Generatie van 12 maal oud-oud-grootouders, Jean de Canteleu, de belangrijke familie van Montmorency met achterneef Anne de Montmorency, achterneven van Brederode, koning Filips van Spanje

 





JEAN DE CANTELEU (Koos' Stamoudgrootvader) werd geboren in 1460 als kind van Robinet De Canteleu en Lucie De Canteleu, zoals getoond in stamboom 77. Hij is gestorven in 1532, ongeveer 72 jaar oud.

JEAN De Canteleu werd geboren in 1460, een periode die de late middeleeuwen in Europa markeerde. Dit tijdperk was gekenmerkt door sociale en politieke onrust, met de Honderdjarige Oorlog tussen Frankrijk en Engeland die slechts zes jaar vóór zijn geboorte eindigde. De oorlog had regio's van Frankrijk verwoest, wat tot economische problemen had geleid ontberingen en bevolkingskrimp. De geboorte van Jean viel echter ook samen met de ontluikende Renaissance, die begon in Italië en zich over heel Europa verspreidde, wat een heropleving van kunst, cultuur en humanisme teweegbracht.

Afkomstig uit een vermoedelijk adellijke familie, zoals aangegeven door het voorvoegsel 'De' in zijn naam, zou JEAN De Canteleu deel hebben uitgemaakt van de maatschappelijke elite. Zijn huwelijk met Catherine De Poilly in het begin van de 16e eeuw weerspiegelt de gangbare praktijk onder de adel om allianties te vormen door middel van huwelijken, waardoor hun sociale en politieke netwerken worden versterkt. Gedurende deze tijd was Europa getuige van de opkomst van machtige monarchieën en gecentraliseerde staten, zoals het koninkrijk Frankrijk onder Lodewijk XII en later Frans I, die probeerden de macht te consolideren en de invloed van feodale heren te verminderen.

Tegen de tijd dat Jean in 1532 overleed, stond Europa aan de vooravond van monumentale religieuze veranderingen. Maarten Luther had in 1517 zijn Vijfennegentig Stellingen gepubliceerd, waarmee de protestantse Reformatie werd aangewakkerd. Deze beweging daagde het gezag van de katholieke kerk uit en leidde tot wijdverbreide theologische debatten, conflicten en de uiteindelijke oprichting van protestantse kerken. Hoewel het onduidelijk is hoe deze gebeurtenissen JEAN DeCanteleu rechtstreeks beïnvloedden, creëerden ze ongetwijfeld een sfeer van onzekerheid en transformatie tijdens het laatste deel van zijn leven.




ANNE DE MONTMORENCY (Koos' 5 maal achter-neef, 14 gen. verwijderd) werd geboren op 15 maart 1493, in Chantilly, Picardy, France, als kind van Guillaume DE MONTMORENCY I en Anne POT. Anne werd Marâechal, connâetable de France. Hij is gestorven op 12 november 1567, 74 jaar oud, in Hernicourt, Pas-De-Calais, Hauts-De-France, France. Hij werd begraven in Eglise Saint-Martin de Montmorency (tombeau disparu lors de la Révolution), Montmorency, Val-d'Oise, Île-de-France, France.

Anne huwde zijn 8 maal achter-nicht, 4 gen. verwijderd, Madeleine DE SAVOYE.


Anne, eerste Hertog van Montmorency (Chantilly, 15 maart 1493 - Parijs, 12 november 1567) was een Frans veldheer en staatsman.

Anne van Montmorency
1493-1567
Anne_de_Montmorency_%281530%29.jpg
Anne de Montmorency (door Jean Clouet, circa 1530)
Graaf van Dammartin
Periode1547-1554
VoorgangerFilips van Boulainvilliers
OpvolgerHendrik I van Montmorency
Hertog van Montmorency
Periode1551-1567
Voorgangernieuw
OpvolgerFrans
VaderWillem van Montmorency
MoederAnna Pot

Hij werd geboren als tweede zoon van baron Willem van Montmorency en Anne Pot. Anne de Montmorency groeide samen met hertog Frans van Angoulême, de latere koning Frans I van Frankrijk, op. Op 17-jarige leeftijd ging hij als vrijwilliger in het leger van Lodewijk XII in Italië vechten. In 1515 onderscheidde hij zich aan de zijde van zijn jeugdvriend Frans I in de veldslag bij Marignano. Zijn deelname aan deze en andere veldslagen - Ravenna (1512), en Mézières (1521) - bezorgen hem de waardigheid van maarschalk van Frankrijk in 1522, in een tijd die geheel werd beheerst door vijandschap tussen Frankrijk en de Habsburgers, die Frankrijk aan alle landgrenzen konden bedreigen.

Hij werd net als zijn koning, Frans I, in 1525 gevangengenomen tijdens de Slag bij Pavia in de zesde Italiaanse oorlog en als eerste tegen losgeld vrijgelaten. Vervolgens leidden zijn onderhandelingen tot de vrijlating van Frans I krachtens het verdrag van Madrid in 1526, waarmee ook de eerste oorlog tussen Frans I en keizer Karel V eindigde. Anne werd hierna grootmeester aan het hof en gouverneur van de Languedoc.

In 1536 was er opnieuw oorlog met Karel V, die de Provence binnenviel. Montmorency gebruikte toen een vertragingstactiek die later "tactiek van de verschroeide aarde" genoemd zou worden. De keizerlijke troepen werden door hongersnood gedwongen terug te trekken. Montmorency werd hierna in 1538 benoemd tot connétable. Van 1526 tot 1541 was hij bovendien Frans' voornaamste minister; hij speelde een belangrijke rol als diplomaat in onderhandelingen met paus Paulus III en Karel V, die in 1537 leidden tot het Verdrag van Nice, waarmee de achtste Italiaanse oorlog beëindigd werd. Door toedoen van Anne de Pisseleu, een maîtresse van Frans I, viel hij echter in 1541 in ongenade.

Toen Hendrik II in 1547 koning werd, werd Anne gerehabiliteerd en kwam hij terug als minister. In 1551 werd hij bevorderd van baron tot hertog van Uzès. De Italiaanse Oorlogen met Spanje waren toen nog altijd aan de gang. In de Slag bij Saint Quentin in 1557 was hij bevelhebber van de Franse troepen tegen Spanje, maar leed een verpletterende nederlaag. Hij speelde een rol bij de vredesonderhandelingen die in 1559 leidden tot de Vrede van Cateau-Cambrésis. In datzelfde jaar stierf koning Hendrik II.

Hij leefde tijdelijk teruggetrokken tijdens het kortstondige bewind van Frans II, maar kwam vanaf 1560 weer op de voorgrond tijdens het regentschap van Catharina de' Medici. Inmiddels waren na de dood van Hendrik II de Hugenotenoorlogen uitgebroken, waarbij Anne koos voor de katholieken. In de Slag bij Dreux in 1562 leidde hij de katholieken naar een overwinning op de protestanten, waarbij aan beide zijden zware verliezen werden geleden. Hij was betrokken bij de onderhandelingen over het Edict van Amboise, waarmee in 1563 de eerste Hugenotenoorlog besloten werd.

In de Tweede Hugenotenoorlog won hij in 1567 de slag bij Saint-Denis maar werd dodelijk gewond en stierf twee dagen later in Parijs.

Huwelijk en kinderen

Anne was gehuwd met Margaretha van Savoye, een nicht van Frans I, en werd de vader van:

  • Frans
  • Hendrik
  • Karel (-1612), hertog van Damville en Pair, gehuwd met Renée van Cossé
  • Gabriel (- 1562)
  • Willem, heer van Thoré, gehuwd met Eleonora van Humières en met Anne van Lalaing
  • Eleonora, gehuwd met Frans III van La Tour
  • Johanna, gehuwd met Lodewijk III de la Trémoille
  • Catharina, gehuwd met Gilbert III van Lévis
  • Maria, gehuwd met Hendrik van Foix
  • Anna, abdis in Caen
  • Louise, abdis in Gercy ;
  • Magdalena (-1598), abdis in Caen.


De familie Montmorency was een invloedrijke adellijke familie in Frankrijk tijdens de 15e eeuw en daarna. Enkele belangrijke punten over de familie Montmorency zijn:

Oorsprong en opkomst: De Montmorency-familie stamt af van Bouchard I, heer van Montmorency in de 10e eeuw. De familie kwam aan aanzien en macht tijdens de middeleeuwen, vooral door militaire en politieke dienstbaarheid aan de Franse koningen.

Politieke invloed: Gedurende de 15e eeuw speelde de familie een belangrijke rol in de Franse politiek. Verschillende leden van de Montmorency-familie dienden als adviseurs en functionarissen van de Franse koningen, en sommigen bekleedden hoge ambten, zoals maarschalk van Frankrijk.

Religieuze betrokkenheid: Enkele leden van de familie kozen ervoor om zich toe te wijden aan het religieuze leven. Zo werd Anne de Montmorency, een prominente figuur in de familie, later een belangrijke commandant tijdens de Italiaanse Oorlogen en diende hij als maarschalk van Frankrijk onder koning Frans I.

Conflict met de koning: Ondanks hun loyaliteit aan de Franse kroon, hadden sommige leden van de Montmorency-familie conflicten met de koninklijke autoriteit, vooral tijdens periodes van politieke onrust en machtsstrijd binnen de Franse adel.

Al met al was de familie Montmorency een prominente en invloedrijke dynastie tijdens de middeleeuwen en daarbuiten, en hun nalatenschap strekte zich uit tot ver in de geschiedenis van Frankrijk.



HEER REINOUD VAN BREDERODE III (Koos' 6 maal achter-neef, 13 gen. verwijderd) werd geboren in 1492, in Santpoort, Netherlands, als kind van Walraven van Brederode II en Margretha van Kloetinge van Borselen. Hij is
gestorven op 25 september 1556, ongeveer 64 jaar oud, in Brussels Metropolitan Area, Belgium.
Reinoud III van Brederode. Geboren te Santpoort op 4 september 1492, overleden te Brussel op 25 september 1556. Heer van Brederode en Vianen, burggraaf van Utrecht, houtvester en jagermeester van Holland en lid van de Raad van State. Daarnaast had hij een belangrijke functie als raads- en kamerheer van keizer Karel V. Hij was een zoon van Walraven II van Brederode en Margretha van Borselen.Van 1507 tot 1529 was hij ambachtsheer van de heerlijkheden Sloten, Sloterdijk, Osdorp en Amstelveen. Reinoud van Brederode verkocht de heerlijkheden in 1529
aan de stad Amsterdam, die al veel grond bezat in deze streken. Cornelis Lambertszoon Opsij verhaalt (rond 1556-1568) dat Brederode zijn heerlijkheden bij het dobbelspel aan een burgemeester van Amsterdam heeft verloren. Sommigen menen dat hierin een kern van waarheid zit, maar het verhaal wordt door anderen als ongeloofwaardig
bestempeld. In 1531 volgde hij zijn vader op als heer van Brederode, Vianen en Ameide, betrok Kasteel Batenstein, en werd hij opgenomen in de Orde van het Gulden Vlies. Hij bestuurde de heerlijkheden Vianen en Ameide alsof deze niet leenplichtig waren aan Holland. Zo regelde hij de rechtspraak en de muntslag, wat voor hem niet toegestaan was. Hierdoor raakte hij in conflict met de graaf van Holland, omdat gevreesd werd dat hij aanspraak wilde maken op het graafschap. Hiervoor werd hij ter dood veroordeeld, wat later ongedaan werd gemaakt door keizer Karel V. In 1556
stierf Reinoud waarna hij werd bijgezet in de grafkelder van de familie in de Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming-kerk, de huidige hervormde kerk in Vianen. Zijn vrouw, Philippote van der Marck werd hier al in 1537 begraven. Reinoud huwde in 1521 met Philippote van der Marck, een dochter van Robert II van der Marck. Uit dit huwelijk werden tien kinderen geboren: 

Helena (1527/28 – Antwerpen 6 mei 1572); ∞ (Antwerpen 10 september
1549)  Thomas Perrenot de Granvelle (Besançon 4 juni 1521 – Antwerpen 14 februari 1571), zoon van Nicolas Perrenot de GranvelleHendrik (1531 – 1568), heer van Brederode, Vianen, Bergen en Ameide

Antonia Penelope († na 30 mei 1591); ∞ I (8 september 1547) graaf Hendrik van Isenburg († Walem 13 februari 1554); ∞ II Cornelis van Gistel (Corneille de Ghistelles)

Franciska, geestelijke

Johanna († 1573), erfgename van Vianen en Ameide na de dood van haar broer in 1568; ∞ (21 juli 1551) Joost van Bronckhorst († na 1598)Lodewijk (†
Saint-Quentin 10 augustus 1557)

Margaretha († Namen 31 mei 1554); ∞ (1 april 1542) graaf Peter Ernst van
Mansfeld-Friedeburg (1517 – 1604)

Filips († Milaan 1554)

Reinoud (jong overleden)

Robert († in Beieren 1566). 

Daarnaast had Reinoud III een aantal illegitieme kinderen: bij Anna Simonsdochter
Anna; ∞ Gijsbert van Schoten Artus († 8 oktober 1592); ∞ (Haarlem 1560) 

Anna van der Laan

Frans († voor 1589); ∞ Hendrika de Wilde (1521 – 9 juni 1613

)Lancelot († 1573)

Lucretia († na 4 augustus 1544); ∞ (1539) Jan van Haeften († na december
1584), heer van Gameren

Margaretha († 20 mei 1574); ∞ Roelof Grauwert († Vianen 7 juli 1572), heer van Weerdestein, drost van Ameide

bij Catharina Goossens van Holten (Wezel 1523 – Vianen 16 januari 1584). Volgens sommige bronnen trouwden zij in het geheim in 1541.

Sandrina (Vianen 1539 – Wijk bij Duurstede 21 maart 1617); ∞ I Albert van Presikhoven; ∞ II Maximiliaan Wtter Leminge; III Maximiliaan Tordesillas; ∞ IV Maximiliaan LignaroFilips (* Vianen 1541, jong overleden)

Sarah (Santpoort 1544 – 25 november 1631); ∞ I (Santpoort voor
1567) Albert van Egmond-Merenstein (1540 – 5 april 1595); ∞ II Amelis Utenengh († 19 april 1611)

Reinoud (Vianen 1548 – Lexmond 13 september 1633), heer van Bolswaard; ∞ (Vuren 4 augustus 1585) Josina van Arkel van Asperen
(1560 – 12 December 1601).







HEER WALRAVEN VAN BREDERODE II (Koos' 5 maal achter-neef, 14 gen. verwijderd) werd geboren op 8 januari 1462, in Vianen, Slot Batenstein, als kind van Reinoud van Brederode II en Yolanda van Lalaing. Walraven werd
Burggraaf van Utrecht  van 1473 tot 1531 Heer van Brederode (10e). Hij is gestorven op 14 januari 1531, 69 jaar oud. Walraven huwde 2 maal. Hij huwde met Margretha van Kloetinge van Borselen en Anna van Nieuwenaar.
Walraven II van Brederode. Geboren op 8 januari 1462, overleden 14 januari 1531) Heer van Brederode, Vianen, Ameide, drossaard van Hagestein en burggraaf van Utrecht. Hij was een zoon van Reinoud II van Brederode en
Yolande van Lalaing. Op 3-jarige leeftijd benoemde zijn vader hem tot drossaard van Hagestein. Walraven II zou net als zijn vader Reinoud II en oom Gijsbrecht in 1470 gevangen zijn genomen door bisschop David van Bourgondië, hij wist echter met enige hulp te ontsnappen en vluchtte naar Kasteel Batenstein. Op 16 oktober 1473 volgde hij zijn vader op als 10e heer van Brederode. Bij de huldiging werd hij dwarsgezeten door zijn halfbroers, die bastaards waren, maar Walraven werd als rechtsgeldige opvolger gezien. In 1486 werd hij tot ridder geslagen door Maximiliaan van Oostenrijk en nam zitting in diens raad. Na het overlijden van Maria van Bourgondië, Maximiliaans vrouw werd er binnen het Hoekse bewind een manier gezocht om deze factie nieuw leven in te blazen. Walraven leek
de aangewezen persoon maar omdat deze in de gunst en aan het hof van de Keizer verbleef koos men voor zijn jongere broer Frans van Brederode aan het hoofd van de nieuwe Hoekse beweging, dat de Jonker Fransenoorlog zou inluiden. De grootse reden waarom Walraven II niet verkozen was, zou zijn omdat hij zich niet verzoend had met Jan III van Montfoort. Walraven bleef politiek gezien buiten schot. Walraven huwde in 1492 met de adellijke Magretha van Kloetinge van Borselen, ze was echter eerst verloofd met Maarten van Polheim, die toebehoorde aan de Orde van
het Gulden Vlies. Echter was Walraven zo verliefd dat hij de verloving afkocht met 1968 florijnse guldens en 16 stuivers, waarna hij met haar kon trouwen; zij overleed in 1507 waarna hij nog met Anna van Nieuwenaar huwde (11 mei 1508). Rond 1500 had Walraven een relatie met Jacobje Bertoutsdochter.

Kinderen met Magretha van Kloetinge van Borselen:

Reinoud (Reinoud III) Van Brederode 1492-1556

Wolfert van Brederode 1494-1548: zijn zoon Reinoud erfde Brederode nadat Hendrik de 12e heer van Brederode overleed in 1568.

Françoise van Brederode (1496-1553) gehuwd met Hendrik de Merode

Charlotte van Brederode (1498-1529) huwde Jan III van Montfoort
(1448-1522) – moeder van Joost van Montfoort.

Kind met Jacobje Bertoutsdochter: 

Reinoud Bastaard van Brederode van Rijnestein 1500-1549, drost en schout van Vianen, beleend met Rijnestein bij Jutphaas, huwde Anna van Lennep

Kinderen met Anna van Nieuwenaar: 

Yolande van Brederode 1509-1517

Frans van Brederode 1510-1529, heer van Zwammerdam, verdronk in een beek bij Eindhoven

Maria van Brederode 1512-????, had als echtgenoot Govert van Millendonk

Margaretha van Brederode 1514-1577, vorstin-abdis van Thorn

Balthazar van Brederode 1516-1576, heer van Bergen, houtvester van Holland, huwde Catharina van Bronckhorst-Batenburg

Walburga van Brederode 1518-1567, gravin van Bentheim en Steinfurt, huwde Arnold II van Bentheim-Steinfurt

Magdalena van Brederode ????-1546, huwde Willem van Wyil

Yolande van Brederode 1525-1553, trouwde met Jacob van Bourgondië, op geloofsgronden weken ze uit naar Zwitserland, waar ze onder de familienaam De Fallais jarenlang in contact stonden met Calvijn.



JONKER FRANS VAN BREDERODE (Koos' 5 maal achter-neef, 14 gen. verwijderd) werd geboren op 4 februari 1465 als kind van Reinoud van Brederode II en Yolanda van Lalaing. Hij is gestorven op 11 augustus 1490, 25 jaar oud.
Frans van Brederode bijgenaamd Roofridder Frans. Geboren Kasteel Batenstein te Vianen, 4 februari 1465 – Dordrecht, 11 augustus 1490. Hij was een hoofdrolspeler in de naar hem vernoemde Jonker Fransenoorlog tijdens de Hoekse en Kabeljauwse Twisten. Hij was een zoon van Reinoud II van Brederode (uit het roemrijke geslacht Van Brederode) en Yolande van Lailang. Frans van Brederode werd geboren in Vianen op kasteel Batenstein. Vanaf zijn zevende levensjaar begon zijn opleiding tot ridder en begon daarmee in de functie van schildknaap, hij moet rond zijn zeventiende geridderd zijn (circa 1481). Vervolgens vertrok Frans naar Brabant waar hij de Leuvense universiteit bezocht. In 1488 werd hij opgezocht door een delegatie van Hoekse voorstanders, deze groepering zocht nog naar een
laatste strohalm om macht te vergaren in vooral Holland. Frans besloot om met deze mannen mee te reizen naar Sluis in Zeeuws-Vlaanderen waar het een heenkomen was van Hoekse bannenlingen. Hij werd uiteindelijk op 3 april 1488 in Sluis door een commissie van drie mannen (waaronder zijn broer Walraven II van Brederode, die later zou overlopen naar de Kabeljauwen) gekozen tot leider van de Hoeken, dit nadat de Hoeken niet akkoord gingen met de benoeming van Maximiliaan I van Oostenrijk tot regent voor zijn minderjarige zoon Philips de Schone, Hertog van
Bourgondië en Graaf van Holland. 
Op 18 november 1488 lukte het Frans van Brederode om Rotterdam in te nemen. Vanuit Rotterdam ondernam hij pogingen om omliggende steden, als Schiedam, Delft, Gouda, Dordrecht en Schoonhoven in te nemen.
Hij kreeg hierbij hulp van een ervaren veldheer uit Gelre namelijk Reynier van Broeckhuysen, die tevens een oudere neef van hem was. Deze pogingen mislukten allemaal. Hij en zijn aanhangers plunderden regelmatig de omgeving van Rotterdam. Hierbij werden de steden Woerden en Geertruidenberg wel veroverd. In 1489 kwam langzaam een einde aan de heerschappij van Frans van Brederode. Zijn medestanders, waaronder zijn neef Joris van Brederode, de burgemeester van Rotterdam, werden in Delft berecht en in juli 1489 onthoofd. Van Brederode verbleef op dat moment nog in Rotterdam, maar in samenspraak met de bevolking van Rotterdam gaf Frans zich over op voorwaarde voor een veilige aftocht. Hij dook met zijn overige manschappen onder ter hoogte van de Zeeuwse eilanden en voerde daar plundertochten uit. Op 23 juli1490 raakte Frans van Brederode zwaargewond bij de Slag bij Brouwershaven. Hij werd gevangengenomen en opgesloten in de Puttoxtoren in Dordrecht. Daar overleed hij korte tijd later aan zijn verwondingen voordat hij zou worden opgeknoopt. Frans overleed zonder enig nageslacht op een leeftijd van 25 jaar. In Rotterdam groeide Jonker Frans al snel uit tot een held. Door de oorlogen was de positie van Rotterdam in vergelijking met de omliggende steden enorm versterkt. Zo had het nabijgelegen Delft al zijn schepen verloren en Gouda de helft van haar huizen. Dankzij Jonker Frans werd Rotterdam definitief een stad van betekenis in Holland. Rotterdam eert hem met de straatnaam Jonker Fransstraat.





ALBRECHT VAN OOSTENRIJK (Koos' 12 maal achterneef, 14 generaties verwijderd en echtgenoot van 11 maal achter-nicht, 14 gen. verwijderd, ) werd geboren op 15 november 1559, in Wiener Neustadt. Hij is gestorven op 13 juli 1621, 61 jaar oud, in Brussels, Belgium.
Albrecht VII, aartshertog van Oostenrijk (Wiener Neustadt, 15 november 1559 — Brussel, 13 juli 1621), ook Albert of Albertus genoemd, was landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden van 1595 tot 1598. Na zijn huwelijk met de Infante Isabella regeerde hij in haar naam de Habsburgse Nederlanden als soeverein van 1598 tot zijn dood in 1621. Albrecht was een van de vele zonen van keizer Maximiliaan II en van de Infante Maria van Spanje. Vanaf zijn elfde verbleef hij aan het Spaanse hof, waar zijn oom Filips II over zijn opvoeding waakte. Aanvankelijk was het Filips' bedoeling dat Albrecht een kerkelijke loopbaan zou volgen. Op zijn achttiende werd hij kardinaal (1577) zonder evenwel de wijdingen te ontvangen (hij kreeg alleen de lagere wijdingen). Albrecht kreeg de Santa Croce in Gerusalemme als titelkerk. Filips II wilde hem op termijn het aartsbisdom Toledo bezorgen, maar de toenmalige aartsbisschop, Gaspar de Quiroga, leefde veel langer dan verwacht. Zodoende werd hij pas in 1595 aartsbisschop van Toledo. Na de aanhechting van Portugal werd Albrecht in 1583 de eerste onderkoning van Portugal en het daarbij horende overzeese imperium.
Daarnaast was hij ook pauselijk legaat en grootinquisiteur. Als onderkoning was hij medeverantwoordelijk voor de uitrusting van de Grote Armada (1588) en sloeg hij in 1589 een Engelse tegenaanval op Lissabon af. In 1593 werd hij door Filips II naar Madrid teruggeroepen om er een leidende rol in het bestuur van de Spaanse monarchie op te nemen. Filips II wilde van Albrecht een belangrijke adviseur maken voor zijn zoon. Ernst van Oostenrijk, de broer van Albrecht was van augustus 1593 landvoogd in de Nederlanden. Zijn onverwachte dood op 20 februari 1595 deed Filips II besluiten zijn plan met Albrecht te veranderen. In plaats van adviseur moest Albrecht de plaats van Ernst als landvoogd innemen in de Nederlanden. Op 11 februari 1596 arriveert hij in Brussel. Als legeraanvoerder was hij vrij succesvol met de veroveringen van Calais, Guines, Ham, Ardes en Hulst. Door het Spaanse bankroet kon hij zijn successen niet voortzetten. Calais werd enkele maanden later weer verloren. Het jaar erop in 1597 kan Amiens nog ingenomen worden maar moet het ook weer snel opgegeven worden. In het noorden weet Maurits van Nassau echter veel andere steden voor de Republiek te winnen tijdens zijn veldtocht. Op 4 mei 1598
sluiten Albrecht en de Franse koning Hendrik IV de Vrede van Vervins. De steden en gebieden die gewonnen waren op Frankrijk werden hierbij teruggegeven. Albrecht was niet de eerste keuze van koning Filips
II voor het huwelijk met zijn dochter Isabella. Albrecht was een volle neef van Isabella en omdat hij kardinaal was moest er pauselijke toestemming voor het huwelijk komen. Maar aangezien er geen andere acceptabele
huwelijkskandidaten waren, koos Filips II voor Albrecht. Op 10 september werd de verloving bekendgemaakt. Het echtpaar kreeg van Filips II de Nederlanden cadeau bij de Akte van Afstand op 6 mei 1598: in de praktijk alleen de Zuidelijke Nederlanden, aangezien de Noordelijke Nederlanden de Spaanse vorst sinds 1581 niet meer erkenden. Er waren wel strenge voorwaarden aan het huwelijk verbonden: zo zouden de Nederlanden weer onder een Spaanse vorst komen als het echtpaar kinderloos zou overlijden en mochten eventuele kinderen alleen met toestemming van de Spaanse koning trouwen en moesten de eventuele dochters met Spaanse prinsen trouwen. Verder werd het echtpaar verplicht om Spaanse legers toe te staan op hun grondgebied. Filips II overlijdt op 13 september. In Ferrara trouwde Albrecht op 15 november in het bijzijn van de paus per procuratie met Isabella. Dit huwelijk werd op 19 april in Valencia plechtig ingezegend. De feestelijkheden duurden tot juni. Toen vertrok het echtpaar naar Genua, Milaan, Zürich, Colmar en Nancy. Op 20 augustus kwamen Albrecht en Isabella aan in de Nederlanden, in Thionville. Op 5 september kwamen ze aan in Brussel. De volgende maanden bezochten ze alle grote steden in de Zuidelijke Nederlanden voor de Blijde Intrede. Albrecht en Isabella
werden enthousiast ontvangen door de bevolking van de Zuidelijke Nederlanden. Zij namen hun intrek in het Paleis op de Koudenberg in Brussel. Albrecht was als legeraanvoerder aanvankelijk niet erg succesvol: zijn eerste slag (de Slag bij Nieuwpoort) werd verloren; zelf raakte hij in die slag gewond aan zijn keel. Het Beleg van Oostende, dat in 1601 onder zijn leiding begonnen was, vorderde te traag. Dit was voor Filips III reden om de aartshertog door Ambrogio Spinola te vervangen als legeraanvoerder. Het lukte Spinola na zijn aanstelling de stad binnen een jaar in te nemen in 1604. In 1605 gaven Albrecht en Isabella de opdracht om een basiliek te bouwen in het bedevaartsoord Scherpenheuvel. De jaren erop werd door Spinola een reeks van overwinningen behaald waardoor de Republiek in
het hart bedreigd werd. Vanwege financiële problemen aan beide kanten stokten de oorlogshandelingen. In 1609 slaagde Albrecht erin een bestand te sluiten met de opstandelingen in het Noorden, waarvoor hij Ambrogio Spinola naar Rotterdam had gestuurd. De onderhandelingen vonden plaats op 31 januari 1608 op de locatie van de Rotterdamse admiraliteit. Dit bestand zou twaalf jaar standhouden (zie Twaalfjarig Bestand). Deze twaalf jaren waren voor Albrecht en Isabella gelukkige jaren: ze verbleven vaak op hun buitenverblijven in Tervuren en Mariemont, waar ze hun favoriete sport, de jacht, beoefenden. Op binnenlands vlak bracht de regering van de aartshertogen economisch herstel. Zo brachten ze verbeteringen aan in het muntstelsel, werden octrooien verleend voor de industrie en kanalen gegraven. Ze spanden zich ook in voor het
welslagen van de Katholieke Reformatie. Veel kunstenaars van de hoogbarok profiteerden van hun mecenaat. Vooral Isabella was populair onder de bevolking; de wat verlegen en soms in de omgang wat stijve Albrecht minder. Albrecht leed de laatste jaren van zijn leven aan jicht en weigerde om die reden zijn broer keizer Matthias op te volgen. Hij overleed in 1621. De drie kinderen die uit zijn huwelijk met Isabella waren geboren, waren alle drie zeer jong gestorven. Albrecht werd als vorst van de Zuidelijke Nederlanden opgevolgd door Filips IV, die de inmiddels
overleden Filips III was opgevolgd als koning van Spanje. Zijn weduwe Isabella moest echter tegen haar zin aanblijven als zaakwaarnemer met minder bevoegdheden dan een gewone landvoogd. De Vlaamse kunstenaar Hendrick de Clerck werkte vanaf 1595 als een soort spindoctor voor Albrecht en Isabella. Hij probeerde Albrecht in zijn schilderijen te profileren als een geschikte keizerskandidaat. In 1612 werd zijn broer Matthias echter uiteindelijk keizer. In 1609 werd Peter Paul Rubens de belangrijkste hofschilder van Albrecht en Isabella. Albrecht leed eronder dat zijn wens om het Twaalfjarig Bestand te verlengen op niets uitdraaide. In mei 1621 ging hij voor de laatste keer op bedevaart naar Scherpenheuvel maar kon toen al niet meer stappen. De inwijding van de jezuïetenkerk in Brussel was zijn laatste publieke optreden en niemand verstond hem nog. Op 13 juli 1621 sliep hij zacht in, met Isabella aan zijn zijde. Zij sneed zelf haar haren af, hulde zich in het gewaad van de derde orde van Sint-Franciscus en sloot zich zes weken op in een klein kamertje dat met zwarte doeken was behangen. De klokken van alle Brusselse kerken luidden die zes weken drie keer per dag. Albrecht lag vier dagen opgebaard in de kapel van Coudenberg, in het habijt van een franciscaan. Zijn lijk werd nadien in de sacristie in een loden kist geplaatst; Isabella bestelde veertigduizend missen voor zijn zieleheil. De begrafenis in de Kathedraal van Sint-Michiel en Sint-Goedele liet tot 7 maart 1622 op zich wachten. De voorbereiding nam zoveel tijd in beslag omdat Isabella de uitvaart van haar man wilde laten uitgroeien tot een unieke gebeurtenis. Jacob Franquart ontwierp een praalwagen die verwees naar de roem van de Romeinse keizers. De stoet had acht uur nodig om zich een weg te banen doorheen de massa op het korte traject tussen het paleis en de kerk. Het was avond toen Albrecht werd begraven. Een notabele riep: Leve de koning van Spanje, Filips,
onze heer, waarmee een einde kwam aan de autonomie van de Nederlanden.
Albrecht van Oostenrijk huwde Isabella van Spanje.



KONING FILIPS VAN SPANJE III (Koos' 11 maal achter-neef, 14 gen. verwijderd) werd geboren in 1578, in Madrid, Spanje, als kind van Filips van Spanje II en Anna van Oostenrijk. Hij is gestorven in 1521, ongeveer -57 jaar oud, in Madrid, Spanje.
Filips huwde zijn achternicht, Margaretha van Oostenrijk.

Filips III (Madrid, 14 april 1578 – aldaar, 31 maart 1621) was van 1598 tot 1621 koning van Spanje, Napels, Sicilië en (als Filips II) van Portugal. Hij volgde zijn vader Filips II op na diens overlijden en regeerde over het Spaanse Rijk. Zijn bijnaam was "el Piadazo" (de vrome). In de dagelijkse praktijk liet Filips III het regeren over aan Francisco Gómez de Sandoval y Rojaz, de hertog van Lerma, omdat hij meer interesse had in dans, dichtkunst en jacht dan in politiek.

Vrijwel direct na zijn troonsbestijging brak Filips III met de gegroeide praktijk van Spaanse handel met de opstandelingen in de Noordelijke Nederlanden om de oorlog te financieren. Filips III liet alle in Spaanse en Portugese havens liggende Hollandse en Zeeuwse schepen met hun lading in beslag nemen en de bemanning gevangen zetten. Deze politiek bracht minstens evenveel schade toe aan de Spaanse economie als aan die van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. In 1606 namen Filips en de hertog van Lerma een vredesinitiatief in de richting van de opstandige Nederlanders. Ook de aartshertogen Albrecht en Isabella waren van mening dat in de Spaanse Nederlanden vrede van het Zuiden met het Noorden nodig was. (Filips II had kort voor zijn dood de Zuidelijke Nederlanden aan de halfzus van Filips III, aartshertogin Isabella van Spanje, cadeau gegeven.) Ze gaven Spinola de opdracht te onderhandelen over een bestand, met als voorwaarden dat de VOC ontbonden moest worden en dat van de oprichting van een West-Indische Compagnie geen sprake kon zijn. Voor Spanje zou dat een nog grotere bedreiging betekenen. Door behendig manoeuvreren van Johan van Oldenbarnevelt kwam het Twaalfjarig Bestand er in 1609 zonder dat de Republiek haar handel op Oost-Azië op hoefde te geven. Ook kwam onder de regering van Filips III de Spaans-Engelse Oorlog, die sinds 1585 gaande was, ten einde. Dit was mogelijk omdat koningin Elizabeth I van Engeland was overleden en was opgevolgd door haar neef, de Schotse koning Jacobus VI, die in Engeland koning werd als Jacobus I. In 1604 werd het Verdrag van Londen door beide landen ondertekend. Toen in Frankrijk koning Hendrik IV, een voorstander van de oorlog tegen Spanje, overleed op 14 mei 1610, brak in Frankrijk een periode van instabiliteit aan. De nieuwe koning, Lodewijk XIII, was te jong om zelf te regeren en zijn moeder werd regentes. Koningin-regentes Maria de' Medici vroeg Spanje om hulp tegen de hugenoten. Daarmee werd de vrede die koning Filips II in zijn laatste dagen had gesloten (de Vrede van Vervins) in 1615 eindelijk bezegeld met een huwelijk tussen Lodewijk XIII en de oudste dochter van Filips, Anna, en het huwelijk tussen de Spaanse kroonprins Filips en prinses Elisabeth van Frankrijk. In 1621 riep Filips III Pedro Téllez-Girón, hertog van Osuna, terug uit Italië, omdat die als onderkoning van het koninkrijk Sicilië en koninkrijk Napels Spanje in verlegenheid had gebracht met zijn pogingen de macht van de republiek Venetië in te perken.
Koning Filips III trouwde met Margaretha van Oostenrijk (1584-1611), dochter van Karel II van Oostenrijk, zus van de latere keizer Ferdinand II van het Heilige Roomse Rijk; uit het huwelijk werden de volgende kinderen geboren:

Anna Maria (22 september 1601 - 20 januari 1666), vrouw van koning Lodewijk XIII van Frankrijk, moeder van Lodewijk XIV.

Maria (1 februari 1603 - 2 februari 1603).

Filips (8 april 1605 - 17 september 1665), volgde zijn vader op als koning van Spanje; huwde eerst met Elisabeth van Frankrijk en later met Maria Anna van Oostenrijk.

Maria Anna (18 augustus 1606 - 13 mei 1646), huwde met keizer Ferdinand III.
Karel (14 september 1607 - 30 juli 1632), overleed zonder huwelijk.

Ferdinand (16 mei 1609 - 9 november 1641), aartsbisschop van Toledo, infant van Spanje.

Margaretha Francisca (24 mei 1610 - 11 maart 1617).

Alfons Maurits (22 september 1611 - 16 september 1612).



KEIZER FERDINAND VAN OOSTENRIJK II (Koos' 11 maal achter-neef, 14 gen. verwijderd) werd geboren op 9 juli 1578, in Graz, Österreich, Deutschland, als kind van Karel van Oostenrijk II en Maria Anna van Beieren. Hij werd gedoopt in Hofburg Palace, Vienna, Österreich, Deutschland. Hij werd Keizer van Duitsland (1619-1637) en Oostenrijk.
Hij verbleef te Vienna, Wien, Austria. Ferdinand is gestorven op 15 februari 1637, 58 jaar oud, in Wien, Österreich. Hij werd begraven op 18 februari 1637 in Familienmausoleum, Graz, Österreich.
Keizer Ferdinand II (Graz, 9 juli 1578 – Wenen, 15 februari 1637), was de zoon van Karel II van Oostenrijk, broer van keizer Maximiliaan II, de vader van keizer Matthias. Hij behoorde tot het huis Habsburg en was van 1619 tot zijn dood Rooms-Duits koning en keizer. Ferdinand werd katholiek opgevoed en onder invloed van zijn jezuïtische leraren groeide hij op tot een erg vroom man. Hij studeerde aan de Universiteit van Ingolstadt, maar vertoonde weinig interesse in de kunsten. Ferdinand was klein van stuk en leed zijn ganse leven aan rugklachten, mogelijk ten gevolge van een genetische afwijking. Rond 1595 nam hij vanuit Graz het bestuur van
Binnen-Oostenrijk op. Het Oñateverdrag tussen Filips III van Spanje en de Habsburgse tak uit Binnen-Oostenrijk hekelde de zachte aanpak van kardinaal Melchior Khlesl, die een voorstander was van godsdienstige
verdraagzaamheid. De aanhangers van de Contrareformatie bepleitten een hardere aanpak ten opzichte van de protestanten en kozen Ferdinand als opvolger voor de kinderloze keizer Matthias. Hij liet protestantse instellingen sluiten en Lutherse boeken in beslag nemen en verbranden. De edelen van het land werden gedwongen zich te bekeren tot het katholicisme wilden ze hun gronden niet verliezen. Misschien 2.000 prominente protestanten, waaronder sterrenkundige Johannes Kepler, verlieten het land. Nog tijdens de regeerperiode van keizer Matthias werd hij benoemd tot koning van Bohemen (1617). De Tweede Praagse Defenestratie en de daarop volgende Boheemse Opstand (1618-1620) waren de aanleiding voor de Dertigjarige Oorlog. Bohemen koos de
protestantse keurvorst Frederik V van de Palts tot staatshoofd, die dit aanvaardde, mede door aansporing van zijn neef de Nederlandse stadhouder prins Maurits. Ferdinands legeraanvoerder Tilly versloeg echter het Boheemse leger op 8 november 1620 in de Slag op de Witte Berg nabij Praag. Frederik kwam meteen ten val en vluchtte naar Nederland. Spanjaarden en jezuïeten voerden in het land de Contrareformatie door. In 1627 hief Ferdinand, inmiddels keizer van het Heilige Roomse Rijk, het gekozen koningschap van Bohemen op. Hiermee werd Bohemen een
erfelijk bezit van het Huis Habsburg. Zijn intolerante en onderdrukkende stijl van regeren stond vrede in de weg. Het einde van de Dertigjarige Oorlog heeft hij dan ook niet meegemaakt. Bij zijn aantreden lapte
hij het Verdrag van Wenen (1606) aan zijn laars. Dat bracht hem onmiddellijk in conflict met Gabriël Bethlen. Vechten op twee fronten was geen goed idee en Gabriël Bethlen boekte heel wat terreinwinst. Na zijn overwinning bij de Slag op de Witte Berg sloeg hij hard terug. De Vrede van Nikolsburg (1621) gaf Ferdinand de tijd om met keurvorst Frederik V van de Palts af te rekenen. Later zou Gabriël Bethlen zich nog verschillende keren aan de zijde van de protestanten scharen. Met de Vrede van Presburg (1626) werd er definitief vrede gesloten.[De Dertigjarige Oorlog woedde in alle hevigheid voort en Ferdinand richtte zijn pijlen op Noord-Duitsland en Denemarken, onder leiding van Albrecht von Wallenstein. Zijn eerste vrouw was zijn nicht, Maria Anna van Beieren (1574-1616), dochter van Willem V, hertog van Beieren. Uit dit huwelijk zijn de volgende kinderen voortgekomen:
 Christine (1601-1601)

Karel (1603-1603)

Johan Karel (1 november 1605 - 26 december 1619)

Ferdinand III (1608-1657)

Maria Anna (1610-1665), die huwde met Maximiliaan I van Beieren

Cecilia Renata (1611-1644), gehuwd met Wladislaus Wasa, koning van
Polen

Leopold Willem (1614-1662)

Zijn tweede vrouw was Eleonora Gonzaga (1598-1655); het huwelijk vond plaats in Innsbruck in 1622. Dit huwelijk bleef kinderloos.

LEOPOLD VAN OOSTENRIJK V (Koos' 11 maal achter-neef, 14 gen. verwijderd) werd geboren in 1586 als kind van Karel van Oostenrijk II en Maria Anna van Beieren. Hij is gestorven in 1632, ongeveer 46 jaar oud.
Leopold V van Oostenrijk (Graz, 9 oktober 1586 - Schwaz, 13 september 1632) was van 1598 tot 1626 bisschop van Passau, van 1607 tot 1626 bisschop van Straatsburg en van 1626 tot aan zijn dood aartshertog van Voor-Oostenrijk. Hij behoorde tot het huis Habsburg. Leopold V was de vijfde zoon van aartshertog Karel II van Binnen-Oostenrijk en Maria Anna van Beieren, dochter van hertog Albrecht V van Beieren. In 1597 werd hij als kind benoemd tot coadjutor van het Passau, waarna hij in 1598 bisschop werd, hoewel hij toen nog niet officieel tot priester was gewijd. In 1605 nam hij de bisschoppelijke functies effectief op. In 1600 werd hij eveneens coadjutor van het bisdom Straatsburg en in 1607 werd hij bisschop. Vanaf 1609 vocht hij tijdens de Gulik-Kleefse Successieoorlog met zijn huursoldaten tegen aartshertog Maximiliaan III van Voor-Oostenrijk in Tirol en in 1611 vocht hij voor keizer Rudolf II in Bohemen. Ook was hij in 1614 verantwoordelijk voor de stichting van de Kerk van het Jezuïetencollege
van Molsheim. Na het overlijden van Maximiliaan III werd Leopold in 1619 benoemd tot gouverneur van Voor-Oostenrijk en Tirol. In 1626 kreeg hij als aartshertog van Voor-Oostenrijk een soevereine functie, die hij bleef
uitoefenen tot aan zijn dood. Hierdoor moest hij al zijn kerkelijke functies opgeven. In Innsbruck was hij verantwoordelijk voor de bouw van het douanekantoor en het jezuïetencollege. In 1632 verdedigde hij tijdens de
Dertigjarige Oorlog Tirol tegen de Zweedse troepen. Leopold stierf in september 1632 op 45-jarige leeftijd, waarna hij werd bijgezet in de Jezuïetenkerk van Innsbruck. Op 19 april 1626 huwde Leopold V met Claudia de' Medici (1604-1648), dochter van groothertog Ferdinando I de' Medici van Toscane. Ze kregen vijf kinderen: 

Maria Eleonora (1627-1629)

Ferdinand Karel (1628-1662), aartshertog van Voor-Oostenrijk

Isabella Clara (1629-1685), huwde in 1649 met hertog Carlo III Gonzaga

Sigismund Frans (1630-1665), aartshertog van Voor-Oostenrijk

Maria Leopoldina (1632-1649), huwde in 1648 met keizer Ferdinand III.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Generatie van 8 maal oud-oud-grootouders met Jan Gerritsz van der Gracht en Claes de Canteleu, Guilielmus Gerardus van Arnhem, Koning jacobus van Engeland I, Willem V van Oranje

Generatie van 15 en 16 maal oud-oud-grootouders met Mathieu de Canteleu en zijn zoon Anseau die sneuvelde bij de slag van Azincourt en achter neven, hoofdrolspelers tijdens de honderd jarige oorlog en bij het ontstaan van de Nederlanden.

Generatie van 7 maal oud-oud-grootouders, Gerrit Jansz van der Gracht en Susanne de Canteleu, Godefridus van Arnhem, Koning Karel I van Engeland en koning Willem der nederlanden