Deens: Harald Blåtand, Oudnoords: Haraldr Blátönn), ook Harald de Goede of Harald Gormsson (ca. 930 - bij Wolin, 1 november 985 of 986) was koning van Denemarken. Hij is vooral bekend vanwege zijn bekering tot het christendom. Harald was de zoon van koning Gorm de Oude en zijn vrouw Tyre. Hij volgde zijn vader op als koning van Denemarken maar had, vanwege de hoge leeftijd van zijn vader, ook voordien al een belangrijk aandeel in het bestuur. Binnen Denemarken was het tijdens zijn regering rustig, dus Harald had alle gelegenheid om zich op het buitenland te richten. Hij steunde Richard I van Normandië tegen diens tegenstanders en hij liet zijn zoon Hakon het gebied Samland (belangrijkste vindplaats van barnsteen) veroveren. Toen Haakon I van Noorwegen in 961 was verslagen en gedood, trok Harald naar Noorwegen en riep zichzelf uit tot koning en benoemde de Noorse regio-koningen tot zijn vazallen. Harald II van Noorwegen (de leidingnemer van deze Noorse vazal-koningen) doodde zijn belangrijkste tegenstanders en werd steeds onafhankelijker van Harald. In 976 kwam Harald Grijshuid op bezoek in Denemarken, maar werd daar gedood door Noorse tegenstanders. Harald I kreeg zo weer een sterke positie als koning van Noorwegen en benoemde de moordenaars tot jarls in Noorwegen. Harald erkende in 948 keizer Otto I de Grote als zijn heer, maar stelde zich in de praktijk onafhankelijk op. In 974 werd Harald bij de Danevirke verslagen door een Duits leger. Indirect ging Haralds gezag over Noorwegen hierdoor verloren. Direct moest Harald toestaan dat Duitse boeren zich in zijn grensgebieden vestigden, maar die kon hij in 983 weer verdrijven met hulp van Slavische troepen. Kort daarna kreeg Harald te maken met een opstand van zijn zoon Sven Gaffelbaard. Harald vluchtte naar Jomsburg en stierf aan verwondingen die hij had opgelopen tijdens gevechten met de troepen van zijn zoon. Harald werd begraven in de door hem gestichte dom van Roskilde. Harald liet een aantal ringwalburgen aanleggen bij de Deense steden Trelleborg, Odense, Hobro en Aggersborg, en de Zweedse steden Trelleborg en mogelijk Lomma. Ook zou hij het Deense Aarhus hebben laten versterken. De 750 m lange veenbrug bij Vejle, in Denemarken, zou onder zijn bestuur zijn gebouwd. Harald komt ook voor in de saga's over Styrbjörn de Sterke (mogelijk dezelfde als Björn, de zoon van Olof I van Zweden). De verhalen over Styrbjörn vertonen onderling grote verschillen (wat niet pleit voor hun historische betrouwbaarheid), maar de hoofdlijnen van het verhaal van Styrbjörn zijn als volgt: Styrbjörn was een succesvolle aanvoerder van een onafhankelijke vloot van Vikingen op de Oostzee. Zelfs onder de Vikingen viel hij op door zijn strijdlust. Hij zou zijn gevlucht uit Zweden en werkte een tijd samen met Harald om de Deense macht aan de Duitse Oostzeekust te versterken. Koning Harald zou met de zuster van Styrbjörn zijn getrouwd en deze op zijn beurt zou met Thyra, Haralds dochter, zijn getrouwd. Samen veroverden ze Jomsburg, een fort van Viking-piraten bij Wolin, en Styrbjörn werd heer van Jomsburg. Styrbjörn maakte aanspraken op de troon van Zweden en trok samen met Harald naar Gamla Uppsala om Erik VI van Zweden aan te vallen. Vlak voor de slag lieten Harald en de Denen Styrbjörn echter in de steek (uit lafheid, of vanwege berichten van een Duitse aanval op Jutland). Styrbjörn besloot om met zijn te kleine leger toch de aanval door te zetten, en ze werden tot de laatste man gedood. Dat in deze periode een veldslag bij Gamla Uppsala heeft plaatsgevonden en dat daarbij een (deel van) een leger na heldhaftige strijd is vernietigd, blijkt uit een aantal runenstenen uit die tijd die de gesneuvelden herdenken. Harald begroef zijn vader Gorm in Jelling (plaats) op de plaats van een oude grafheuvel (ca. 500 v.Chr.) waar hij een nieuwe heuvel overheen liet opwerpen. Gorm werd begraven met rijke grafgiften. Dit is nog een duidelijke afwijzing van de christelijke (Duitse) invloed. Enkele jaren later liet Harald zich echter dopen met zijn hele gezin. Vermoedelijk is dit gewoon een kwestie van politieke berekening van Harald geweest. Volgens Widukind van Corvey (die werkte ten tijde van deze gebeurtenissen) liet Harald zich overtuigen door de zendeling Poppo, die de kracht van zijn geloof bewees door een gloeiend stuk ijzer op te tillen zonder zich te verbranden. Volgens de Duitse kroniekschrijver Adam van Bremen liet Harald zich dopen na een verloren veldslag tegen de Duitse keizer, en stelde Harald bisdommen in te Sleeswijk, Ribe en Aarhus, die hij onder het gezag van het aartsbisdom Bremen stelde. Adam van Bremen werkte ongeveer 100 jaar later, toen koning Erik I van Denemarken (met succes) probeerde om een eigen Deens aartsbisdom te krijgen. De bekering van Harald had buiten de hofkringen in Denemarken en Noorwegen niet veel invloed. Harald liet na zijn bekering zijn vader herbegraven in een kerk bij de grafheuvel. Hij liet zijn bekering publiek vastleggen in een van de runenstenen van Jelling in Denemarken. Hierop staat gehouwen: Harald, koning, liet deze steen maken ter herinnering aan Gorm, zijn vader en Thyra, zijn moeder. De Harald die geheel Denemarken en Noorwegen won en de Denen christenen maakte. Oudnoors: Haraltr kunukr bath kaurua kubl thausi aft kurm fathur sin auk aft thaurui
muthur sina sa haraltr ias sar uan tanmaurk ala auk nuruiak auk tani karthi kristna.
Hoeveel vrouwen Harald had is onzeker, de volgende vrouwen worden als wettige echtgenotes genoemd: huwelijk voor 960:
Gunhilde (verder onbekend);
Tove (ovl. ca. 990), vermoedelijk dochter van de Slavische prins Mstivoj;
Gyrid (vermeende zuster van Styrbjörn de Sterke en nicht van Erik VI van Zweden).
Daarnaast had hij enkele onbekende bijvrouwen.
Harald had de volgende kinderen, van wie meestal niet duidelijk is wie de moeder is:
Hakon (961 - voor 987), veroverde Samland, leidde een Deense vloot naar Northumbria;
Sven Gaffelbaard;
Tyre (ovl. 1000), getrouwd met Styrbjörn de Sterke, nadien met de Slavische prins Burislav, gescheiden en hertrouwd (998) met Olaf I van Noorwegen. Volgens de saga's had zij Olof aangezet tot oorlog en na het nieuws van zijn dood in de slag bij Svolder pleegde ze zelfmoord door zich dood te hongeren. In literatuur worden enkele kinderen van Styrbjörn en Tyre genoemd, maar die zijn allemaal erg onzeker. Met Burislav kreeg ze een dochter Gunhild, waar koningin Bodil, echtgenote van Erik I van Denemarken, van afstamde.
Met Olaf kreeg ze een zoon Harald, die kort na zijn geboorte overleed;
Gunhild (ovl. 13 november 1002), gehuwd met Palle, edelman in Devon. Beiden zijn vermoord tijdens de slachtpartij op Sint-Brixius-dag;
Mo (ovl. ca. 1015);
Thorgny, gehuwd met Thrugot.---
De broers Magnus (ovl. na 969) en Godfried (ovl. ca. 988) zijn vermoedelijk kinderen van Harald met een bijvrouw. Zij bouwden een eigen rijk op in de Ierse Zee en vochten en plunderden in Schotland, Ierland, Wales en het eiland Man. Godfried werd koning van de Hebriden, waaruit het koninkrijk Man ontstond. Hij sneuvelde in een veldslag in Schotland en werd opgevolgd door zijn zoon Raegnald.
Bluetooth (blauwtand), een draadloos communicatieprotocol, ontwikkeld door Ericsson, is genoemd naar deze koning. Het Bluetooth-logo bestaat uit zijn initialen (H en B) in Noordelijke runentekens. De naam is gekozen omdat Harald in staat was verschillende volken en groepen in zijn rijk samen te laten werken.
10886. MIESZKO VAN POLEN I (Koos' Edelstamoudovergrootvader) werd geboren in 935 als kind van Siemomysl van Polen11092, zoals getoond binnen stamboom 1199. Hij is gestorven in 992, ongeveer 57 jaar oud. Mieszko I, of Misiko, ook Dago, Dagomer (circa 935 – 25 mei 992)Hij was de eerste historische hertog van de Polanen. Hij was de zoon van de legendarische Siemomysl. Van Mieszko is bekend dat hij de eed als leenman aan keizer Otto I van het Heilige Roomse Rijk en aan markgraaf Gero aflegde, nadat hij door hen was verslagen. Daarmee begon zijn regering in 963. In 964/965 trouwde hij met Dubravka (Dubravy) de dochter van Boleslav I, hertog van Bohemen. Hij bestreed de stammen van de Wieleten en de Wollinen aan de Oostzee, die werden gesteund door de Saksische graaf Wichman. Op 4 april 966 werd Mieszko gedoopt te Regensburg en daarna stichtte hij een kerk in Gniezno. Die stad is sindsdien de hoofdzetel van de Poolse katholieke kerk. Na zijn doop probeerde Mieszko zijn gebied door verovering te vergroten met als argument de kerstening. Op 29 september 967 versloeg hij met Boheemse steun Wichman aan de rivier de Warta, waarbij Wichman werd gedood. Hij veroverde het westen van Pommeren en bouwde kastelen in Poznań (Ostrów Lednicki) en Gniezno. Toen Mieszko zich stevig had gevestigd begon hij zich onafhankelijker op te stellen tegen zijn Duitse heren. Hij kreeg een conflict met de Saksische markgraaf Hodo over de rechten op de belastingen van de Slavische stammen aan de Odermonding. Op 24 juni 972 versloeg hij door een slimme tactiek Hodo in een veldslag bij Cedynia: Mieszko verdedigde met zijn bescheiden cavalerie de voorde van de Oder maar werd natuurlijk verslagen door de overmacht van de Saksische cavalerie. Mieszko vluchtte naar de stad Cedynia en de achtervolgende Saksische troepen werden in de flank aangevallen door de Poolse infanterie die zich op een beboste heuvel had schuilgehouden. De Saksen werden met grote verliezen verslagen. In 973 was hij deelnemer aan de Rijksdag van Quedlinburg. Mieszko en Hodo moesten daar van keizer Otto II hun geschillen bijleggen. Mieszko moest zijn zoon Bolesław als gijzelaar achterlaten maar was wel zo slim om een lok van zijn haar aan de paus te zenden, waarmee hij zijn zoon onder diens bescherming plaatste. Dat weerhield Mieszko er echter niet van om al in 974 de opstand van Hendrik II van Beieren (hertog) te steunen. De opstand mislukte en dat bleef blijkbaar zonder grote gevolgen voor Mieszko. In 978 trouwde hij opnieuw met Oda, de dochter van Theoderic (Diederik) von Haldensleben van de Nordmark, na haar (met instemming van haar familie) uit het klooster Kalbe ontvoerd te hebben. In 979 wist hij de Odermonding definitief in handen te krijgen maar in 981 verloor hij gebieden aan de Westelijke Boeg aan Vladimir van Kiev. In 984 steunde hij opnieuw de poging van Hendrik II van Beieren om koning van Duitsland te worden maar ging later over naar het kamp van keizer Otto III. Hij hielp Otto in 986 om Meissen en de Lausitz te veroveren en steunde hem in 991 in de Saksische Noordmark. Als tegenprestatie hielp Otto Mieszko om Silezië en Klein-Polen te veroveren ten koste van Bohemen. Mieszko is begraven in de kathedraal van Poznań. Bij zijn dood liet hij de Dagome Iudex achter, een index van het land en zijn grenzen. In dit boek worden Oda, haar echtgenoot en hun zonen beschreven. Het origineel is verloren, maar er is een verwijzing naar in een kerkboek van 90 jaar later. Volgens middeleeuwse bronnen had Mieszko zeven vrouwen die hij allemaal heeft verstoten om met Dubravka te kunnen trouwen. Het aantal is vermoedelijk overdreven maar het is aannemelijk dat hij voor zijn huwelijk met Dubravka al getrouwd is geweest. De namen van zijn eerdere vrouwen of hun kinderen zijn niet bekend.Mieszko en Dubravka kregen de volgende kinderen: Bolesław I, was hertog (992-1025) en koning (1025) van Polen en als Boleslav IV hertog van Bohemen (1003-1004).
Vladivoj van Bohemen
mogelijk Tove, vrouw van Harald I van Denemarken
Sigrid de Hooghartige (Gunhilde)
DUBRAVKA VAN BOHEMEN (Koos' Edelstamoudovergrootmoeder) werd geboren in 931 als kind van Boleslaw van Bohemen I en Biagota, zoals getoond in stamboom 1363. Zij is gestorven in 977, ongeveer 46 jaar oud.
Dubravka van Bohemen (voor 931-977) was een dochter van Boleslav I van Bohemen en Biagota. Zij werd in 965 de echtgenote van Mieszko I van Polen. Deze verbintenis bezegelde een bondgenootschap tussen Polen en Bohemen. Volgens de overlevering speelde Dubravka een wezenlijke rol in de kerstening van Polen. Zij gaf het leven aan een zoon (Boleslaw I van Polen) en een dochter (Świętosława van Polen). Haar dood in 977 luidde het einde in van het bondgenootschap tussen Polen en Bohemen. Als jong meisje was zij eerst voorbestemd om non te worden. Zij trouwde echter met de Duitse edelman Günther van Merseburg (uit rebellie? of schaking?). Haar latere huwelijk met Mieszko was daardoor haar tweede huwelijk. Mieszko en Dubravka kregen de volgende kinderen:
Bolesław I
Vladivoj van Bohemen
mogelijk Tove, vrouw van Harald I van Denemarkenmogelijk
een onbekende dochter die wordt geïdentificeerd als Sigrid de Hooghartige, die eerst zou trouwen met koning Erik Segersäll van Zweden en daarna (als 'Gunhild') met Sven Vorkbaard van Denemarken. Zij was de moeder van koning Knoet de Grote van Engeland en Denemarken.
NB: Harald was de vader van Sven maar Tove was niet zijn moeder, de speculaties over Tove en Sigrid zijn dus niet bij voorbaat strijdig met elkaar.
10888. KONING MALCOLM VAN SCHOTLAND II (Koos' Edelstamoudovergrootvader) werd geboren in 950 als kind van Kenneth van Alba II, zoals getoond in stamboom 1364. Hij is gestorven op 25 november 1034, ongeveer 84 jaar oud.
Malcolm II (geboren ca. 950 – overleden 25 november 1034) was Koning van Schotland vanaf 1005 tot zijn dood. Hij was de zoon van Kenneth II, zijn moeder was waarschijnlijk een vrouw uit Leinster. In 1005 doodde Malcolm zijn voorganger Kenneth III in de slag bij Monzievaird in Strathearn. In 1006 viel hij Engeland binnen en belegerde Durham (Engeland) maar werd met grote verliezen teruggedreven door Uhtred. In 1018 behaalde Malcolm een overwinning op troepen uit Northumbria in de slag bij Carham aan de Tweed, samen met Owain de Kale van Strathclyde. Daarna kreeg de grens tussen Schotland en Nothumbria de huidige ligging. John van Fordun schrijft dat Malcolm in de eerste dagen van zijn regeerperiode een Noors leger versloeg, alhoewel dit nergens anders te vinden is. Wel maakte hij de Orkney-eilanden en Caithness, gebieden die onder Noorse invloed stonden, afhankelijk van de Schotse kroon.Op hoge leeftijd had Malcolm alleen nog dochters. Om de opvolging door zijn kleinzoons een betere kans te geven, liet hij in 1033 de troonkandidaat uit de familie van Macbeth van Schotland vermoorden.
Kinderen van Malcolm waren:
Bethóc, gehuwd met Crinan Grimus van Dunkeld
Donada, gehuwd met Findleach van Moray (ovl. 1020), ouders van Macbeth van Schotland. Donada of Doda zou volgens een legende uit Hoei de moeder van Herleva zijn
Een zoon, jong overleden
Een dochter, als zijn tweede vrouw getrouwd met Sigurd earl van Orkney. Ouders van Torfinn die rond 1030 earl van Orkney werd.
10889. KING ETHELRED VAN ENGELAND (Koos' Edelstamoudovergrootvader) werd geboren in 968, in Wessex, England, als kind van Edgar van Engeland en Aelfthryth, zoals getoond in stamboom 1365. Hij is gestorven op 23 april 1016, ongeveer 47 jaar oud, in London, Middlesex, England. Ethelred huwde 2 maal. Hij huwde met Ælfgifu Ælfgiva of York en Emma van Normandie (zijn indirecte relatie).
ÆlfthrythÆthelred II (Old English: Æþelræd, pronounced [ˈæðelræːd];[n 1] c. 966 – 23 April 1016), known as the Unready, was King of the English from 978 to 1013 and again from 1014 until his death in 1016. His epithet does not derive from the modern word "unready", but rather from the Old English unræd meaning "poorly advised"; it is a pun on his name, which means "well advised". Æthelred was the son of King Edgar the Peaceful and Queen Ælfthryth. He came to the throne at about the age of 12, following the assassination of his older half-brother, King Edward the Martyr. The chief problem of Æthelred's reign was conflict with the Danes. After several decades of relative peace, Danish raids on English territory began again in earnest in the 980s, becoming markedly more serious in the early 990s. Following the Battle of Maldon in 991, Æthelred paid tribute, or Danegeld, to the Danish king. In 1002, Æthelred ordered what became known as the St. Brice's Day massacre of Danish settlers. In 1013, King Sweyn Forkbeard of Denmark invaded England, as a result of which Æthelred fled to Normandy in 1013 and was replaced by Sweyn. After Sweyn died in 1014, Æthelred returned to the throne, but he died just two years later. Æthelred's 37-year combined reign was the longest of any Anglo-Saxon English king, and was only surpassed in the 13th century, by Henry III. Æthelred was briefly succeeded by his son, Edmund Ironside, but he died after a few months and was replaced by Sweyn's son Cnut.
GROOTPRINS GEZA VAN HONGARIJE (Koos' Edelstamoudovergrootvader) werd geboren rond 945 als kind van Arpad van Hongarije, zoals getoond in stamboom 1366. Hij is gestorven in 997, ongeveer 52 jaar oud.
Géza, Groot Prins van de Hongaren (geboren ca. 945 – overleden 997)Hij was de Groot Prins van de Magyaren (voor 972-997). Géza was de zoon van Taksony van Hongarije, grootvorst van de Magyaren en een Bulgaarse vrouw. Géza’s huwelijk met Sarolt, de dochter van Gyula van Transsylvanië, werd geregeld door zijn vader. Na de dood van zijn vader (vóór 972), volgde Géza hem op als Groot Prins van de Magyaren. Kort daarna, werd hij door een benedictijner monnik van de abdij van Sankt Gallen, Bruno, gedoopt. Zijn christelijke naam was Stephen (Hongaars: István).
Uit het huwelijk van Géza en Sarolt:
Judith (- na 988), de vrouw van de toekomstige koning Boleslaw I van Polen.Margareth (- na 988), de vrouw van de toekomstige tsaar Gavril Radomir Bulgarije.
Koning Stefanus I, de Heilige, van Hongarije (967/969/975 – 15 augustus 1038) (Volgt 5a).
Maria (- na 1026), de vrouw van Otto Orseolo, Doge van Venetië.
Gizella (-?), De vrouw van de toekomstige koning Samuel Aba van Hongarije.
HERTOG HENDRIK VAN BEIEREN / SAKSEN-LUDOLF II (Koos' Edelstamoudovergrootvader) werd geboren in 951, in Schwaben, Chemnitzer Land, Bayern, Germany, als kind van Hendrik van Saksen I en Judith van Saksen Ludolf, zoals getoond in stamboom 1367. Hendrik werd „de Twistzieke” genoemd. Tussen 955 en 976, in de leeftijd van ongeveer 4 jaar, werd hij Duke of Bavaria in Bavaria, Germany. Hij is gestorven op 26 augustus 995, ongeveer 44 jaar oud, in Bad Gandersheim, Northeim, Niedersachsen, Germany. Hij werd begraven in Stiftskirche Gandersheim, Bad Gandersheim, Landkreis Northeim, Lower Saxony (Niedersachsen), Germany.
Hendrik II van Beieren (circa 951 - Gandersheim, 26 augustus 995), bijgenaamd de Twistzieke, was van 955 tot 976 en van 985 tot aan zijn dood hertog van Beieren en van 989 tot aan zijn dood hertog van Karinthië. Hij behoorde tot het huis der Liudolfingen.
Hendrik II was de zoon van hertog Hendrik I van Beieren uit diens huwelijk met Judith, dochter van hertog Arnulf I van Beieren. In 955 volgde hij op vierjarige leeftijd zijn vader op als hertog van Beieren, wegens zijn minderjarigheid onder het regentschap van zijn moeder. Zijn oudere zus Hedwig werd in 954 uitgehuwelijkt aan hertog Burchard III van Zwaben en Hendrik zelf huwde in 972 met Gisela van Bourgondië (950-1006), dochter van koning Koenraad van Bourgondië. Na de dood van keizer Otto I de Grote in 973 verstevigde Hendrik de banden met het hertogdom Zwaben en het aangrenzende koninkrijk Bourgondië. Hij installeerde zijn neef Hendrik I als bisschop van Augsburg, waarbij hij de investituurrechten van de nieuwe keizer Otto II negeerde. Toen zijn schoonbroer Burchard III later dat jaar zonder nakomelingen overleed, liet hij zijn aanspraken op het hertogdom Zwaben gelden. Otto II wees het hertogdom in november 973 echter toe aan zijn neef Otto I, ondanks hevige tegenstand van Burchards weduwe en Hendriks zus Hedwig. In 974 probeerde hertog Hendrik Otto II af te zetten. Met steun van zijn zus Hedwig sloot hij een alliantie met de Beierse en Saksische edelen, alsook met hertog Boleslav II van Bohemen en hertog Mieszko I van Polen. Otto II was evenwel in staat om Hendrik II gevangen te nemen in Ingelheim, hoewel hij in die periode ook af te rekenen had met opstandige edelen in het graafschap Henegouwen en het bisdom Kamerijk, alsmede met raids van de Deense koning Harald Blauwtand in Holstein. In 976 wist Hendrik II te ontsnappen en organiseerde hij een opstand in Beieren, maar hij werd verslagen toen Otto II Regensburg innam en vervolgens van zijn hertogdom ontheven. Otto splitste het hertogdom Karinthië en markgraafschap Oostenrijk van Beieren af en gaf deze aan zijn aanhangers Hendrik de Jongere en Leopold van Babenberg. Het kleinere hertogdom Beieren werd aan Hendriks rivaal Otto van Zwaben geschonken. Na de Oorlog van de Drie Hendriken in 977-978 werd de afgezette hertog onder het toezicht van bisschop Folcmar van Utrecht geplaatst. Nadat keizer Otto II in 983 in Rome plotseling stierf aan malaria, werd Hendrik II uit zijn gevangenschap bevrijd. Hij probeerde zich opnieuw de Oost-Frankische troon toe te eigenen door zichzelf op de graven van keizer Otto I en koning Hendrik de Vogelaar in Maagdenburg en Quedlinburg tot koning te laten uitroepen. Al snel bleek echter dat hij de steun van de Duitse hertogen had verloren en niet in staat was om de nieuwe koning Otto III af te zetten. Na bemiddeling van aartsbisschop Willigis van Mainz onderwierp Hendrik zich in 985 uiteindelijk aan keizerin-moeder Theophanu, de regentes van haar zoon Otto III. Vervolgens kreeg hij het hertogdom Beieren terug. Hendrik onthield zich voortaan van elke vorm van rebellie en werd in 989 ook benoemd tot hertog van Karinthië. Hendrik II stierf in augustus 995 en werd bijgezet in de Abdij van Gandersheim.
Uit zijn huwelijk met Gisela van Bourgondië werden zeker drie kinderen geboren:
Hendrik IV (973/978-1024), hertog van Beieren en later ook keizer van het Heilige Roomse Rijk.
Bruno (overleden in 1029), bisschop van Augsburg.
Gisela (984/985-1060), huwde in 996 met koning Stefanus I van Hongarije.
GISELA VAN BEIEREN (Koos' Edelstamoudovergrootmoeder) werd geboren rond 950, in Regensburg, Germany, als kind van Koenraad van Bourgondië I en Adelaide van Bourgondië, zoals getoond in stamboom 1244. Zij is gestorven rond 21 juli 1007, ongeveer 57 jaar oud. Zij werd begraven in Abdij van Niedermunster, Regensburg.
Gisela van Bourgondië (ca. 950 - Regensburg, 21 juli 1006 of 1007) was hertogin van Beieren en de moeder van keizer Hendrik II de Heilige. Zij was de oudste dochter van koning Koenraad III van Bourgondië uit het geslacht der Welfen, vermoedelijk uit diens eerste huwelijk met Adelana, een dame waar verder weinig over bekend is. Ze was een nicht van Adelheid van Bourgondië, de tweede echtgenote van Otto I de Grote. Gisela was gehuwd met hertog Hendrik II van Beieren, bijgenaamd de Ruziezoeker, zoon van keizer Hendrik de Vogelaar. Hun verloving vond waarschijnlijk rond 965 plaats, het huwelijk werd waarschijnlijk in de zomer 972 voltrokken. Op 6 mei 973 werd haar oudste zoon, de toekomstige keizer Hendrik II, geboren. De tijd dat haar echtgenoot gearresteerd was verbleef zij in Merseburg. Gisela werd begraven in de abdij van Niedermünster in Regensburg. Haar dochter gaf opdracht voor haar graf het Giselakruis te maken.
HERTOG FREDERIK VAN LUXEMBURG (Koos' Edelstamoudovergrootvader) werd geboren in 1003 als kind van Friedrich van Luxemburg en Irmtrud van Luxemburg, zoals getoond in stamboom 1133. Hij is gestorven (In oorlog) op 28 juli 1065, ongeveer 62 jaar oud. Hij werd begraven in abdij van Stavelot. Frederik huwde 2 maal. Hij huwde met Ida van Saksen (zijn nicht, 1 gen. verwijderd,) en Gerberga van Luxemburg10925.
Frederik van Luxemburg (geboren 1003 – overleden 28 augustus 1065), was een zoon van graaf Frederik van Luxemburg en Irmentrude van de Wetterau. Hij was hertog van Neder-Lotharingen van 1046 tot 1065. Frederik was graaf van de Moezelgau en van Malmedy, en voogd van Stavelot-Malmedy, Sint-Truiden en van Luik. Door zijn moeder was hij heer van het kasteel Gleiberg (in de huidige gemeente Wettenberg). Zijn benoeming tot hertog kwam voort uit het conflict van Godfried II van Lotharingen met keizer Hendrik III. Godfried’s vader Gozelo I van Verdun was hertog van geheel Lotharingen geweest en Godfried eiste die positie ook op. Maar Hendrik vond het niet verstandig om Godfried zoveel macht te geven en maakte hem alleen hertog van Opper-Lotharingen en gaf Neder-Lotharingen aan Godfried’s zwakke (volgens sommige bronnen zwakzinnige) broer. Na een opstand van Godfried besloot Hendrik dat hij een krachtige hertog in Neder-Lotharingen nodig had, en benoemde in 1046 Frederik tot hertog van Neder-Lotharingen. In 1049 werd Frederik ook markgraaf van Antwerpen. Frederik wist zich te handhaven tegen Godfried en zijn bondgenoten, vooral door de hulp van zijn broer bisschop Adalbero III van Metz. Frederik bouwde het kasteel van Limburg. Hij overleed tijdens een oorlog tegen bisschop Anno II van Keulen. Frederik werd begraven in de abdij van Stavelot. Frederik was in zijn eerste huwelijk getrouwd met Gerberga van Boulogne, een dochter van Eustacius I, graaf van Boulogne en Mathilde van Leuven.
Zij kregen een dochter Judith (Jutta) die trouwde met Walram I van Limburg, ook kregen ze mogelijk een zoon Udo.
Na het overlijden van Gerberga huwde Frederik met Ida van Saksen (ovl. 31 juli 1102), een dochter van Bernhard II van Saksen en Eilika van Schweinfurt. Zij kregen geen kinderen. Frederik ruilde Ida’s Saksische bezittingen tegen het graafschap La Roche. Ida hertrouwde met Albert III van Namen.

































Reacties
Een reactie posten