Generatie van 12 maal oud-oud-grootouders, voorouders van de nederlandse koninklijke familie
PRINS WILLEM VAN ORANJE II (Koos' 11 maal achter-neef, 14 gen. verwijderd) werd geboren op 27 mei 1626, in The Hague, Zuid-Holland, The Netherlands, als kind van Frederik Hendrik VAN ORANJE-NASSAU en Amalia van Solms. Willem werd Prince of Orange & Stadtholder of the Netherlands, comte de Moers, Fürst von Oranien, Graf von Nassau-Dillenburg (1647 - 1650). Hij is gestorven op 6 november 1650, 24 jaar oud, in The Hague, The Hague, Zuid-Holland, The Netherlands. Hij werd begraven op 8 maart 1651 in Delft, Netherland. Willem, 14 jaar oud, huwde zijn 6 maal achter-nicht, 1 gen. verwijderd, Maria Henriette Stuart I, 9 jaar oud, op 2 mei 1641 in London, England.
Zij kregen een zoon:
Willem van oranje III in 1650
Willem II (Den Haag, 27 mei 1626 – aldaar, 6 november 1650), prins van Oranje en graaf van Nassau-Oranje, was tussen 1647 en 1650 stadhouder van Holland, Zeeland, Utrecht, Overijssel, Gelre en Zutphen, Groningen en Drenthe.

Biografie
Hij was de zoon van stadhouder en prins Frederik Hendrik van Oranje en diens achternicht Amalia van Solms. Hij trouwde op 14-jarige leeftijd met de negenjarige Maria Henriëtte Stuart, de oudste dochter van koning Karel I van Engeland.
Willem was in veel opzichten een ambitieuze en niet steeds diplomatieke man. Hij had nog als laatste der stadhouders oog voor alle zeventien Nederlanden en had daarmee voor de tijd waarin hij aantrad grote plannen. Hij constateerde in de Republiek der Verenigde Nederlanden te veel particularisme en verdeeldheid en zag kansen het land tot een meer gecentraliseerd, calvinistisch land te maken met hemzelf in een spilfunctie, mogelijk als monarch. Hij steunde daarbij op de orthodoxe calvinisten en kwam al gauw in conflict met de op financiële belangen gerichte staatsgezinden.
Hij was het in toenemende mate oneens met de politiek van religieuze tolerantie die zijn vader toepaste voor de veroverde Generaliteitslanden, waar de bevolking grotendeels rooms-katholiek wenste te blijven.
Willem droeg zijn steentje bij tijdens de Tachtigjarige Oorlog, waarbij de Hinderlaag bij Bergen op Zoom (1643) zijn eerste wapenfeit was. De vredesbesprekingen met de Spaanse koning waren geheel niet naar zijn zin, maar zij waren al te ver gevorderd om nog tot staan gebracht te worden toen zijn vader in 1647 stierf. Ook zijn moeder speelde daarbij een rol. Zij werd voor derving van inkomsten bij vrede schadeloos gesteld. Oppositie tegen de ratificatie van de Vrede van Münster kwam van Zeeland. Willem adviseerde tevergeefs de andere gewesten ook tegen te stemmen. Daarna verliet hij Den Haag om vooral zijn onmacht tegenover het gewest Holland te verbergen.
Na de Vrede van Münster
De Vrede van Münster bracht economische ellende mee voor Zeeland omdat de handel op Schelde, Sas en Zwin zich weer naar Vlaamse havens verplaatste. De kolonie van de West-Indische Compagnie in Brazilië ging verloren en dat veroorzaakte grote onvrede. Verder werd overal in de Generaliteitslanden (behalve in Overmaas), de Hervorming doorgevoerd, wat tot spanningen leidde. De staatse handelaren in Holland zagen niet in dat zij daarvoor moesten betalen. Willem steunde de orthodoxen niet alleen moreel; in zijn eigen graafschap Lingen stelde hij een drost aan, Rutger van Haersolte, die in dit rooms-katholieke gebied de priesters verving door dominees en de kerken ontdeed van alle sier. Het werd echter spoedig duidelijk dat het allemaal niets uitmaakte; de Contrareformatie had haar werk gedaan en de bevolking bleef rooms-katholiek. De orthodoxen wilden hardere maatregelen en een sterker leger. De Hollandse steden, vooral Amsterdam, Dordrecht, Delft, Haarlem en het West-Friese Hoorn en Medemblik, wilden juist verkleining van het leger en handhaving van de waardgelders. De staatkundige verhoudingen in de republiek waren onduidelijk; grote vraag was wie nu eigenlijk het land regeerde.
In april 1650 keerde admiraal Witte de With in de Republiek terug zonder dat hij daar toestemming voor had gekregen. Nadat hij rapport had uitgebracht aan Willem II werd hij door de stadhouder op last van de Staten-Generaal gevangen gezet. Deze rechtsgang werd echter betwist door de stad Amsterdam en dit zou leiden tot een nieuw conflict tussen Willem II en Amsterdam.
Staatsgreep
In juli 1650 probeerde Willem dit vacuüm in zijn voordeel te beslechten. Samen met Willem Frederik van Nassau-Dietz, stadhouder van Friesland, bereidde hij een staatsgreep voor die tot doel had de rol van de Staten-Generaal te versterken en de macht van het gewest Holland te breken. Eerst was er een propaganda-veldtocht. Er werd in Holland een vervalst geschrift uitgegeven dat later bekend stond als De elf artikelen. Daarin stond dat in geval van een Engelse burgeroorlog de regenten het parlement van Engeland - dat zojuist Willems schoonvader had laten onthoofden - zouden steunen met militaire troepen. Ook de Zuid-Nederlandse ('Spaanse') regering in Brussel had alle reden te voorkomen dat Willem de vrede zou breken. Toch gaven de Staten-Generaal de Prins een bezending voor de voornaamste steden in het gewest Holland.
Witte de With werd in de Haagse Voorpoort gevangengezet, ondanks zijn dertig jaar trouwe dienst. Zes Statenleden werden 30 juli gearresteerd in het stadhouderlijk kwartier aan het Binnenhof, net als Van Oldenbarnevelt in 1618 door prins Maurits. Het zestal werd opgesloten op Slot Loevestein, onder wie Jacob de Witt (vader van de latere raadpensionaris van Holland Johan de Witt) en de burgemeesters van Haarlem, Delft, Hoorn en Medemblik. Willem kreeg geen steun van Zeeland en Holland om in naam van de Staten-Generaal in te grijpen en eenzijdig legereenheden te ontbinden. De prins trok met zijn leger van Dordrecht naar Delft en Amsterdam. Een deel van de troepen, onder Cornelis van Aerssen en Frederik van Dohna, verdwaalde in de nacht van 29 op 30 juli op de hei bij Hilversum door onweer en slecht zicht. Een postbode bracht burgemeester Cornelis Bicker van de bedreiging op de hoogte. Poorten werden gesloten, bruggen opgehaald, de schutterij gemobiliseerd en kanonnen naar de wallen gesleept. Hoewel de verrassingsaanval op Amsterdam zo mislukte, kreeg de Prins wel zijn zin. Cornelis de Graeff kreeg van Willem te horen dat Cornelis Bicker en zijn broer Andries Bicker uit de Amsterdamse vroedschap moesten verdwijnen, wat gebeurde. Maar binnen een jaar waren de gebroeders Bicker in hun ambten hersteld. De Loevesteinse factie werd vrijgelaten. Deze poging tot een staatsgreep en aanval op de grote handelsstad Amsterdam maakte in heel Europa een slechte indruk. Joost van den Vondel dichtte: 'Geen adel, maar een schelm, heeft lust de Kroon der steden te trappen met den hoef (..)'.
Overlijden
In oktober, na een jachtpartij op de Veluwe, kreeg de prins koorts. Hij bleek aan pokken te lijden en op 6 november stierf hij op 24-jarige leeftijd. Acht dagen later werd zijn erfgenaam geboren, de latere stadhouder Willem III. Willems stoffelijk overschot werd in maart 1651 bijgezet in de grafkelder van Oranje-Nassau in de Nieuwe Kerk in Delft. De Staatsgezinden maakten gebruik van de verwarring in het vijandelijke orangistische kamp. Er was in Holland en Zeeland inmiddels een grote meerderheid ontstaan die geen stadhouder meer wenste, en deze gewesten sleepten Utrecht mee: het Eerste Stadhouderloze Tijdperk was geboren. Staatkundige verhoudingen werden besproken in de Grote Vergadering ("Unie, militie en religie").
HENRIETTE CATHARINA VAN NASSAU (Koos' 11 maal achter-nicht, 14 gen. verwijderd) werd geboren op 10 februari 1637 als kind van Frederik Hendrik VAN ORANJE-NASSAU en Amalia van Solms. Zij is gestorven op 3 november 1708, 71 jaar oud. Henriëtte Catharina van Nassau (Den Haag, 10 februari 1637 – Slot Oranienbaum, 3 november 1708) was een dochter van stadhouder Frederik Hendrik en Amalia van Solms. Mede via haar stamt het huidige Nederlandse koningshuis af van Willem van Oranje. Toen Henriëtte Catharina vijf jaar oud was, werd besloten dat zij later zou trouwen met de vier jaar oudere graaf Enno Lodewijk van Oost-Friesland. Zij verbrak deze verloving toen zij zeventien jaar oud was. Charles Stuart vroeg om haar hand, maar haar moeder wees zijn verzoek af. Henriëtte Catharina was graag met hem getrouwd. Zijn brieven bewaarde zij haar leven lang en gingen na haar dood op eigen verzoek met haar het graf in. Op 6 juli 1659 trouwde zij in Groningen met vorst Johan George II van Anhalt-Dessau (1627-1693), waardoor ze vorstin van Anhalt-Dessau werd. Dit is het enige vorstelijk huwelijk dat plaatsvond in Groningen. Duitsland lag door de Dertigjarige Oorlog in puin, terwijl het in de Nederlanden onder Frederik Hendrik juist zeer goed ging. Alles wat uit Nederland kwam, werd als toonaangevend gezien. De huwelijken van Henriëtte Catharina en haar drie zusters met Duitse vorsten waren dan ook een bron van Nederlandse invloed op de Duitse landen op het gebied van onder andere landbouw, de aanleg van havens en dijken, architectuur en schilderkunst. Toen Johan George in 1660 de regering van Anhalt-Dessau op zich nam, schonk hij zijn vrouw onder andere het stadje Nischwitz. Zij liet er woonhuizen bouwen, een kerkhof en een glasblazerij en bracht het tot bloei. Nischwitz werd naar Henriëtte Catharina's familie vernoemd: in 1673 verscheen voor het eerst de nieuwe naam Oranienbaum en zo heet het stadje nog steeds. In 1683 liet Henriëtte Catharina de Nederlandse architect Cornelis Ryckwaert overkomen, die de stad op barokke wijze nieuw vormgaf, Slot Oranienbaum bouwde en een circa 28 hectare groot park in Nederlandse stijl aanlegde. Johan George stierf in 1693 en de vijf jaar daarop nam Henriëtte Catharina de regering waar als regent voor hun zoon, de latere vorst Leopold I van Anhalt-Dessau. Uit het huwelijk tussen Henriëtte Catharina en Johan George werden tien kinderen geboren van wie er vier op jonge leeftijd stierven. De anderen waren: Elisabeth Albertine (1665-1706), gehuwd in 1686 met hertog Hendrik van Saksen-Weissenfels
Henriëtte Amalia (1666-1726), gehuwd in 1683 met graaf Hendrik Casimir II van Nassau-Dietz (1657-1696) en moeder van Johan Willem Friso.
Marie Eleonore (1671-1756), gehuwd in 1687 met prins George Jozef Radziwiłł
Henriëtte Agnes (1674-1729)
Leopold I (1676-1747), de oude Dessauer, gehuwd in 1698 met de niet-adellijke Anna Louise Föse
Johanna Charlotte (1682-1750), gehuwd in 1699 met markgraaf Filips Willem van Brandenburg-Schwedt.
GRAAF WILLEM FREDERIK VAN NASSAU DIETZ (Koos' 11 maal achter-neef, 14 gen. verwijderd) werd geboren in 1613 als kind van Ernst Casimir van Nassau Dietz en Sophia Hedwig. Hij is gestorven in 1664, ongeveer 51 jaar oud.
Willem Frederik (Arnhem, 7 augustus 1613 – Leeuwarden, 31 oktober 1664), graaf van Nassau-Dietz (1640-1654), vorst van Nassau-Dietz (1654-1664), stadhouder van Friesland (1640-1664), stadhouder van Groningen en Drenthe (1650-1664), landcommandeur van de Duitse Orde (1641-1664), was de zoon van Ernst Casimir van Nassau-Dietz en Sophia Hedwig van Brunswijk-Wolfenbüttel. Willem Frederik is een stamvader van het huidige koninklijk huis in Nederland. Willem Frederik studeerde in Leiden en Groningen en nam daarna dienst in het leger van Frederik Hendrik van Oranje. In 1640 nam hij deel aan de strijd om Hulst, waarbij zijn oudere broer Hendrik Casimir I van Nassau-Dietz sneuvelde. Vervolgens ontstond een conflict met Frederik Hendrik van Oranje over de vraag wie Hendrik Casimir zou opvolgen als stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe. Als opperbevelhebber van het leger weigerde Frederik Hendrik dan ook om Willem Frederik tot veldmaarschalk te benoemen. Willem Frederik deed er alles aan om Frederik Hendriks vertrouwen te winnen. Uiteindelijk werd hij stadhouder van Friesland en Frederik Hendrik van Groningen en Drenthe. Tegen die tijd was de Tachtigjarige Oorlog bijna ten einde. In 1650 leidde hij de mislukte aanslag op Amsterdam in opdracht van Willem II. Toen die even later plots overleed, werd Willem Frederik alsnog stadhouder van Groningen en Drenthe. Zijn benoeming tot veldmaarschalk van de Republiek werd enkele malen door Johan de Witt en Cornelis de Graeff tegengehouden. In 1662 werd hij door de Staten van Friesland aan het hoofd van een klein expeditieleger gesteld dat de orde in de stad Groningen moest herstellen. In die stad waren problemen ontstaan rond Johan Schulenborgh. Tijdens een jachtpartij wilde Willem Frederik een schot lossen met zijn zadelpistool, dat weigerde af te gaan. Bij het schoonmaken van het pistool kreeg hij een schot door zijn kin en kaak. Hij overleed op 31 oktober 1664 ten gevolge van dit ongeval. Zijn stoffelijk overschot werd bijgezet in de grafkelder van de Friesche Nassau's in Leeuwarden. Het pistool waarmee hij zich doodde, bevindt zich in het Rijksmuseum Amsterdam. Hij werd na zijn dood opgevolgd door zijn zoon Hendrik Casimir II; de weduwe Albertine Agnes werd 'regentes' voor haar zoon. Willem Frederik is ook bekend geworden vanwege zijn dagboeken die later teruggevonden zijn. Hierin schreef hij openhartig over emotionele onderwerpen als ziekte, lust, drankzucht, berouw en schuld. Tijdens ziektes en onpasselijkheden hield hij zorgvuldig zijn stoelgang en braakpartijen bij. Na zo'n tien jaar vleien, gepaste aandacht geven, zich bemind maken bij Frederik Hendrik en diens echtgenote, de overbedillerige Amalia van Solms, moest Willem Frederik toezien hoe hun oudste dochter, Louise Henriëtte, werd uitgehuwelijkt aan Frederik Willem I, de grote Keurvorst van Brandenburg. Willem Frederik trouwde echter op 2 mei 1652 te Kleef met de vijfde dochter van Frederik Hendrik, zijn achternicht Albertine Agnes van Nassau (1634-1696). Uit dit huwelijk werden de volgende kinderen geboren:
Amalia 1655 1695 Gehuwd met Johan Willem van Saksen-Eisenach
Hendrik Casimir 1657 1696 De vorst van Nassau-Dietz. Gehuwd met Henriette Amalia van Anhalt-Dessau. Eén van hun dochters heet Sophia Hedwig van Nassau-Dietz 1690-1734.
Sophia Hedwig 1664 1667
De voorletters van Willem Frederik en zijn echtgenote Albertine Agnes zijn in de Prinsentuin in Groningen te zien in de vorm van geknipte heggetjes.
Willem Frederik van Nassau Dietz, ongeveer 38 jaar oud, huwde Albertina Agnes van Nassau, 18 jaar oud, op 2 mei 1652. Zij kregen een zoon:



Reacties
Een reactie posten