generatie van 10 maal oud-oud-grootouders, stambetovergrootvader Nicolas de Canteleu, Engelse voorvader van moeder, Guilielmus Thomas, achterneven graaf lamoraal van Egmond I en Hendrik van Brederode en achterneven van Montfoort(misschien ook voorouders via onze voorvaders, via moeders kant, van Montfoort)
NICOLAS DE CANTELEU (Koos' Stambetovergrootvader) werd geboren in 1530, in Brussel, als kind van severine De Canteleu en Mahaut De Canteleu, zoals getoond in stamboom 74. Nicolas werd Goudsmit. Hij is gestorven op 29 augustus 1602, ongeveer 72 jaar oud, in Amsterdam.
Nicolas De Canteleu werd geboren in het levendige culturele en intellectuele milieu van de Renaissance dat in 1530 was doorgedrongen tot Brussel. Als centrum van handel en bestuur onder de Habsburgse heerschappij, werd Brussel blootgesteld aan humanistische ideeën en artistieke innovatie. Zijn ouders, Severine en Mahaut De Canteleu, maakten waarschijnlijk deel uit van de ontluikende bourgeoisie van de stad, die onderwijs waardeerde en de kunsten betuttelde. Toen Nicolas in 1555 met Barbe Van den Plassche trouwde, raakte Europa verwikkeld in religieuze conflicten nadat Maarten Luther in 1517 de Vijfennegentig Stellingen had aangenomen. De protestantse Reformatie daagde de katholieke orthodoxie uit en leidde tot wijdverbreide onrust. In de Lage Landen, waar Brussel ligt, zouden de spanningen tussen protestanten en katholieken uiteindelijk bijdragen aan de Tachtigjarige Oorlog (1568–1648). Als goudsmid oefende Nicolas een van de meest gewaardeerde beroepen van zijn tijd uit. De 16e eeuw zorgde voor een toestroom van edele metalen uit de Nieuwe Wereld, waardoor de vraag naar luxegoederen onder de Europese elite werd aangewakkerd. Goudsmeden als Nicolas vormden de kern van deze economische bloei en vervaardigden fijne sieraden en voorwerpen die de rijkdom en de smaak voor weelde van het tijdperk weerspiegelden. De dood van Nicolas in Amsterdam in 1602 suggereert dat hij deel uitmaakte van de golf migranten die tijdens de Nederlandse Opstand tegen de Spaanse overheersing naar het noorden trok. Amsterdam, dat dankzij zijn innovatieve financiële markten en handelsnetwerken snel een commercieel centrum werd, bood onderdak en kansen aan degenen die het door conflicten geteisterde Zuid-Nederland ontvluchtten. Het was ook een periode waarin de Gouden Eeuw op het punt stond aan te breken en het toneel zou vormen voor een ongekende economische en culturele groei.
Nicolas De Canteleu werd geboren in het levendige culturele en intellectuele milieu van de Renaissance
1530 was doorgedrongen tot Brussel. Als centrum van handel en bestuur onder de Habsburgse heerschappij, Brussel
werd blootgesteld aan humanistische ideeën en artistieke innovatie. Zijn ouders, Severine en Mahaut De Canteleu, maakten waarschijnlijk deel uit van de ontluikende bourgeoisie van de stad, die onderwijs waardeerde en de kunsten betuttelde.
Toen Nicolas in 1555 met Barbe Van den Plassche trouwde, raakte Europa verwikkeld in religieuze conflicten nadat Maarten Luther in 1517 de Vijfennegentig Stellingen had aangenomen. De protestantse Reformatie daagde de katholieke orthodoxie uit en leidde tot wijdverbreide onrust. In de Lage Landen, waar Brussel ligt, zouden de spanningen tussen protestanten en katholieken uiteindelijk bijdragen aan de Tachtigjarige Oorlog (1568–1648).
Als goudsmid oefende Nicolas een van de meest gewaardeerde beroepen van zijn tijd uit. De 16e eeuw zorgde voor een toestroom van edele metalen uit de Nieuwe Wereld, waardoor de vraag naar luxegoederen onder de Europese elite werd aangewakkerd. Goudsmeden als Nicolas vormden de kern van deze economische bloei en vervaardigden fijne sieraden en voorwerpen die de rijkdom en de smaak voor weelde van het tijdperk weerspiegelden.
De dood van Nicolas in Amsterdam in 1602 suggereert dat hij deel uitmaakte van de golf migranten die tijdens de Nederlandse Opstand tegen de Spaanse overheersing naar het noorden trok. Amsterdam, dat dankzij zijn innovatieve financiële markten en handelsnetwerken snel een commercieel centrum werd, bood onderdak en kansen aan degenen die het door conflicten geteisterde Zuid-Nederland ontvluchtten. Het was ook een periode waarin de Gouden Eeuw op het punt stond aan te breken en het toneel zou vormen voor een ongekende economische en culturele groei.
Hieronder de Engelse voorvader van mijn moeders tak, Klarenbeek/Arnhem
GUILIELMUS THOMAS (Koos' Stambetovergrootvader) werd geboren als kind van Martin Thomas, zoals getoond in stamboom 75. Guilielmus huwde 2 maal. Hij huwde met Catharina Walter Denis en Maria Thomas.
Guilielmus Thomas huwde Catharina Walter Denis (Koos' Stambetovergrootmoeder).
Zij kregen twee dochters:
Elizabeth van Arnhem
Catharina Thomas
GRAAF LAMORAAL VAN EGMONT I (Koos' 7 maal achter-neef, 12 gen. verwijderd) werd geboren op 18 november 1522, in Chateau de Hamayde, Ellezelles, Hainaut, Belgium, als kind van Jan van Egmont en West-Friesland IV en Francoise van Egmont en West-Friesland. Hij is gestorven op 5 juni 1568, 45 jaar oud, in Grand Place, Brussels, Brabant, Netherlands, Belgium, Holy Roman Empire. Hij werd begraven in Church OLV Tenhemelopneming Zottegem, Arrondissement Aalst, East Flanders, Belgium.
Lamoraal I van Gavere, graaf van Egmont (ook: Egmond) (Lahamaide (Elzele), 18 november 1522 - Brussel, 5 juni 1568) was een generaal en staatsman in de Zeventien Provinciën vlak voor het begin van de Tachtigjarige Oorlog (Nederlandse Opstand). In 1568 werden hij en de graaf van Horne op instigatie van Alva beschuldigd van "verraad" en ter dood veroordeeld. Beiden werden op de Grote Markt van Brussel publiekelijk terechtgesteld door onthoofding.
Lamoraal werd geboren op het kasteel van Lahamaide in Henegouwen. Hij was de vierde graaf van Egmont, elfde vrijheer van Purmerend, Purmerland en Ilpendam, heer van Hoog- en Aartswoud(e), Baer, Fiennes, en Zottegem, Armentiers, Lahamaide en Auxy en (vanaf 1553) de eerste prins van Gavere. Hij stamde uit het Huis Egmont, een van de rijkste en invloedrijkste families in de Nederlanden, voortgekomen uit de 'advocati' (= voogden) van de abdij van Egmond, die nabij hun kasteel stond.
Lamoraal was de zoon van Jan IV van Egmont en Francisca van Luxemburg. In 1528 overleed zijn vader. Na de dood van zijn vader stelde keizer Karel V twee neven van Jan IV, Maximiliaan van Egmont en George van Egmont, aan als voogden voor Lamoraal en zijn broer. Karel V voorzag ook in zijn levensonderhoud en Lamoraal werd page aan het keizerlijk hof in Spanje, waar hij een militaire opleiding kreeg. In 1541 besloot Karel V tot een veldtocht tegen de Barbarijse zeerovers. Als trouwe aanhangers van de keizer sloten Lamoraal en zijn broer zich bij zijn leger aan. Nadat zijn broer Karel I van Egmont overleed in 1541 in Cartagena na de slag bij Ras-Tafoura (Algiers), werd Lamoraal de vierde graaf van Egmont.
Lamoraal huwde op 8 mei 1544 Sabina van Beieren (1528-1578), dochter van Johan II van Palts-Simmern en Beatrix van Baden, waarmee hij zijn rijkdom nog verder vergrootte. Het luisterrijke huwelijk werd ingezegend door de aartsbisschop van Lünden. Onder de gasten waren Karel V, Ferdinand van Oostenrijk en de hertogen van Cleve en van Saksen. Het echtpaar kreeg 12 kinderen, van wie een talrijk nageslacht, (waaronder de Belgische koninklijke familie):
Aan het eind van de 3e Gelderse Successieoorlog, in 1543, verwoestte een Habsburgse strijdmacht onder leiding van Lamoraal van Egmont de toen Gelderse en nu Duitse stad Düren. Door de stad in brand te laten steken en inwoners voor een belangrijk deel te laten vermoorden, stelde hij een voorbeeld. Hij was in zoverre succesvol dat de andere Gelderse steden zich overgaven en er zo een einde aan deze oorlog kwam.
Egmont werd tijdens het kapittel van Utrecht op 17 januari 1546 benoemd tot ridder van het Gulden Vlies. Hij nam in 1546 deel aan de Schmalkaldische Oorlog tegen het Schmalkaldisch Verbond. In 1549 begeleidde hij de toenmalige Spaanse kroonprins Filips bij zijn rondreis in de Nederlanden. In 1550 was hij te gast op het Kasteel van Turnhout. In 1552 werd hij tijdelijk gouverneur-generaal van Luxemburg en was hij als kolonel van twee cavalerieregimenten betrokken bij de mislukte belegering van Metz. In 1554 werd Lamoraal door Karel V naar Engeland en Spanje gestuurd om te onderhandelen over een huwelijk van Filips met de Engelse koningin Maria I van Engeland. Op 17 november 1555 werd Lamoraal lid van de Raad van State. In 1557 begon Egmont met de bedijking van het gebied aan de Oude Maas, dat naar zijn vrouw, Sabina van Beieren, Beierland werd genoemd. In dienst van het Spaanse leger versloeg Lamoraal de Fransen achtereenvolgens in Saint-Quentin (1557) en Grevelingen (1558). Als beloning voor zijn trouw werd Egmont in 1559 benoemd tot stadhouder van de graafschappen Vlaanderen en Artesië en tot gouverneur van de Gentse citadel. In 1561 liet Lamoraal een familiegrafmonument maken (onder andere voor zijn moeder Francisca van Luxemburg) in de Zottegemse Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk.
Als edelman maakte Egmont deel uit van de Raad van State. Samen met Willem van Oranje en de graaf van Horne (Driemanschap of Ligue der Groten, 1562) verzette hij zich tegen kardinaal Antoine Perrenot Granvelle, bisschop van Atrecht, die de inquisitie invoerde in Vlaanderen. In een brief aan Filips II (11 maart 1563) bood het Driemanschap hun ontslag aan als Granvelle niet zou vertrekken. Na het vertrek van Granvelle in 1564 verzoende Egmont zich opnieuw met de koning. Op aandringen van de Raad van State vertrok Egmont in 1565 naar Spanje (Madrid en Aranjuez) om Filips II de verlangens van de hoge adel en hun ongenoegen over de situatie in de Nederlanden over te brengen. Egmont meende dat hij de koning overtuigd had wat betreft de rol van de hoge adel in het landsbestuur en de verzachting van de religieuze vervolging, maar hij vergiste zich zwaar. Filips had integendeel besloten de hoge adel uit te schakelen. Na Egmonts terugkeer bleek uit brieven van de koning (Brieven uit het bos van Segovia) dat Filips II terugkwam op zijn beloftes.
Samen met de graaf van Megen lichtte Egmont de landvoogdes Margaretha in over het Eedverbond der Edelen. Op 5 april 1566 overhandigde hij mede het Smeekschrift der Edelen aan Margaretha. Kort daarna brak de Beeldenstorm (10 augustus 1566) uit en werd het verzet tegen de Spaanse overheersing in de Nederlanden groter. In september 1566 verhuisde Lamoraal van het Egmontpaleis in Brussel naar het Egmontkasteel in Zottegem. Als overtuigd katholiek keurde Egmont de Beeldenstorm ten zeerste af en hij zwoer op 17 februari andermaal trouw aan de Spaanse koning, hoewel hij tegelijkertijd ook probeerde de repressie tegen de protestanten te verzachten. Hij nam afstand van de radicale Brederode en stelde in het voorjaar van 1567 broodnodige troepen ter beschikking, die de geuzen versloegen in Oosterweel en het calvinistisch bestuurde Valenciennes heroverden. Hoewel hij op deze manier zijn loyaliteit had getoond en landvoogdes Margaretha van Parma de opstand onder controle leek te hebben, stuurde Filips II de hertog van Alva naar de Nederlanden.
Terwijl Willem van Oranje besloot de Nederlanden te ontvluchten, bleven Egmont en Horne ter plaatse. Een paar weken na zijn aankomst liet Alva de graaf van Egmont, zijn secretaris Jan van Casembroot en de graaf van Horne onder een vals voorwendsel - Alva had een overleg aangekondigd om bij een maaltijd over de situatie te praten - arresteren (9 september 1567). Direct na hun arrestatie werden ze naar Gent overgebracht en in het Spanjaardenkasteel opgesloten. Daar werd Egmont op 12 en 13 november ondervraagd door Juan de Vargas en Louis del Rio, kopstukken van de Raad van Beroerten, die hiervoor een bijzondere volmacht hadden gekregen.
Egmont beriep zich vruchteloos op zijn voorrechten als ridder van de Orde van het Gulden Vlies. Na de arrestatie trachtte zijn echtgenote, Sabina van Beieren, zijn onschuld te bewijzen en steun voor vrijlating te vinden; ze schreef brieven aan Filips II van Spanje, aan de Spaanse koningin, aan de portugese edelman Ruy Gómez de Silva, aan koningin Elizabeth I van Engeland en aan keizer Maximiliaan II. Ondanks de vele pogingen om zijn onschuld te bewijzen, werd Lamoraal wegens hoogverraad in december voor de Raad van Beroerten gebracht. Hoewel Egmont tot het einde toe katholiek bleef en trouw aan de Spaanse koning, werd hij samen met Horne op last van Alva ter dood veroordeeld. Egmont en Horne werden in 1567 en 1568 opgesloten in het Spanjaardenkasteel te Gent. Op 5 juni 1568 werden de edellieden op de Grote Markt van Brussel gedood. De onthoofding van Egmont en Horne leidde tot groot protest in de Nederlanden en wordt wel beschouwd als het begin van de gewapende Nederlandse Opstand en de Tachtigjarige Oorlog tegen de Spanjaarden.
Willem van Oranje trok lering uit de situatie en werd als Willem de Zwijger de spil van het verzet tegen de koning. Toenadering kwam er met de Unie van Brussel, maar toen de Franstalige gewesten zich min of meer achter de koning schaarden met de Unie van Atrecht ten koste van de eenheid van de Nederlanden (waarbij de Nederlandstalige Nederlanden zich verenigden in de Unie van Utrecht), was het hek van de dam, en koos het verzet rond Willem van Oranje voor een strategie buiten de Spaanse context, hetgeen later zou leiden tot het Plakkaat van Verlatinghe en de onafhankelijkheid van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
De levensloop van Lamoraal en zijn tragische levenseinde vonden onmiddellijk weerklank. De werken die aan Egmont werden toegeschreven, waren nogal eens gebaseerd op onvolledig bronnenonderzoek zonder toepassing van historische kritiek. Hierdoor volgden ze vaak de mode van hun tijd en zagen ze Egmonts (gemythologiseerde en geromantiseerde) leven vooral in het licht van de politieke actualiteit van dat ogenblik.
De terechtstelling werd in talrijke prenten en medailles afgebeeld en in de 16e eeuw in geuzenliederen bezongen. Er bleven ook verschillende portretten van Egmont bewaard, onder andere in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten.
Ook in de literatuur en geschiedschrijving (Thuanus, Strada, Bentivoglio) werd Lamoraal veelvuldig vermeld. Tijdgenoten van Lamoraal omschreven hem als volgt: een schoon man van lichaem, van coninclijce maniere (Anthonius Hovaeus), een grote man met een mooi statuur, goedhartig, verstandig en met een zeer goed geheugen, liefhebber van de valkenjacht (Pierre de Bourdeilles), le plus beau, le plus fort de corps et de courage [...] terrible et soudain en sa colère [...] fort peu versé aux lettres, grossier et ignorant en matière de Estat (Pontus Payen). Michel de Montaigne schreef in de Essais over cette tragédie que le duc d'Albe nous fit voir à Bruxelles, net als Pieter Christiaenszoon Bor in zijn 'Nederlantsche Oorloghen', Pieter Corneliszoon Hooft in zijn Nederlandsche Historien en Emanuel Van Meteren in zijn 'Historie der Neder-landscher ende haerder na-buren oorlogen'.
In de achttiende eeuw schreven Voltaire (Henriade, 1723), Goethe (Über Egmont, Trauerspiel, 1787) en Schiller (Don Carlos, 1787 en Des Grafen Lamoral von Egmont Leben und Tod, 1789) over Egmonts leven. Het muziekstuk Egmont van Beethoven uit 1810 verspreidde Egmonts verhaal nog verder.
Tijdens het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1816-1830) werd onder Willem I vooral de strijd van Egmont tegen Filips II in de verf gezet. Na 1830 werd Egmont door het pas ontstane België opgevoerd als nationale held die de nieuwe staat historisch moest onderbouwen (hoewel er tussen liberalen en katholieken hevige debatten werden gevoerd over Egmont als 'vrijheidsstrijder' dan wel als zwakke 'landverrader').
Lamoraals levensloop werd in gedichten (La mort du comte d'Egmont, Auguste Clavareau (1820), Egmont en Hoorne, Hendrik Tollens (1806), Prijsverzen op de dood van Egmont, Prudens Van Duyse (1839), Essais Poétiques, Charles Hippolyte Vilain XIIII (1843)), toneelstukken (De Dood van Egmont, Frans Van Geert (1853) en De Vrouw van Egmont, Eugeen Zetternam (1859)) en historische werken (onder andere Ontdekking van het graf des graven van Egmond, M.J. De Bast (1819), Eloge du comte d'Egmont, Brunelle (1820), Eloge historique du comte d'Egmont, P. Laitat, Jan-Robert Calloigne (1824), Le procès du comte d'Egmont avec pièces justificatives, De Bavay (1853), Le comte d'Egmont et de Hornes d'après des documents authentiques et inédits, Juste (1862), Histoire du procès et de la mort de Lamoral comte d'Egmont, Van Damme (1869)) bezongen.
Er werden standbeelden opgericht (in 1864 in Brussel en in 1872 in Zottegem) en romantische historiestukken geschilderd (Uitspraak van de doodstraf van Egmont en Horne, Laatste biecht van Egmont, Bisschop Rythovius zegent Egmonts lichaam en Laatste eerbewijzen aan Egmont en Horne door Louis Gallait, Egmont neemt afscheid van zijn echtgenote door Adèle Kindt, De Laatste ogenblikken van Lamoraal (1836) door Jean-Baptiste De Roy). In de Belgische Senaat staat Egmont afgebeeld op een schilderij van Jacques de Lalaing.
De resten van de graaf van Egmont liggen, samen met die van zijn vrouw Sabina van Beieren († 1578), begraven in de Egmontcrypte van de Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk op de Markt van de 'Egmontstad' Zottegem. De gekliefde halswervel van Egmont bevindt zich sinds 1984 in een schrijn in de raadzaal van het stadhuis van Zottegem op de Markt, waar ook twee schilderijen naar hem verwijzen: Laatste eerbewijzen aan Egmont en Horne (1882) van Louis Gallait en Het kasteel Egmond aan den Hoef (circa 1580) van de 16e-eeuwse Noord-Hollandse meester Gillis De Saen. In datzelfde Zottegemse stadhuis is sinds 2018 een Egmontkamer ingericht waar allerlei historische objecten rond Lamoraal worden tentoongesteld, waaronder de harten van Lamoraal en van zijn zonen Karel († 1620) en Filips († 1590) (die zich tussen 1952 en 2008 in het rijksarchief van Ronse bevonden). In Zottegem staat in het Egmontpark ook het Egmontkasteel (Egmont liet er de 'Ridderzaal' met erker inrichten) dat sinds 1964 een beschermd monument is. Op de Markt van Zottegem staat sinds 1872 een standbeeld van Lamoraal van Egmont van de hand van Jan-Robert Calloigne. Het huidige is een bronzen kopie van het originele gietijzeren beeld dat in 1968 verhuisde naar het Egmontpark, aan de Graaf van Egmontstraat voor het Egmontkasteel.
In 1997 werd een kopie van het standbeeld van Lamoraal van Egmont geplaatst aan de slotgracht in Egmond aan den Hoef. Daar staan de ruïnes en de slotkapel van Kasteel Egmond, het stamslot van het Huis Egmont. Aan het slot ligt bezoekerscentrum 'Huys Egmont' waarin objecten rond Egmont worden geëxposeerd.
Sinds 1879 staat er een standbeeld van Egmont en Horne van de hand van Charles-Auguste Fraikin op de Zavel in Brussel; het standbeeld stond voorheen (vanaf 1864) voor het Broodhuis op de Grote Markt. De studie voor het standbeeld staat op de zolder van de Lakenhal van Herentals.
In Brussel bevindt zich ook het Egmontpaleis dat moeder Francisca van Luxemburg en Lamoraal lieten optrekken.
Sinds 1939 staat Egmont afgebeeld op een gebrandschilderd raam in het oude Raadhuis van Oud-Beijerland, sinds 1959 wordt hij er ook herdacht met een plaquette (hoek Oostdijk/Koninginneweg) en sinds 2016 met een muurschildering (Bierkade). Ook in Weert (Muntpassage) staat Lamoraal van Egmont afgebeeld op een muurschildering. In Gavere staat Lamoraal als prins van Gavere afgebeeld op het gemeentehuis.
Egmont was een tijdlang (1565 - 1568) eigenaar van het kasteel van Gaasbeek, waar nog een 'Egmonttrap' is en een Lamoraal van Egmontdreef in het kasteelpark. Van het kasteel van Lahamaide waar Lamoraal geboren werd blijft enkel de schuur nog over. Tot 2008 was in het Gentse Hof van Fiennes aan de Korenlei restaurant 'graaf van Egmond' gevestigd, een verwijzing naar het pand dat Lamoraal via zijn moeder Francisca van Luxemburg erfde en waar hij in 1556 en 1559 verbleef. In de Gentse Sint-Baafskathedraal staat Lamoraals wapenschild in olieverf op een paneel afgebeeld.
In 1968 (400 jaar na de onthoofding) werd op de Zottegemse Markt een nieuw Egmontstandbeeld opgericht (het origineel werd in het Egmontpark geplaatst) en een Egmontbloementapijt aangelegd. In 2018 (450 jaar na de onthoofding) werd gezamenlijk in Egmond, Zottegem en Oud-Beijerland een 'Egmontjaar' of 'Lamoraaljaar' georganiseerd. In Weert was er bovendien een 'Graaf van Hornejaar'. De 450ste verjaardag van de onthoofding werd herdacht met lezingen, concerten, tentoonstellingen, publicaties, bezoeken, uitwisselingen en andere activiteiten. In februari voerde men in Zottegem een speciale Egmontmusical op. Op 5 juni 2018 werden in Zottegem, Egmond, Oud-Beijerland, Brussel en Weert herdenkingsplechtigheden gehouden en kransen neergelegd. In Egmond aan den Hoef was daar de plaatsvervangende Spaanse ambassadeur Fernando Fernández Aguayo bij aanwezig. In september 2018 werd in Zottegem een Egmontbloementapijt aangelegd en een Egmontevocatie gehouden, waarbij verschillende scènes uit Lamoraals leven als levende geschiedenis werden uitgebeeld. In november 2022 werd de vijfhonderdste verjaardag van Egmont herdacht met een plechtigheid in Lahamaide en een concert in Zottegem. In februari 2024 werd in Zottegem een Egmont Lichtfestival georganiseerd.
In 1555 werden de hoge edelen van Holland vergeleken op hun heerlijkheden waarbij Egmont er 12 had (Nassau had er 18). Een echte opwaardering kwam erbij toen de graaf via zijn moeder het prinsdom Gavere in handen kreeg, sindsdien was hij én graaf én prins.
Egmont is vereeuwigd in een toneelstuk door Goethe (genaamd Egmont, 1788). Beethoven schreef toneelmuziek bij dit drama (1810), waarvan de 'Egmont-ouverture' nog vaak gespeeld wordt. Zo brachten Jan Decleir, Peter Van den Begin en het Antwerp Symphony Orchestra in 2018 het stuk Egmont. In 2019 werd het stuk uitgevoerd (in een door Eric-Emmanuel Schmitt herschreven versie) door het Nationaal Orkest van België in BOZAR. In 2022 voerden Jan Decleir, I SOLISTI Belgian wind ensemble Antwerp en het Vlaams Radiokoor het stuk Egmont op.
Moeder Francisca van Luxemburg en Lamoraal hebben het Egmontpaleis aan het Egmontpark in Brussel laten bouwen, waar in 1977 het Egmontpact werd ondertekend. Ook de denktank Egmontinstituut (Egmont – Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen) werd ernaar vernoemd.
Onder andere in Zottegem, Egmond aan den Hoef, Gent, Antwerpen, Nevele, Oostkamp, Mechelen, Brussel, Seraing, Castricum, Oud-Beijerland, Zuid-Beijerland , Nieuw-Beijerland, Vlaardingen, Alkmaar, Berkel en Rodenrijs, Weert, Horn, Den Haag (Scheveningen), Zoetermeer, Kampen, Hoogwoud, Woudrichem, Bergen, Saint-Pol-sur-Ternoise, Sickenhausen, Wald (Solingen), Sudenburg (Maagdenburg) en Porz (Keulen) zijn straten naar hem vernoemd, net zoals het Egmontpark in Brussel en het Egmontpark in Zottegem. Ook heel wat horecazaken, evenementen (Egmonttasting, Egmontrock, Egmontcup, Egmonts winterdorp, Egmont Cycling Race), Scouting Purmerend, muziekvereniging 'Lamoraal van Egmont' en tandzorg Lamoraal uit Egmond, woonzorgcentrum WZC Egmont, lokaal dienstencentrum LDC Egmont, postzegelclub Egmont, wandelclub WSV Egmont, tafeltennisclub TTC Egmont uit Zottegem, KSV Sottegem-supportersvereniging Egmont Army, BuSo Egmont en Hoorn in Gavere en het Koninklijk Atheneum Zottegem zijn naar hem vernoemd.
Sinds de ontdekking ervan door Belgisch astronoom Eric Walter Elst in 1993 draagt planetoïde (13097) de naam 'Lamoraal' ter ere van Egmont.
Sinds 2018 is er in Zottegem een lusvormige Egmontroute voor fietsers, die verschillende historische plekken aandoet die met de graaf verbonden zijn. Ze vervangt de voormalige bewegwijzerde Egmontroute van Toerisme Oost-Vlaanderen.
In Oud-Beijerland (Bierkade) en Zottegem (Noordstraat) werden muurschilderingen aangebracht over Lamoraal. Egmont staat ook mee afgebeeld op een muurschildering in Weert (Muntpassage).
Ter gelegenheid van het 450-jarig bestaan van Oud-Beijerland werd in 2009 de herdenkingsmunt het Lamoraaltje geslagen met daarop een beeltenis van Lamoraal.
Ter gelegenheid van 450 jaar Egmont als ridder van het Gulden Vlies werd in 1996 in Egmond de tijdelijke betaalmunt Nobel uitgebracht met daarop een beeltenis van Lamoraal.
Jos Van Rooy schreef in 1942 de roman Egmont (en in 1960 het libretto voor opera Egmont van Arthur Meulemans). Schrijver Gunther Opdecam verwerkte Lamoraal in 2018 in het detectiveverhaal Het Egmontmysterie.
De rockband Ironborn bracht ter gelegenheid van het Egmontjaar het Engelstalige lied 1568 uit over Egmonts terechtstelling.
De Belgische post gaf in 1981 een postzegel uit met daarop het Zottegemse Egmontkasteel. In 1990 kwam een postzegel uit waarop Lamoraal van Egmont staat afgebeeld (en Beethoven met het muziekstuk Egmont). In 2020 werd een postzegel uitgebracht voor de 50ste verjaardag van de Zottegemse Postzegelclub Egmont met daarop het Egmontstandbeeld.
De Stichting Historisch Egmond reikt een Lamoraal van Egmontspeld uit aan personen die bijdragen aan de historie van Egmond.
De Historische Vereniging Oud-Beijerland reikt een Lamoraal van Egmontspeld uit aan personen of instellingen die zich buitengewoon hebben ingezet voor de geschiedvorsing van Oud-Beijerland.
Lamoraal van Egmonts naam en beeltenis worden ook veelvuldig gebruikt voor dranken. Zijn beeltenis sierde de etiketten van 'Export', 'Zottegemse Grand Cru', 'Egmont Zottegemse tripel' en 'Oud Zottegems' van Brouwerij Crombé. Brouwerij Van den Bossche brouwt 'Lamoral'. Rotary Zottegem brouwde in 2018 speciaal 'KopAf' ter gelegenheid van het Egmontjaar, net zoals Brouwerij Egmond voor deze gelegenheid 'Vaarwel graaf zonder hoofd' brouwde. Ter gelegenheid van het Egmontjaar werd in 2018 een bierpakket uitgebracht met '1568' van de Hoevebrouwers (in 2024 tijdelijk opnieuw uitgebracht voor het Egmont Lichtfestival), 'Alva' van Bles, 'Lamoral' van Brouwerij Van Den Bossche en 'Montmorency' van Wertha Bier. Verder bestaat er een kruidenlikeur 'Lamoraal' uit Egmond en een 'Egmont's garden gin' uit Zottegem. Ook verschillende horecazaken dragen zijn naam, zoals bijvoorbeeld in Aalst.
HEER HENDRIK VAN BREDERODE (Koos' 7 maal achter-neef, 12 gen. verwijderd) werd geboren op 20 december 1531, in Brussel, België, als kind van Reinoud van Brederode III en Phillipote van der Marck. Hij is gestorven op 15 februari 1568, 36 jaar oud.
Hendrik van Brederode, bijgenaamd Grote Geus ("le Grand Gueux") of Hendrik II van Brederode (Brussel, 20 december 1531 - Recklinghausen, 15 februari 1568) was een Nederlands edelman. Hendrik van Brederode, heer van Brederode, Vianen, Schoorl, 't Oog, Bergen NH en burggraaf van Utrecht, was de oudste zoon van Reinoud III van Brederode en Philippote van der Marck. In 1557 huwde hij met Amelia van Nieuwenaar-Alpen te Vianen. Hij liet rond 1560 het lustslot Amaliastein voor haar bouwen. Het echtpaar bleef kinderloos.
Hij werd in 1565 lid van het Eedverbond der Edelen en bood op 5 april 1566 het eerste Smeekschrift aan Margaretha van Parma aan. Van Brederode riep te Sint-Truiden de vergadering bijeen (14 juli 1566) en behoorde tot het Compromis van Breda (1567). Hij wierf troepen te Antwerpen, bracht een aantal hiervan per schip naar Vianen, terwijl zijn commandant Bombergen 's-Hertogenbosch veroverde. Hendrik trachtte zich tevergeefs meester te maken van Utrecht en Amsterdam, maar het door hem bij Antwerpen samengebrachte legertje onder leiding van Jan van Marnix werd op 13 maart 1567 in de slag bij Oosterweel door generaal Beauvoir verslagen terwijl de steun door de Antwerpse calvinisten persoonlijk door Willem van Oranje werd tegengehouden.
Brederode werd in maart van dat jaar tot kapitein-generaal van Amsterdam benoemd. Samen met zijn vriend Lenaert Jansz de Graeff, die zijn adjudant was, werd Brederode in april door de Spaanse veldheer Filips van Noircarmes afgezet.
Toen na de val van Valencijn het verzet ineen zakte, verlieten zijn troepen Vianen en trokken naar Duitsland. Nadat Hendrik van Brederode vergeefs gepoogd had weer bij Margaretha van Parma in de gunst te komen, week hij op 27 april 1567 uit naar Emden.
In juni 1567 bezocht hij Willem van Oranje in zijn slot te Dillenburg. Teleurgesteld over diens weigering om zich achter de gewapende opstand te scharen, schrapte hij hem uit zijn testament.
Op 28 mei 1568 werd hij door de Raad van Beroerten bij verstek gevonnist, maar hij was toen reeds op 15 februari 1568 in ballingschap op kasteel Horneburg bij Recklinghausen overleden.
Over het optreden van Hendrik van Brederode wordt thans zeer verschillend geoordeeld: enerzijds is hij, reeds vanaf de 16e eeuw, geëerd als een van de grondleggers van de Nederlandse Opstand, anderzijds is hij, vooral in de 19e eeuw, sterk bekritiseerd om zijn onrechtmatig optreden, zijn drankzucht en bovenal om het gegeven dat zijn gewapende verzet tegen de regering had gefaald. De leiding van het verzet werd rond 1566 overgenomen door een broer van Willem van Oranje, Lodewijk van Nassau, die eveneens met weinig succes de slag bij Heiligerlee (1568) leidde en later bij Mook sneuvelde. Tot 1572 was het optreden van het verzet niet succesvol te noemen. Pas toen de watergeuzen onder leiding kwamen van Willem van der Marck, heer van Lumey en volle neef van Hendrik van Brederode, werd de strijd succesvoller. Overigens speelde Willem van Oranje een dubieuze rol bij de afwikkeling van het testament van Hendrik van Brederode. In eerste instantie was Willem van Oranje door Hendrik als erfgenaam aangewezen, maar later herriep hij dit omdat hij weinig steun van hem had gekregen in het verzet tegen de Spanjaarden. Met name toen het geuzenleger van Hendrik vlak bij Antwerpen in 1567 werd verslagen, werd hulp door Oranje ontzegd en de beschikbare hulptroepen tegengehouden. De Staten van Holland moesten eraan te pas komen om het testament te bekrachtigen, maar dat verhinderde Willem van Oranje er niet van om de stad Vianen te bezetten. Deze stad bleef een vrije heerlijkheid en werd geen deel van de Republiek. Dit eindigde in 1725 toen de Staten van Holland en West-Friesland voor een recordbedrag van 898.200 gulden de rechten kochten van het geslacht van de Graven van Lippe, de opvolgers van het geslacht Brederode in vrouwelijke lijn, nadat het geslacht in mannelijke lijn in 1679 was uitgestorven.
Twee achterneven van Montfoort. Ik heb geen verbinding kunnen vinden met Jan van Montfoort, mijn directe voorouder, 5 generaties, van mijn moeders kant. Ik mis de zeventiende eeuw.
BURGGRAAF JOOST VAN MONTFOORT (Koos' 7 maal achter-neef, 12 gen. verwijderd) werd geboren in 1510 als kind van Jan van Montfoort III en Charlotte van Brederode. Hij is gestorven in 1539, ongeveer 29 jaar oud. Joost Janszn de Rovere van Montfoort (1510-1539) was de 10e burggraaf van Montfoort, heer van Kattenbroek, Heeswijk, Linschoten, dijkgraaf van Lopikerwaard en verkreeg de rechten van Purmerland terug in 1522. Hij was een zoon van Jan III van Montfoort en Charlotte van Brederode (1495-1529) een dochter van Walraven II van Brederode. Hij volgde zijn vader op als burggraaf in 1522, ook blijkt hij het bezit opnieuw te krijgen van de goederen van Purmerstein en Purmeland nadat deze in 1481 waren geconfisqueerd door het Sticht Utrecht. Op 18 oktober 1530 krijgt Joost een geld toelage van 300 florijnse guldens per jaar van Karel V, het vermoeden bestaat dat hij enige tijd dienst had in Bourgondische of Spaanse dienst. Zijn naam komt ook voor als Josse of José in die tijd in documenten. Joost heeft in 1537 een grens geschil over het domein Kockengen met Dirk van Zuylen, hij geeft zijn deel van Kockengen uiteindelijk aan de bisschop van Utrecht. Joost van Montfoort huwde met Anna van Lailang en kreeg minstens twee kinderen met haar.
Jan IV van Montfoort (1532-1582) laatste burggraaf uit het geslacht de Rovere.
Philippa van Montfoort (1535-1592) huwde Johan Briffeul van Merode (1530-1592), zij erfde de bezittingen van haar broer.
Joost overleed op 29-jarige leeftijd en werd opgevolgd door zijn jongere broer Hendrik V van Montfoort als burggraaf, omdat zijn zoon Jan nog niet mondig was.
HENDRIK VAN MONTFOORT V (Koos' 7 maal achter-neef, 12 gen. verwijderd) werd geboren in 1512 als kind van Jan van Montfoort III en Charlotte van Brederode. Hij is gestorven in 1555, ongeveer 43 jaar oud. Hendrik Janszn de Rovere van Montfoort (ook bekend als Hendrik van Abbenbroek) (1512 - 1555) was de 11e burggraaf van Montfoort als regent voor de jonge Jan IV van Montfoort en heer van Abbenbroek. Hij was een zoon van Jan III van Montfoort en Charlotte van Brederode. Hendrik volgde zijn broer Joost van Montfoort in 1539 op als regent burggraaf van Montfoort. Op 13 oktober 1533 verkrijg Hendrik de heerlijkheid Abbenbroek van zijn broer Joost voor een broederdeling van 115 florijnse guldens[1], waarna Hendrik als de heer van Abbenbroek door het leven gaat. Hendrik was gehuwd met Anna van Glymes van Bergen. Samen kregen ze minstens een dochter.
Catherina van Abbenbroek, huwde met Boudewijn Hart







Reacties
Een reactie posten