Generatie van 31 maal oud-oud-grootouders, koning Rudolf van Bourgondië, Ragnvald Eysteinsson, graaf Boudewijn van Vlaanderen en zijn vrouw judith, Hertog Ranulf van Aquitanië II, Lodewijk van Provence en koning Lodewijk de stamelaar

 







KONING RUDOLF VAN BOURGONDIË I (Koos' Vorvader) werd geboren in 859, in Bourgogne, Marne, Aisne, France, als kind van Koenraad van Bourgondië II, zoals getoond in stamboom 1428. Hij is gestorven op 25 oktober 911, ongeveer 52 jaar oud, in Juran, Bourgogne, France.

Rudolf I van Bourgondië (ca. 855 - 25 oktober 912) was van 888 tot zijn dood koning van Opper-Bourgondië.

Hij was een zoon van Koenraad II van Auxerre, graaf van Auxerre, uit de familie der Welfen.

Door de erfenis van zijn vader, Koenraad II van Auxerre, was Rudolf graaf van Bourgondië en Auxerre, en lekenabt van Saint-Maurice. Daarmee was hij de machtigste man van Opper-Bourgondië (West-Zwitserland en Franche-Comté). Nadat Karel de Dikke was afgezet, verkoos de adel van Opper-Bourgondië Rudolf in 888 tot koning. Rudolf probeerde in de onduidelijke politieke situatie om opnieuw een onafhankelijk koninkrijk Lotharingen tot stand te brengen, zoals dat tot 869 had bestaan onder Lotharius II. Hij bezette grote delen van de Elzas en Lotharingen, en liet zich in juni 888 tot koning van Lotharingen kronen in Toul. Hij stootte daarbij evenwel op Arnulf van Karinthië en diende in oktober 888 op de rijksdag van Regensburg, Lotharingen op te geven in ruil voor zijn erkenning als koning van Bourgondië.

Rudolf stelde bisschop Theoderic van Besançon aan als zijn kanselier en sloot een bondgenootschap met Guido van Spoleto, een tegenstander van Arnulf in Italië. In 894 wisten ze samen nog te voorkomen dat Arnulf tot keizer zou worden gekroond. Daarop hield Arnulf een expeditie tegen Rudolf maar die liet het niet op een oorlog aankomen maar trok zich met zijn leger terug in de bergen. Ook een poging van Arnulfs zoon Zwentibold (koning van Lotharingen) om Rudolf te onderwerpen was zonder succes. Na de dood van Lodewijk IV het Kind maakte Rudolf weer gebruik van de politieke onzekerheid en veroverde Besançon en Basel. Rudolf trouwde in 888 met Willa (ca. 865 - voor 924), mogelijk dochter van Bosso van Provence, die na Rudolfs dood hertrouwde met Hugo van Arles. Zij kregen de volgende kinderen:

Rudolf II

Lodewijk (- na 929), graaf van de Thurgau (een gebied dat aanmerkelijk groter was dan het huidige kanton), trouwde vermoedelijk met een dochter van Edward I maar het is niet zeker of dit Eadgifu of Aelgifu was.

mogelijk Willa (- na 936), die huwde met Boso III van Arles maar door hem in 936 werd verstoten

Waldrada, getrouwd met Bonifatius, markgraaf van Bologna en hertog van Spoleto




RAGNVALD EYSTEINSSON (Koos' Vorvader) werd geboren op 1 januari 830, in Uppland, denemarken, als kind van Eystein Glumra en Aseda Eystein, zoals getoond in stamboom 1431. Ragnvald werd Comte de Moer et des Orcades. Hij is gestorven in 894, ongeveer 64 jaar oud, in Orcades ecosse.

Rognvald Eysteinsson (ca. 830 - 894) was een Noors edelman en wordt beschouwd als stichter van het Viking-koninkrijk van de Orkney-eilanden. Rognvald was een trouwe vazal van Harald Mooihaar. Hij was jarl van Møre en Romsdal nadat Harald de macht in Noorwegen had verworven. Rognvald zou de edelman zijn die Harald had geholpen zijn haar af te knippen (Harald had gezworen zijn haren niet te knippen tot hij heel Noorwegen zou beheersen) en hem zijn bijnaam gaf. Hij had een versterking in Ålesund. Hij ging met Harald op campagne in Schotland en ontving de Shetlands en de Orkneys als genoegdoening voor de dood van zijn zoon Ivar. Hij stierf in een brand toen hij in zijn kasteel werd overvallen door Halfdan en Gudrod, zoons van Harald Mooihaar. Rognvald is een onzekere figuur omdat zijn verhouding tot Harald Mooihaar chronologisch niet helemaal kloppend is te maken met de moderne historische inzichten die Harald wat later plaatsen, maar er wordt in bronnen niet aan zijn persoon getwijfeld. Rognvald was zoon van Eystein Glumra (ca. 800 - 846), jarl van Oppland en Hedmark. Volgens de Orkneyinga saga was die zoon van jarl Ivar, zoon van Halfdan, zoon van Sveidi de zeekoning. Rognvald was getrouwd met Ragnhilda Hrolfsdottir (ca. 848 - 892). Zij waren volgens sommige bronnen ouders van Rollo, de stamvader van de graven van Normandië.







Graaf BOUDEWIJN VAN VLAANDEREN (Koos' Vorvader) werd geboren rond 842, in Laon, Aisne, Hauts-De-France, France, als kind van Audacer van Vlaanderen III en Anseline van Steenland, zoals getoond in stamboom 1433.

Boudewijn I (Laon?, ca. 840 – Abdij van Sint-Bertinus, Sint-Omaars, 2 januari 879), bijgenaamd Boudewijn met de IJzeren Arm of Boudewijn de Goede staat bekend als de eerste graaf van Vlaanderen wat mogelijk was gemaakt door zijn huwelijk met Judith van West-Francië, dochter van de Karolingische koning Karel de Kale. Traditioneel wordt Boudewijn gezien als de zoon van Odoaker. De afstammingsband wordt ondersteund door enkele 10e-eeuwse, zij het niet-contemporaine vermeldingen. Als niet geloofwaardig bestempelen historici de teksten die Odoaker vanaf de 11e eeuw kwalificeren als graaf, of later forestier, van Vlaanderen. Een meer plausibele theorie is dat Boudewijns vader wel Odoaker heette maar een lid van het hof in Laon was. Boudewijn is bekend als eerste graaf van het graafschap Vlaanderen en samen met zijn vrouw grondlegger van de welvaart van het grondgebied. Hij zou rond kerstmis 861 Judith van West-Francië, eerste kind van de koning van West-Francië, Karel de Kale, uit een klooster gehaald hebben. De 17-jarige Judith was toen al twee keer weduwe: van koning Æthelwulf van Wessex en van diens zoon koning Æthelbald. Na overlijden van haar tweede man keerde ze terug naar huis waar ze onder voogdij werd gesteld. Koning Karel wilde voor Judith een derde keer een huwelijksovereenkomst sluiten op eigen voorwaarden, maar ze is uit het klooster ontsnapt met Boudewijn. Het stel werd daarbij geholpen door Judiths jongere broer Lodewijk de Stamelaar, die steeds in conflict was met zijn vader. Ze vluchtten naar het noorden. Karel de Kale stuurde brieven aan Vikingenleider Rorik van Dorestad en bisschop Hunger van het Rooms-Katholiek sticht Utrecht, dat zij de vluchtelingen geen onderdak mochten geven. Karel liet het paar door bisschoppen excommuniceren. Het paar reisde via Lotharingen naar Rome en bepleitte hun zaak bij paus Nicolaas I, waarop de excommunicatie door de paus ongedaan werd gemaakt. Twee jaar lang schreef paus Nicolaas brieven naar de woedende vader, Karel de Kale, waarin hij voor verzoening pleitte. Op 13 december 862 volgde het officiële huwelijk te Auxerre met de uiteindelijke toestemming van Karel, alhoewel hij niet bij het huwelijk aanwezig was. Boudewijn was vaak te gast aan het Karolingisch hof en kende Lodewijk, later bekend als Lodewijk de Stamelaar, zoon van keizer Karel de Kale en broer van Judith. Lodewijk verving zijn vader in het landsbestuur toen deze op veldtocht was in een poging het graafschap Provence met geweld bij zijn rijk te voegen. Toen Lodewijk Judith in een klooster te Senlis opzocht, nam hij Boudewijn mee. Een huwelijk tussen beiden gaf Judith de kans om aan het kloosterleven te ontsnappen, terwijl Boudewijn lid kon worden van de Karolingische dynastie. Ook Lodewijk trouwde later zonder toestemming van zijn vader en zijn jongere broer Karel. Hincmar, de aartsbisschop van Reims, tekende het verhaal van de vlucht en het huwelijk op. Hij excommuniceerde Judith ook en beriep zich daarvoor op de canon 10 van het Romeins concilie van 721. Dat slaat echter op roof van een vrouw met geweld en aangezien zij volgens pauselijke bron instemde kon er geen sprake zijn van roof. Als onderdeel van de verzoening kreeg Boudewijn van Karel de Kale de pagus Flandrensis (Vlaanderengouw) en de pagus Wasia (Waasgouw) als leen, het gebied rond Torhout, Gistel, Oudenburg en Brugge. Graaf zijn was in die tijd in de eerste plaats een militaire functie. Vlaanderen lag in een uithoek van Karels koninkrijk, in het grensgebied met Lotharingen en werd voortdurend aangevallen door de Vikingen, het werd de opgave van Boudewijn en Judith het grondgebied te verdedigen en tot een deel van het rijk te maken dat inkomsten afwierp. Boudewijn en Judith bleken succesvol in hun opgaven, mede door een band te scheppen met de Rooms-Katholieke kerk. Boudewijn bouwde militaire versterkingen in Arras, Gent en Brugge en wist de invallen van de Vikingen te verminderen, ook door vestiging in het kustgebied toe te laten. In Brugge liet het paar een kerk bouwen die aan Donatianus van Reims werd gewijd, er werden relieken van de heilige aan de kerk geschonken. In Veurne werd een Benedictijner klooster gesticht, waaraan relieken van heilige Walburgis werden geschonken. In 870 werd het grondbezit uitgebreid en kreeg het paar heerschappij over het latere Kroon-Vlaanderen en Ternois. Hetzelfde jaar kreeg Boudewijn de functie commendatair abt van de Sint-Pietersabdij in Gent, wat militaire steun voor de kerk betekende en het graafschap inkomsten bracht. In 877 steunde hij Lodewijk de Stamelaar in de strijd om de opvolging van Karel de Kale. Kort daarna trok hij zich terug en werd monnik in de abdij van Sint-Bertinus, waar hij ook werd begraven.

Boudewijn en Judith van West-Francië hadden vier kinderen:

Karel, geb. ca. 864, jong gestorven

Boudewijn (865–918)

Rudolf van Kamerijk (870-896)

vermoedelijk nog een dochter, want kronieken van het klooster van Waulsort vermelden dat bij de moord op Rudolf van Kamerijk een zekere Walter, zoon van Rudolfs zuster, hem probeerde te wreken.

Gunhilda, gehuwd in 877 met Wilfred I el Velloso, graaf van Urgel en Barcelona, wordt ook vaak als dochter van Boudewijn en Judith genoemd, maar dit is gebaseerd op een verkeerde interpretatie van een middeleeuwse tekst. Zij was afkomstig uit de omgeving van Barcelona.

Het Brugse Beertje van de Loge verwijst naar de schaking van Judith: toen Boudewijn met Judith naar Vlaanderen terugkeerde, werden zij in het bos aangevallen door een reusachtige witte beer (een bruine beer wit van sneeuw), volgens de legende "de oudste bewoner van Brugge". Deze beer was al eerder gesignaleerd omdat hij de omgeving onveilig maakte. Reizigers die zich buiten de muren van Brugge waagden, werden vaak door de beer aangevallen. En dus ook Boudewijn I. Hij wierp zich zonder aarzelen in de strijd met de beer. Niemand durfde dichterbij te komen, ook niet om hun leenheer te helpen. Op een bepaald moment stelde de beer zich recht op zijn achterste poten en ging met zijn rug tegen een boom staan om zo met meer kracht opnieuw aan te vallen. Maar net op dat moment sprong Boudewijn vooruit en doorboorde de beer met zijn lans. De stoot was zo hevig en krachtig dat de lans zich door de beer onwrikbaar in de boom vaststak. Boudewijn was zijn naam met den ijzeren arm dus waardig. Volgens de legende schonk de stad Brugge Boudewijn een gebeeldhouwde, rechtopstaande beer toen later zijn aanstelling als nieuwe leenheer gevierd werd.

Vandaag is in de gevel van de Poortersloge aan het Jan van Eyckplein in Brugge nog een beeldje van een rechtopstaande, schilddragende beer te zien. De beer die een schild vasthoudt, verscheen echter pas in 1304, dus het gaat niet om hetzelfde beeldje als het geschenk aan Boudewijn. De Poortersloge was van 1417 tot 1715 het lokaal van het Genootschap van de Witte Beer, een selectieve steekspelvereniging die een tijdje na de heldendaad van Boudewijn werd opgericht. Het belangrijkste evenement dat ze organiseerden was de Wapenpas van de Gouden Boom, van 3 tot 11 juli 1468, ter gelegenheid van het huwelijk van Karel de Stoute met Margaretha van York. In 1417 had het gezelschap van de stad de toestemming gekregen een beeldje van hun mascotte, een rechtopstaande beer, in de gevel te plaatsen.

Op het Brugse stadhuis staat een beeld dat Boudewijn voorstelt.

In de satirische strip Pest in 't Paleis (1983) van Guido Van Meir en Jan Bosschaert wordt de toenmalige Belgische vorst koning Boudewijn opgevoerd als de zestiende-eeuwse koning Boudewijn met de IJzeren Rug, een verwijzing naar Boudewijn met de IJzeren Arm en ook de rugklachten van koning Boudewijn.

De Nederlandse zangeres Wende Snijders is een verre nakomeling van Boudewijn, zo werd onthuld in het televisieprogramma Verborgen Verleden.


JUDITH VAN VLAANDEREN (Koos' Vormoeder) werd geboren rond 844 als kind van Karel Onbekend II en Ermentrudis van Orleans, zoals getoond in stamboom 1434. Zij is gestorven rond 890, ongeveer 46 jaar oud. Judith huwde 2 maal. Zij huwde met Ethelwulf van Wessex en Boudewijn van Vlaanderen. Judith van West-Francië (oktober 844 – na 879), ook wel Judith Martel of later Judith van Vlaanderen genoemd, koningin van Wessex en later gravin van Vlaanderen, was het oudste kind van koning Karel de Kale van West-Francië, gehuwd met twee opeenvolgende koningen van Wessex, daardoor koningin van Wessex en uiteindelijk getrouwd met Boudewijn I, die door dat huwelijk de eerste graaf van Vlaanderen werd. Ze baarde vier kinderen en is stamouder van de graven van Vlaanderen. Een van haar zonen, Boudewijn II, trouwde met Ælfthryth van Wessex, de dochter van Alfred de Grote.

Judith was het eerste kind van koning en na 875 keizer Karel de Kale (823-877) en diens eerste echtgenote Ermentrudis van Orléans (830-869), oudere zuster van Lodewijk de Stamelaar (846-879). Ze was een achterkleinkind van Karel de Grote en kreeg haar naam van haar grootmoeder Judith van Beieren. Haar geboortedatum is onbekend. Omdat haar ouders op 14 December 842 trouwden en Judith hun oudste kind was, en het volgende kind, Lodewijk, op 1 November 846 werd geboren, is haar geboorte gedateerd tussen 843-845.


Koningin van Wessex

Op 1 oktober 856, op twaalfjarige leeftijd, werd door haar vader een strategisch huwelijk voor haar gesloten met de 56-jarige koning Æthelwulf van Wessex, zelf vader van vijf zonen en een dochter. Hij was een man met hoog aanzien, een christen en een bekwaam legeraanvoerder die de Vikingen in 851 had verslagen in Surrey. Karel en Æthelwulf ontmoetten elkaar toen de laatste, samen met zijn dan zesjarige jongste zoon Alfred, een bezoek aan Karel bracht op weg naar Rome. Gezien Parijs en Tours hetzelfde jaar door de Vikingen werden afgebrand, had Karel belang bij het huwelijk van zijn dochter met een overwinnaar van de Vikingen. Æthelwulf had belang bij het huwelijk om opstandige edelen te tonen dat hij een machtige bondgenoot in het buitenland had. Hij nam een risico bij dit huwelijk, als Judith hem zonen zou baren kon dit leiden tot broederstrijd. Bij terugkeer in het paleis van de Karolingers in juni 856, verloofde Æthelwulf zich met Judith en ze huwden op 1 oktober van hetzelfde jaar in de Paltskapel van het paleis in Verberie-sur-Oise.

De aartsbisschop van Reims kreeg opdracht van Karel het kerkelijk huwelijk en de zalving van Judith te leiden. Karolingische koningen en koninginnen werden sinds 751 gekroond en gezalfd en Judiths vader dacht vermoedelijk dat een kroning haar positie in Engeland zou versterken. Tijdens de ceremonie werd de bruid door de bisschop een diadeem op het hoofd gezet en door hem gezegend. Zo werd ze tot koningin verheven en kwam op hetzelfde niveau als de koning, dat werd niet algemeen aanvaard door de West-Saksen. Het duurde ruim een eeuw tot de volgende koningin in Engeland werd gekroond, Ælfthryth, in 973 door haar man Edgar van Engeland in Bath. Tot op heden is de essentie van de ceremonie, kroonopzetting, zalving en eventueel huwelijk in het kader van een plechtige kerkdienst, onveranderd.

Æthelwulf stierf al twee jaar na het huwelijk, op 13 januari 858 en het huwelijk bleef kinderloos. In datzelfde jaar 858 huwde Judith voor de tweede keer, nu met Æthelwulfs zoon koning Æthelbald, dus met haar eigen stiefzoon. Voor Judith was dit de manier om als Karolingisch prinses aan het kloosterleven thuis te ontkomen, Æthelbald verhoogde door het huwelijk zijn status tegenover zijn broers. Er ontstond ophef, sommige kroniekschrijvers spraken van een grote schande. Anderen beschouwden de koningin-weduwe als belichaming van de rechten van haar overleden echtgenoot zodat Æthelbald door met haar te trouwen het Koninkrijk kon opeisen. Judiths naam komt voor in verschillende charters opgesteld tijdens het bewind van Æthelbald. Dit bevestigt haar uitzonderlijke status als koningin.

Æthelbald overleed na twee en een half jaar regeren, in 860, ook tijdens dit huwelijk kreeg judith geen kinderen, wellicht door haar jonge leeftijd. Judiths laatste huwelijk werd op initiatief van aartsbisschop Augustinus van Canterbury nietig verklaard op grond van bloedverwantschap (niet letterlijk, maar omdat ze zijn stiefmoeder was), zo kon Judith geen rol meer spelen in de Engelse troonopvolging en werd ze teruggezonden naar het hof van haar ouders.

Judith trouwde voor de derde maal met Boudewijn I met de IJzeren Arm uit Laon, die haar rond Kerstmis 861 uit het klooster in Senlis zou hebben gehaald, met toestemming van haar broer. Dat was tegen de wil van haar vader die tegen dit huwelijk was. Ze zwierven enige tijd in Europa rond en schuilden bij haar neef Lotharius II tot in oktober. Ze gingen op bedevaart naar Rome en door tussenkomst van paus Nicolaas I konden ze op 13 december 863 officieel in het huwelijk treden in Auxerre.

Door dit huwelijk kon Karel de Kale niet anders dan zijn schoonzoon een hoge functie mee te geven. Met de steun van Judiths broer, Lodewijk de Stamelaar, werd Boudewijn beleend met het graafschap Vlaanderen. Judith werd hiermee de eerste gravin van Vlaanderen. Hun graafschap was toen een onbeduidend moerassig gebied, de pagus Flandrensis (Vlaanderengouw) en de pagus Wasia (Waasgouw), gelegen aan de periferie van West-Francië in het grensgebied met Lotharingen, dat vanaf 870, met het Verdrag van Meerssen, in handen kwam van Karels broer Lodewijk de Duitser. Onder heerschappij van Boudewijn en Judith kwam het grondgebied tot eerste ontwikkeling. Boudewijn liet in het gebied verdedigingswerken bouwen om nieuwe invallen van Noormannen en Vikingen te bemoeilijken, net als Karel eerder in het meer vitale zuidelijk deel van zijn rijk langs de kust al had gedaan. Bij de bewoners werd de nijverheid en handel bevorderd.

In 879 vielen de vikingen Vlaanderen binnen, nadat ze in Engeland een zware nederlaag hadden geleden. Ze plunderden verschillende kloosters en nederzettingen en zouden enkele jaren blijven. Pas nadat de zoon van Boudewijn I, Boudewijn II, de nieuwe graaf van Vlaanderen was geworden, werden de Vikingen verdreven en werden verschillende nederzettingen aan de Noordzee versterkt met ringwalburchten. Deze verdedigingswerken zouden onder meer Sint-Winoksbergen, Broekburg, Veurne, Brugge en Oostburg beschermen tegen de Vikingen.

Ondertussen was Judith overleden, het exacte jaartal is onbekend. Ze werd in de Gentse Sint-Pietersabdij begraven. In 2006 werden, bij de aanleg van de ondergrondse parking onder het Sint-Pietersplein in Gent, een aantal graven ontdekt uit de vroege middeleeuwen. In een van de graven werden botten gevonden van een vrouw van rond de 40, gestorven omstreeks het begin van de 10e eeuw. Volgens sommige historici zou het hier gaan om de overblijfselen van Judith van West-Francië, maar deze stelling blijft vooralsnog onbewezen. Naar aanleiding van tv-serie Het verhaal van Vlaanderen besloot de Gentse universiteit alsnog om dit te onderzoeken. Op 11 april 2023 werd duidelijk dat alle bijkomende onderzoeken steeds meer bevestigen dat deze beenderen toe te schrijven zijn aan Judith van Vlaanderen, al is er nog geen uitsluitsel. Zo bewees het onderzoek naar haar tanden dat ze uit Noord-Frankrijk kwam en een tijd in Engeland leefde. Er wordt als bewijsvoering naar DNA van nabije familieleden gezocht.





Robert de sterke (Koos' Vorvader) werd geboren rond 830 als kind van Robert van Wormsgouw III en Wiltrude van Orleans, zoals getoond in stamboom 1437. Robert werd „the Strong” genoemd. Hij is gestorven (In oorlog) op 2 juli 866, ongeveer 36 jaar oud, in battle of Bissarthe.

Robert de Sterke, ook Rutpert (ca. 820 - Brissarthe, 2 juli 866), was hertog in Neustrië. Zijn familie staat bekend als de Robertingen of Robertijnen en zijn naar hem genoemd. Zijn bijnaam "de Sterke" werd hem gegeven vanwege zijn militaire successen, vooral tegen de Vikingen.

Robert was graaf van de Wormsgouw als opvolger van zijn broer Guntram. In 840 trok hij naar de omgeving van Orléans om de familiegoederen van zijn overleden moeder te gaan beheren. Als buitenstaander zou hij zich ontwikkelen tot een belangrijke medestander van Karel de Kale tegen de lokale aristocratie. Hij werd benoemd tot markgraaf van Neustrië, ter verdediging tegen Bretagne en de Vikingen.


In 852 werd Robert ook lekenabt van Marmoutier en een jaar later was hij als zendgraaf in Maine, Anjou en Touraine. In 855 werd hij benoemd tot hertog van het gebied tussen de Seine en de Loire. Toen Karel een jaar later zijn zoon Lodewijk de Stamelaar tot onderkoning in Neustrië benoemde, betekende dat een gevoelig verlies voor Robert. Karel compenseerde hem met de graafschappen Autun en Nevers. In 857 verdedigde Robert Autun tegen Lodewijk de Duitser, die probeerde te profiteren van het overlijden van Lotharius I.


Robert gaf in 858 leiding aan een coalitie van edelen uit Bretagne en Neustrië die Lodewijk de Duitser vroeg om koning van West-Francië te worden. Deze poging mislukte echter. Robert wist zich op tijd weer te verzoenen met Karel en werd in 861 beloond met het graafschap Anjou. Toen Lodewijk de Stamelaar in 862 in opstand kwam tegen zijn vader, bleef Robert trouw aan Karel. Hij vocht tegen Lodewijk en tegen zijn bondgenoten: hertog Salomon van Bretagne en Pepijn II van Aquitanië. Zowel Robert als Salomon huurden Vikingen in om hun legers te versterken. Deze gevechten bleven de volgende jaren voortduren. Ook moest Robert in 863 wederom Autun verdedigen tegen Lodewijk de Duitser, die nu probeerde te profiteren van de dood van Karel van Provence.

In 866 kwam Robert in actie tegen een inval van de Vikingen. De Vikingen verschansten zich in een kerk in Brissarthe. Omdat Robert dacht dat er een pauze in de gevechten was, trok hij zijn zware wapenrusting uit. Toen de Vikingen een snelle uitval deden was hij onbeschermd en kon makkelijk worden gedood.

De naam van de vrouw van Robert is niet overgeleverd uit historische bronnen. Vaak wordt Adelheid (geb. ca. 820) genoemd, dochter van Hugo van Tours en weduwe van Koenraad I van Auxerre (overleden in 862). Aangezien Robert al kinderen had in 862, zou Adelheid zijn tweede vrouw zijn geweest. Adelheid moet in 862 al ouder zijn geweest dan 40, en zou toch nog twee kinderen met Robert hebben gekregen. De Franse genealoog Christian Settipani heeft vastgesteld dat de bron van de identificatie van Roberts vrouw teruggaat tot het onbetrouwbare twaalfde-eeuwse werk Chronicle of Saint-Benigne de Dijon die een samenvoeging bevat van Alberic of Trois-Fontaines. Het werk Europaische Stammtafeln identificeert Roberts vrouw als ene Agane.

Kinderen uit het mogelijke eerste huwelijk met Agane:

zoon, erft het bezit in Bourgondië (866)

Richildis, getrouwd met Theobald graaf van Tours.

Kinderen die Adelheid als moeder zouden hebben:


Odo (865-898)

Robert (866-923)

Volgens Foundation for Medieval Genealogy zijn deze zoons vermoedelijk voor 862 geboren. Odo en Robert werden allebei koning van West-Francië.

ADELHEID VAN TOURS (Koos' Vormoeder) werd geboren rond 820 als kind van Hugo van Tours II en Ava van Tours, zoals getoond in stamboom 1438. Zij is gestorven in 866, ongeveer 46 jaar oud.

Adelheid huwde 2 maal. Zij huwde met Robert van Frankrijk en Koneraad van Auxerre I (haar indirecte relatie).

Adelheid van Tours (ook Adelais, Aelis; gestorven na 866) was een dochter van de graaf Hugo van Tours (gestorven 837) uit het huis van de Etichonen en Ava van Morvois (gestorven 839). Door haar twee huwelijken neemt zij een centrale plaats in de genealogieën van zowel de Welfen, de Konradijnen alsook de Robertijnen of meer bepaaldelijk de Capetingen. Haar zuster Ermengarde trad in oktober 821 in het huwelijk met keizer Lotharius I, waardoor haar familie in het centrum van de macht van de Karolingische wereld kwam te staan. Zelf sloot zij haar eerste huwelijk met de Welf Koenraad I van Auxerre, wiens zusters keizerin Judith (de tweede vrouw van Lodewijk de Vrome) en koningin Imma (de echtgenote van Lodewijk de Duitser) waren. Wanneer haar huwelijk met Koenraad I plaatsvond is niet precies bekend. Koenraad en Adelheid kregen ten minste drie zonen:

 Koenraad II van Auxerre, graaf van Auxerre, in 866 markgraaf van Transjuranië – stamvader van de koningen van Bourgondië.

Hugo Abbas, gestorven 886, in 865 graaf van Auxerre, in 866 markgraaf van Neustrië, graaf van Tours en Angers

Rudolf, gestorven voor 864, abt van Saint Riquier, in 849 abt von Jumiègesen 

ten slotte vermoedelijk ook Welf II (die mogelijk ook een zoon van Koenraads broeder Rudolf kan zijn geweest), In de periode tussen 842 en 850 was hij graaf in de Linzgau, tussen 852 en 858 graaf in de Alpgau, de waarschijnlijke stamvader van de Zwabische Welfen. Daarnaast kregen zij nog een dochter waarvan de naam niet met zekerheid bekend is. Zij huwde de later verbannen, Oost-Frankische graaf Udo van de Lahngouw. Zij was de grootmoeder van de toekomstige koning Koenraad I van Franken. Na Koenraads dood (na 862) zou Adelheid in 864 voor de tweede keer zijn getrouwd. Haar nieuwe echtgenoot zou Robert IV de Sterke, graaf van de Wormsgau, graaf van Tours en graaf van Parijs zijn geweest. Dit huwelijk eindigde na ruim twee jaar door de dood van Robert in de slag bij Brissarthe. Uit dit huwelijk zouden twee zonen zijn voortgekomen: 

Odo, gestorven 898, in 888 koning van Frankrijk geworden

Robert I, gestorven 923, in 922 koning van Frankrijk

Na de dood van haar tweede echtgenoot en de geboorte van haar tweede zoon Robert in het hetzelfde jaar komt Adelheid niet meer in de bronnen voor. Voetnoten Jackman Er is een probleem met dit huwelijk. Er zit een periode van ongeveer 35 jaar tussen de geboorte van haar eerste kind en haar laatste kind. Dit is te lang om geloofwaardig te zijn.

Odo kan ook een zoon van Robert uit zijn eerste huwelijk zijn, zie Jackman: Comparative Accuracy. 2008, pp.




RANULF VAN AQUITANIË II (Koos' Vorvader) werd geboren in 850 als kind van Ranulf van Aquitanië I en Bilchildis van Maine, zoals getoond in stamboom 1441. Tussen 878 en 890, in de leeftijd van ongeveer 28 jaar, werd hij Graaf van Poitiers. Tussen 887 en 890, in de leeftijd van ongeveer 37 jaar, werd hij Hertog en Koning van Aquitanië. Hij is gestorven op 5 augustus 890, ongeveer 40 jaar oud.

Hij was een praktisch onafhankelijke hertog van Aquitanië. Ranulf werd in 866 graaf van Poitou als opvolger van zijn vader Ranulf I van Aquitanië. In 868 werd hij door de opstandige Bernhard van Septimanië uit de Poitou verjaagd en vluchtte hij met zijn broers naar Lodewijk de Stamelaar die toen koning van Aquitanië was. Pas in 878 wist hij de Poitou weer terug te krijgen. Ranulf gaf op zijn beurt Lodewijks zoon Karel de Eenvoudige een veilig onderdak en zorgde voor zijn opvoeding. In 882 leverde hij strijd tegen de Vikingen bij Brillac en werd verslagen. Ranulf werd in 887 benoemd tot hertog van Aquitanië. Hij steunde Guido van Spoleto in zijn poging om koning van West-Francië te worden. Toen Odo I van Frankrijk koning was geworden weigerde Ranulf om hem te erkennen, en riep zichzelf uit tot koning van Aquitanië. Hij creëerde een stelsel van burggraafschappen om zijn gebied te kunnen verdedigen. In 889 probeerde Odo om Ranulf door een veldtocht te onderwerpen maar Ranulf wist deze aanval af slaan. Ranulf stierf op 5 augustus 890 volgens sommige bronnen in gevecht met de Vikingen, volgens andere bronnen omdat hij vergiftigd was in opdracht van Odo. Ranulf was zoon van Ranulf I van Aquitanië en Bilchildis van Maine. Hij was gehuwd met Ermengarde maar zijn zoon Ebalus Manzer was geboren uit een buitenechtelijke relatie met een onbekende vrouw. Ebalus´ bijnaam Manzer heeft aanleiding gegeven tot speculatie onder genealogen. Manzer is een bijnaam die in Zuid–Frankrijk nog een enkele keer voorkomt, en steeds bij een bastaard. Het woord heeft echter geen betekenis in een lokale taal van die tijd, maar wel in het Hebreeuws waar het bastaard zou betekenen. Hieraan wordt soms de speculatieve conclusies verbonden dat Ebalus moeder van Joodse afkomst zou zijn. 


ANSCARIUS VAN IVREA (Koos' Vorvader) werd geboren in 840, in Toulouse, Languedoc, Haute-Garonne, France. Anscarius werd markgraaf van Ivrea 889-902. Hij is gestorven in maart 902, ongeveer 61 jaar oud, in Ivrea, Torino, Piedmont, Italy.

Anscarius van Ivrea, ook Anskar, (ca. 840 - voor maart 902) was markgraaf van Ivrea van 889 tot zijn dood en stichter van het huis Ivrea, dat naar hem ook wel het huis der Anscariden genoemd wordt.Anskar was graaf van Oscheret in Bourgondië en steunde hertog Guido III van Spoleto in diens poging de Franse troon te bestijgen nadat Karel III was afgezet. Nadat dit mislukte steunde hij Guido in de strijd tegen Berengarius van Friuli om de kroon van Italië. Anskar steunde ook Bosso van Provence in zijn poging om een zelfstandig koninkrijk te vormen. Na Guido’s overwinning stelde deze de mark Ivrea in en benoemde Anskar tot markgraaf. In 894 verdedigde hij de Alpenpassen tegen koning Arnulf van Oost-Francië. Na de dood van Guido steunde hij diens zoon Lambert van Spoleto tegen de pogingen van Arnulf om koning van Italië te worden. Later werd hij adviseur van koning Berengar I. Anskar deed grote schenkingen aan de abdij van Bobbio. Anskar was getrouwd met Volsia van Susa. Van hen is een zoon bekend: Adalbert van Ivrea, die vader was van koning Berengar II van Italië.




LODEWIJK VAN PROVENCE (Koos' Vorvader) werd geboren in 880 als kind van Bosso van Bourgondië en Ermengarde der franken, zoals getoond in stamboom 1429. Lodewijk werd „de blinde” genoemd. Hij is gestorven in 923, ongeveer 43 jaar oud.

Lodewijk van Provence, bijgenaamd Lodewijk de Blinde. Geboren rond 881 – Arles, 5 juni 928), was koning van Provence (Zuid-Bourgondië) van 887 tot 928 en koning van Italië van 900 tot 902. Hij was ook keizer van het Roomse Rijk (toen nog niet “Heilig” genoemd) van 901 tot 905. Na de dood van zijn vader Bosso van Provence in 887, huldigde hij samen met zijn moeder Ermengard koning Karel III de Dikke, die in ruil Lodewijk als koning van de Provence erkende en hem zelfs zou hebben geadopteerd. In 889 werd dit bevestigd door koning Arnulf van Karinthië en de lokale adel koos hem in 890 tot koning. Lodewijk huldigde Arnulf in 894 en voerde in 895 een oorlog tegen de Saracenen in Fraxinet. In 900 boden Italiaanse edelen hem de koningskroon aan. Lodewijk ging op deze uitnodiging in en versloeg de regerende koning Berengar. In datzelfde jaar werd Lodewijk in Pavia tot koning van Italië gekroond. Het volgende jaar werd hij ook door de paus in Rome tot keizer gekroond. In 902 werd Lodewijk echter verslagen door Berengar. Hij zwoer een eed aan Berengar dat hij naar huis terug zou keren en nooit meer zou proberen om koning van Italië te worden. In 905 deed Lodewijk echter nog een poging om koning van Italië te worden maar Berengar versloeg hem bij Verona. Als straf voor het verbreken van zijn eed, liet hij Lodewijk zijn ogen uitsteken en dwong hem het keizerschap af te staan. Lodewijk was tot zijn dood koning van de Provence maar de werkelijke macht lag bij zijn zwager Hugo van Arles. Hugo trouwde met zijn zuster en zou Lodewijk na zijn dood als koning opvolgen, en later ook koning van Italië worden. Toen Lodewijk in 900 uitzicht had op het koningschap van Italië, werd ook een verloving aangegaan met Anna, een natuurlijke dochter van Leo VI van Byzantium. Er is echter geen enkele aanwijzing dat ook een huwelijk is voltrokken, en omdat Lodewijk al snel zijn positie in Italië verloor, had Leo er natuurlijk ook geen belang meer bij. In tegenstelling tot oudere bronnen gaan moderne bronnen er daarom vanuit dat dit huwelijk niet is voltrokken. Lodewijk was wel zeker getrouwd met Adelheid, een nicht van Rudolf I van Bourgondië en werd de vader van: Karel van Vienne (901-na januari 962), graaf van Vienne

Rudolf, vermeld in 929.





KONING LODEWIJK II (Koos' Vorvader) werd geboren op 1 november 846 als kind van Karel II en Ermentrudis van Orleans, zoals getoond in stamboom 1434. Lodewijk werd „de Stamelaar” genoemd. Van 862 tot 879, in de leeftijd van ongeveer 15 jaar, werd hij koning van West Francie. Van 862 tot 877, in de leeftijd van ongeveer 15 jaar, werd hij graaf van Meaux. Hij is gestorven (Ziekte) op 10 april 879, 32 jaar oud, in Compiegne. Lodewijk werd begraven in klooster van Notre dame, Compiegne.

Lodewijk was een zoon van Karel de Kale en diens eerste vrouw Ermentrudis van Orléans. Hij was zwak en ziekelijk, en hield van vrede en rechtvaardigheid. Doordat hij stotterde had hij veel moeite om serieus genomen te worden als toekomstige koning. Ook had hij een slechte verstandhouding met zijn vader, die weigerde om hem een functie met werkelijke inhoud te geven. In 856 werd hij verloofd met een dochter van Erispoë en werd hij formeel benoemd tot onderkoning van Neustrië en graaf van Le Mans. Na een opstand in Bretagne werd de verloving echter verbroken en moest Lodewijk naar het hof van zijn vader vluchten. In 861 moest hij dat hof juist weer ontvluchten omdat hij zijn zuster Judith had geholpen weg te lopen met de latere Boudewijn I van Vlaanderen. Het volgende jaar begon Lodewijk een opstand tegen zijn vader met hulp van de Neustrische adel. Ook trouwde hij in 862 in het geheim met zijn eerste vrouw, tegen de wil van zijn vader. Later in 862 verzoenden Lodewijk en Karel zich, en Lodewijk werd benoemd tot gouverneur van Neustrië en graaf van Meaux. In 867 werd hij benoemd tot koning van Aquitanië maar vele bevoegdheden werden door zijn vader aan andere edelen gegeven, onder andere aan graaf Bosso van Provence. In 875 trouwde Lodewijk, onder druk van zijn vader, opnieuw, maar verstootte zijn eerste vrouw pas in 876-877. Na het overlijden van zijn vader in 877 gaf Lodewijk grote bezittingen weg aan de adel om zijn positie te verzekeren. Er ontstond bijna een burgeroorlog toen het leger dat uit Italië terugkeerde merkte wat het was misgelopen. Na bemiddeling door aartsbisschop Hincmar van Reims werd Lodewijk op 8 december door hem gekroond te Compiègne. De kroning werd op 8 september 878 herhaald door paus Johannes VIII te Troyes, die echter weigerde om Lodewijks tweede vrouw te kronen omdat hij hun huwelijk als ongeldig beschouwde. De kinderen uit het tweede huwelijk werden (in ieder geval door de kerk) lange tijd als onwettig beschouwd. Tijdens een samenkomst met zijn neef Lodewijk de Jonge van Oost-Francië tekende Lodewijk het verdrag van Voeren (Fr: Fourons) op 1 november 878 en bereidde (voordat een verdergaande samenwerking met de overige Karolingische vorsten werd bereikt) een veldtocht voor tegen de Vikingen aan de Loire en het opstandige zuiden van zijn rijk. Lodewijk moest echter ziek terugkeren naar Compiègne. Hij overleed te Compiègne op Goede Vrijdag 10 april 879 en werd op 11 april aldaar begraven in het klooster van Notre-Dame.

Lodewijk werd opgevolgd door zijn twee zoons uit zijn eerste huwelijk.

Lodewijk II huwde op 1 maart 862 met Ansgardis van Bourgondië (ca. 840 - 2 november 880/882), een dochter van graaf Harduin. Uit dit huwelijk werden geboren:

Lodewijk III der Franken (ca. 863 – 5 augustus 882)

Karloman der Franken (ca. 867 – 6 december 884)

Gisela der Franken (ca. 870 - 12 december 884), gehuwd met Robert van Troyes

Irmtrud der Franken, (ca. 877 - ca. 910)

Hildegard (ovl. na 896)

Omstreeks 875 huwde Lodewijk II met Adelheid van Parijs (853 – ca. 10 november 901) (dochter van Paltsgraaf Adalhard). Uit dit huwelijk werden geboren:

Karel III 'de Eenvoudige' van West Francië (17 september 879 – Péronne, 7 oktober 929), dus na de dood van zijn vader geboren, gehuwd met Eadgifu van Engeland, dochter van Edward de Oudere


Reacties

Populaire posts van deze blog

Generatie van 8 maal oud-oud-grootouders met Jan Gerritsz van der Gracht en Claes de Canteleu, Guilielmus Gerardus van Arnhem, Koning jacobus van Engeland I, Willem V van Oranje

Generatie van 15 en 16 maal oud-oud-grootouders met Mathieu de Canteleu en zijn zoon Anseau die sneuvelde bij de slag van Azincourt en achter neven, hoofdrolspelers tijdens de honderd jarige oorlog en bij het ontstaan van de Nederlanden.

Generatie van 7 maal oud-oud-grootouders, Gerrit Jansz van der Gracht en Susanne de Canteleu, Godefridus van Arnhem, Koning Karel I van Engeland en koning Willem der nederlanden