Generatie van 30 maal oud-oud-grootouders, Koning Alfred van Engeland, Gorm van Denemarken, Boleslaw van Bohemen I, Koning Kenneth van Alba II, Koning Edgar van Engeland, Arpad van Hongarije, Hendrik van Saksen en Manasses van Rethel I
KONING ALFRED VAN ENGELAND (Koos' Edelstamoudbetovergrootvader) werd geboren tussen 848 en 849, in Wantage, Oxfordshire, als kind van Ethelwulf van Wessex en Osburga of Wight, zoals getoond in stamboom 1413. Alfred werd „de Grote” genoemd. Hij is gestorven rond 26 oktober 899, ongeveer 51 jaar oud, in Winchester. Hij werd begraven in old minster in Winchester.
Alfred de Grote (Oudengels: Ælfrēd, Ælfrǣd; Wantage (Oxfordshire), 848/849 - Winchester, 26 oktober 899) was koning van Wessex en koning der Angelsaksen van 871 tot 899. Alfred staat bekend om zijn verdediging van de Angelsaksische koninkrijken van Zuid-Engeland tegen de Denen, waardoor aan hem het epitheton "de Grote" wordt toegekend. Alfred was de eerste koning van Wessex die zichzelf de "koning van de Angelsaksen" noemde. Details van zijn leven worden beschreven in een werk van de 10e-eeuwse Welshe geleerde en bisschop Asser. Alfred was een geleerd man, hij moedigde onderwijs aan, en hij verbeterde het rechtssysteem en de militaire structuur van zijn koninkrijk. Hij wordt beschouwd als een heilige door sommige katholieken, maar werd nooit officieel heilig verklaard. De Anglicaanse Gemeenschap vereert hem als een christelijke held, met een feestdag op 26 oktober. Afbeeldingen van hem worden vaak gevonden in gebrandschilderd glas in parochiekerken van de Anglicaanse Kerk. Alfred werd geboren in een tijd dat Engeland verdeeld was in meerdere Angelsaksische koninkrijken. De Denen waren in grote delen van het oosten en midden van Engeland (de 'Danelaw') aan de macht en de Noren waren aanwezig in het noordwesten van het land.Als jongste zoon was Alfred voorbestemd om geestelijke te worden. Dat was vermoedelijk de reden van zijn goede opleiding, die zijn bijzondere belangstelling voor geloof en literatuur stimuleerde. In 854 reisde Alfred met zijn vader Æthelwulf naar Rome en bezocht met hem, op de terugweg, het hof van de Franse koning Karel de Kale.Tijdens de korte regeerperioden van zijn twee oudste broers, Æthelbald van Wessex en Æthelberht van Wessex, werd Alfred niet genoemd. Zijn openbare leven begon pas toen zijn derde broer, Æthelred I van Wessex, in 866 de troon van het koninkrijk Wessex besteeg. Het is gedurende deze periode dat bisschop Asser hem met de unieke titel "secundarius" aanduidt, een positie die verwant kan zijn aan die van de Keltische tanist, een erkende opvolger die nauw verbonden is aan de regerende monarch. Het is mogelijk dat deze regeling door de vader van Alfred, of door de Witan werd getroffen om te waken tegen het gevaar van een omstreden opvolging mocht Æthelred in de strijd vallen. De regeling om een opvolger als koninklijk prins en militair bevelhebber te kronen is ook bekend in onder andere Germaanse stammen, zoals de Zweden en Franken, stammen aan wie de Angelsaksen nauw waren verwant. In 868 vochten de broers een vergeefse strijd om de Denen uit het aangrenzende koninkrijk Mercia te weren. Daarna bleef Wessex vervolgens bijna twee jaar lang van aanvallen gespaard, omdat Alfred de Vikingen een schatting betaalde om het koninkrijk Wessex met rust te laten. De Denen concentreerden zich in deze periode op de verovering van het koninkrijk East Anglia, een doel dat zij in 870 wisten te verwezenlijken. Met de komst van het Grote zomerleger onder leiding van de Deense koning Bagsecg was het echter met de relatieve rust in Mercia en Wessex gedaan. Bacsegc voegde zich met zijn troepen bij het Grote heidense leger dat in 865 onder leiding van Ivar de Beenderloze en Halfdan Ragnarsson aan de Engelse oostkust was geland. Vanaf 31 december 870 begon een half jaar van heftige strijd met de Denen. Voor het koninkrijk Wessex was het nu erop of eronder:
31 december 870: Æthelred en Alfred versloegen de Denen in Berkshire. Alfred viel aan en toen op een cruciaal moment Æthelred alsnog verscheen, wonnen de Angelsaksen de slag. Aan beide zijden vielen veel slachtoffers, waaronder de Deense koning, Bagsecg en vijf van diens jarls.
22 januari 871: de Angelsaksen werden verslagen bij Basing in het noorden van Hampshire
22 maart 871: de Angelsaksen werden verslagen bij Merton (het is niet bekend waar deze plaats ligt). Hier werd Æthelred gedood en Alfred de nieuwe koning. Tijdens de begrafenis versloegen de Denen de Angelsaksen nog een keer
mei 871: de Angelsaksen werden verslagen bij Wilton in Wiltshire waarbij ook Alfred aanwezig was.
Na de campagne van 871 begreep Alfred dat zijn militaire situatie niet kansrijk was en sloot hij in ruil voor een groot geldbedrag een vrede voor 5 jaar. Na het verstrijken van deze periode vielen de Denen prompt weer aan en trokken in een boog om het Engelse leger heen naar Dorset. In 877 stelden de Denen onderhandelingen voor maar veroverden ondertussen wel Exeter. Alfred belegerde ze daar en een Deense vloot werd door een storm overvallen. De Denen moesten zich daarna terugtrekken naar Mercia. In januari 878 veroverden de Denen Chippenham, een residentie van Alfred waaruit hij met een kleine groep strijders ternauwernood wist te ontsnappen. Alfred vestigde zich na Pasen op Athelney, een droog gebied tussen grote kustmoerassen, en bestreed de Denen van daaruit met een strijdmacht die hij vormde uit lokale milities. Uit deze periode stamt de populaire legende dat Alfred incognito onderdak krijgt van boeren en op het brood moet letten dat de boerin aan het bakken is. Alfred laat in gedachten verzonken het brood verbranden en krijgt vervolgens vreselijk op zijn kop van de boerin. Ook zou Alfred, vermomd als minstreel, het kamp van de Denen zijn binnengegaan om zo hun plannen te weten te komen. Een Deense expeditie werd bij Cannington vernietigend verslagen door de lokale Saksische milities. De rest van het Deense leger werd door Alfred verslagen bij Edington (Somerset). De Denen die konden vluchten werden door de honger gedwongen om uit de bossen te voorschijn te komen en zich over te geven. Alfred sloot met de Denen het verdrag van Wedmore, waarbij zij de Danelaw (het gebied in het noorden en oosten van Engeland, inclusief Londen) behielden. De Deense aanvoerders lieten zich dopen.In 884 viel een Deense vloot (uit Denemarken) aan in Kent. De Engelse Denen sloten zich bij henaan. Alfred ging in de tegenaanval en heroverde in 886 Londen. Er werd een nieuw vredesverdrag gesloten, waarbij Alfred Kent en Londen behield. Ook werden uitgebreide afspraken gemaakt om het vreedzaam naast elkaar leven van Denen en Angelsaksen te waarborgen, zoals regelingen voor weergeld bij moord, verbod om elkaars bevolking te dwingen om dienst te nemen in het leger, afspraken over rechtszaken, verbod om vee of slaven te kopen zonder dat betrouwbare getuigen borg stonden voor de herkomst daarvan, en het recht om over en weer contact te hebben en handel te drijven.In 893 vielen twee vloten uit Denemarken met strijders en kolonisten (met vrouwen en kinderen) opnieuw Kent aan. In 894-895 werd een van deze legers verslagen door Alfreds zoon Edward. Alfred zelf trok naar Exeter dat door de Engelse Denen werd belegerd, en ontzette de stad. Het tweede Deense leger trok langs de Thames landinwaarts maar werd bij de grens met Wales verslagen door een leger onder leiding van lokale Saksische edelen. De Denen trokken zich uiteindelijk terug in Chester. Een jaar later dwongen voedseltekorten de Denen om zich terug te trekken naar Essex. Daarna trokken de Denen met hun schepen de Lea (een zijrivier van de Thames) op en bouwden een fort, 30 km ten noorden van Londen. Aanvallen op het nieuwe Deense fort mislukten maar Alfred wist wel de rivier te blokkeren zodat de Deense vloot opgesloten zat. Uiteindelijk trokken de Denen zich terug. In 897 had Alfred de controle over bijna geheel Engeland. De Denen hadden alleen nog de macht in East Anglia en de kuststreken rond York. Gedurende zijn regering waren de Welshe aanvoerders zijn bondgenoten tegen de Denen. Alfred zou ook goede contacten met Ierland hebben gehad. Alfreds succes tegen de Denen is vooral te danken aan zijn organisatievermogen. Zo creëerde hij een staand leger door een soort roterende dienstplicht in te voeren, waarbij dus altijd een deel van de weerbare bevolking onder de wapenen was. Dit was een hele verbetering ten opzichte van de oude situatie waarbij het leger pas werd geformeerd als er een concrete dreiging of zelfs aanval was, en waarbij het ook gebruikelijk was om versterkingen niet te bemannen. Het systeem had wel kinderziekten zoals bleek toen in 893 het leger dat aan het einde van zijn termijn was, abrupt stopte met de belegering van een stad en naar huis ging, voordat Alfreds aflossing was aangekomen. Ook begint Alfred met georganiseerde zeestrijdkrachten, echter nog zonder veel succes. Wel wordt Alfred daardoor beschouwd als de grondlegger van de Britse marine. Alfred sticht een aantal burchten die ook zijn bedoeld als kern van stedelijke ontwikkeling. Het is niet zo dat Alfred het districtenstelsel (shires) heeft uitgevonden maar hij heeft het systeem wel consequent doorgevoerd in de gebieden die hij op de Denen had veroverd. Hij plaatste shires (graafschappen) onder het gezag van een earl (Oud-Engels ealdorman of 'oudste'). Hij benoemde ook 'sheriffs' die zijn gezag ter plaatse moesten uitoefenen. De witenagemot, een vergadering van de rijksgroten, besprak de staatszaken en moest uit de nakomelingen van Alfred een opvolger kiezen. Alfred liet een nieuw wetboek samenstellen in de volkstaal, op basis van het traditionele Saksische recht maar ook gebaseerd op de tien geboden en ethische regels uit de bijbel: het Doom book. Alfred had goede contacten met de paus, correspondeerde met de patriarch van Jeruzalem en had contact met de kalief van Bagdad. Alfred had een goede ontwikkeling en intellectuele ambities en leerde op latere leeftijd zelfs Latijn. De oorlogen met de Denen hadden echter een zware slag toegebracht aan de kloosters en aan de wetenschap. Alfred stichtte daarom enkele kloosters en een hofschool, waarvoor hij talentvolle leraren uit het buitenland liet overkomen. Hij liet een aantal belangrijke Latijnse teksten vertalen, en heeft daar zelf ook een belangrijke bijdrage aan geleverd: Dialogen van Gregorius, Cura pastoralis (Herdelijke zorg) door Gregorius de Grote. Historiae Adversus Paganos Libri Septem (Algemene geschiedenis) door Orosius. Confessiones van Augustinus. Historia ecclesiastica gentis Anglorum volk door Beda, in een verkorte versie. De consolatione philosophiae door Boethius –vrij bewerkt. Daarnaast heeft Alfred vermoedelijk opdracht gegeven, en misschien meegewerkt aan, de Angelsaksische Kroniek, een beschrijving van Saksische martelaren en een vertaling van de eerste 50 psalmen. Alfred stierf op 26 oktober van het jaar 899 in Wantage en werd begraven in de Old Minster in Winchester. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Eduard de Oudere. Het lichaam van Alfred werd later overgebracht naar de New Minster. Op de plaats van de New Minster is later nog de Kathedraal van Winchester gebouwd. Alfreds graf is verloren gegaan en er zijn bij archeologisch onderzoek wel stoffelijke resten gevonden die aan Alfred worden toegeschreven, maar dat is zeer twijfelachtig.Alfred wordt als heilige vereerd in de Anglicaanse en de Oosters-orthodoxe Kerk. Alfred trouwde in 868 te Winchester met Ealhswith van de Gaini (overleden te Winchester, 5 of 8 december 905). Ealhswith stichtte de Maria-abdij in Winchester en werd daar na de dood van haar man non. Zij is daar begraven en later herbegraven in de kathedraal van Winchester. Zij was dochter van Æthelred Mucil, ealdorman van Gainis in Mercia, en Eadburga uit het koningsgeslacht van Mercia. Zij en Alfred kregen de volgende kinderen:
Æthelflæd trouwde met Æthelred II, ealdorman van Mercia
Eadmund, jong overleden
Eduard de Oudere (871-924)
Elfreda
Æthelgiva, non en vanaf 888 abdis van de abdij van Shaftesbury, daar ca. 896 overleden en begraven
Ælfthryth van Wessex trouwde met graaf Boudewijn II van Vlaanderen
Æthelweard (ca. 880 - 16 oktober 922, begraven in de kathedraal van Winchester). Vader van Turketul, kanselier van koning Æthelstan van Engeland, en van Ælfwin en Æthelwin die voor Æthelstan vochten en sneuvelden in de slag bij Brunanburh in 937.
EALHSWITH VAN DE GAINI (Koos' Edelstamoudbetovergrootmoeder) werd geboren rond 852, in Mercia, als kind van Ethelred Mucil en Eadburga van Mercia, zoals getoond binnen stamboom 1295. Zij is gestorven op 5 december 905, ongeveer 53 jaar oud. Zij werd begraven in abdij van Sint Mary, Winchester, Hampshire.
Zij trouwde in 868 met Alfred de Grote. Dit was voordat hij koning van Wessex werd. In overeenstemming met het negende-eeuwse West-Saksische gebruik, kreeg zij niet de titel van koningin. Na Alfreds dood in 899 werd Ealhswith een non. Zij stierf op 5 december 905 en ligt begraven in de abdij van Sint Mary, Winchester, Hampshire.
GORM VAN DENEMARKEN (Koos' Edelstamoudbetovergrootvader) werd geboren in 890. Gorm werd „de oude” genoemd. Hij is gestorven in 950, ongeveer 60 jaar oud. Hij werd begraven in Jelling.
Gorm de Oude (ca. 890 – ca. 950) was koning van Denemarken. Gorm was zoon van de halflegendarische koning Harthaknoet. Volgens Adam van Bremen was Harthaknoet een zoon van een verder onbekende koning Sven. Volgens de saga's was Harthaknoet zoon van de legendarische Sigurd Slang-in-het-oog, zoon van Ragnar Lodbrok en Aslaug. Harthaknoet had de macht in westelijk Denemarken. Omstreeks 910 volgde Gorm zijn vader op. Hij verenigde heel Denemarken onder zijn gezag en regeerde in Jelling. Hij overleed ca. 950 en werd begraven in een grafheuvel in Jelling. Zijn zoon Harald I van Denemarken bekeerde zich korte tijd later tot het christendom. Hij bouwde een kerk in Jelling en liet zijn ouders daar herbegraven. Het hout van de kist van Gorm in die kerk is gedateerd op 958, maar dat geeft waarschijnlijk de datum van de herbegrafenis en niet van de dood van Gorm. Gorm was getrouwd met Tyra Danebot. Hun kinderen waren:
Knut (ovl. 940), vader van Harald die rijk geworden was door plundertochten, en koning van Noorwegen wilde worden. Hij was een van de moordenaars van Harald II van Noorwegen maar werd kort daarna vermoord door Håkon Sigurdsson
Gunhild (ovl. na 970), was gehuwd met Erik I van Noorwegen, bijgenaamd Bloedbijl, later ook koning van Northumbria. Moeder van acht kinderen, waaronder Harald II van Noorwegen. Na de moord op Harald vluchtte ze met haar jongste kinderen naar de Orkneyeilanden
Harald I van Denemarken, bijgenaamd Blauwtand
Toke (ovl. Gamla Uppsala, ca. 985), vader van Asbjörn (ovl. Gamla Uppsala, ca. 985).
Beiden zouden hebben meegevochten in de veldslag die een einde maakte aan de poging van Styrbjörn de Sterke om koning van Zweden te worden, en waar zijn leger van trouwe strijders tot de laatste man werd gedood. Vader Toke en zoon Asbjörn zijn allebei bekend door runenstenen die in hun nagedachtenis zijn opgericht
TYRA DANEBOT (Koos' Edelstamoudbetovergrootmoeder) werd geboren in 895, in Wessex England. Zij is gestorven in 935, ongeveer 40 jaar oud. Zij werd begraven in Jelling.
Tyra Danebot (Wessex, ca. 895 - Jelling, ca. 935) was de echtgenote van Gorm de Oude, de eerste koning van Denemarken. De afkomst van Tyra is onduidelijk. Volgens de saga's was ze een dochter van Harald Klak maar daartegen pleit dat die al in 857 werd gedood, ruim voor de vermoedelijke geboorte van Thyra. Volgens Saxo Grammaticus was ze dochter van koning Æthelred van Wessex en zuster van Æthelstan. Ethelred I overleed in 871, te vroeg om vader van Tyra te zijn, en had geen zoon Æthelstan. Tyra zou wel een zuster kunnen zijn van Athelstan van Engeland, die bovendien een handjevol zusters door heel Europa liet trouwen; een huwelijk van een zo'n zuster in Denemarken, zou daar goed bij passen. In dat geval was Tyra een dochter van Eduard de Oudere bij vermoedelijk zijn eerste vrouw Egwyna (ovl. 901). Een dochter, Eadgyth, trouwde (926) met de Deense koning van York, dus een huwelijk van een andere dochter met een Deense koning in Denemarken is niet onwaarschijnlijk. In Engelse bronnen is echter niemand te vinden die met Tyra kan worden geïdentificeerd. Volgens de Deense traditie zou ze de Danevirke hebben laten bouwen en daar bovendien een leger hebben geleid in de strijd tegen Duitse aanvallers. De Danevirke zijn echter enkele eeuwen ouder. Het is natuurlijk wel mogelijk dat Tyra betrokken is geweest bij reparaties of verdere versterking van de Danevirke. De bijnaam "Danebot" die haar wordt gegeven is afkomstig van de kleine runensteen van Jelling die door Gorm werd opgericht voor de nagedachtenis van Tyra. "Danebot" is een vereenvoudiging van het oud-Deense tanmarka but wat "trots/sieraad van Denemarken" betekent. Op de steen staat de volgende tekst: Koning Gorm heeft dit monument opgericht ter nagedachtenis aan zijn vrouw Thyre, de glorie van Denemarken. Op de achterkant van de kleine steen staat: Denemarken. Het is de eerste verwijzing naar het land Denemarken in de geschiedenis.
HERTOG BOLESLAW VAN BOHEMEN I (Koos' Edelstamoudbetovergrootvader) werd geboren in 910 als kind van Vratislav van Bohemen I en Drahomira stodoran, zoals getoond binnen stamboom 1363. Hij is gestorven op 15 juli 972, ongeveer 62 jaar oud.
Boleslav I “Ukrutný” (de Verschrikkelijke)Geboren ca. 910 – overleden 15 juli 972. Hij was hertog van Bohemen. Tweede zoon van Vratislav I en Drahomira van Stodor. Boleslav kwam op de troon door de moord op zijn broer Wenceslaus de Heilige in 929 (ook 935 wordt genoemd). Volgens sommige bronnen was dit een bewuste staatsgreep die hij samen met zijn moeder had beraamd. Volgens andere bronnen was het een uit de hand gelopen ruzie tijdens een feestmaal waar Boleslav oprecht spijt van had. In ieder geval deed hij als teken van berouw de gelofte dat zijn pasgeboren tweede zoon een geestelijke zou worden. Boleslav versterkte de Boheemse staat en kerk en stuurde zijn zuster Mlada (een non) naar Rome om toestemming te vragen om Praag tot bisdom te maken. Hij breidde zijn macht uit over delen van Moravië, Opper-Silezië en de Lausitz, maar dit was van tijdelijke aard. Wel werd Praag een belangrijke schakel in de handel tussen Duitsland en het oosten. Onder zijn bewind werden de eerste Boheemse denariën (zilveren munten) geslagen. Boleslav was formeel een Duitse hertog en had een uitstekende verstandhouding met koning Hendrik de Vogelaar, die zijn hertogen veel zelfstandigheid liet. Hendriks zoon Otto I werd in 936 koning en begon direct met een politiek van centralisatie, ten koste van de hertogen. Dit leidde ertoe dat in 936 gevechten uitbraken tussen Bohemen en Duitse legers in Thüringen, waarbij Boleslav een nederlaag moest incasseren. In 940 gaf hij gijzelaars aan Otto en in 950 sloten Otto en Boleslav vrede, waarbij Boleslav Otto als zijn koning huldigde. In 954 waren er nog wat incidenten tussen Otto en Boleslav maar in 955 vocht hij aan Duitse zijde tijdens de Slag op het Lechveld tegen de Hongaren. Ook hielp hij Otto om een Slavische opstand te onderdrukken. Hij trouwde met Bagiota (901 – na 957), een vrouw van onbekende herkomst. Zij kregen de volgende kinderen: Boleslav II
Strahkwas (28 september 929 – 996). Monnik te Regensburg onder de naam Christianus, kandidaat voor de positie van bisschop van Praag in 995.
Dubravka
Mlada, kreeg in 967 in Rome toestemming van de paus om het Sint Joris klooster in Praag te stichten en werd daar abdis onder de naam Maria.
KONING KENNETH VAN ALBA II (Koos' Edelstamoudbetovergrootvader) werd geboren als kind van Malcolm van Alba I, zoals getoond in stamboom 1414. Hij is gestorven in 995.
Kenneth II, (overleden Angus, 995), tweede zoon van Malcolm I, was koning van Alba gedurende vierentwintig jaren. Hij volgde in 971 zijn achteroom Culen op. Ten tijde van zijn regering was Edgar koning van Engeland, een land dat vrede kende dankzij St. Dunstan; de Deense wetten waren onderdrukt en een grote vloot bewaakte de kusten. In Yorkshire en Northumbria waren de Deense wetten nog toegestaan. Handel met het Europese vasteland floreerde. Volgens de Anglo-Saxon Chronicle sloten Kenneth en Edgar een vredesverdrag ten tijde van een grote conferentie in Chester in 977 waarbij zes koningen betrokken waren (de anderen waren Noors of Welsh), die elkanders bondgenoten op zee en op land zouden zijn. Edgar schonk naast een grote hoeveelheid goud en edelstenen ook Lothian aan Kenneth. Dit laatste moet hoogstwaarschijnlijk worden opgevat als een erkenning van de claim die Kenneth had op de oostelijke laaglanden van Schotland, dat sinds de Slag van Nechtansemere voornamelijk onder controle van de Schotten en de Picten was geweest. Afgezien van enkele Schotse invallen in Northumbria bleef de vrede met Engeland bewaard.Onder het bewind van Kenneth werden de kronieken van Alba opgesteld. Kenneth stichtte het klooster van Brechin. Het koninkrijk van Kenneth II liep van de Tweed tot aan de Pentland Firth. Strathclyde was een vazalstaat en hoewel er Noorse nederzettingen waren in Caithness werd Kenneth II ook erkend als leenheer door de heren van Caithness. Kenneth II werd vermoedelijk vermoord in 995 in Fettercairn (Angus), maar de omstandigheden van zijn overlijden zijn niet duidelijk. Hij zou zijn vermoord door Finella, dochter van Cuncar, mormaer van Angus, omdat Kenneth haar zoon gedood zou hebben. Kenneth is begraven op Iona. Kenneth was getrouwd met een onbekende vrouw en was vader van Malcolm II van Schotland.
KONING EDGAR VAN ENGELAND (Koos' Edelstamoudbetovergrootvader) werd geboren in 942 als kind van Edmund van Engeland I en Aelgifu, zoals getoond in stamboom 1415. Hij is gestorven op 8 juli 975, ongeveer 33 jaar oud, in Winchester, England.
Edgar (ca. 942 – Winchester, 8 juli 975), de Vreedzame, was koning van Engeland van 959 tot 975.Edgar verwierf in 957, door de steun van aartsbisschop Odo, de macht in Engeland ten noorden van de Theems, ten koste van zijn broer koning Edwy. Hij volgde zijn broer officieel op na diens dood in 959, waarmee de eenheid van het rijk werd hersteld. Hij begunstigde de kloosters en benoemde nieuwe bisschoppen. Hij verplichtte de, in zijn opdracht door Æthelwold van Winchester in het Engels vertaalde, regel van Benedictus in de kloosters en liet in de kathedraalkapittels de kanunniken vervangen door monniken. Hij haalde de later heilig verklaarde Dunstan terug uit zijn ballingschap en maakte hem aartsbisschop van Canterbury. De Denen in de Danelaw kregen van hem een verregaande autonomie. Edgar hervormde het muntwezen en introduceerde een systeem om de kwaliteit van munten te bewaken. Edgar ontvoerde de abdis Wulfthryth van Wilton en kreeg met haar een dochter. Volgens de overlevering leidde dit tot conflict met de geestelijkheid waardoor Edgar pas laat werd gekroond. De kroning tot keizer vond uiteindelijk toch plaats in 973 in Bath. Deze door Dunstan ontworpen plechtigheid waarbij de Aartsbisschop van Canterbury de kroning en zalving verrichtte vormde de basis voor de kroning van de Engelse koningen sindsdien. Edgar liet zich “Imperator” noemen.Na zijn kroning werd Edgar door koningen in Wales en Schotland (in naam) als heer erkend tijdens een bijeenkomst in Chester, waar ze hem steun op land en ter zee beloofden. Edgar kreeg zijn bijnaam niet aan zijn instelling maar aan de opmerkelijke afwezigheid van oorlogen en Vikingaanvallen tijdens zijn bewind. Hij werd begraven in de abdij van Glastonbury. Edgar was de jongste zoon van koning Edmund I en diens vrouw Elgiva. Met Wulfthryth kreeg hij een dochter Eadgifu. Ca. 963 trouwde hij met Æthelflæd, dochter van Ealdorman Ordmar van Devon en zijn vrouw Ealda. Hun zoon was Eduard, Edgars opvolger. Vermoedelijk heeft Edgar haar in 965 verstoten om te kunnen trouwen met Ælfthryth, dochter van Ordgar. Ælfthryth (Lydford, ca. 945 – abdij van Wherwell, ca. 1000) was beroemd om haar schoonheid en Edgar stuurde Aethelwald, ealdorman van East Anglia, om haar namens hem ten huwelijk te vragen als ze inderdaad zo mooi zou zijn als ze volgens de geruchten was. Aethelwald werd zelf verliefd op haar, trouwde met haar en zei tegen Edgar dat ze in werkelijkheid helemaal niet mooi was. Edgar vertrouwde hem niet en besloot haar te bezoeken. Aethelwald zei Ælfthryth zich zo lelijk mogelijk te maken maar zij maakte zich juist zo mooi mogelijk. Korte tijd later doodde Edgar Aethelwald tijdens de jacht en trouwde met Ælfthryth. In 973 werd Ælfthryth de eerste gemalin van de koning die tot koningin van Engeland werd gekroond. Edgar en Ælfthryth kregen de volgende kinderen:
Edmund (ovl. 970), begraven in de abdij van Romsey.
Ethelred II. Ælfthryth zou opdracht hebben gegeven voor de moord op haar stiefzoon Eduard. Zij is begraven in de abdij van Wherwell.
ARPAD VAN HONGARIJE (Koos' Edelstamoudbetovergrootvader) werd geboren rond 850. Hij is gestorven in 907, ongeveer 57 jaar oud. Hij was de stichter van het huidige Hongarije en van de Hongaarse koningsdynastie der Árpáden. Ten tijde van de geboorte van Árpád woonden de Magyaren in het westen van de Oekraïne in een gebied dat Etelköz werd genoemd. Van daaruit voerden de Magyaren jarenlang (vanaf 860) rooftochten uit in Europa. Árpád was de zoon van Álmos en als zodanig leider van een van de zeven Magyaarse stammen. Hij maakte gebruik van het overlijden van Arnulf van Karinthië om Pannonië en delen van Moravië te bezetten, waarmee het middeleeuwse Hongarije zijn vorm heeft gekregen. Daarmee is Árpád een echte Europese koning geworden. In 907 weet hij Hongarije voor lange tijd veilig te stellen door bij Bratislava een groot Beiers leger vernietigend te verslaan.
Kinderen:
Levente (Liüntika)
Tarhos (Tarkacsu)
Üllő (Jeleg)
Jutas (Jutocsa)
Zoltán (Zaltasz).
11100. HERTOG HENDRIK VAN SAKSEN I (Koos' Edelstamoudbetovergrootvader) werd geboren op 22 april 922, in Nordhausen, Vogtlandkreis, Sachsen, Germany, als kind van Hendrik van Saksen en Mathilde van Ringelheim, zoals getoond in stamboom 1333. Hendrik werd Duc de Lorraine, Herzog von Lotharingen (940), Herzog von Bayern (940-955). Hij is gestorven op 1 november 955, 33 jaar oud, in Pöhlde (D). Hij werd begraven in Kloster von Sankt Emmeram, Regensburg, Bayern, Deutschland.
Hendrik I van Beieren (circa 919/922 - Pöhlde, 1 november 955) was in 940 korte tijd hertog van Lotharingen en van 948 tot aan zijn dood hertog van Beieren. Hij behoorde tot het huis der Liudolfingen. Hendrik I was een zoon van koning Hendrik de Vogelaar van het Oost-Frankische Rijk uit diens huwelijk met Mathilde van Ringelheim. Zijn broer Otto I werd in 936 koning van het Oost-Frankische Rijk. In 938 voerde Hendrik samen met Everhard III van Franken en Giselbert II van Lotharingen een samenzwering tegen zijn broer Otto, omdat hij ervan overtuigd was dat hij aanspraak kon maken op de Oost-Frankische troon. In 939 werd hij nabij Birten verslagen en vervolgens gedwongen om het rijk te verlaten. Hij vluchtte naar het hof van koning Lodewijk IV van Frankrijk, maar sloot uiteindelijk vrede met zijn broer. In 940 verwierf Hendrik het hertogdom Lotharingen. Hij kon er zijn heerschappij echter niet handhaven en zijn broer schonk het hertogdom hetzelfde jaar nog aan Otto van Verdun. Vervolgens smeedde hij in 941 opnieuw een complot tegen zijn broer, die hij wilde vermoorden in de Koningspalts van Quedlinburg. De samenzwering werd ontdekt en Hendrik werd in Ingelheim gevangengenomen. Op Kerstmis 941 kreeg hij na een berouwvolle boetedoening genade, terwijl vele van zijn volgelingen ter dood werden gebracht. De volgende jaren verbeterde de relatie tussen de broers. Dankzij de bemiddeling van Otto huwde Hendrik I met Judith van Beieren, dochter van hertog Arnulf I van Beieren, en in 948 werd hij met het hertogdom Beieren beleend. In Beieren werd zijn benoeming tot hertog aanvankelijk afwijzend onthaald. Tijdens de invallen van de Hongaren in 949-950 toonde hij zich als een succesvolle veldheer en wist hij het hertogdom zelfs uit te breiden. In 951 regelde hij het huwelijk van zijn broer met koningin Adelheid van Italië, waarvoor hij in 952 beloond werd met de markgraafschappen Verona en Aquileia. In 953-954 onderdrukte hij ook bloedig de opstand van Liudolf van Zwaben en Koenraad van Lotharingen tegen zijn broer. Hendrik stierf op 1 november 955 in het klooster van Pöhlde, na een zware ziekte. Hendrik I en zijn echtgenote Judith van Beieren kregen drie kinderen:
Hedwig (overleden in 994), huwde met hertog Burchard III van Zwaben
Gerberga (circa 940 - 1001), abt van de Abdij van Gandersheim
Hendrik II (951-995), hertog van Beieren.
GRAAF MANASSES VAN RETHEL I (Koos' Edelstamoudbetovergrootvader).
Manasses I van Rethel was in de tweede helft van de 10e eeuw de eerste graaf van Rethel. Hij behoorde tot het huis Rethel. De afkomst van Manasses is niet duidelijk. Volgens de Annales Hanoniæ was hij de zoon van ene Wouter, hertog van de Elzas, maar vermoedelijk is dit fantasie. Kroniekschrijver Flodoard beweerde dan weer dat hij een neef was van bisschop Artald van Reims. Over deze Artald is bekend dat hij een broer Dudo, heer van Omont, en een neef Bernard, graaf van Porcien, had. Volgens de Europäische Stammtafeln had hij ook een broer Diederik, maar die wordt in geen enkele andere bron vermeld en is dus twijfelachtig. Het is onduidelijk om te preciseren wie Manasses' vader was. In de tweede helft van de 10e eeuw was hij graaf van Rethel. Zijn naam komt enkele keren voor in contemporaine bronnen: in een oorkonde gedateerd van 26 mei 974 wordt hij genoemd als soldaat en in een brief van Gerbert van Aurillac uit augustus 988. Ook viel hij volgens Richer in 989 een heiligdom van een basiliek ter ere van de Maagd Maria aan, samen met ene Roger. Daarna werd niets meer over hem vermeld. Hij had een onbekende echtgenote met wie hij een zoon Manasses II (overleden in 1048) kreeg. Die volgde hem op als graaf van Rethel.






Reacties
Een reactie posten