Generatie van 13 maal oud-oud-grootouders, Zweder van Montfoort (Hoekse en kabeljauwse twisten)

 Veel achterneven die deelnamen aan de Hoekse en Kabeljauwse twisten.





ROBINET DE CANTELEU (Koos' Stamoudovergrootvader) werd geboren in 1434, in Nord Pas de ~Calais, als kind van Pierre De Canteleu en Marie DE HALLENCOURT, zoals getoond in stamboom 79. Robinet werd Seigneur de, Séronville. Hij is gestorven in 1489, ongeveer 55 jaar oud, in Abbeville.

Robinet De Canteleu werd geboren in een wereld die overging van de middeleeuwen naar de renaissance. In het jaar van zijn geboorte, 1434, worstelde Europa nog steeds met de gevolgen van de Honderdjarige Oorlog (1337 1453), waarin Frankrijk en Engeland hadden gestreden om de suprematie over Franse gebieden. Noord Pas de Calais, waar Robinet werd geboren, was een regio die aanzienlijk door dit conflict werd getroffen vanwege de nabijheid van het Engelse Kanaal en het strategische belang ervan. De adellijke status van zijn familie betekende dat ze waarschijnlijk betrokken waren bij of beïnvloed werden door de feodale en militaire systemen die die tijd kenmerkten.

Door met Lucie De Prouville te trouwen in een tijdperk waarin allianties door middel van huwelijken cruciaal waren voor het behouden en uitbreiden van de nobele macht, zou Robinet deel hebben uitgemaakt van de bredere sociale veranderingen die zich aan het einde van de 15e eeuw voordeden. Deze periode zag het verval van het feodalisme en de opkomst van gecentraliseerde monarchieën, vooral onder het bewind van Lodewijk XI van Frankrijk (1461-1483), die zich inspande om de macht van de adel te ondermijnen en het koninklijk gezag te versterken. De geboorte van hun zoon Jean in 1460 vond plaats vlak voor het einde van de Honderdjarige Oorlog, wat een nieuw tijdperk van relatieve vrede en stabiliteit in Frankrijk aankondigde.

Als Seigneur de Séronville had Robinet een titel die duidde op heerschappij over een landhuis of een klein gebied. In de 15e eeuw brachten dergelijke posities verantwoordelijkheden met zich mee, variërend van lokale gerechtigheid tot economisch beheer. De rol van de adel veranderde echter, met een toenemende druk van de monarchie om de controle te centraliseren. Robinets carrière zou zich hebben afgespeeld tegen deze achtergrond van veranderende machtsdynamiek tussen de adel en de kroon.

Robinet De Canteleu stierf in Abbeville in 1489, slechts twee jaar na het einde van de Bourgondische oorlogen (1474-1477), die het politieke landschap van West-Europa verder vorm gaven. Zijn dood kwam aan het begin van de moderne tijd, toen de Italiaanse Renaissance in volle gang was en het tijdperk van ontdekkingen op het punt stond te beginnen. Zijn zoon Jean leefde voort en was getuige van de vroege stadia van deze monumentale verschuivingen, waaronder de Reformatie en de voortdurende consolidatie van de Franse staat. Het leven en de dood van Robinet werden dus omlijst door een periode van diepgaande transformatie die het toneel vormde voor de moderne wereld.



BONNE VAN ARTESIE (Koos' 6 maal achter-nicht, 15 gen. verwijderd) werd geboren in 1396 als kind van Filips vaN Artesie en Maria van Berry. Zij is gestorven in 1425, ongeveer 29 jaar oud.

Bonne van Artesië (circa 1396 - Dijon, 17 september 1425) was van 1413 tot 1415 gravin van Nevers, van 1415 tot 1424 regentes van het graafschap Nevers en van 1424 tot aan haar dood hertogin van Bourgondië en gravin van Vlaanderen. Ze behoorde tot het huis Capet. Bonne was de oudste dochter van Filips van Artesië, graaf van Eu, uit diens huwelijk met Maria van Berry, dochter van hertog Jan van Berry. Op 20 juni 1413 huwde ze in Beaumont-en-Artois met graaf Filips van Nevers (1389-1415), een zoon van hertog Filips de Stoute van Bourgondië en Margaretha van Male, gravin van Vlaanderen. Nadat Filips in 1415 sneuvelde in de Slag bij Azincourt, werd Bonne tot in 1424 namens haar oudste zoon Karel regentes van het graafschap Nevers. Na het overlijden van haar grootmoeder Johanna van Artesië werd ze ook vrouwe van Dreux en Houdain. Op 30 november 1424 hertrouwde Bonne in Moulins-Engilbert met haar neef Filips de Goede (1396-1467), die onder andere hertog van Bourgondië en graaf van Vlaanderen was. Zijn eerste huwelijk met Michelle van Valois had geen nakomelingen opgeleverd en om die reden besloot hij met Bonne te huwen. Bonne van Artesië overleed in september 1425 in Dijon, bijna tien maanden na haar huwelijk. Haar huwelijk met Filips was kinderloos gebleven. Ze werd bijgezet in het klooster van Champmol.

Bonne en haar eerste echtgenoot Filips van Nevers kregen twee zonen: 

Karel (1414-1464), graaf van Nevers en Rethel

Jan (1415-1491), graaf van Nevers, Rethel, Étampes en Eu.

Bonne huwde haar neef, 1 gen. verwijderd, Philip van nevers.




KONINGIN MARGARETHA VAN ENGELAND (Koos' 7 maal achter-nicht, 15 gen. verwijderd) werd geboren op 23 maart 1430, in Pont-a-Mousson, Lorraine, France, als kind van Rene van Anjou I en Isabelle de Anjou. Margaretha werd Wife of King Henry VI of England; started the War of Roses. Zij is gestorven op 25 augustus 1482, 52 jaar oud, in Chateau de Dampiere, Saumur, Anjou, France. Zij werd begraven in Angers Cathedral, Angers, Anjou, France.

Margaretha van Anjou (Pont-à-Mousson of Nancy, 23 of 24 maart 1430 - Dampierre-sur-Loire, 25 augustus 1482) was prinses van Lotharingen en Bar, echtgenote van Hendrik VI van Engeland en dus koningin van Engeland van 1445 tot 1461 en van 1470 tot 1471. Margaretha was de dochter van René I van Anjou, koning van Napels, hertog van Anjou, van Bar, van Lotharingen en hertog van Provence, en van Isabelle I, hertogin van Lotharingen. Ze bracht haar kinderjaren door in het kasteel van Tarascon en in het oude koninklijke paleis te Capua bij Napels van het koninkrijk Sicilië. Gezien haar tante Maria van Anjou de echtgenote was van koning Karel VII van Frankrijk was Margaretha de nicht van koning Lodewijk XI van Frankrijk. Haar grootmoeder aan vaders zijde was de beroemde Yolande van Aragón en haar andere grootmoeder, de zalig verklaarde Margaretha van Wittelsbach. Op 23 april 1445 huwde ze Hendrik VI met de handschoen in de intussen verdwenen Collégiale Saint-Georges te Nancy. Later, op 30 mei, werd het huwelijk in aanwezigheid van beide echtgenoten ingezegend in Titchfield Abbey. Hendrik zag zichzelf als troonpretendent van het Frans koninkrijk en controleerde een aantal gebieden in het noorden. Hendriks oom, Karel VII wilde hetzelfde en ging akkoord, via het verdrag van Tours in 1444 met het huwelijk van Margaretha met zijn rivaal op voorwaarde dat hij niet moest voorzien in de gebruikelijke bruidsschat. In ruil zou hij Maine en Anjou van de Engelsen verkrijgen. De Engelse regering vreesde een negatieve reactie van de bevolking en hield deze clausule geheim. Door haar familiebanden geraakte Margaretha betrokken bij de Honderdjarige Oorlog. John Stafford, de aartsbisschop van Canterbury kroonde Margaretha op 30 mei tot koningin van Engeland in Westminster Abbey toen ze vijftien was. Ze werd beschreven als mooi en verder als reeds een vrouw: passioneel, fier en met een sterke wil. Zij die hernieuwde aanspraken voorzagen op Frans grondgebied geloofden dat ze haar taak verstond om de belangen van de troon te behartigen. Ze stichtte Queens' College in Cambridge. 

Margaretha en Hendrik hadden een zoon, Eduard van Westminster (1453-1471) die met Anne Neville huwde. Margaretha's echtgenoot Hendrik, kleinzoon van Karel VI van Frankrijk, was een zachtaardige en vrome man. Vanaf 1453 kende hij problemen met zijn geestestoestand. In 1455 werd hij afgezet door de hertog Richard van York, die de troon kon pretenderen via zijn over-over grootvader Eduard III van Engeland, het begin van de Rozenoorlogen. Margaretha, lid van het Huis Lancaster en haar zoon wisten in 1463 te ontkomen naar Frankrijk waar zij zonder veel enthousiasme door haar neef Lodewijk XI van Frankrijk werden ontvangen. Intussen had Eduard IV van York de troon ingenomen. Met hulp van Richard Neville, graaf van Warwick, vader van haar schoondochter kon zij haar echtgenoot in 1470 opnieuw de troon zetten en keerde met haar zoon naar Engeland terug. Eduard IV die gesteund werd door Karel de Stoute, zijn schoonbroer, versloeg Hendrik definitief tijdens de slag bij Tewkesbury waarbij zijn zeventienjarige zoon Edward werd gedood. Hendrik, die men in de Tower gevangen zette, werd er, hoogstwaarschijnlijk op last van Eduard IV vermoord. Margaretha werd gevangengezet in het kasteel van Wallingford en daarna onder huisarrest geplaatst De Honderdjarige Oorlog werd definitief afgesloten met het verdrag van Picquigny. Met het verdrag werden de schadeloosstellingen bepaald. Ook werd bepaald dat Margaretha's vader René losgeld zou betalen voor het vrijkopen van zijn dochter, maar het ontbrak hem aan de middelen. Lodewijk XI, die haar huwelijk had gesteund, kocht haar vrij op voorwaarde dat René hem Anjou, Hertogdom Bar, Lotharingen en de Provence afstond. Margaretha, verbannen naar Frankrijk, haar troon, echtgenoot en zoon verloren, vervoegde in 1476 haar vader in Aix-en-Provence. Margaretha werd begraven in de kathedraal van Angers in dezelfde grafkelder als haar vader en haar moeder. Haar graf werd geplunderd door Franse revolutionairen en haar resten verstrooid.

Margaretha huwde haar achter-achterneef, Hendrik van Engeland VI.




ZWEDER VAN MONTFOORT (Koos' 10 maal achter-neef, 15 gen. verwijderd) werd geboren in 1471 als kind van Jan van Montfoort III en wilhelmina van Naaldwijk. Hij is gestorven in 1500, ongeveer 29 jaar oud.

Zweder van Montfoort (overleden vóór 1500) was een zoon van Jan III van Montfoort en Wilhelmina van Naaldwijk en wordt slotvoogd van Woerden (1488-90) genoemd. Hij maakte deel uit van de driekoppige commissie die Jonker Frans van Brederode verkoos als Hoekse leider tijdens de laatste strohalm in de Hoekse en Kabeljauwse twisten, genaamd de Jonker Fransenoorlog. Zweder is aanwezig in het contingent van Reinier van Broekhuyzen in mei 1489 bij het plunderen van Bodegraven. In juni 1489 neemt Zweder het geruïneerde slot van Poelgeest in en plundert rondom de stad Leiden. Hij overleed voordat hij zijn vader kon opvolgen als burggraaf van Montfoort.

Het conflict tussen de Hoeken en Kabeljauwen was een strijd tussen verschillende facties binnen de elite van het graafschap Holland. Adel en steden waren erbij betrokken. De strijd woedde bij tussenpozen vanaf de tweede helft van de 14e eeuw tot het eind van de 15e eeuw. Gebeurtenissen tussen mei en 27 september 1350 hebben geleid tot de eerste fase van de "twisten".

De oorsprong van het conflict lag in het kinderloos overlijden op 26 september 1345 van de 38-jarige graaf Willem IV van Holland tijdens de Slag bij Stavoren. Door de huwelijkspolitiek van zijn vader, graaf Willem III, konden de koningen van Engeland en Frankrijk en de keizer van Duitsland alle drie aanspraak maken op de opvolging. Als opperleenheer beleende keizer Lodewijk IV zijn tweede vrouw Margaretha II van Henegouwen (of Margaretha van Holland), de oudste zuster van Willem IV, op 13 januari 1346 met de graafschappen Holland en Henegouwen. Willem had er een dure politiek op na gehouden, vooral door zijn vele veldtochten. Om die te financieren verstrekte hij tegen betaling privileges. Hij nam vertegenwoordigers van de steden op in het Hof van Holland. De steden groeiden in deze periode uit tot een belangrijke machtsfactor. Na het overlijden van Willem IV zagen edelen die niet in de raad waren opgenomen, hun kans afnemen om belangrijke posities te bekleden en daarmee inkomsten voor zichzelf op te eisen. In de steden heerste onrust vanwege de zware financiële verplichtingen die men was aangegaan voor Willem IV. Margaretha en haar regent en oom Jan van Beaumont, de jongere broer van Willem III van Holland, konden deze verplichtingen niet voldoende verminderen en slaagden er niet in om de onrust weg te nemen. In september 1346 werd de dertienjarige Willem V, de vierde zoon van de voormalige keizer en diens tweede vrouw Margaretha, belast met het bestuur over Holland en Zeeland. Gezien zijn leeftijd bleef de macht nog in handen van Jan van Beaumont. Ondertussen was er nog steeds oorlog met de Friese landen en het Sticht Utrecht. Op 5 januari 1349 stelde Margaretha haar zoon aan als graaf en bedong daarbij een uitkering van 15.000 gulden en een jaargeld van 6.000 gulden. De ernstige financiële situatie werd nog verergerd door de eerste uitbraak van builenpest in de Lage Landen (Zwarte Dood). Onder deze omstandigheden wezen de steden en edelen deze uitkeringen af bij hun treffen in het toen nog Hollandse Geertruidenberg in maart 1349. Het gezag van Willem V boette hierdoor fors aan macht in. Een aantal edelen, onder wie Jan I van Egmont en Gerard van Heemskerk, zag als enige uitkomst een opstand die de banden van Willem V met zijn moeder en haar omgeving los zou maken. Wolfert III van Borselen zou deze staatsgreep begin 1350 uit moeten voeren, maar dit werd verhinderd door de terugkeer van Margaretha, waarna Willem V zich aan haar onderwierp in het besef te hebben gefaald. Naarden, bestuurd door Jan van Egmond, werd door Margaretha's leger verwoest (Slag bij Naarden). De opstandige edelen, Jan I van Egmont, Gerard III van Heemskerk, Jan IV van Arkel en Gijsbrecht II van Nijenrode, onder de geuzennaam Kabeljauwen, gaven echter niet op en sloten op 23 mei 1350 de Kabeljauwse verbondsakte, waarmee zij aangaven dat Willem V landsheer moest worden zonder de betalingsverplichting aan zijn moeder. De naam Kabeljauwen is ontleend aan de roofvissen die graag in de aanval gaan. Deze aanhang van Willem V bestond uit de stedelijke adel. Hoewel enkele steden zoals Delft zich direct bij de Kabeljauwen aansloten, werd op 5 september een tegenverbond gesloten door de Hoeken, die Margaretha steunden. De naam Hoeken is afgeleid van het woord hoek, dat haak betekent, en waarmee je vissen, in dit geval 'kabeljauwen', kunt vangen. Deze aanhang van Margaretha van Beieren bestond uit de plattelandsadel. In februari 1351 werd Willem V door de Kabeljauwen ontvoerd en vanuit Aat naar Delft overgebracht. Het kwam dat jaar tot zware gevechten. Willem trok met zijn aanhangers op veldtocht langs zeventien kastelen van Hoekse edelen, om ze vervolgens te plunderen en te verbranden. (maart/april Beleg van Medemblik (1351)). Daarbij zou voor het eerst in de Nederlanden buskruit zijn gebruikt. Margaretha kreeg tijdelijk steun van haar zwager, koning Eduard III van Engeland, en in juni volgde de zeeslag bij Veere, in juli de Slag bij Zwartewaal. Willem V had aan het einde van het jaar de heerschappij in handen in Holland en Zeeland (oktober/augustus Beleg van Geertruidenberg (1351-1352)). De steden kregen meer zeggenschap, net als de edelen die hem hadden gesteund. Veel Hoekse edelen, waaronder de adellijke families Wassenaer, Polanen, Brederode, Kralingen en Raaphorst leefden in ballingschap. Hier kwam een einde aan toen Willem en Margaretha in 1354 vrede sloten na bemiddeling van Eduard III van Engeland. Nadat Margaretha in 1356 overleed, erfde Willem ook het graafschap Henegouwen. Willem had de steden veel privileges moeten geven voor hun steun, maar met het traktaat De cura reipublicae et sorte principantis van Filips van Leiden als theoretische grondslag trok hij een aantal van deze privileges in. Nadat Willem V krankzinnig was geworden, nam Albrecht van Beieren in 1358 de macht van zijn broer over. Hij brak het verzet van Floris van Borselen, belegerde Heusden en Heemskerk, liet Rotterdam versterken als steunpunt en veroverde Delft tijdens het Beleg van Delft (1359). Delft had ondertussen de Hoekse kant gekozen. Toen in 1392 de minnares van graaf Albrecht, Aleid van Poelgeest, door Hoeken in Den Haag werd vermoord, nam graaf Albrecht wraak door kastelen van Hoekse edelen te vernietigen.

Edelen en steden kozen al snel partij. De keuze in het conflict had vaak te maken met bestaande spanningen tussen bepaalde gebieden. Het gebeurde regelmatig dat steden of edelen overliepen naar de andere partij, zoals de Van Wassenaers. Toch was de aanhang van de Hoeken die de zaak van Margaretha II van Henegouwen verdedigden veelal te vinden onder de adel. De Kabeljauwen, de aanhang van graaf Willem V bestond vooral uit burgers. Na verloop van tijd werden de Kabeljauwen - de groep die aanvankelijk in opstand kwam tegen de leidende families - gezien als de gevestigde orde.

Er zijn meerdere suggesties voor het ontstaan van de namen. De Kabeljauwen werden zo genoemd, omdat het wapen van het geslacht Beieren aan de schubben van een vis doet denken. Een andere verklaring was dat kabeljauwen naarmate ze groter worden steeds meer gaan eten, waardoor ze nog weer groter en sterker worden en weer meer gaan eten. De tegenstanders van graaf Willem V kregen de naam Hoeken, omdat met een Hoek (=Haak) kabeljauwen gevangen konden worden. Het vermoedelijke motief van de aanslag op Albrechts minnares Aleid van Poelgeest en zijn meesterknaap Willem Cuser door Hoekse edelen, waardoor de twisten verhevigden, was een conflict tussen Albrecht van Beieren en de leiders van de moordpartij, Dirk en Philips de Blote, over het erfrecht in verband met de heerlijkheid "Ter Hoecke" bij Rijswijk. Albrecht had de heerlijkheid in bezit gekregen na het kinderloos overlijden van een familielid van Dirk de Blote en geschonken aan Aleid.

Na het overlijden van graaf Willem VI, zoon van Albrecht, in 1417 ging de strijd meer tussen voor- (Kabeljauwen) en tegenstanders (Hoeken) van Bourgondië. Willem VI werd opgevolgd door zijn enig kind, de 16-jarige dochter Jacoba van Beieren. Willem van Arkel maakte gebruik van het machtsvacuüm en veroverde Gorinchem, maar stadshouder Walraven I van Brederode heroverde de stad. (Beleg van Gorinchem (1417)). Niet zonder reden wordt wel beweerd dat zij de fout maakte te eenzijdig op de Hoekse partij te steunen, waardoor zij haar - als vrouw toch al zwakke - positie verder verslechterde. Haar oom, de niet gewijde bisschop-elect van Luik, Jan van Beieren, liet dan ook zijn aanspraken op de macht in Holland gelden en koos partij voor de Kabeljauwen, die in drommen naar hem overliepen. Om haar machtspositie te versterken, trouwde ze in 1418 met haar neef in de vierde graad Jan IV van Brabant.

In juni/augustus 1418 belegerde Jacoba met haar man vruchteloos Dordrecht (Beleg van Dordrecht (1418)), in oktober veroverde Jan van Beieren Rotterdam met Kabeljauwse hulp (Inname van Rotterdam (1418)). Rotterdam had sinds het overlijden van Willem VI partij gekozen voor Jacoba van Beieren. In 1420 werd na het beleg van Leiden, waar burggraaf Filips van Wassenaer aan de Hoekse kant stond, Leiden veroverd en later dat jaar Geertruidenberg, waar Dirk van der Merwede burggraaf was (Beleg van Geertruidenberg (1420)). In 1421 ontsnapt Jacoba naar Engeland, waar zij in 1423 in het huwelijk trad met Humphrey van Gloucester, regent over zijn neef de minderjarige Hendrik VI van Engeland.

Jan van Beieren overleed in 1425 en de gebieden Holland en Zeeland, die Jan van Brabant eerder verpand had aan Jan van Beieren (Zoen van Woudrichem), kwamen weer bij Jan van Brabant terecht. Echter, onder druk van Filips de Goede, stelde hij in 1425 Filips aan als ruwaard en erfgenaam. Zo zouden de graafschappen aan de hertog van Bourgondië toevallen als Jan kinderloos zou sterven. Dit betekende feitelijk dat deze gebieden onder het gezag van hertog Filips van Bourgondië kwamen.

In 1425 na het beleg van Bergen door Jan IV van Brabant werd Jacoba van Beieren gevangengezet in kasteel Gravensteen (Gent). Ze wist echter in augustus van dat jaar te ontsnappen met de hulp van Alard Spiering en Dirk van der Merwede. Ze vluchtte vervolgens via Antwerpen naar Woudrichem en Schoonhoven, waar ze door middel van vele Hoekse aanhangers een vestingsdriehoek oprichtte (Schoonhoven-Gouda-Oudewater). Hieraan vooraf ging het beleg van Schoonhoven, waarbij ze Jan IV van Brabant financieel te gronde richtte door zijn militaire onkunde. Bij de Slag bij Alphen wist ze haar neef, Filips de Goede, met haar Hoekse medestanders een politieke dreun te verkopen. In januari 1426 leed Jacoba een gevoelige nederlaag met de slag bij Brouwershaven en was het de laatste steun die ze verkreeg van haar derde echtgenoot Humphrey van Gloucester.

In Noord-Holland ontstond in 1426 een verdere kentering. Het beleg van Haarlem (1426) in april werd afgebroken voor de verdediging van Gouda bij de tweede slag bij Alphen aan den Rijn in 30 april 1426 . Nadat Jacoba van Beieren de onschuldige Hoornse burgemeesterszoon Jan Lambertsz. Cruyf in Delft ter dood liet veroordelen, koos Hoorn partij voor Filips van Bourgondië. De Kennemers, die al lang op gespannen voet met de opstandige West-Friezen stonden, pikten dit niet en probeerden Hoorn te verslaan. De eerste veldslag bij de Oudijk werd door Hoorn verloren. De dag erop werd Hoorn echter door troepen van Filips uit Amsterdam gesteund, en werden de Kennemers bij de Noorderpoort definitief verslagen (zie: Slag bij Hoorn, 22 augustus 1426). Enkele dagen later maakte Filips een toer door Noord-Holland, waarbij alle West-Friese en Waterlandse steden zijn kant kozen. Noord-Holland werd deel van het Bourgondische rijk. Jacoba van Beieren zag zich hierop genoodzaakt zich terug te trekken naar Gouda.Jacoba probeerde opnieuw voet aan de grond te krijgen in Holland door steun aan de Utrechtse bisschop Rudolf van Diepholt te verlenen met het beleg van Amersfoort en liet de Waddeneilanden afstropen op Hoekse medestanders; haar rebellen werden echter tegengehouden met de zeeslag bij Wieringen. In mei 1428 na het beleg door een enorme Bourgondische legermacht en de capitulatie van Gouda, sloten Philips van Bourgondië en Jacoba van Beieren op 3 juli 1428 vrede met de Zoen van Delft. De Zoen van Delft betekende feitelijk capitulatie van Jacoba van Beieren.

De twisten waaiden over naar het Sticht Utrecht. Al bleef het vrij rustig tussen 1430 en 1450, de factiestrijd bleef toch broeien binnen de bevolkingsstromingen. Het waren de groeiende Bourgondische macht van Filips de Goede tezamen met de Hollandse Kabeljauwen, die David van Bourgondië door de paus in 1456 tot bisschop benoemd wisten te krijgen, in het nadeel van Gijsbrecht van Brederode, die de voorkeur had van de steden van Oversticht en het kapittel van Utrecht ; zo ontstond het Beleg van Deventer (1456) en tussen 1456-1458 de Eerste Utrechtse Burgeroorlog waarna bisschop David van Bourgondië de gebroeders Reinoud II en Gijsbrecht van Brederode gevangen nam op zijn slot Kasteel Duurstede. In 1481-1483 tijdens de Tweede Utrechtse Burgeroorlog leidde Jan III van Montfoort de opstand en kreeg militaire steun van Johan II van Kleef als het sticht zijn jongere broer Engelbrecht van Kleef tot bisschop benoemde. Joost van Lalaing stadhouder van Holland en Zeeland steunde David van Bourgondië in zijn strijd en met het Beleg van Utrecht (1483) veroverde regent over de Nederlanden Maximiliaan I van Oostenrijk Utrecht en behield David zijn positie.

In 1482, na de dood van Maria van Bourgondië verzetten de Hoeken zich tegen de benoeming van haar man Maximiliaan van Oostenrijk als regent der Nederlanden. In de plaats van Maximiliaan koos in 1488 een driekoppige commissie van de Hoekse edelen, Walraven II van Brederode, Jan van Naaldwijk en Zweder van Montfoort, Frans van Brederode als leider. Deze Jonker Frans wist in 1488 Rotterdam te veroveren en probeerde van daaruit tevergeefs steden als Delft, Gouda en Schiedam in te nemen. Hierbij kreeg hij hulp uit het Hertogdom Gelre, waarbij een ervaren veldheer uit Gelre genaamd Reynier van Broeckhuysen hem steunde. Nadat Frans van Brederode gevangen was genomen en kort daarop in 1490 overleed werden deze twisten beëindigd.

Het bestaan van partijschappen in het laat-middeleeuwse graafschap Holland stond niet op zichzelf. In andere delen van de Lage Landen kwamen in deze periode soortgelijke facties en twisten voor. In Friesland stonden de Vetkopers tegenover de Schieringers, in Gelre de Bronckhorsten tegenover de Heeckerens en in Vlaanderen de Leliaerts tegenover de Klauwaerts.


Aanvoerders tijdens de twisten

HOEKEN

Margaretha II van Henegouwen

De heren van Brederode, onder andere Dirk III, (Koos' 6 maal achter-neef, 20 gen. verwijderd)

Jan II van Polanen, (Koos' 6 maal achter-neef, 20 gen. verwijderd)

Willem van Duivenvoorde

Jan van Heemstede

Jan van Heenvliet

Albrecht van Beieren(Koos' 4 maal achter-neef, 21 gen. verwijderd)

Hugo die Blote 1392-93

Foyken Foykenszn, Heer van Waalwijk 1392-93

Hendrik III van Naaldwijk

Reinoud I van Brederode(Koos' 6 maal achter-neef, 13 gen. verwijderd)

Jan van Drongelen(Koos' 5 maal achter-neef, 22 gen. verwijderd)

Willem VI van Holland

Jacoba van Beieren(Koos' 6 maal achter-nicht, 19 gen. verwijderd)

Walraven I van Brederode(Koos' 8 maal achter-neef, 18 gen. verwijderd)

Floris III van Haamstede

De heren van Wassenaer, onder andere Filips(Koos' 7 maal achter-neef, 17 gen. verwijderd)

Willem van Brederode, admiraal onder Jacoba van Beieren(Koos' 8 maal achter-neef, 18 gen. verwijderd)

Jan II van Montfoort(Koos' 7 maal achter-neef, 18 gen. verwijderd)

Gerrit II van Poelgeest

Dirk van der Merwede

De heren van Cats

Floris van Kijfhoek

Gerrit II van Strijen

Willem Nagel

Arnoud Spiering van Aalburg

Eduard van Hoogwoud

Dirk van Hodenpyl

Rudolf van Diepholt, Hoeks bisschop

Gijsbrecht van Brederode, Hoeks bisschop-elect, zoon van HEER WALRAVEN VAN BREDERODE I (Koos' 8 maal achter-neef, 18 gen. verwijderd)

Reinoud II van Brederode(Koos' 7 maal achter-neef, 18 gen. verwijderd)

Jan III van Montfoort(Koos' 9 maal achter-neef, 16 gen. verwijderd)

Engelbrecht van Kleef(Koos' 8 maal achter-neef, 17 gen. verwijderd)

Johan II van Kleef(Koos' 8 maal achter-neef, 17 gen. verwijderd)

Walraven II van Brederode(Koos' 5 maal achter-neef, 14 gen. verwijderd)

Frans van Brederode(Koos' 5 maal achter-neef, 14 gen. verwijderd)

Joris van Brederode(neef van Frans van Brederode)

Hendrik van Zuylen van Nijevelt



KABELJAUWEN

Willem V van Holland

De heren van Egmont, onder andere Jan I(Koos' 6 maal achter-neef, 18 gen. verwijderd)

Gerard III van Heemskerk

De heren van Arkel, onder andere Jan IV(Koos' 4 maal achter-neef, 21 gen. verwijderd) en Otto(Koos' 5 maal achter-neef, 20 gen. verwijderd)

Gijsbrecht II van Nijenrode

Hendrik van der Woerd, 1358-'59

Jan van Kervena, 1358-'59

Wouter van Heemskerk, 1358

Johan van Zuylen van Natewisch

Brunstijn van Herwijnen

Pouwels van Haastrecht

De heren van Borssele onder andere Floris(Koos' 4 maal achter-neef, 19 gen. verwijderd)

Jan VI van Beieren

Jan II van Egmont(Koos' 5 maal achter-neef, 20 gen. verwijderd)

Jan V van Arkel(Koos' 5 maal achter-neef, 19 gen. verwijderd) en Willem(zoon van Jan V)

De heren van Abcoude, alias van Gaasbeek : (Koos' 6 maal achter-neef, 19 gen. verwijderd) en zijn zoon Jacob(Koos' 7 maal achter-neef, 18 gen. verwijderd)

Claes van Swieten

Willem van IJzendoorn

De heren van Heemskerk

Filips de Goede (van Bourgondië), (was geen partijaanhanger, maar steunde merendeels de kabeljauwse zijde)(Koos' 6 maal achter-neef, 19 gen. verwijderd)

Albrecht Beiling, bekend om zijn levende begrafenis

Jacob van Borselen

De heren van Uitkerke, onder andere Roeland en Jan

De heren van Buren, onder andere Otto(Koos' 4 maal achter-neef, 20 gen. verwijderd) en Alard(Koos' 7 maal achter-neef, 19 gen. verwijderd)

Willem van den Coulster

De heren van Lisse, onder andere Floris en Maarten

Jan de Villiers

David van Bourgondië, Bourgondische (Kabeljauwsgezinde) bisschop, zoon van Philips van Bourgondië III(Koos' 6 maal achter-neef, 19 gen. verwijderd)

Maximiliaan van Oostenrijk(Koos' 8 maal achter-neef, 17 gen. verwijderd)

Jan van Schaffelaar (sprong van de toren van Barneveld)

Joost van Lalaing(Koos' 7 maal achter-neef, 17 gen. verwijderd)

Frederik van Egmont (Koos' 7 maal achter-neef, 18 gen. verwijderd)

Jan III van Egmont (Koos' 7 maal achter-neef, 18 gen. verwijderd)

GRAAF JAN VAN EGMONT III (Koos' 7 maal achter-neef, 18 gen. verwijderd) werd geboren op 3 april 1438, in Oosterzele, Province De Flandre Orientale, Flandre, Belgique, als kind van Willem van Egmond en Walburga van Egmont. Hij is gestorven op 21 augustus 1516, 78 jaar oud, in Egmond, Noord-Holland, Netherlands. Jan III van Egmont, Bijgenaamd Manke Jan. Geboren te Hattem, 3 april 1438, overleden te Egmond op 21 augustus 1516. Hij was heer van Egmont, Baer, Lathum, Hoogwoude en Aarstwoude en heer van Purmerend, Purmerland en Ilpendam. Hij was ook stadhouder van Holland, Zeeland en West-Friesland. Jan was de oudste zoon van Willem IV van Egmont en Walburga van Meurs. Zijn vader was de jongere broer en voornaamste raadgever van Arnold van Egmont, hertog van Gelre. Net als zijn vader steunde Jan van Egmont de Bourgondisch-Habsburgse vorsten in de strijd om het hertogdom Gelre. Toen de Bourgondische hertog Karel de Stoute in 1473 de macht in Gelre verwierf, stelde hij Jan aan als baljuw van Zutphen. In 1474 werd hij tevens tot baljuw van West-Friesland benoemd. Eind juni 1474 werd hij bovendien gouverneur van Arnhem Omwille van zijn leiderschap van de Kabeljauwse factie werd Jan op 5 augustus 1483 door Maximiliaan I van Oostenrijk aangesteld als stadhouder van Holland, Zeeland en West-Friesland, een functie die hij bleef vervullen tot 19 november 1515, de datum waarop hij ontslag nam. De goede verstandhouding met het Habsburgse huis bleek ook uit het huwelijk dat Jan in 1484 aanging met Magdalena van Werdenburg, een nicht van Maximiliaan van Oostenrijk. In 1486 werd Jan verheven tot graaf van Egmont. Dit hield in dat de heren van Egmont vanaf dat moment geen leenman meer waren van de graaf van Holland maar als rijksgraaf direct onder de keizer van het Heilige Roomse Rijk vielen. Hij werd in 1491 gekozen als ridder in de Orde van het Gulden Vlies. 


Overzicht van de Hoekse en Kabeljauwse twisten (1350-1490)

Kabeljauwse opstand: Slag bij Naarden · Kabeljauwse verbondsakte (1350) · Hoekse verbondsakte (1350) · Slag bij Veere (1351) · Slag bij Zwartewaal (1351) · Beleg van Medemblik (1351) · Beleg van Geertruidenberg (1351-1352) · Slag bij Soest (1356) · Beleg van Heusden (1358) · Beleg van Heemskerk (1358) · Beleg van Delft (1359) · Beleg van Kasteel Altena (1393) · Arkelse Oorlogen (1401-1412)

Jacoba's veldtocht: Beleg van IJsselstein (1416-17) · Beleg van Gorinchem (1417) · Beleg van Dordrecht (1418) · Inname van Rotterdam (1418) · Zoen van Woudrichem (1419) · Beleg van Leiden (1420) · Beleg van Geertruidenberg (1420) · Inname van Henegouwen (1424) · Beleg van Schoonhoven (1425) · Slag bij Alphen aan den Rijn (1425) · Slag bij Brouwershaven (1426) · Kennemer opstand (1426) · Beleg van Haarlem (1426) · Slag bij Hoorn (1426) · Beleg van Amersfoort (1427) · Slag bij Wieringen (1427) · Beleg van Zevenbergen (1427) · Beleg van Gouda (1428) · Zoen van Delft (1428)

Twisten in het Sticht Utrecht: Utrechts Schisma (1423-1449) · Utrechtse Oorlog (1456-1458) · Beleg van Deventer (1456) · Beleg van Amersfoort (1457) · Slag bij Ter Eem (1457) · Beleg van Utrecht (1458) · Plundering van IJsselstein (1466) · Plundering van Den Haag (1479) · Stichtse Oorlog (1481-1483) · Inname van Dordrecht (1481) · Beleg van Leiden (1481) · Slag bij Scherpenzeel (1481) · Slag bij Vreeswijk (1481) · Plundering van Naarden (1481) · Inname van Eemnes (1481) · Slag bij Westbroek (1481) · Inname van Vianen (1482) · Inname van Hoorn (1482) · Beleg van IJsselstein (1482) · 2e Slag bij Vreeswijk (1482) · Beleg van Rhenen (1483) · Beleg van Montfoort (1483) · Beleg van Utrecht (1483)

Jonker Fransenoorlog: Inname van Rotterdam (1488) · Aanslagen en bestormingen van Schiedam (1488-1489) · Bestorming van Schoonhoven (1488) · Inname van Woerden (1488) · Inname van Geertruidenberg (1489) · Aanslag op Delft (1489) · Slag op de Lek (1489) · Aanslag op Gouda (1489) · Slag bij Moordrecht (1490) · Bestorming van Dordrecht (1490) · Beleg van Montfoort (1490) · Slag bij Brouwershaven (1490)



Reacties

Populaire posts van deze blog

Generatie van 8 maal oud-oud-grootouders met Jan Gerritsz van der Gracht en Claes de Canteleu, Guilielmus Gerardus van Arnhem, Koning jacobus van Engeland I, Willem V van Oranje

Generatie van 15 en 16 maal oud-oud-grootouders met Mathieu de Canteleu en zijn zoon Anseau die sneuvelde bij de slag van Azincourt en achter neven, hoofdrolspelers tijdens de honderd jarige oorlog en bij het ontstaan van de Nederlanden.

Generatie van 7 maal oud-oud-grootouders, Gerrit Jansz van der Gracht en Susanne de Canteleu, Godefridus van Arnhem, Koning Karel I van Engeland en koning Willem der nederlanden