Generatie van 30 maal oud-oud-grootouders, Graaf Egbert Billung, Koning Lodewijk IV van Frankrijk, graaf Adolphe van Boulogne I, Graaf Dirk van Holland, Graaf lotharius van Walbeck II, graaf udo van de Wetterau, Graaf Herbert van Vermandois, Koning Rudolf van Bourgondië II,

In deze post laat ik bij twee voorouders zien dat er veel met bloedverwanten getrouwd wordt.




GRAAF EGBERT BILLUNG (Koos' Edelstamoudbetovergrootvader) werd geboren rond 865 als kind van Wichman Billung II en dochter van haduway, zoals getoond in stamboom 1375. Hij is gestorven rond 932 (geschat).

Graaf en markgraaf Egbert Billung (*ca 865-932?) is een zoon van Wichman II (*?-880). Wichman II was gehuwd met een kleindochter van Egbert van Saksen en Ida van Herzfeld. Aangenomen wordt dat Wichman II in 880 sneuvelde tijdens een bloedige slag van Saksische graven tegen de Denen in het beneden-Elbegebied. Egbert Billung graaf in Wetigouw kreeg in 892 van koning Arnulf 66 koninklijke hoeven in de graafschappen tussen de Leine en de boven-Wezer en in Bardengouw, aan de Elbe, een kerngebied van de latere Billungers. Egbert kreeg deze gift omdat hij Arnulf had geholpen in diens strijd tegen de Moraven. Egbert Billung is de vader van Wichman de oude en Herman Billung. Wichman II is een zoon van Wichman I van Hamaland (*?-ca 860). Wichman I van Hamaland had ook een zoon Meginhard II (*?-voor 880), hij was de oudere broer van Wichman II. Mogelijk is Wichman I van Hamaland een zoon van Meginhard I, die in 794 getuige was voor zijn vader graaf Wrachari in Wichmond.Volgens historica J.M. van Winter kreeg bij de magenscheid (boedelscheiding) van Wichman I : Meginhard II de goederen en rechten in Gelderland, Overijssel en Drente, hij volgde zijn vader dus op als oudste zoon in de grafelijkheid in Hamaland en Oost-Frankische graafschappen, Wichman II kreeg de goederen en rechten in Westfalen en Oost-Friesland, dus het Lotharinger graafschap in Frisia tussen Lauwers en Eems, en goederen in Oost-Francië. Everhard Saxo graaf van Hamaland (*?-vermoord 898) is een zoon van een Meginhard en Evesa (*?-na 881)[4]. Mogelijk is dit Meginhard II, eerder dan gezien data een zoon van Meginhard I, die vermoedelijk in 791 schatbewaarder was in de strijd onder aanvoering van Karel de Grote tegen de Avaren. 







Hierboven zien we de eerste vertakkingen naar Franse adellijke families die uiteindelijk leiden naar de adelijke familie Canteleu.

In de stamboom is ook gebleken dat Lodewijk met een achter achter nicht trouwde.


KING LODEWIJK VAN FRANKRIJK IV (Koos' Edelstamoudbetovergrootvader) werd geboren op 10 september 920, in Laon, als kind van Karel III en Eadgifu van Frankrijk, zoals getoond in stamboom 1376. Lodewijk werd „van Overzee” genoemd. Van 936 tot 954, in de leeftijd van ongeveer 15 jaar, werd hij Koning van West Francië. Hij is gestorven op 10 september 954, 34 jaar oud, in Sens, Frankrijk. Hij werd begraven in Abdij van Compiënge.

Lodewijk IV bijgenaamd van Overzee (d'Outremer) (Laon, 10 september 920 – Sens, 10 september 954) was koning van West-Francië van 936 tot zijn dood. Hij was de zoon van Karel III van Frankrijk en diens echtgenote Hedwig van Wessex, een dochter van koning Eduard de Oudere. Hij was pas twee jaar, toen zijn vader als koning werd afgezet en vervangen door Robert I van Frankrijk. Het jaar nadien al stierf Robert I, die werd opgevolgd door Rudolf, hertog van Bourgondië. Een medestander van Robert I, graaf Herbert II van Vermandois, nam Lodewijks vader gevangen. Lodewijks moeder bracht hem in veiligheid "over zee" ("outre-mer"), naar haar familie in Engeland. Hij hield er zijn bijnaam aan over. Karel stierf in 929 en Rudolf regeerde nog tot zijn dood in 936. Hugo de Grote (een zoon van Robert I van Frankrijk) besloot dat het handiger was om niet zelf koning te worden maar een zwakke koning op de troon te plaatsen waardoor hij zelf vooral zijn eigen belangen kon behartigen. Hugo vormde een groep van hoge edelen die Lodewijk uitnodigde om koning te worden. Koning Athelstan van Engeland onderhandelde eerst over uitgebreide veiligheidsgaranties voor zijn neef voordat hij hem liet terugkeren. Lodewijk landde in 936 te Boulogne en werd daar door Hugo en de ander West-Frankische edelen gehuldigd. Nadat Hugo voor zichzelf een bevoorrechte positie had onderhandeld, werd Lodewijk op 19 juni 936 in Laon gekroond door Artaldus, de aartsbisschop van Reims. Zijn macht beperkte zich tot Laon en enkele plaatsen in het noorden van Frankrijk maar geleidelijk verwierf Lodewijk een wat sterkere positie. In 939 bood hertog Giselbert van Lotharingen aan om Lodewijk als koning te huldigen. Giselbert voelde zich namelijk steeds meer in het nauw gebracht door de politiek van zijn zwager, de nieuwe koning Otto I de Grote, die de macht van de hertogen steeds verder inperkte ten gunste van zijn eigen positie. Lodewijk durfde dit aanbod echter niet aan te nemen. Later in dat jaar kwam Giselbert echter met twee andere hertogen in opstand tegen Otto. Toen die de Rijn overstaken trok Lodewijk met een leger naar de Elzas om de opstandelingen te helpen, maar die waren al verslagen bij de oversteek van de Rijn en Giselbert was verdronken toen hij over de Rijn probeerde te vluchten. Lodewijk trouwde direct met de weduwe van Giselbert, Gerberga van Saksen, en eiste de heerschappij over Lotharingen op. Lodewijk had ook een historisch recht op Lotharingen omdat zijn vader tot 923 koning van Lotharingen was geweest. Door dit huwelijk werd Lodewijk verwant aan Otto (broer van Gerberga) en Hugo de Grote (getrouwd met Gerberga's zuster Hedwig van Saksen). In 940 trok Otto met een leger naar het westen om orde op zaken te stellen. Lodewijk kon niet anders dan zich terugtrekken en Lotharingen op te geven. Hugo de Grote en Herbert II van Vermandois erkenden Otto als hun koning. Hugo en Herbert belegerden in 941 Laon, dat door de zwangere Gerberga werd verdedigd. Lodewijk probeerde haar te ontzetten maar werd vernietigend verslagen. Otto dwong ondertussen Hugo de Zwarte van Bourgondië, Lodewijks enige bondgenoot van betekenis, om zich terug te trekken. Door bemiddeling van Gerberga sloten Otto, Lodewijk en Hugo in 942 vrede te Visé. Lodewijk geeft daarbij formeel zijn aanspraken op Lotharingen op. Toen Willem I van Normandië werd vermoord, viel Lodewijk IV het hertogdom binnen (943) en nam de 10-jarige Richard I van Normandië mee naar zijn hof. Twee jaar later wisten de Normandiërs Lodewijk gevangen te nemen, maar een jaar later wist Gerberga zoveel druk vanuit Engeland, Duitsland en de paus te organiseren dat hij werd vrijgelaten. Wel moest Gerberga in ruil voor Lodewijk een van hun zoons als gijzelaar geven. In 946 veroverden Lodewijk en Otto gezamenlijk de stad Reims op Hugo van Vermandois. In 948 liep de spanning met Hugo de Grote verder op. Lodewijk was in staat om in 948 zijn kandidaat tot bisschop van Reims te laten benoemen en bereikte zelfs de excommunicatie van Hugo. Albert I van Vermandois, de broer van Hugo van Vermandois, erkende Lodewijk als koning. In 949 veroverde Lodewijk de stad Laon op Hugo de Grote, hoewel het fort van Laon in handen van Hugo bleef. Door bemiddeling van Koenraad de Rode, hertog van Lotharingen, kwam in 950 een verzoening tussen Lodewijk en Hugo tot stand en gaf Hugo het fort van Laon op. Hun onderlinge wantrouwen was echter nog zo groot dat ze in 951 niet in staat waren om tezamen een inval van Hongaren vanuit Italië af te slaan. Daardoor kwam het wel tot een definitieve verzoening, later dat jaar op de landdag te Soissons. Lodewijk overleed op zijn verjaardag, aan de gevolgen van een val van zijn paard tijdens een jachtpartij. Hij is begraven in de kathedraal van Reims. Lodewijk trouwde in 939 met Gerberga van Saksen, dochter van Hendrik de Vogelaar en Mathilde van Ringelheim,  zijn achter-achternicht, 1 gen. verwijderd.

Zij kregen de volgende kinderen:

Lotharius (941 † 986)Mathilde, (943 - 992), in 964 gehuwd met Koenraad van Bourgondië, bijg de VredelievendeKarel (945 - voor 953)

een dochter

Lodewijk (948 - 954)

Karel van Neder-Lotharingen (953-991)

Hendrik (953 - 953), tweeling met Karel, kort na de doop overleden. 





GRAAF ADOLPHE VAN BOULOGNE I (Koos' Edelstamoudbetovergrootvader) werd geboren rond 880 als kind van Boudewijn van Vlaanderen II en Aelftryth van Wessex, zoals getoond in stamboom 1330. Hij is gestorven op 18 september 933, ongeveer 53 jaar oud. Hij werd begraven in st Pieters abdij, gent.

Adalolf I van Boulogne (ca. 880 – 13 december 933), ook Æthelwulf, was de tweede zoon van graaf Boudewijn II van Vlaanderen en van Ælfthryth van Wessex. Hij volgde zijn vader in 918 op als graaf van Saint-Pol, Boulogne en Terwaan. Tevens werd hij lekenabt van de Abdij van Sint-Bertinus. Hij onderhandelde in 924 voor Hugo de Grote diens huwelijk met Edith, halfzuster van koning Æthelstan. Adalolf nam deel aan een veldslag bijFalkenberge waarbij een leger Vikingen werd verslagen. Volgens de overlevering is Adalolf door zijn eigen zwijnenhoeder gedood. Adalolf is begraven in de Sint-Pietersabdij (Gent). Na de dood van Adalolf annexeerde zijn broer Arnulf I van Vlaanderen zijn gebieden en ging daarbij voorbij aan de aanspraken van de vermoedelijk nog jonge zoons van Adalolf. Dertig jaar later konden zij door een opstand hun gebieden terugwinnen.

Adalolf was vader van: 

onbekende zoon, gesneuveld in de opstand tegen Arnulf van Vlaanderen in 962.

Arnulf II van Boulogne (overleden 971) 

Boudewijn (-973), onechte zoon van Adalolf, geadopteerd door Arnulf I van Vlaanderen na Adalolfs dood. Na de dood van Arnulf I regent van Vlaanderen voor de minderjarige Arnulf II van Vlaanderen. Boudewijn maakte van zijn positie gebruik om zich te benoemen tot graaf van Kortrijk.





GRAAF VAN GENT DIRK VAN HOLLAND I (Koos' Edelstamoudbetovergrootvader) werd geboren in 875, in Noordwijk-Binnen, Zuid-Holland, Nederland, als kind van Gerulf van West Frisia II, zoals getoond in stamboom 1377. Dirk werd graaf van Friesland. Hij is gestorven op 5 oktober 939, ongeveer 64 jaar oud, in Egmond-Binnen, Noord-Holland, Nederland.

Dirk I of Thidericus Fresonie (circa 875 - circa 923 of Andernach, 5 oktober 939) was een Friese graaf die vanaf ongeveer 896 het bewind voerde over een aantal gebieden in de kuststreek van West-Frisia, het latere graafschap Holland. Zijn vader was Gerulf.

Dirk erfde van zijn vader het gezag over Kennemerland en Rijnland. Hij steunde de Westfrankische koning Karel de Eenvoudige bij een opstand van zijn vazallen. Als dank hiervoor kreeg hij van Karel op 15 juni 922 te Bladel de kerk van Egmond met alle daarbij behorende goederen. Egmond lag ten noorden van de bezittingen die hij van Gerulf had geërfd en sloot daar dus uitstekend op aan. Kort hierna stichtte hij er een klooster voor zusters, het begin van de Abdij van Egmond. Hij liet het lichaam van Adelbert, volgens de overlevering een metgezel van Willibrord, uit de kerk van Egmond opgraven en in het zusterklooster in een reliekschrijn op of in, het altaar plaatsen.

Wellicht zijn verschillende graven met de naam Dirk samengevoegd tot Dirk I. Dit is goed mogelijk, omdat men in die tijd nooit over Dirk de zoveelste sprak, maar gewoon over Graaf Dirk. De geschiedenis rond de eerste graven van Holland is pas rond 1290 voor het eerst door Melis Stoke opgeschreven. De schrijver gebruikte hiervoor teksten die door de monniken van de abdij van Egmond waren bewaard. Omdat de monniken pas tijdens het bewind van Dirk II de zusters vervingen, moet men ervan uitgaan dat de informatie op deze (inmiddels vergane) documenten door overlevering is verkregen.

Volgens een akte gedateerd 922/923 zou Dirk I na een regering van veertig jaar in 922/923 zijn overleden. Dit zou betekenen dat hij Gerulf in 882 zou zijn opgevolgd. Het staat echter vast dat Gerulf in 889 nog een goed in eigendom kreeg. Gerulf is waarschijnlijk pas in 895 of 896 overleden.

Vast staat dat Dirk II in 988 is overleden. Als hij zijn vader al in 923 was opgevolgd, dan zou dat betekenen dat hij niet minder dan 65 jaar heeft geregeerd, wat zeer onwaarschijnlijk is. Daarom gaan historici ervan uit dat er nog een Dirk geweest moet zijn die de naam "Dirk I bis" heeft gekregen. D.J. Henstra is een andere mening toegedaan, en maakt door een berekening plausibel dat Dirk II wel degelijk de zoon is van Dirk I, en dat die de zoon is van Gerulf I.

Het is bekend dat graaf Dirk getrouwd was met Gerberga van Hamaland (die ongeveer 912 zal zijn geboren), dat hij betrokken was bij de Lotharingse opstand van 939 tegen de Duitse koning Otto de Grote, en op 2 oktober 939 is gesneuveld in de slag bij Andernach (waarbij Dirk I dan ongeveer 65 zou zijn geweest). Deze gegevens maken een tweede generatie, dus Dirk I bis, aannemelijk, maar er zijn uit deze periode wel meer voorbeelden bekend van edelen die op hogere leeftijd nog met een jonge vrouw (her)trouwden of aan een veldslag deelnamen.

Dirk trouwde (in 928?) met Gerberga (Geva), dochter van Meginhard IV van Hamaland, zoon van Everhard Saxo (die in 898 is vermoord door Dirks broer Waldger!), en opvolger van zijn vader als graaf van Hamaland en hertog van Friesland. Meginhard was lid van de delegatie van Hendrik de Vogelaar bij diens ontmoeting met Karel de Eenvoudige in 921. Dirk en Geva hadden een zoon, Dirk II, opvolger van zijn vader als graaf van het westen van Friesland. Dirk I moet ook een zoon Gerulf (II) hebben gehad, die als jongeling of ongehuwd man werd gedood voor het overlijden van zijn vader. Er wordt aangenomen dat hij de oudere broer van Dirk II was. Dirk en Gerberga zijn beiden in de abdij van Egmond begraven.




Hierboven is te zien dat de opa van Lotharius en de opa van zijn moeder kinderen zijn van dezelfde ouders, Wigebart van Saksen en Sindacilla van Friesland.

Bloedverwanten die met elkaar trouwen kwam heel veel voor bij onze voorouders.


GRAAF LOTHARIUS VON WALBECK II (Koos' Edelstamoudbetovergrootvader) werd geboren rond 915, in Stade, Hannover, Sachsen, GERMANY, als kind van Lotharius van Walbeck en Oda van Saksen, zoals getoond in stamboom 1382. Hij is gestorven op 21 januari 964, ongeveer 48 jaar oud, in Lenzen, Gustrow, Mecklenburg-Vorpommern, Germany.

De volgende informatie is ook geregistreerd over Lotharius. Getrouwd in Nassau, Deggendorf, Bayern, Germany.

Lotharius II van Walbeck (ca. 915 - 21 januari 964) was een Duits edelman uit de tiende eeuw. Lotharius werd in 929 graaf van Walbeck, de Derlingau, de Balsamgau en het noorden van de Thüringgau, als opvolger van zijn vader Lotharius I van Walbeck. In 941 nam hij deel aan een samenzwering om Otto I de Grote te vermoorden. Het plan mislukte en Lotharius werd ter dood veroordeeld maar uiteindelijk op voorspraak van zijn vrienden van executie gered. Zijn bezittingen werden verbeurdverklaard en hij werd gevangengezet bij markgraaf Berthold van Schweinfurt. Lothar wist zich uiteindelijk met de keizer te verzoenen en kreeg een deel van zijn bezittingen en leengoederen terug, samen met een schadevergoeding voor gederfde inkomsten. Hij stichtte als boetedoening een aan Maria gewijde kapittelkerk in Walbeck. De verhouding met Berthold was zo goed geworden dat hij hem zijn dochter als vrouw gaf. Lotharius was zoon van Lotharius I van Walbeck. Hij was getrouwd met Mathilde van Arneburg (ca. 920 - 3december 992), dochter van Bruno van Arneburg (ovl. 30 november 978) en Frederuna (ovl. Zörbig, 27 oktober 1015). Bruno was burggraaf van Arneburg, hij overleed aan een ziekte tijdens een veldtocht tegen Lotharius van Frankrijk. Frederuna was dochter van Volkmar van de Harzgau, zoon van Frederik II van de Harzgau, zoon van Frederik I van de Harzgau (met bezittingen in Thale en de Derlingau) en Bia, Frederik was zoon van Rikdag (Saksische graaf) en Imhild. Bruno en Fredruna stichtten samen een klooster in Arneburg. Twee broers van Mathilde werden kanselier onder Hendrik II de Heilige. Lothar en Mathilde kregen de volgende kinderen: 

Lotharius III van Walbeck

Eilika, gehuwd met Berthold van Schweinfurt

Siegfried van Walbeck

Dietmar, abt van de Abdij van Corvey (983 - 1001).

mogelijk Hendrik van Stade (ca. 935 - 11 mei 976), werd in 959 graaf van Stade en bouwde in 964 het kasteel van Harsefeld. In 968 probeerde hij tevergeefs Hermann Billung gevangen te nemen wegens diens "arrogantie".

Mathilde zou enkele maanden na de dood van Siegfried van verdriet zijn overleden.




UDO VAN WETTERAU (Koos' Edelstamoudbetovergrootvader) werd geboren rond 895 als kind van Gebhard van Lotharingen, zoals getoond in stamboom 1384. Hij is gestorven op 2 december 949, ongeveer 54 jaar oud.

Udo van de Wetterau (ca. 895 - 2 december 949) was een prominente Duitse edelman uit de tiende eeuw. Hij was een zoon van Gebhard van Lotharingen. In 914 werd Udo benoemd tot graaf van de Wetterau en stichtte een Mariakerk in Wetzlar. De Wetterau was een van de graafschappen van zijn vader Gebhard van Franconië geweest en Udo verwierf ook nog twee andere graafschappen die van hem waren geweest: de Rijngouw in 917 en de Lahngouw in 918. Udo is vooral bekend door de slag bij Andernach op 2 oktober 939. De opstandige hertogen Giselbert II van Maasgouw en Everhard III van Franken hadden de graafschappen van Udo en zijn neef Koenraad (graaf van de Neder-Lahngouw) ten oosten van de Rijn geplunderd. Hun strijdmacht was zo groot dat Udo en Koenraad hen niet konden weerstaan. Maar toen de opstandelingen bij Andernach de Rijn weer overstaken om terug te keren naar Lotharingen hadden Udo en Koenraad een kans. Giselbert en Everhard waren nog bij hun achterhoede op de oostelijke oever toen het grootste deel van hun leger de oversteek al had gemaakt. Op dat moment vielen Udo en Koenraad aan en versloegen de troepen die nog achtergebleven waren. Everhard werd daarbij gedood en Giselbert verdronk toen hij over de Rijn probeerde te vluchten. De opstand was hiermee gebroken en koning Otto I de Grote kon eenvoudig zijn gezag herstellen. Udo werd hierdoor een gunsteling van Otto: bij de dood van Koenraad (949) werd hij ook benoemd tot graaf van de Neder-Lahngouw en Udo kreeg van Otto het recht om zijn graafschappen en andere lenen naar eigen goeddunken onder zijn zonen te verdelen. Udo trouwde met een dochter van Herbert I van Vermandois, die vermoedelijk Cunigonde heette. Zij kregen de volgende kinderen: 

Gebhard (ovl. 938), gesneuveld in de strijd tegen de opstand van Thankmar, de oudere halfbroer van koning Otto.

Herbert (ca. 930 - 992)

Otto

Udo (ovl. 26 augustus 965), 13 augustus 950 benoemd tot bisschop van Straatsburg, mogelijk dezelfde persoon als zijn broer Otto.

Judith.






Hierboven zien we dat de overgrootvader van Bouchard van Montmorency IV, Bouchard II, via zijn moeder een oma heeft die de dochter is van Herbert van Vermandois en overgrootmoeder Helvide een oma die kleindochter is van diezelfde dochter. De andere oma van Herbert, Adelheid van Soissons heeft een grootvader die zoon is van Herbert.


HERBERT VAN VERMANDOIS II (Koos' Edelstamoudbetovergrootvader) werd geboren in 884, in Vermandois, als kind van Herbert VAN VERMANDOIS I en Bertha VAN MORVOIS, zoals getoond in stamboom 1385. Tussen 880 en 943, in de leeftijd van ongeveer -4 jaar, werd hij Graaf van Meaux. Tussen 902 en 943, in de leeftijd van ongeveer 18 jaar, werd hij Graaf van Vermandois. Hij is gestorven op 23 februari 943, ongeveer 58 jaar oud, in Saint-Quentin, Frankrijk. Herbert huwde 2 maal. Hij huwde met Adele de Neustrie en Adelheid van Bourgondië (zijn oud-oomzegster).

Herbert II van Vermandois. Geboren 884 – overleden Saint-Quentin (Aisne), 23 februari 943. Zoon van Herbert I van Vermandois en Bertha van Morvois. Hij was graaf van Vermandois en werd een van de machtigste edelen in het noorden en midden van Frankrijk.Herbert volgde in 902 zijn vader op als graaf van Vermandois. In 907 trouwde hij met een dochter van Robert van Bourgondië en werd daardoor lekenabt van deSint-Medardusabdij te Soissons en graaf van Meaux. In 918 werd hij ook graaf van Mézeray en Vexin. Herbert hielp in 922 de aartsbisschop van Reims om diens vazallen te onderwerpen. In 922 steunde hij Karel de Eenvoudige nog tegen de opstand van Robert van Parijs maar in 923 vocht hij aan de kant van Robert in de slag bij Soissons. Robert sneuvelde in deze slag en zijn schoonzoon Rudolf werd tot koning gekozen. Herbert kreeg door een list Karel de Eenvoudige in handen (hij had hem naar zijn gebied gelokt met een aanbod voor onderhandelingen) en nam hem gevangen, en sloot hem op in Château-Thierry. Herbert zou Karel tot diens dood in 929 in zijn macht houden, om koning Rudolf onder druk te kunnen zetten met de dreiging Karel vrij te laten. In 924 verwierf Herbert Péronne (Somme) en bouwde daar een kasteel waarin hij Karel voor de rest van zijn leven opsloot. Vanaf 924 wist Herbert in hoog tempo zijn macht uit te breiden: 

924 veroverde hij samen met Arnulf I van Vlaanderen Eu (Seine-Maritime) op de Vikingen

925 werd zijn vijfjarige zoon Hugo benoemd tot aartsbisschop van Reims

926 werd Herbert graaf van Amiens en bezette hij tegen de wil van Rudolf, Laon en bouwde daar een fort

927 sloot Herbert een bondgenootschap met Rollo, graaf van Normandië

928 vergezelde Herbert Rudolf bij een bezoek aan Bourgondië. Ook liet hij in 928 Karel de Eenvoudige voor korte tijd vrij om Rudolf meer onder druk te zetten.

930 bezette Herbert het kasteel van Vitry, dat eigendom was van de broer van koning Rudolf

Vanaf 931 werd Herbert harder aangepakt door koning Rudolf en Hugo de

Grote. 

In 931 veroverden ze Reims en benoemden een andere aartsbisschop. In de daaropvolgende jaren moest Herbert ook Vitry, Laon (behalve het fort), Château-Thierry en Soissons opgeven. Via bemiddeling door Hendrik de Vogelaar werd een vrede gesloten waarbij Herbert zich aan Rudolf onderwierp, en al zijn bezittingen terugkreeg behalve Reims en Laon. In de jaren daarna zou Herbert nog meer functies verwerven zoals graaf van Troyes en lekenabt van Saint-Crépin te Soissons. 

In 938 moest hij wel zijn fort bij Laon opgeven. 

In 941 kwam hij samen met Hugo de Grote en Willem I van Normandië in opstand tegenLodewijk IV van Frankrijk. Met hun steun kon hij Reims veroveren en zijn zoon weer tot aartsbisschop maken. Het conflict werd beëindigd na bemiddeling door Otto I de Grote. Herbert werd begraven in Saint-Quentin. Na zijn dood verdeelde Hugo de Grote Herberts bezittingen onder zijn zonen, om de macht van Vermandois op te breken. Hij was gehuwd (voor 21 mei 907) met Adelheid, dochter van Robert van Bourgondië. Zij hadden de volgende kinderen:

Odo (ca. 915-na 946)

Adelheid (ca. 915-960), in 934 gehuwd met Arnulf I van Vlaanderen (890-964),

Herbert III (tussen 910 en 926-ca. 984), steunde zijn vader in diens conflicten met de koningen Rudolf en Lodewijk. Kreeg bij de verdeling van de erfenis Ormois, Château-Thierry en de functie van lekenabt van St. Medardus. Later benoemd tot paltsgraaf en erfde in 967 Meaux en Troyes van zijn broer Robert. Trouwde in 951 met Hedwig van Wessex, weduwe van Karel de Eenvoudige. Begraven te Lagny.

Hugo (920-Meaux, 962), graaf en bisschop van Reims,

Liutgard van Vermandois (voor 925 – na 985)

Robert I van Meaux (932-eind 966), gehuwd met Adelheid van Châlon.

Albert I (934-8 september 987)

Gwijde I (Guy I), graaf van Soissons (….- 986)







KONING RUDOLF VAN BOURGONDIË II (Koos' Edelstamoudbetovergrootvader) werd geboren in 890, in Rhône, Auvergne-Rhône-Alpes, France, als kind van Rudolf van Bourgondië I en Willa van Arles, zoals getoond in stamboom 1386. Hij is gestorven op 11 augustus 937, ongeveer 47 jaar oud, in Auxerre, France. Hij werd begraven 13 juli 937 in Sankt Moritz, Graubünden, Switzerland.

Rudolf II van Bourgondië (ca. 890 – 11 juli 937) was koning van Bourgondië.

Rudolf werd in 912 koning van Opper-Bourgondië in opvolging van zijn vader Rudolf I van Bourgondië. Hij probeerde te profiteren van de dood van koning Koenraad I van Duitsland door zijn gebieden in het huidige Zwitserland uit te breiden maar werd in 919 bij Winterthur (stad) verslagen door hertog Burchard II van Zwaben. Hierdoor moest hij de Thurgau en Zürichgau weer opgeven. In 922 sloot Rudolf vrede met Burchard en trouwde met zijn dochter Bertha.

In 922 werd Rudolf door de Italiaanse adel gevraagd om koning te worden, ten koste van de oude Berengarius I van Friuli die niet meer in staat was om het land tegen de Hongaren te verdedigen. Rudolf werd in Pavia tot koning gekroond. In 923 versloeg hij Berengarius bij Fiorenzuola d'Arda. Berengarius werd een jaar later gedood door zijn eigen volgelingen, vermoedelijk in opdracht van Rudolf. Al in 926 keerde de Italiaanse adel zich af van Rudolf en vroeg zijn stiefvader Hugo van Arles om koning van Italië te worden. Burchard kwam Rudolf te hulp maar sneuvelde tegen bisschop Lambert van Milaan. Rudolf kon zijn positie niet behouden en keerde terug naar Bourgondië. Hij zocht bescherming bij Hendrik de Vogelaar, erkende hem als zijn koning en gaf hem de relikwie van de heilige lans, die hij uit Italië had meegenomen. Van Hendrik ontving hij de Aargau en de stad Bazel.

In 933 hadden de Italianen ondertussen gemerkt dat ze met Hugo een wrede en boosaardige koning hadden gekregen, en ze vroegen Rudolf om weer koning te worden. Die had echter weinig zin in dit avontuur en begon onderhandelingen met Hugo. Als resultaat van deze onderhandelingen kreeg Rudolf Neder-Bourgondië van Hugo, en in ruil daarvoor zag Rudolf af van de Italiaanse koningstitel. Rudolf verwierf hiermee het gebied tussen de Rhône en de passen van de Alpen, tot aan de Middellandse Zee (koninkrijk Arelat). In de laatste jaren van zijn regering is het hem niet meer gelukt om alle lokale heren te dwingen hem als koning te erkennen. Rudolf is begraven in de abdij van Saint-Maurice (Zwitserland).

Rudolf was een zoon van Rudolf I van Bourgondië en van Willa van Provence. Rudolf was gehuwd met Bertha van Zwaben (907-966), die later zou hertrouwen met Hugo van Arles, en werd de vader van:

vermoedelijk een dochter Judith die in 929 wordt vermeld

Koenraad

Burchard (- 23 juni 957/959), voor 949 gekozen tot aartsbisschop van Lyon

Adelheid, eerst gehuwd met Lotharius II van Italië en vervolgens met keizer Otto I.

Rudolf, overleden na 962

Reacties

Populaire posts van deze blog

Generatie van 8 maal oud-oud-grootouders met Jan Gerritsz van der Gracht en Claes de Canteleu, Guilielmus Gerardus van Arnhem, Koning jacobus van Engeland I, Willem V van Oranje

Generatie van 15 en 16 maal oud-oud-grootouders met Mathieu de Canteleu en zijn zoon Anseau die sneuvelde bij de slag van Azincourt en achter neven, hoofdrolspelers tijdens de honderd jarige oorlog en bij het ontstaan van de Nederlanden.

Generatie van 7 maal oud-oud-grootouders, Gerrit Jansz van der Gracht en Susanne de Canteleu, Godefridus van Arnhem, Koning Karel I van Engeland en koning Willem der nederlanden